James Montague in spoor van ultra’s wereldwijd: ‘Na een achtervolging met machetes was het genoeg geweest’

© JAMES MONTAGUE

Geen geluidstapijt leidt af van het gebrek aan supporters in de stadions. Ook de meest fanatieke exemplaren, de ultra’s, bijten al meer dan een jaar thuis op hun vingernagels. Voordat de tribunes leegliepen, trok journalist James Montague op met zware jongens uit ultramilieus over heel de wereld.

Ultra’s zijn geen doorsnee fans, die een hotdog en een pint consumeren, twee keer juichen en na de wedstrijd braaf huiswaarts karren. Het Italiaanse woord ‘ultra’ betekent bovenmatig, extreem, uiterst. ‘Ultra’s zijn het lawaai, de furie, de rook. Ze creëren de esthetiek van het stadion’, vertelt de Britse journalist James Montague (41) vanuit Turkije, waar hij woont met zijn Nederlandse partner, NOS-correspondente Mitra Nazar. ‘Een echte definitie is moeilijk te formuleren, omdat er zoveel verscheidenheid is. Aan de ene kant van het spectrum heb je neonazistische hooligans, aan de andere kant revolutionairen die de overheid willen omverwerpen. En alles daartussen.’

In Saluut aan Catalonië beschrijft George Orwell hoe hij in de Spaanse Burgeroorlog vecht tegen Franco. Zo wilde ik het ook aanpakken.’

James Montague

Montague infiltreerde jarenlang in ultragroeperingen uit alle uithoeken van de wereld. Van La Doce, de barras bravas van Boca Juniors, tot Jakmania in Indonesië. Hij ontmoet extreemlinkse ultra’s in Duitsland, neofascisten in Oekraïne en de Albanees die met een drone een vlag van zijn land tentoonspreidde in een interland tegen Servië. ‘In mijn beginjaren als freelancejournalist geraakte ik niet altijd aan perskaarten. Ik had niet veel geld, dus belandde ik op de goedkoopste zitjes: achter de goal, omgeven door ultra’s. Ik vond het een spannend, mysterieus fenomeen en wilde hun verhalen vertellen.’

James Montague in spoor van ultra's wereldwijd: 'Na een achtervolging met machetes was het genoeg geweest'
© JAMES MONTAGUE

Het resultaat is 1312: Among the Ultras. Montague loodst de lezer door de geschiedenis van de ultrabeweging: van de eerste fanatieke supporter in Uruguay tot ultra’s uit Los Angeles die zich inspannen voor holebirechten. Hij combineert zijn passies voor voetbal en politiek en schetst een genuanceerd beeld dat verder reikt dan de gebruikelijke clichés over dronken eencelligen die op elkaars kop rammen. 1312 is ook een spannend reisverslag, langs stadions, bossen en groezelige achterkamers. Montague is de ideale verteller omdat hij met een voet in de actie staat. Als tiener, zo bekent hij, is hij een dozijn keer gearresteerd vanwege kattenkwaad.

Over politieke voorkeuren heen verenigt haat voor de politie de ultrascene. Je noemde je boek niet voor niets 1312, een cijfercode voor ACAB. All Cops Are Bastards, de graffiti die je op stadions overal ter wereld aantrof. Ook de media worden in die middens zelden met open armen ontvangen. Hoe won je hun vertrouwen?

James Montague: ‘Wanneer ik een verhaal schrijf, dan leef ik het. Hoe dichter je een onderwerp benadert, hoe accurater je erover kunt schrijven. In dat opzicht is George Orwell een inspiratie. In Saluut aan Catalonië beschrijft hij hoe hij in de Spaanse Burgeroorlog vecht tegen Franco. Zo wilde ik het ook aanpakken. Na een tijdje merken ultra’s dat je anders bent dan andere journalisten, die enkel sensatie zoeken. Ook een vorig boek, The Billionaire’s Club, opende deuren: veel mensen waren het eens met de teneur dat geld het voetbal naar de vaantjes helpt.

