Het is een mooi filmpje dat de kracht toont van het Italiaanse team, samen onderweg in de bus op dit EURO 2020. Allemaal zingen ze uit volle borst una canzone van Eros Ramazzotti, zelf een notoir voetballiefhebber: ' Piu bella cosa non c'è. ' Dat betekent gewoon: 'Iets mooiers bestaat niet.' Een uitermate goed gekozen lied op zo'n moment.
...

Het is een mooi filmpje dat de kracht toont van het Italiaanse team, samen onderweg in de bus op dit EURO 2020. Allemaal zingen ze uit volle borst una canzone van Eros Ramazzotti, zelf een notoir voetballiefhebber: ' Piu bella cosa non c'è. ' Dat betekent gewoon: 'Iets mooiers bestaat niet.' Een uitermate goed gekozen lied op zo'n moment. Op de voorbereidende persconferentie voor de kwartfinale tegen België gaf bondscoach Roberto Mancini op drie verschillende vragen telkens hetzelfde antwoord: 'Laten we gewoon ons eigen spel spelen, genieten van wat we meemaken.' Genieten? Op een EK? Mancini knikte: 'Natuurlijk. Je amuseren is de basis van elke job.' Eerder gaf middenvelder Marco Verratti al het geheim prijs waarmee dit Italië alle liefhebbers inpakt: 'Ook bij de drie wedstrijden die ik vanaf de zijlijn bekeek, heb ik me geamuseerd. Als ik me al geamuseerd heb, wil dat zeggen dat alle Italianen zich geamuseerd hebben.' Na de zege tegen België was ook de voormalige Italiaanse toptrainer Claudio Ranieri lyrisch. 'Dit Italiaans elftal bestaat uit strijders met een groot hart die ook nog eens voetbal van het hoogste niveau brengen. Dit Italië voetbalt als een clubelftal. Laten we het Italia Football Club noemen: Italia FC.' Dit Italia FC is een mix van ervaring en jong talent, een team dat pas in de steigers staat. Hoe jong het is, blijkt uit een vergelijking van de elftallen van België en Italië die mekaar op 13 juni 2016 partij gaven op het EK in Frankrijk. Van de veertien Belgen die op het veld kwamen, speelden er nog tien op dit EK. Bij de Italianen waren dat er nog drie: Giorgio Chiellini, Leonardo Bonucci en Ciro Immobile (Verratti miste het EK 2016 door een blessure). Ooit pakte het Vlaamse weekblad Humo uit met een cartoon op de cover, een tekening van een man die zei: 'Ik ben de weg, de waarheid en het leven.' En er in een tweede tekstballon bij dacht: 'Nu nog de rest van de wereld overtuigen.' Toen Roberto Mancini in mei 2018 aan de slag ging en zijn aanpak bekend maakte, fronsten velen de wenkbrauwen. Voor zijn eerste interland tegen Saudi-Arabië riep 'Mancio' vijf nieuwe spelers op, onder wie Emerson Palmieri en aanvaller Domenico Berardi die toen al voor Sassuolo uitkwam. In de spits greep de nieuwe bondscoach terug naar een oude bekende. Het was al bijna vier jaar geleden dat Mario Balotelli nog eens zijn geliefde blauwe shirt had mogen aantrekken; de laatste keer was tijdens het WK in Brazilië in 2014, toen Italië er in de eerste ronde uitging. Mancini geloofde nog in zijn voormalige pupil die hij destijds bij Inter in de kern haalde, in de Serie A liet debuteren en later zelfs naar Manchester City haalde. 'Ik wil wel de Balotelli van het EK 2012 zien', voegde hij er aan toe. Die Balotelli kreeg hij niet meer te zien. De omstreden spits verdween na drie interlands uit beeld (hij voetbalt nu bij Monza in tweede klasse) maar het probleem lag niet alleen voorin. Ook de motor op het middenveld haperde. Nochtans vroeg de bondscoach toen al net hetzelfde aan zijn spelers als vandaag: 'Durf te voetballen, maak acties, wees dominant, ook als het eens verkeerd gaat.' Veel van zijn internationals waren dat niet gewend, dominant voetballen. Gevolg? Na vijf interlands was de balans onder de nieuwe bondscoach negatief: één zege, twee gelijke spelen en twee nederlagen, vijf keer gescoord en zeven goals tegen.'Genoeg experimenten, tijd om keuzes te maken en zekerheid te bieden', blokletterde de Gazzetta dello Sport na de nederlaag tegen Portugal in september 2018, de vijfde interland onder de nieuwe bondscoach. 