Aan ervaring geen gebrek bij Juventus. Met een gemiddelde leeftijd van 30 jaar en 274 dagen is het met afstand de oudste ploeg in de Serie A, met vijf à zes spelers van 30 of meer in de basiself. Tot voor kort klonk het dat Juventus té oud was. Het halve team had al lang met pensioen moeten zijn, monument Gianluigi Buffon en zijn stokoude verdediging voorop.
...

Aan ervaring geen gebrek bij Juventus. Met een gemiddelde leeftijd van 30 jaar en 274 dagen is het met afstand de oudste ploeg in de Serie A, met vijf à zes spelers van 30 of meer in de basiself. Tot voor kort klonk het dat Juventus té oud was. Het halve team had al lang met pensioen moeten zijn, monument Gianluigi Buffon en zijn stokoude verdediging voorop. Maar net de ervaring én de winnaarscultuur bij de Oude Dame deden op de moeilijke momenten de titelstrijd in het voordeel van de club uit Turijn kantelen. Dat gaf ex-Juvespeler Gianluca Vialli onlangs nog eens aan in een interview: 'Ervaring is doorslaggevend. Omdat ervaring je toelaat om je emoties te beheersen. Je verliest minder energie en je weet welke momenten in een wedstrijd je moet benutten. De rol van een trainer is daarbij belangrijk. Slecht verwerkte druk haalt het rendement met een kwart omlaag, goed omgaan met druk maakt je daarentegen een kwart sterker. De trainer is de mentale leider van een ploeg.' Juve toonde dit seizoen de veerkracht om op te staan wanneer iedereen de ploeg al had opgegeven. Het winnende doelpunt dat Gonzalo Higuaín twee weken geleden in de slotminuut tegen Inter maakte, hét kantelmoment in de titelstrijd, was daar de verpersoonlijking van. Higuaín stond al 716 minuten droog, en de krantenjournalisten hadden vijf minuten voor tijd uitgemaakt dat hij dé flop van de wedstrijd zou worden, omdat hij nog geen bal had geraakt. Maar wanneer het money time is, schrikt Juve wakker. In één minuut bezorgde Higuaín de titelconcurrent een flinke dreun, vooral mentaal. De Napolitanen weten dat bij hen iedereen een hele wedstrijd top moet zijn om de drie punten te kunnen pakken. Terwijl Massimiliano Allegri, wanneer het niet loopt, gewoon even een ingreep doet waarmee hij de match kan doen kantelen. Zoals het inzetten van Juan Cuadrado op de rechtsback op Inter, een keuze waarbij iedereen de wenkbrauwen fronste, maar die eens te meer de goeie gok bleek. Allegri beheerst alle eigenschappen die vaak worden toegeschreven aan een toptrainer: een systeem uitwerken dat de spelers past als een op maat gesneden pak, waar ze zich comfortabel in voelen, de kleedkamer in de hand houden zodat de topvoetballers zich goed voelen, én met één gerichte ingreep een wedstrijd doen kantelen. Het maakt van de 50-jarige trainer van Juve de tegenpool van Maurizio Sarri. Die werkt de competitie af met een vast systeem, een 4-3-3, waarin bij voorkeur dezelfde veertien spelers gebruikt worden, die allemaal precies weten wat hun taak is. Bij Juventus is geen sprake van een vast systeem, of van een basiselftal. De Argentijnse topspits Paulo Dybala die zaterdag opnieuw beslissend was, startte een week eerder in de topper op Inter gewoon op de bank, mocht invallen en scoren. Niet voor het eerst dat seizoen. Een van je topschutters gewoon op de bank houden is een weelde die Sarri zich niet kon permitteren. Over de rol van zijn Argentijnse spits liet Allegri nog optekenen: 'Dybala heeft de potentie om een wereldtopper te worden, maar moet nog leren om zichzelf in vraag te stellen en zich op te offeren voor het team.' Allegri heeft keuze