"Naarmate de jaren vorderen, speel ik steeds meer achteraan", doet de Senegalees zijn relaas in Sport/Voetbalmagazine. "Brussels had me getransfereerd als echte spits en bij de jeugd was ik ook altijd een aanvaller. Dat ik nu verdediger ben, is te danken aan twee trainers: Patrick Wachel en Albert Cartier." Het trainersduo van FC Brussels hevelde Kouyaté over naar het middenveld.

"Aanvankelijk wilde ik daar helemaal niet van weten. Want ik wist maar al te goed hoe moeilijk de rol is van een defensieve middenvelder: heel de wedstrijd gaten dichtlopen en vechten om ballen te recupereren", gaat Kouyaté verder.

"Ik dacht gewoon dat ik dat niet kon. Ik had wel de conditie om veel kilometers te lopen, maar ik had nooit geleerd om hard te zijn voor de tegenstanders. Wachel zei me echter dat ik als middenvelder nog veel meer in het strafschopgebied van de tegenstander zou kunnen opduiken dan ik dacht."

Ondertussen leerde de boomlange Afrikaan zijn positie als centrale verdediger te omarmen: "Ik hou van die rol omdat ze veel minder vermoeiend is dan een positie op het middenveld. Ik heb immers nog altijd moeite om mijn inspanningen te doseren."

"Als aanvaller en middenvelder liep ik me de hele match de pleuris omdat ik heel veel balcontact wilde. Maar ik moest daar uiteraard op een bepaald ogenblik de tol voor betalen: mijn niveau daalde naarmate de wedstrijd vorderde omdat mijn batterijen steeds leger werden. Achteraan heb ik dat probleem niet. (PD)

"Naarmate de jaren vorderen, speel ik steeds meer achteraan", doet de Senegalees zijn relaas in Sport/Voetbalmagazine. "Brussels had me getransfereerd als echte spits en bij de jeugd was ik ook altijd een aanvaller. Dat ik nu verdediger ben, is te danken aan twee trainers: Patrick Wachel en Albert Cartier." Het trainersduo van FC Brussels hevelde Kouyaté over naar het middenveld. "Aanvankelijk wilde ik daar helemaal niet van weten. Want ik wist maar al te goed hoe moeilijk de rol is van een defensieve middenvelder: heel de wedstrijd gaten dichtlopen en vechten om ballen te recupereren", gaat Kouyaté verder. "Ik dacht gewoon dat ik dat niet kon. Ik had wel de conditie om veel kilometers te lopen, maar ik had nooit geleerd om hard te zijn voor de tegenstanders. Wachel zei me echter dat ik als middenvelder nog veel meer in het strafschopgebied van de tegenstander zou kunnen opduiken dan ik dacht." Ondertussen leerde de boomlange Afrikaan zijn positie als centrale verdediger te omarmen: "Ik hou van die rol omdat ze veel minder vermoeiend is dan een positie op het middenveld. Ik heb immers nog altijd moeite om mijn inspanningen te doseren." "Als aanvaller en middenvelder liep ik me de hele match de pleuris omdat ik heel veel balcontact wilde. Maar ik moest daar uiteraard op een bepaald ogenblik de tol voor betalen: mijn niveau daalde naarmate de wedstrijd vorderde omdat mijn batterijen steeds leger werden. Achteraan heb ik dat probleem niet. (PD)