Zes weken geleden overleed Piet Keizer, de weergaloze linksbuiten die in het gouden Ajax van de jaren zeventig een koningskoppel vormde met Johan Cruijff. Maar buiten Nederland werd er niet bovenmatig veel aandacht besteed aan de dood van Keizer. Nochtans zei de virtuoze Nederlandse journalist en columnist Nico Scheepmaker ooit: 'Cruijff was de beste, maar Keizer was beter.'

Dezelfde Scheepmaker probeerde Cruijff met een componist te vergelijken en noemde hem 'Johan Sebastian Cruijff', waarbij hij verwees naar Johann Sebastian Bach die in de muziek voor twee totaal verschillende stijlen zorgde. Net zoals Bach belangrijk is geweest voor de evolutie van de toonkunst, zo zal Cruijff dat zijn voor de evolutie van de voetbalkunst, zo schreef Scheepmaker al in 1972.

Het waren poëtische, maar vooral profetische woorden. Omdat Johan Cruijff bij Ajax een soort totaalvoetbal ontwierp, waarbij de tegenpartij op de eigen speelhelft werd opgesloten en opgejaagd. Samen met Piet Keizer besprak hij toen zeer gedetailleerd de tactiek. Maar dat kwam nooit naar buiten. Het was telkens weer Cruijff die gold als de dirigent en regisseur van Ajax.

Vrijdag was het één jaar geleden dat Johan Cruijff overleed. Het ging zeker in Nederland niet onopgemerkt voorbij. Daar leeft Cruijff verder: als een mythe, als een dartele en technisch hooggeschoolde artiest. Tempowisselingen en schijnbewegingen, snelheid en gratie, Cruijff was niet te verdedigen. Hij voetbalde met het hoofd want, zei hij, de bal is sneller dan de benen. Het was een van zijn bekende aforismen. Vooral als analist gebruikte hij die, zonder dat iemand hem tegensprak, ook als je niet wist wat hij bedoelde. Want in lange, gloedvolle monologen gaf Cruijff niet alleen de indruk de waarheid te kennen, maar de waarheid te zijn.

Dat klinkt betweterig, maar zo kwam Johan Cruijff eigenlijk niet over. Wat dat betreft schuilde er een vreemd dualisme in hem. Hij hoefde niet met complimenten te worden overladen. De vroegere Ajaxtrainer Rinus Michels bijvoorbeeld bouwde zijn status op de ideeën van Cruijff en liet uitschijnen dat hij de bezieler was van de triomfen die de Amsterdamse club toen vierde. Cruijff sprak het nooit tegen.

Eén jaar na zijn dood leeft de sportieve erfenis van Johan Cruijff verder. Alleen van de idee om de AmsterdamArena om te dopen in Johan Cruijff Stadion kwam niets terecht. Het is voor Ajax financieel niet opportuun omdat het de club de mogelijkheid ontneemt de stadionnaam commercieel te verzilveren. Voor Cruijff zou het ook niet gemoeten hebben. Om eigen glorie was het hem nooit te doen. Wel om de pure schoonheid van het spel.

Jacques Sys, hoofdredacteur van Sport/Voetbalmagazine en al ruim 40 jaar in de journalistiek, graaft iedere zaterdag in zijn archief

Zes weken geleden overleed Piet Keizer, de weergaloze linksbuiten die in het gouden Ajax van de jaren zeventig een koningskoppel vormde met Johan Cruijff. Maar buiten Nederland werd er niet bovenmatig veel aandacht besteed aan de dood van Keizer. Nochtans zei de virtuoze Nederlandse journalist en columnist Nico Scheepmaker ooit: 'Cruijff was de beste, maar Keizer was beter.'Dezelfde Scheepmaker probeerde Cruijff met een componist te vergelijken en noemde hem 'Johan Sebastian Cruijff', waarbij hij verwees naar Johann Sebastian Bach die in de muziek voor twee totaal verschillende stijlen zorgde. Net zoals Bach belangrijk is geweest voor de evolutie van de toonkunst, zo zal Cruijff dat zijn voor de evolutie van de voetbalkunst, zo schreef Scheepmaker al in 1972. Het waren poëtische, maar vooral profetische woorden. Omdat Johan Cruijff bij Ajax een soort totaalvoetbal ontwierp, waarbij de tegenpartij op de eigen speelhelft werd opgesloten en opgejaagd. Samen met Piet Keizer besprak hij toen zeer gedetailleerd de tactiek. Maar dat kwam nooit naar buiten. Het was telkens weer Cruijff die gold als de dirigent en regisseur van Ajax.Vrijdag was het één jaar geleden dat Johan Cruijff overleed. Het ging zeker in Nederland niet onopgemerkt voorbij. Daar leeft Cruijff verder: als een mythe, als een dartele en technisch hooggeschoolde artiest. Tempowisselingen en schijnbewegingen, snelheid en gratie, Cruijff was niet te verdedigen. Hij voetbalde met het hoofd want, zei hij, de bal is sneller dan de benen. Het was een van zijn bekende aforismen. Vooral als analist gebruikte hij die, zonder dat iemand hem tegensprak, ook als je niet wist wat hij bedoelde. Want in lange, gloedvolle monologen gaf Cruijff niet alleen de indruk de waarheid te kennen, maar de waarheid te zijn.Dat klinkt betweterig, maar zo kwam Johan Cruijff eigenlijk niet over. Wat dat betreft schuilde er een vreemd dualisme in hem. Hij hoefde niet met complimenten te worden overladen. De vroegere Ajaxtrainer Rinus Michels bijvoorbeeld bouwde zijn status op de ideeën van Cruijff en liet uitschijnen dat hij de bezieler was van de triomfen die de Amsterdamse club toen vierde. Cruijff sprak het nooit tegen.Eén jaar na zijn dood leeft de sportieve erfenis van Johan Cruijff verder. Alleen van de idee om de AmsterdamArena om te dopen in Johan Cruijff Stadion kwam niets terecht. Het is voor Ajax financieel niet opportuun omdat het de club de mogelijkheid ontneemt de stadionnaam commercieel te verzilveren. Voor Cruijff zou het ook niet gemoeten hebben. Om eigen glorie was het hem nooit te doen. Wel om de pure schoonheid van het spel.