Ultra's van Fenerbahçe leven zich uit. James Montague: 'In de 21e eeuw, waarin we zo versplinterd zijn geraakt, zo afgescheiden in onze eigen bubbels, schenkt de ultracultuur jongeren een fysieke gemeenschap.'
Ultra’s van Fenerbahçe leven zich uit. James Montague: ‘In de 21e eeuw, waarin we zo versplinterd zijn geraakt, zo afgescheiden in onze eigen bubbels, schenkt de ultracultuur jongeren een fysieke gemeenschap.’© JAMES MONTAGUE

‘Desondanks was het geen simpele opdracht om hun vertrouwen te winnen. Ik ben er in feite al heel mijn carrière mee bezig. Ik wees hen op hun verantwoordelijkheid: ‘Als je nooit iemand toelaat, dan is het logisch dat de media jullie wegzetten als slechteriken.’ Ultramilieus zijn levende netwerken. Schop je iemand tegen de schenen, dan sluiten deuren zich. Maar het omgekeerde geldt evenzeer. Soms openden deuren zich waarvan ik het nooit verwachtte, zoals in Argentinië. En ja, sommige deuren bleken best beangstigend.’

Wat zijn de beweegredenen om je bij een ultragroep te voegen?

Montague: ‘Kameraadschap. In de 21e eeuw, waarin we zo versplinterd zijn geraakt, zo afgescheiden in onze eigen bubbels, schenkt de ultracultuur jongeren een fysieke gemeenschap, een samenkomen van mensen. Dat is iets krachtigs in tijden waarin je fan kan zijn van een club uit een stad waar je nog nooit geweest bent.’

Ultra’s lijken moeite te hebben met veranderingen in de wereld.

Montague: ‘Zo zijn ze tegen technologie. Het hele punt van hun scene is anonimiteit, wat lijnrecht ingaat tegen onze moderne maatschappij. Zij proberen zich staande te houden in die nieuwe werkelijkheid. Met hun oude regels, die vaak houtsnijden. Ik geloof ook in meer anonimiteit, in minder online leven. In Duitsland strijden ultra’s tegen e-sports en voetbal op maandag. En in Egypte zie je banners: ‘Zet je tv uit, ga naar het stadion.’ Al blijft de vraag welke gouden tijd ze proberen te reanimeren. Mijn grootvader stopte in 1964 met naar West Ham te gaan kijken. Het werd hem allemaal te commercieel. Misschien bestond die mythische gouden tijd van het voetbal wel nooit.’

Voetbalrevolutie

‘De ultra’s verzamelden op Maidan. Niet om Oekraïne in een pro-Europese richting te dwingen, zoals de meeste activisten eisten. Zij waren even anti-EU als velen in het oosten van het land. Een ultra van Metalist Charkov hoopte op ‘een onafhankelijk Oekraïne. Onafhankelijk van Europa én van Rusland.’ Vroegere vijanden stonden aan dezelfde kant en hadden een kwaliteit die weinigen op Maidan hadden: ervaring met vechten tegen de politie. (…) De dagen voor de meest bloedige uren van de opstand verliepen chaotisch. De ultra’s, zo zei Filimonov, kwamen naar de frontlinies om ‘de betogers op Maidan een gevoel van veiligheid te geven.”

Uit James Montague – 1312: Among the ultras

Ultra's van het Marokkaanse Raja Casablanca. James Montague: 'Groepen die eerst niet wilden meewerken aan mijn boek, sturen me nu zelf berichten.'
Ultra’s van het Marokkaanse Raja Casablanca. James Montague: ‘Groepen die eerst niet wilden meewerken aan mijn boek, sturen me nu zelf berichten.’© JAMES MONTAGUE

In Oekraïne sloegen rechtse, nationalistische ultra’s de handen in mekaar met liberale pro-Europese activisten, verenigd tegen Russische inmenging. Je volgt Serhii Filimonov, een hooligan met een passie voor gevechten in het bos.

