Afgelopen donderdag pakte de Duitse pers uit met een groot verhaal rond Berti Vogts. Daar was alle aanleiding voor. De voormalige international (96 interlands en een hele carrière bij Borussia Mönchengladbach) werd toen 75 jaar.

Het deed ons denken aan een lang interview dat we in april 1991 met Vogts hadden. Hij was toen bondscoach en voor de media gemakkelijk benaderbaar. Op voorwaarde dat je de aanvraag tijdig indiende.

Dus belden we op 20 februari met de Duitse perschef Wolfgang Niersbach, die later voorzitter werd van de Duitse voetbalbond. Niersbach zou in overleg met Vogts een datum vastleggen en belde een dag later terug.

Het gesprek kon plaatshebben op 9 april, om 17 uur, in een hotel in Neuss, een stadje in de buurt van Düsseldorf. Terugbellen hoefde niet, de afspraak stond vast. Toen we zeven weken later het bewuste hotel even voor de klok van vijf uur binnenstapten, zat Vogts in de lounge te wachten.

Goeie trainers

Berti Vogts was een wat kleurloze voetballer. Hij was weinig creatief, maar uitermate gedisciplineerd en extreem veeleisend voor zichzelf. Een waterdrager die gemakkelijk overeind bleef bij Borussia Mönchengladbach, zeker toen de hoogburcht van de techniek.

Binnen de ploeg ging hij zijn verantwoordelijkheid nooit uit de weg. Hij trad altijd op als bemiddelaar toen de legendarische trainer Hennes Weisweiler en de rumoerige vedette Günther Netzer weer eens in elkaars haren vlogen. Maar hij was vooral op het veld door zijn verbetenheid zeer waardevol voor de ploeg. Een terriër op voetbalschoenen. Johan Cruijff noemde hem de lastigste tegenstander die hij ooit had.

Nu hij aan de andere kant van de barrière stond had Vogts, zo bleek toen, zijn ideeën over het trainersvak. Hij vond dat de voetbalsport zijn oorspronkelijk gelaat moest terugkrijgen. Hoeveel trainers, vroeg hij zich af, zijn er die nog aandacht besteden aan het geven van een juiste voorzet? Terwijl je dat toch in iedere training moest herhalen.

Vele trainers deden volgens hem te ingewikkeld, vier tegen vier plus één, je moest haast wiskunde gestudeerd hebben om dat allemaal te begrijpen. Het klonk cynisch. Trainen, declameerde Vogts ook nog, moest genieten zijn. En niet werken. Goeie trainers, vervolgde hij, leerden je om van het voetbal te houden. Vogts waarschuwde toen al voor overvolle kalenders en zei tussendoor dat hij de Rode Duivels als voorbeeld stelde voor de manier waarop je tactisch moet voetballen.

Aan niets deed Berti Vogts toen denken aan de voetballer die nooit iets te melden had. Acht jaar bleef hij bondscoach van Duitsland waarmee hij in 1996 de Europese titel won. Later werkte hij nog in Koeweit, Schotland, Nigeria, Azerbeidzjan en de Verenigde Staten.

Nu heeft hij zich al langer teruggetrokken. Met Borussia Mönchengladbach heeft hij nog weinig te maken. Hij botste in 2014 met de toenmalige voorzitter Rolf Königs, de brokken werden niet meer gelijmd. Toch gaat Berti soms nog kijken. Maar hij betaalt zijn toegangsticket zelf.

Afgelopen donderdag pakte de Duitse pers uit met een groot verhaal rond Berti Vogts. Daar was alle aanleiding voor. De voormalige international (96 interlands en een hele carrière bij Borussia Mönchengladbach) werd toen 75 jaar.Het deed ons denken aan een lang interview dat we in april 1991 met Vogts hadden. Hij was toen bondscoach en voor de media gemakkelijk benaderbaar. Op voorwaarde dat je de aanvraag tijdig indiende. Dus belden we op 20 februari met de Duitse perschef Wolfgang Niersbach, die later voorzitter werd van de Duitse voetbalbond. Niersbach zou in overleg met Vogts een datum vastleggen en belde een dag later terug. Het gesprek kon plaatshebben op 9 april, om 17 uur, in een hotel in Neuss, een stadje in de buurt van Düsseldorf. Terugbellen hoefde niet, de afspraak stond vast. Toen we zeven weken later het bewuste hotel even voor de klok van vijf uur binnenstapten, zat Vogts in de lounge te wachten.Berti Vogts was een wat kleurloze voetballer. Hij was weinig creatief, maar uitermate gedisciplineerd en extreem veeleisend voor zichzelf. Een waterdrager die gemakkelijk overeind bleef bij Borussia Mönchengladbach, zeker toen de hoogburcht van de techniek. Binnen de ploeg ging hij zijn verantwoordelijkheid nooit uit de weg. Hij trad altijd op als bemiddelaar toen de legendarische trainer Hennes Weisweiler en de rumoerige vedette Günther Netzer weer eens in elkaars haren vlogen. Maar hij was vooral op het veld door zijn verbetenheid zeer waardevol voor de ploeg. Een terriër op voetbalschoenen. Johan Cruijff noemde hem de lastigste tegenstander die hij ooit had.Nu hij aan de andere kant van de barrière stond had Vogts, zo bleek toen, zijn ideeën over het trainersvak. Hij vond dat de voetbalsport zijn oorspronkelijk gelaat moest terugkrijgen. Hoeveel trainers, vroeg hij zich af, zijn er die nog aandacht besteden aan het geven van een juiste voorzet? Terwijl je dat toch in iedere training moest herhalen. Vele trainers deden volgens hem te ingewikkeld, vier tegen vier plus één, je moest haast wiskunde gestudeerd hebben om dat allemaal te begrijpen. Het klonk cynisch. Trainen, declameerde Vogts ook nog, moest genieten zijn. En niet werken. Goeie trainers, vervolgde hij, leerden je om van het voetbal te houden. Vogts waarschuwde toen al voor overvolle kalenders en zei tussendoor dat hij de Rode Duivels als voorbeeld stelde voor de manier waarop je tactisch moet voetballen.Aan niets deed Berti Vogts toen denken aan de voetballer die nooit iets te melden had. Acht jaar bleef hij bondscoach van Duitsland waarmee hij in 1996 de Europese titel won. Later werkte hij nog in Koeweit, Schotland, Nigeria, Azerbeidzjan en de Verenigde Staten. Nu heeft hij zich al langer teruggetrokken. Met Borussia Mönchengladbach heeft hij nog weinig te maken. Hij botste in 2014 met de toenmalige voorzitter Rolf Königs, de brokken werden niet meer gelijmd. Toch gaat Berti soms nog kijken. Maar hij betaalt zijn toegangsticket zelf.