De troepen van Mancini staan op dit EK bekend om attractieve aanvallende spel. Hoewel ze toch wat aanpassingen deden voor de laatste wedstrijd tegen Spanje - zowel verdedigend als aanvallend om Spanje wat te kunnen counteren - zijn ze nog steeds hét team van hét team van het toernooi gebleken.

Opbouw

Een eerste aandachtspunt is de opbouw, zowel statisch (vanuit een doeltrap) als dynamisch (van achteruit uitvoetballen). Zo willen de Italianen snel spelen naar de voetballers in de zogeheten 'interventiezone' of de zone dicht bij de bal. Op die manier komen ze onder de druk uit of komen ze sneller in de volgende fase van hun aanval.

Om dat efficiënt te doen, kiest Mancini voor een 3-3-1-3-formatie. Daarbij zijn het de spelers in de eerste lijn, zijnde de twee centrale verdedigers, de rechtsachter en verdedigende middenvelder Jorginho, die de bal naar voren moeten krijgen.

MBP School of Coaches
© MBP School of Coaches
MBP School of Coaches
© MBP School of Coaches

In deze situatie is de positionering van de vleugelspelers erg belangrijk. Zij moeten het veld breed houden, terwijl de flankaanvallers en de spits diep gaan staan. Zo willen ze de verdedigende lijn zo hoog mogelijk laten komen zodat er veel ruimte in de rug ontstaat voor de aanvallers.

Vleugelspelers vrij maken

Daarna moet het team vooruit gaan, eenmaal de eerste lijn van de tegenpartij gepasseerd is of als de bal in de tweede zone terechtkomt, centraal op het veld. Ook daar moeten de spelers in de bal komen zodat er ruimte ontstaat voor de spelers op de flanken om op te rukken.

Ook hier speelt Italië nog in een 3-1-3-3-systeem. Al is dat afhankelijk van de situatie. Zo kan het ook veranderen in een 4-3-3. Het belangrijkste is dat er steeds een ruit ontstaat op het middenveld. Daarnaast is ook de positie van Jorginho cruciaal in deze fase. De middenvelder moet de aanval dragen en de bal in de open ruimte krijgen. Zo is hij eigenlijk de leider van de Italiaanse aanval.

MBP School of Coaches
© MBP School of Coaches
MBP School of Coaches
© MBP School of Coaches

Naast Jorginho is er ook een belangrijke rol weggelegd voor de speler op links. Tot de blessure van Leonardo Spinazzola konden we zien hoe de aanvallende connectie was met Lorenzo Isigne, de linkerflankaanvaller. Maar ook de positie van Marco Verratti, die links op het middenveld speelt, is van groot belang. Hij moest voor de defensieve zekerheid zorgen en tegelijkertijd ook het eerste aanspeelpunt in geval van nood.

MBP School of Coaches
© MBP School of Coaches
MBP School of Coaches
© MBP School of Coaches

Afmaken

Na de eerste twee fases volgt natuurlijk het belangrijkste moment: scoren. Het doel van de aanval is nu om de bal zo snel mogelijk in de box te brengen. Dat kan via de vleugels gebeuren, via een 1-tegen-1-situatie of door ruimte te zoeken door de centrale verdediger en de rechtsachter.

Nu gaat het Italiaanse team in een 3-1-4-1 of 3-1-3-2 staan, waar ze twee spelers altijd zo breed mogelijk proberen te houden. Zo komt er ruimte tussen de verdedigers of tussen het middenveld en de achterste lijn. Van die gaatjes moeten de pocketspitsen, bij Italië zijn dat Insigne en Federico Chiesa of Domenico Berardi.

MBP School of Coaches
© MBP School of Coaches
MBP School of Coaches
© MBP School of Coaches

Een van de laatste twee - of gewoonweg de speler op rechts - wordt het vaakst gezocht om de 1-tegen-1-actie te maken. De Italianen kijken daar vooral voor naar de speler op rechts, omdat zowel Chiesa als Berardi al toonden dat ze daar beter in zijn dan Insigne of Spinazzola op links.

MBP School of Coaches
© MBP School of Coaches
MBP School of Coaches
© MBP School of Coaches
De troepen van Mancini staan op dit EK bekend om attractieve aanvallende spel. Hoewel ze toch wat aanpassingen deden voor de laatste wedstrijd tegen Spanje - zowel verdedigend als aanvallend om Spanje wat te kunnen counteren - zijn ze nog steeds hét team van hét team van het toernooi gebleken.Een eerste aandachtspunt is de opbouw, zowel statisch (vanuit een doeltrap) als dynamisch (van achteruit uitvoetballen). Zo willen de Italianen snel spelen naar de voetballers in de zogeheten 'interventiezone' of de zone dicht bij de bal. Op die manier komen ze onder de druk uit of komen ze sneller in de volgende fase van hun aanval.Om dat efficiënt te doen, kiest Mancini voor een 3-3-1-3-formatie. Daarbij zijn het de spelers in de eerste lijn, zijnde de twee centrale verdedigers, de rechtsachter en verdedigende middenvelder Jorginho, die de bal naar voren moeten krijgen.In deze situatie is de positionering van de vleugelspelers erg belangrijk. Zij moeten het veld breed houden, terwijl de flankaanvallers en de spits diep gaan staan. Zo willen ze de verdedigende lijn zo hoog mogelijk laten komen zodat er veel ruimte in de rug ontstaat voor de aanvallers. Daarna moet het team vooruit gaan, eenmaal de eerste lijn van de tegenpartij gepasseerd is of als de bal in de tweede zone terechtkomt, centraal op het veld. Ook daar moeten de spelers in de bal komen zodat er ruimte ontstaat voor de spelers op de flanken om op te rukken. Ook hier speelt Italië nog in een 3-1-3-3-systeem. Al is dat afhankelijk van de situatie. Zo kan het ook veranderen in een 4-3-3. Het belangrijkste is dat er steeds een ruit ontstaat op het middenveld. Daarnaast is ook de positie van Jorginho cruciaal in deze fase. De middenvelder moet de aanval dragen en de bal in de open ruimte krijgen. Zo is hij eigenlijk de leider van de Italiaanse aanval. Naast Jorginho is er ook een belangrijke rol weggelegd voor de speler op links. Tot de blessure van Leonardo Spinazzola konden we zien hoe de aanvallende connectie was met Lorenzo Isigne, de linkerflankaanvaller. Maar ook de positie van Marco Verratti, die links op het middenveld speelt, is van groot belang. Hij moest voor de defensieve zekerheid zorgen en tegelijkertijd ook het eerste aanspeelpunt in geval van nood. Na de eerste twee fases volgt natuurlijk het belangrijkste moment: scoren. Het doel van de aanval is nu om de bal zo snel mogelijk in de box te brengen. Dat kan via de vleugels gebeuren, via een 1-tegen-1-situatie of door ruimte te zoeken door de centrale verdediger en de rechtsachter. Nu gaat het Italiaanse team in een 3-1-4-1 of 3-1-3-2 staan, waar ze twee spelers altijd zo breed mogelijk proberen te houden. Zo komt er ruimte tussen de verdedigers of tussen het middenveld en de achterste lijn. Van die gaatjes moeten de pocketspitsen, bij Italië zijn dat Insigne en Federico Chiesa of Domenico Berardi.Een van de laatste twee - of gewoonweg de speler op rechts - wordt het vaakst gezocht om de 1-tegen-1-actie te maken. De Italianen kijken daar vooral voor naar de speler op rechts, omdat zowel Chiesa als Berardi al toonden dat ze daar beter in zijn dan Insigne of Spinazzola op links.