Montague: ‘Een fascinerende kerel met neofascistische tatoeages. Zijn rechterhand had swastika’s achter z’n oren. Maar tegelijkertijd voert hij campagne tegen corruptie en voor rechtvaardigheid voor vermoorde liberale activisten. Zulke mannen bemanden niet enkel de barrières: na Maidan werden ze ook de beschermers van de revolutie. Ze stortten zich halsoverkop in een oorlog met Rusland, bewapend met niet meer dan jachtgeweren.’

Ook op het Tahrirplein in Caïro en in Gezi Park in Istanbul staan ultra’s op de eerste rij. Vanwaar hun rol op het politieke toneel?

Montague: ‘Het voetbalstadion is een soort stadsplein. Mensen kijken naar de rol van kunst, muziek of poëzie in een revolutie, die van voetbal blijft onderbelicht. Terwijl een voetbalstadion een veel meer logische plek is voor een revolutie: in tegenstelling tot een poëzievoordracht is het bijna onmogelijk om een tribune te controleren. Veel dictators ondervonden dat aan den lijve. Als de massa tegen je is, dan ben je eraan. Dat wisten de Romeinen al.’

In Latijns-Amerika en de Balkan huurt de politiek ultra’s in als voetvolk.

Montague: ‘Servië is een goed voorbeeld. President Aleksander Vucic was lid van een beruchte ultragroep. Naar eigen zeggen was hij zelfs in het Maksimirstadion tijdens een beruchte Dinamo Zagreb-Rode Ster Belgrado aan het begin van de jaren 90, toen de spanningen tussen Serviërs en Kroaten ontvlamden en Zvonimir Boban een agent schopte. Vucic gebruikte die connecties, de macht van de ultra’s op de straten van Belgrado, om betogers te mobiliseren.

Een voetbalstadion is een veel meer logische plek voor een revolutie dan kunst, muziek of poëzie.’

James Montague

‘Om die reden hebben ultragroepen meer bewegingsvrijheid in Oost-Europa, zeker in landen met radicaal-rechtse of populistische overheden. Ze delen een politieke ruimte. In ruil voor hand-en-spandiensten mogen de leiders van die groeperingen zich inlaten met criminele praktijken. Voor veel Oost-Europese machtshebbers zijn ultra’s politieke schaakfiguren die beheerd moeten worden. Niet te hard, niet te zacht.

‘In Servië pakte de politie enkele maanden geleden zo’n ultraleider op. Die opereerde een drugskartel en zou tegenstanders onthoofd hebben. Elke machtshebber wist dat. Maar omdat hij een leger mensen controleerde, kneep iedereen een oogje dicht. Die politici kennen hun geschiedenis. Ze weten al te goed wie in de frontlinie stond toen een menigte in 2000 het parlement bestormde om Slobodan Milosevic af te zetten: ultra’s.’

Zweeds paradijs

‘Er waren 50.000 mensen in de Friends Arena, maar AIK en Hammarby trapten de wedstrijd af in stilte. Zoals beloofd hadden de ultra’s samengewerkt om op het grootste podium van het Zweedse voetbal te protesteren. Er was een diverse crew van ultra’s en supporters, man en vrouw, jong en oud, ex-hooligans, skinheads, jonge kinderen. Er was zelfs een contingent aan Engelse supporters, die ooit begonnen waren in de tribunes van Notthingham Forest, West Ham en Sheffield United. Ze hadden hier een nieuw thuis gevonden, die hen gaf wat ze thuis niet meer vonden: staanplaatsen, bier en instant kameraadschap.’

Uit James Montague – 1312: Among the ultras

Ultra's in Los Angeles.
Ultra’s in Los Angeles.© JAMES MONTAGUE

Zweden omschrijf je, ietwat verrassend, als de beste fanervaring van Europa. Waarom?

Montague: ‘Zweden zijn heel pragmatisch. Zij redenen: ‘We zijn niet zo goed in voetbal, maar kunnen wel een geweldige sfeer creëren. Dat levert ons geld en goede tv-deals op.’ Dus is het hoofd van de Zweedse liga vóór ultra’s en zorgen de clubvoorzitters gedwee voor meer staanplaatsen. Helaas probeert de politie die sfeer te vernietigen. Ze hanteren dezelfde aanpak als de Britse politie, met dat verschil dat er in Zweden helemaal geen problemen waren met ultra’s.’

