We zitten er hier in België al een tijdje naar uit te kijken: een duel tussen Eden Hazard en Lionel Messi. In de clásico van vorig weekend kwam het er weer niet van, omdat onze landgenoot, net zoals vorig seizoen tot twee keer toe, verstek moest geven door blessureleed. Wedstrijden tussen topclubs doen de voetbalsupporter sowieso watertanden, maar als die match dan nog eens gelardeerd wordt met een 'shoot-out' tussen twee topvoetballers, dan loopt het kwijl met emmers naar buiten. Vooral in de Aziatische landen wordt er gekickt op vedetten. Bij het verkopen van tv-rechten kan de aanwezigheid van een aantal supersterren dus een slok op de borrel betekenen.
...

We zitten er hier in België al een tijdje naar uit te kijken: een duel tussen Eden Hazard en Lionel Messi. In de clásico van vorig weekend kwam het er weer niet van, omdat onze landgenoot, net zoals vorig seizoen tot twee keer toe, verstek moest geven door blessureleed. Wedstrijden tussen topclubs doen de voetbalsupporter sowieso watertanden, maar als die match dan nog eens gelardeerd wordt met een 'shoot-out' tussen twee topvoetballers, dan loopt het kwijl met emmers naar buiten. Vooral in de Aziatische landen wordt er gekickt op vedetten. Bij het verkopen van tv-rechten kan de aanwezigheid van een aantal supersterren dus een slok op de borrel betekenen. In een tijd waarin het coronavirus de voetbalwereld gijzelt, lopen inkomsten uit ticketing en sponsoring immers bij alle voetbalclubs drastisch terug. Het belang van het geld dat gehaald wordt uit de verkoop van tv-rechten neemt dus hand over hand toe. Nu, de Spaanse eerste klasse verkoopt als product erg goed. Volgens een recente studie van Deloitte haalde het in het seizoen 2018/19 - het eerste seizoen zónder Cristiano Ronaldo - 1,8 miljard euro uit het verpatsen van tv-rechten. Dat is beter dan de Bundesliga en de Serie A (allebei 1,4 miljard), maar nog ver verwijderd van de ongenaakbare Premier League (3,4 miljard). Volgens Javier Tebas, voorzitter van de Spaanse profliga, heeft het vertrek van CR7 de Spaanse Primera División dan ook niet beschadigd: 'Cristiano vertrok en we bleven onze tv-rechten verkopen. Eerder ging Neymar weg en ook dat was geen probleem. De Ligue 1 heeft niet plots de dimensie van de Premier League gekregen alleen omdat Neymar er voetbalt. In de Serie A gebeurde dat ook niet met Cristiano. Een speler die een competitie transformeert, bestaat niet. Mochten Messi en Cristiano nu allebei op hetzelfde moment vertrokken zijn, dan zou ik me wel zorgen gemaakt hebben.' Want Tebas kan niet ontkennen dat de aanwezigheid van de Argentijn heel belangrijk is voor La Liga. 'Messi is de beste speler uit de geschiedenis van het voetbal en we hebben hem altijd in onze competitie gehad. Ik denk dat we zijn vertrek wél zouden voelen. En zeker als hij in een andere competitie aan de slag gaat.' Nu al wordt gesteld dat de Spaanse competitie tussen 2009 en 2018 een gouden periode heeft gekend. In dat tijdperk teerde La Liga op de titanenstrijd tussen Messi en Cristiano, dé uithangborden die de rest van het deelnemersveld tot figuranten degradeerden en de clásico lieten uitgroeien tot een sportevenement dat over heel de wereld gevolgd werd (650 miljoen kijkers). Na het vertrek van CR7 is het onmiskenbaar dat La Liga wat van zijn attractiviteit ingeboet heeft. Toch is Tebas er al jaren bezig mee bezig om de Spaanse competitie sterker te maken. Het grote voorbeeld daarbij is de Premier League, waar de clubcultus de bovenhand neemt op de personencultus. Denk maar aan het commerciële succes dat Manchester United blijft hebben overal ter wereld, ondanks het feit dat de ploeg sportief al jaren slabakt. Een cruciaal verkoopsargument is, volgens Tebas, dat er spanning is in een competitie tot op het einde. Wie dan uiteindelijk de titel pakt, maakt niet uit, aldus Tebas. Toch valt het op dat de Premier League de afgelopen tien seizoenen vijf verschillende kampioenen kende (Chelsea, Manchester City, Manchester United, Leicester City en Liverpool), terwijl in La Liga doorgaans twee honden vechten om het been. In de laatste tien jaar slaagde alleen Atlético Madrid erin om de derde hond te zijn (in 2014). Maar het moet gezegd: de laatste jaren nam de spankracht in de Primera División toe en konden een aantal clubs lang hun wagonnetje aan de grote twee haken. Dat is uiteindelijk ook de betrachting: de rest van het deelnemersveld sterker maken om de intensiteit van de competitie te vergroten. Alleen zo kan La Liga aantrekkelijk blijven.