Je hebt ooit gezegd dat er niets spontaan was aan je spel. Dat het voor jou slechts werk was. Uren trainen, steeds hetzelfde doen. Ben je of was je jaloers op de spontaneïteit van bepaalde goalgetters?

Jean-Pierre Papin: 'Ik zag Gerd Müller en Joe Jordan wel graag bezig. Die laatste was een Schot bij Manchester United. Ik was destijds heel erg pro Engels en Duits voetbal.'

'Op tv keek ik naar een programma waarin ze de 'goals uit het buitenland' lieten zien en ik had de indruk dat volleys alleen in die landen gemaakt werden. Het mooiste was dat ik ook ooit in dat programma gepasseerd ben, toen ik bij Club Brugge speelde.'

En dat niet-spontane van je spel?

Papin: 'Als je elke dag werkt, perfectioneer je jezelf. Ik heb het geteld: ik heb de bal meer dan 1,6 miljoen keer geraakt. Tweehonderd keer per dag op training gedurende praktisch heel mijn carrière. Daaruit heb ik 346 goals gepuurd, een relatief laag getal uiteindelijk.'

'Maar wat je moet onthouden, is dat je al dat werk doet om niet te moeten nadenken tijdens een match. Om je te doen geloven dat wat je doet en de doelpunten die je maakt, op instinct tot stand komen. Maar niets is minder waar. Pas na mijn carrière heb ik dat begrepen. Door mijn goals en die van anderen terug te zien. De looplijnen die je maakt, de positionering van je lichaam op het moment dat het de bal raakt, dat is allesbehalve instinct, dat is het resultaat van werk. Uren werk. En dat raak je heel snel kwijt.'

Je bent dus van mening dat je niet geboren bent als goalgetter, maar dat je er één wordt? Geloof je dan niet in aangeboren kwaliteiten?

Papin: 'Toch wel, ik denk dat men geboren wordt met bepaalde kwaliteiten. Ik had scoren in mijn bloed, dat denk ik echt. Maar aan elke gave moet je werken. Toen ik heel klein was, leerde mijn papa me correct tegen een bal te trappen. Ik was héél jong toen ik al probleemloos een bal over veertig meter kon versturen. Eerlijk, ik had een perfecte traptechniek.'

'Maar ik ben pas echt beginnen werken op mijn doelgerichtheid bij Olympique Marseille... (denkt na) Nee, dat klopt niet. Bij Club Brugge deed ik al een soort 'van goal tot goal' met Philippe Vande Walle. Net zoals ik was hij in staat om met gemak lange ballen van vijftig meter te trappen. We zetten dan de mobiele doelen ver uit elkaar en we verstuurden raketten naar elkaar. De regels waren simpel: we waren om beurten keeper. Dat kon 45 à 50 minuten duren.'

Maurice Brun

Lees woensdag het volledige interview met Jean-Pierre Papin op Sportmagazine.be.

Je hebt ooit gezegd dat er niets spontaan was aan je spel. Dat het voor jou slechts werk was. Uren trainen, steeds hetzelfde doen. Ben je of was je jaloers op de spontaneïteit van bepaalde goalgetters?Jean-Pierre Papin: 'Ik zag Gerd Müller en Joe Jordan wel graag bezig. Die laatste was een Schot bij Manchester United. Ik was destijds heel erg pro Engels en Duits voetbal.''Op tv keek ik naar een programma waarin ze de 'goals uit het buitenland' lieten zien en ik had de indruk dat volleys alleen in die landen gemaakt werden. Het mooiste was dat ik ook ooit in dat programma gepasseerd ben, toen ik bij Club Brugge speelde.'En dat niet-spontane van je spel?Papin: 'Als je elke dag werkt, perfectioneer je jezelf. Ik heb het geteld: ik heb de bal meer dan 1,6 miljoen keer geraakt. Tweehonderd keer per dag op training gedurende praktisch heel mijn carrière. Daaruit heb ik 346 goals gepuurd, een relatief laag getal uiteindelijk.''Maar wat je moet onthouden, is dat je al dat werk doet om niet te moeten nadenken tijdens een match. Om je te doen geloven dat wat je doet en de doelpunten die je maakt, op instinct tot stand komen. Maar niets is minder waar. Pas na mijn carrière heb ik dat begrepen. Door mijn goals en die van anderen terug te zien. De looplijnen die je maakt, de positionering van je lichaam op het moment dat het de bal raakt, dat is allesbehalve instinct, dat is het resultaat van werk. Uren werk. En dat raak je heel snel kwijt.'Je bent dus van mening dat je niet geboren bent als goalgetter, maar dat je er één wordt? Geloof je dan niet in aangeboren kwaliteiten?Papin: 'Toch wel, ik denk dat men geboren wordt met bepaalde kwaliteiten. Ik had scoren in mijn bloed, dat denk ik echt. Maar aan elke gave moet je werken. Toen ik heel klein was, leerde mijn papa me correct tegen een bal te trappen. Ik was héél jong toen ik al probleemloos een bal over veertig meter kon versturen. Eerlijk, ik had een perfecte traptechniek.''Maar ik ben pas echt beginnen werken op mijn doelgerichtheid bij Olympique Marseille... (denkt na) Nee, dat klopt niet. Bij Club Brugge deed ik al een soort 'van goal tot goal' met Philippe Vande Walle. Net zoals ik was hij in staat om met gemak lange ballen van vijftig meter te trappen. We zetten dan de mobiele doelen ver uit elkaar en we verstuurden raketten naar elkaar. De regels waren simpel: we waren om beurten keeper. Dat kon 45 à 50 minuten duren.' Maurice BrunLees woensdag het volledige interview met Jean-Pierre Papin op Sportmagazine.be.