'Mancini zorgde voor een revolutie in het team, maar vond noch ideeën, noch een spelsysteem, noch persoonlijkheden. Hij traint geen winnend elftal meer zoals Inter of Manchester City, maar een groep spelers zonder identiteit, spelsysteem en die het al lang niet meer gewend zijn om te winnen.' Het voegde eraan toe: 'Wie van onze spelers had een basisplaats kunnen claimen in dit Portugal, tenzij misschien doelman Donnarumma? En voor welke van onze Italiaanse toptalenten uit de Serie A hebben de topclubs uit de toonaangevende competities de voorbije mercato aangeklopt? Behalve Verratti en Balotelli in Frankrijk hebben we geen Italianen in de andere topcompetities.' Stap voor stap past Mancini de juiste puzzeldeeltjes in, al kan hij maar kiezen uit de 39,5% Italiaanse spelers die de Serie A de afgelopen seizoenen nog telde (dat zijn er ongeveer 240). Van het tiental Italianen in de andere topcompetities zitten er vier bij deze EK-selectie (twee van PSG en twee van Chelsea). Aanvankelijk was het nog zoeken en tasten. In zijn eerste 21 interlands riep Mancini in totaal 68 spelers op, van wie er 54 op het veld kwamen en er 24 debuteerden. Centraal achterin zit het goed. 'Tegen Chiellini en Bonucci spelen, is als naar de universiteit van het verdedigen gaan', omschreef José Mourinho de kracht van het centrale duo. Mancini liet de toen 19-jarige Bonucci nog debuteren in de Serie A. En helemaal achterin voorspelde Gianluigi Buffon bij zijn afscheid na het drama tegen Zweden: 'Hier staat mijn opvolger', wijzend op Gianluigi Donnaruma. Door Mancini, doorgaans behoed op het doen van straffe uitspraken, werd de doelman een paar maanden geleden nog omschreven als 'op dit moment de beste keeper ter wereld.' Donnaruma is nog altijd maar 22 maar staat al van zijn achttien jaar vast tussen de palen bij AC Milan, al is zijn toekomst daar onzeker. Zijn makelaar Mino Raiola wil een loon van tien miljoen euro per jaar voor zijn speler, waarmee die de op één na best betaalde in de Serie A zou worden (na Cristiano Ronaldo met zijn 31 miljoen). Milan trok zodoende alvast een nieuwe Franse keeper aan; het sukkelt al jaren met de Financial Fair Play en moet eerder bezuinigen en verkopen dan duur inkopen en hogere lonen uitbetalen.Op de flank van de Squadra zorgen Leonardo Spinazzola (op links, terwijl hij van oorsprong rechtsvoetig is) van AS Roma en ex-Romanista Alessandro Florenzi (hij verhuisde vorig jaar noodgedwongen naar het buitenland toen hij als kapitein bij Roma geen basisplaats meer had) voor snelheid en diepgang. Met het uitvallen van Spinazzola keert Emerson terug op de linksachter. Hij werd daar voor dit EK als basisspeler verwacht. Kortom: wat een weelde. Voorin moest Mancini het langst zoeken. 'Als ik een scorende diepe spits vind, zet ik hem meteen', herhaalde hij al vaak. Bij gebrek aan een echt scorende spits experimenteerde de bondscoach met drie zwervende aanvallers die vaak van positie wisselen: Lorenzo Insigne, Federico Chiesa en Berardi. Om vervolgens toch uit te komen bij één diepe spits: meestal Ciro Immobile, al twee jaar naeen topschutter in de Serie A. De speler van Lazio is echter op zijn best in de omschakeling en met zijn beperkte techniek is hij nog zoekende naar zijn plek in het team, dat voor korte combinaties op de helft van de tegenstander gaat. Zijn concurrent, Andrea Belotti, voetbalt ook al niet bij Real Madrid of Manchester City. Met Torino dwong hij slechts op de laatste speeldag het behoud in de Serie A af en zegt van zichzelf dat hij maar gelukkig is als hij op het veld alles heeft kunnen geven en totaal kapot van het terrein stapt. Rechts staat de fysiek