Opvallend: je wijt geen hoofdstuk aan Engeland, jouw vaderland. Omdat er geen ultracultuur is?

Montague: ‘Oorspronkelijk wilde ik het boek eindigen in de lagere Engelse reeksen. In de vijfde, zesde, zevende of achtste divisie krijgt de ultracultuur ruimte en ontkiemen er groene scheuten. In de jaren tachtig had Engeland een groot probleem met hooliganisme. De Hillsboroughramp, die in 1989 96 mensenlevens kostte, maakte daar een einde aan. Een verbod op staantribunes en de oprichting van de Premier League veranderde voetbal in een spel voor de middenklasse. In dat zakenmodel heeft de politie absolute controle over wat er gebeurt rond het stadion. Een fan die ver weg van het stadion iets mispeutert, krijgt een zwaardere straf dan een andere burger. Engelse voetbalfans worden verschrikkelijk behandeld. Triest, want een inheemse fancultuur maakt het voetbal rijker.’

Het geweld verplaatste zich van het stadion naar bossen en velden. In België verschijnen 66 hooligans van Antwerp voor de rechter voor hun betrokkenheid bij zulke bosgevechten. Hun advocaten dragen aan dat ze vrijwillig meedoen en de gevolgen accepteren. Ze vragen zich af wat het verschil is met sm of piercings.

Montague: ‘De scene is een ondergrondse vechtclub. Duizenden mannen ontmoeten elkaar wekelijks om te vechten. En er komt amper iets van aan het licht. Alle communicatie gebeurt via versleutelde berichten op Telegram en een interne erecode zorgt ervoor dat niets lekt. Het grote verschil met sm en piercings is dat het ongereguleerd gebeurt. Net daarom vrezen politici dat fenomeen, omdat het zo moeilijk te controleren valt. Mensen sterven, dus ik begrijp dat de autoriteiten een oogje in het zeil willen houden. In Zweden wilde ik zo’n bosgevecht bijwonen, maar het andere team daagde niet op. Gevolg: ultra’s raasden door Stockholm en sloegen de boel bijeen. De politie maakt zich ook zorgen dat het een leger zwaar getrainde vechtmachines creëert. Dat zag je onlangs in Nederland en Duitsland, waar hooligans opdaagden bij covidprotesten. Op Telegram merk ik trouwens dat de populariteit van bosgevechten in België groeit.’

Ultra's in Egypte.
Ultra’s in Egypte.© JAMES MONTAGUE

Negen levens

‘Bimo geraakte opgewonden, kettingrokend en ijsberend. ‘Dit is gevaarlijk’, zei hij. ‘Als Persib ons hier vindt, dan komen ze achter ons aan.’ En dat deden ze. Bimo merkte ze eerst op, verzameld op een nabije brug, zwaaiend met wat leek op knuppels.’ (…) Ze hielden geen knuppels vast, maar machetes. We liepen allemaal samen, vrouwen en mannen, weg van de meute gekken. En dan stopten we. Een andere groep kwam op ons af van de andere kant. We zaten gevangen.’

uit James Montague – 1312: Among the ultras

Montague: ‘Het dodental van blind voetbalgeweld, vooral tussen Persija Jakarta en Persib Bandung, is in Indonesië enorm. Door tijdsgebrek ging ik niet naar die beladen derby, maar reisde ik met ultra’s van Persija naar een voorbereidingstoernooi in Jogjakarta. Door een administratieve vergissing dumpte de buschauffeur ons naast een snelweg vlak bij Bandung. En toen doken die kerels met machetes op.

