In het begin van het seizoen werden er nog heel wat vraagtekens geplaatst bij het Real Madrid van Zinédine Zidane. De grootste aanwinst Eden Hazard kon niet meteen de twijfels wegnemen en de andere nieuwkomers waren te groen achter de oren om meteen hun stempel te drukken. Het 'nieuwe' Real had zo verdacht veel weg van het oude. Het team leek maar moeizaam op dreef te komen. Een keerpunt was de nederlaag op Real Mallorca midden oktober (1-0). Sindsdien verloren de troepen van Zizou geen enkele wedstrijd meer, wonnen ze de clásico in Camp Nou op punten (0-0) en zetten ze de Spa...

In het begin van het seizoen werden er nog heel wat vraagtekens geplaatst bij het Real Madrid van Zinédine Zidane. De grootste aanwinst Eden Hazard kon niet meteen de twijfels wegnemen en de andere nieuwkomers waren te groen achter de oren om meteen hun stempel te drukken. Het 'nieuwe' Real had zo verdacht veel weg van het oude. Het team leek maar moeizaam op dreef te komen. Een keerpunt was de nederlaag op Real Mallorca midden oktober (1-0). Sindsdien verloren de troepen van Zizou geen enkele wedstrijd meer, wonnen ze de clásico in Camp Nou op punten (0-0) en zetten ze de Spaanse supercup bij in de trofeekast. In die ploeg, die stelselmatig crescendo lijkt te gaan, is er één constante factor: Karim Benzema. De 32-jarige Franse spits is dit seizoen betrokken bij zowat de helft van de doelpunten van Real. Met dank aan de connectie met Eden Hazard, want de Belg en de Fransman vinden elkaar met de ogen dicht op het veld. De blessure van onze landgenoot is dan ook een streep door de rekening van de spits, die de laatste weken minder vlot de weg naar doel vindt. Hazard zwaaide onlangs met lof naar zijn ploegmaat: 'Nu ik drie à vier maanden samen met hem gevoetbald heb, denk ik dat hij de beste aanvaller ter wereld is. Bovendien maakt hij ook andere spelers beter.' Overdreven? Laat ons er even een paar cijfers bij nemen. Want Benzema, bezig aan zijn elfde seizoen in de Spaanse hoofdstad, kan verbluffende statistieken voorleggen. In zijn tien voorgaande seizoenen bij de Koninklijke was hij gemiddeld goed voor 22 goals en 11 assists per seizoen, alle competities inbegrepen. Dat zijn indrukwekkende cijfers voor de spits van een absolute topclub, maar ze bleven onderbelicht door de aanwezigheid van ene Cristiano Ronaldo. Zo staat Benzema bijvoorbeeld ook vierde in de topschutterslijst aller tijden van de Champions League en Europacup I, maar met zijn 64 goals komt hij nog niet aan de helft van de doelpuntenproductie van de nummer één, Cristiano (129 goals). Even imposant is de regelmaat die Benzema aan de dag legt: in die tien jaar speelde hij gemiddeld 46 matchen per seizoen. Heel wat spelers zouden daarvoor tekenen. Benzema zag ook heel wat grote namen de revue passeren: in zijn eerste officiële wedstrijd voor Real, op 29 augustus 2009 tegen Deportivo La Coruña (3-2-winst, een assist van Benzema), voetbalde hij nog aan de zijde van Raúl González Blanco in de spits. Draafden toen ook op: Ricardo Kaká, Iker Casillas, Xabi Alonso, Royston Drenthe, Guti, Gonzalo Higuaín... Benzema heeft hen allemaal overleefd. Hij is, na Sergio Ramos en Marcelo, de speler met de meeste dienstjaren in het eerste elftal van Real. Dat Florentino Pérez in 2009 voor de Fransman met Algerijnse roots 35 miljoen euro betaalde aan Olympique Lyon, kan intussen dus beschouwd worden als een goede belegging. Geen wonder dus dat zijn contract eind vorig jaar met nog een jaar verlengd werd, tot 30 juni 2022.