sterke Federico Chiesa met zijn groot loopvermogen én een neus voor goals. Tot vorig jaar speelde hij nog voor het Fiorentina, waar hij ook zijn jeugdopleiding genoot, en maakte bij Juventus een moeilijk eerste seizoen door. Bij Italië concurreert hij op de rechterflank met Berardi en Federico Bernardeschi. Berardi promoveerde in 2013 met Sassuolo naar de Serie A en kwam in de hoogste klasse nooit voor een andere club uit. Bernardeschi ging drie jaar geleden van Fiorentina naar Juventus en groeide daar met zijn snelheid, versnelling en techniek uit tot de ideale mix van middenvelder en aanvaller. Links staat een man die twee jaar geleden helemaal in de knoop leek te zitten met zichzelf. Toen Napoli in de Champions League tegen KRC Genk aantrad, kwam Lorenzo Insigne niet eens in actie. Maar na het vertrek van trainer Carlo Ancelotti bloeide hij weer open. 'Lorenzo is uniek', omschreeft Mancini voor dit EK zijn waarde. 'Als bindmiddel tussen aanval en middenveld is het de speler voor wie ik het minste alternatieven heb.' Het koninginnenstuk van dit Italiaans elftal is het middenveld, met de 'dubbele spelmaker', het duo Jorginho-Verratti, en achter hen de energieke balafpakker Nicolò Barella. Over Jorginho zegt zijn ploegmaat Verratti: 'Hij doet alles zo simpel lijken. Jorginho is onmisbaar voor ons, we hebben weinig spelers met zijn kwaliteiten. Hij is het die de ploeg doet draaien.' Jorge Luiz Frello Filho kwam op zijn vijftiende met een Italiaans paspoort van Brazilië naar Italië, waar hij via de jeugdploegen van Hellas Verona in de Serie A belandde. Maar het was bij Napoli dat de voetbalwereld hem zou ontdekken, met dank aan Maurizio Sarri die hem in 2018 meenam naar Chelsea. Jorginho's eerste officiële interland met inzet was er één die Italië nooit zal vergeten: die fameuze Italië- Zweden die op 13 november 2018 op 0-0 eindigde. Omdat Italië de heenmatch in Zweden had verloren, mocht het toen voor het eerst in zestig jaar niet naar een WK. Eerder had Jorginho al een paar vriendschappelijke interlands gespeeld onder Antonio Conte, nadat hij ook uitkwam voor de Italiaanse U21. Omdat de toenmalige Braziliaanse bondscoach Tite geen interesse toonde, werd zijn keuze voor Italië niet meer in vraag gesteld. Naast Jorginho staat Marco Verratti, de enige uit de hele selectie die nooit in de Serie A voetbalde: hij verhuisde in 2012 van Pescara, waarmee hij net promotie naar eerste klasse had afgedwongen, naar PSG. Hij is zo belangrijk dat Mancini hem meenam terwijl hij nog niet fit was en de eerste groepswedstrijden zou moeten toekijken. Op de koop toe viel ook nog eens zijn ideale vervanger, Stefano Sensi ( zie kader), geblesseerd uit, maar geen nood. Mancini zette gewoon een andere speler, die in de eerste wedstrijden meteen de uitblinker zou worden: Manuel Locatelli. Op zijn achttiende stond Locatelli al in de basis bij AC Milan, waar hij na een paar topprestaties ter plaatse bleef trappelen. Dus zette hij sportief een stap terug naar Sassuolo waar trainer Roberto De Zerbi hem op een andere manier liet voetballen. Vandaag geldt hij als een ideale box-to-boxspeler. Massimiliano Allegri, die hem destijds op zijn zestiende in de kern van Milan opnam, wil hem heel graag bij Juventus en ook Dortmund en Arsenal toonden al interesse. Zijn bestemming hangt af van wie de door Sassuolo gevraagde 40 miljoen euro wil ophoesten. De derde pijler van het middenveld, Nicolo Barella, koos als vervolg van zijn loopbaan - die startte bij Cagliari - voor het Inter van Antonio Conte, waar hij een sterk eerste seizoen kende. Samengevat: Mancini zag potentieel waar anderen twijfels hadden. Het is zoals zijn oude trainer bij Sampdoria, Vujadin Boskov het ooit omschreef: 'Waar anderen slechts een pad zien, ziet Roberto een autosnelweg.'