zat, met een kern die zo uitgebreid en uitgebalanceerd is dat hij voor elke plaats minstens twee oplossingen heeft, een luxe waar Sarri niet over beschikt. De trainer van Juventus kon het zich permitteren de duurste aankoop van de voorbije zomer, Douglas Costa, wekenlang op de bank te laten toen die in de voorbereiding en bij de start van de competitie zijn draai nog niet had gevonden. Ook zaterdag, tegen het bescheiden Bologna, was Douglas Costa invaller, maar wat voor één: met twee prachtige assists effende hij het pad naar de titel. Het is een zekerheid waar Allegri altijd op kan terugvallen. Hij weet: grote spelers staan er in de grote wedstrijden, op het juiste moment. Uiteindelijk wint Juve straks zijn zevende opeenvolgende titel op basis van vier troeven: vooreerst de mentale kracht van een aantal persoonlijkheden met veel ervaring. Daarnaast heeft Allegri de afgelopen vier jaar telkens de boot water leek te maken de goeie tactische keuzes gemaakt. Hij kan met één ingreep een wedstrijd naar zijn hand zetten. Ten derde weet hij dat de grote spelers, genre Buffon en Higuaín, er op grote momenten staan. En ten slotte beschikt hij over een ruime en kwalitatief gestoffeerde kern. Vialli omschrijft Sarri als een orkestleider die zijn muzikanten met vaste hand leidt, en dat laat klinken als een volmaakte symfonie. 'Terwijl Allegri een jazzorkestje dirigeert, waarbij hij de richting aangeeft, maar de muzikanten weten dat ze zelf moeten uitmaken wanneer ze de partituur volgen, en wanneer ze mogen, zelfs moeten improviseren. Allegri benadert een wedstrijd niet vanuit een schema. Hij wacht af hoe de match evolueert, en grijpt dan in. Terwijl Sarri bij één systeem zweert (4-3-3) op de helft van de tegenstander, kiest de trainer van Juventus à la carte. Zes verschillende systemen gebruikte hij al.' Voor de pure liefhebbers is het enige minpunt van de nakende titel van Juve dat het de zege is van het typische Italiaanse spel, gebaseerd op een pragmatische aanpak. Het mooie dominante voetbal van Napoli, waarvan velen hoopten dat het een nieuwe mode zou worden in de Laars, delft uiteindelijk het onderspit. Onder meer Arrigo Sacchi vindt dat Allegri met zoveel kwaliteiten meer zouden moeten durven in plaats van met minimale inspanningen een maximaal rendement na te streven. Allegri vindt dat overdreven en verdedigt zijn keuzes voor improvisatie: 'Er wordt te veel gepraat over tactiek en schema's. Jullie denken dat schema's het halen van duels en geniale momenten. Als dat zo is, zijn Messi, Ronaldo en Higuaín niets waard. Want wat zij doen, past niet in zo'n uitgewerkt schema. Er wordt te weinig rekening gehouden met individueel talent, en te veel met theoretische modellen. Je moet uitgaan van een goeie organisatie, maar kampioenen en technische hoogstandjes verdienen meer waardering, net omdat zij vaak het verschil maken.' Wat ook helpt, is dat de Oude Dame qua structuur in Italië de concurrentie lichtjaren vooruit is. In 2016-2017 sloot het voor het derde jaar op rij af met winst, met name plus 42 miljoen euro. Alleen Napoli deed beter, met 66 miljoen winst. Uit het ultramoderne Juventusstadion haalde het vorig seizoen 63 miljoen inkomsten: meer dan het dubbele van de concurrenten AS Roma, Inter en Milan en het drievoudige van Napoli. Aan tv-gelden ontving het mede dankzij de Champions League 232 miljoen, terwijl Napoli op 145 miljoen bleef hangen en Roma, Milan en Inter rond de 100 miljoen schommelen. Daarmee kan je al een mooi ploegje samenstellen.