‘Ik ben in mijn leven al in heel wat gevaarlijke situaties verzeild, maar daar zag ik geen mogelijkheid meer om te ontsnappen. Bimo had gezegd: ‘Wat je ook doet, val niet.’ Want dan vermoorden ze je, dat is de Indonesische stijl. Hoe we ontsnapt zijn, ik weet het nog altijd niet precies. We liepen over de snelweg en veroorzaakten een ongeval. Toen dacht ik: ik heb het gros van mijn negen levens opgebruikt, dus misschien is dit wel de laatste keer dat ik zo’n boek schrijf.

‘Toch had ik die ervaring voor geen geld willen missen. Van over heel Java arriveerden honderden bussen, voor een toernooi van twee keer niets. Het was heet en vochtig, stoom steeg op en de geur van zoete kruidnagelsigaretten vermengde zich met die van tropische vegetatie. En de supporters – niet enkel mannen, maar ook gesluierde vrouwen – zongen lang uitgesponnen, poëtische liedjes. Onvergetelijk.’

In een andere hachelijke situatie interviewde je Fabrizio Piscitelli, alias Diabolik, een beruchte ultraleider van Lazio die enkele maanden later op een bankje in een park vermoord zou worden. Hij liet je zes uur wachten in een kamer versierd met swastika’s en portretten van Mussolini. Deed je niet in je broek van de schrik?

Montague: ‘Die angst voel je ’s ochtends, wanneer je beseft wat je die dag gaat doen. Eens je de eerste stap uit de deur zet, ga je in overlevingsmodus. Tijdens het interview fluisterden mensen hem in de oren en gaven ze hem briefjes. Typisch maffiagedrag, mogelijk om mij te intimideren. Al heb ik ‘m zeker niet gespaard met mijn vragen. Uit dat interview bleek hij een ongelooflijk slimme kerel te zijn, met een overtuigend betoog. Eigenlijk beangstigt zo iemand me veel meer dan iemand die je verrot wil kloppen. Zo groeit populisme. Ik kan me perfect voorstellen wat voor impact zijn woorden hebben op een 19-jarige kerel uit een arm deel van Rome.’

Wat is de reactie op je boek van de ultra’s zelf?

Montague: ‘Voornamelijk positief. Ze zeggen: ‘Je hebt over ons geschreven zoals we zijn, niet zoals de media ons portretteren.’ Groepen die eerst niet wilden meewerken, sturen me nu zelf berichten.’

Komt er dan toch een vervolg?

Montague: ‘Wie weet. Ik denk erover om vanuit Denemarken, via Nederland, België, Frankrijk en Spanje, naar Marokko te reizen. Al weet ik niet of mijn partner nog wil dat ik in zulke milieus rondhang.’ (lacht)

1312: Among the Ultras van James Montague is verschenen bij Ebury Press.

Gemotiveerde jonge mensen die verandering willen

Het beeld van ultra’s als domme hooligans sneuvelt geregeld in jouw boek.

James Montague: ‘Ik vind die typering beledigend. Zo bracht ik veel tijd door met Ultra Ahlawy, een groepering van Al Ahly. Slimme mannen en vrouwen uit alle klassen die later een grote rol speelden in de revolutie op het Tahrirplein. De geheime politie van Hosni Moebarak zal hen wellicht wegzetten als idioten, maar het zijn gemotiveerde jonge mensen die verandering willen in de maatschappij.

‘De leider van die groep, Amr Fahmy, werd een goede vriend. Als ultraleider vuurde hij de revolutie aan. Op z’n 33e schopte hij het tot secretaris-generaal van de CAF, de Afrikaanse voetbalbond. Met zijn ultramentaliteit voerde hij daar een kruistocht tegen corruptie in het Afrikaanse voetbal. Hij ontblootte de wanpraktijken van voorzitter Ahmed Ahmed, werd door FIFA gebannen en stierf vorig jaar aan een hersentumor. Fahmy was een revolutionair, die z’n positie als een van de machtigste mannen in het voetbal opofferde om de boel op te kuisen. Zo iemand kun je geen dommerik noemen.’

James Montague in spoor van ultra's wereldwijd: 'Na een achtervolging met machetes was het genoeg geweest'
© JAMES MONTAGUE

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content