Een seizoen lang was Liverpool vorig jaar op de sukkel met zijn verdediging. 'Weer een centrale verdediger zeker', anticipeerde Jürgen Klopp op een gegeven moment als iemand van zijn staf melding kwam doen van een blessure. Bevestigend knikken volstond. Zo was het voor The Reds spurten om alsnog een plaats in de Champions League af te dwingen. Waarop Georginio Wijnaldum richting PSG verdween, later gevolgd door Xherdan Shaqiri (Ol. Lyon) en nog wat jongens die minder speelminuten maakten.
...

Een seizoen lang was Liverpool vorig jaar op de sukkel met zijn verdediging. 'Weer een centrale verdediger zeker', anticipeerde Jürgen Klopp op een gegeven moment als iemand van zijn staf melding kwam doen van een blessure. Bevestigend knikken volstond. Zo was het voor The Reds spurten om alsnog een plaats in de Champions League af te dwingen. Waarop Georginio Wijnaldum richting PSG verdween, later gevolgd door Xherdan Shaqiri (Ol. Lyon) en nog wat jongens die minder speelminuten maakten. De fans van Liverpool zagen hoe een aantal topclubs grote bewegingen maakten. Jack Grealish naar City, Romelu Lukaku naar Chelsea, Raphaël Varane, Jadon Sancho en Cristiano Ronaldo naar United... Bij The Reds bleef het evenwel kalm. Eén nieuwkomer slechts: Ibrahima Konaté, weggehaald bij RB Leipzig voor 40 miljoen euro. Een centrale verdediger, uiteraard. Meer niet. De vingers bleven op de knip. Alweer. Als je de transfersommen die de grote clubs de voorbije twee seizoenen spendeerden, met mekaar gaat vergelijken, dan is Liverpool met een transferuitgave van ongeveer 125 miljoen euro over de voorbije twee seizoenen (en drie transferperiodes) absoluut geen big spender. Het staat daarmee pas elfde in Europa. Aan de leiding: Chelsea, dat in twee jaar ruim 380 miljoen euro uitgaf aan nieuwe spelers. Manchester City volgt op de tweede plaats met ongeveer 300 miljoen euro. Daarna komen Arsenal (264 miljoen), Manchester United (235) en Tottenham (187).Pas daarna volgen clubs van het vasteland: Juventus (180 miljoen euro), Atlético Madrid (173 miljoen), PSG (153 miljoen), Inter (151 miljoen) en Barcelona (133 miljoen euro). Dan volgen de Reds, naast de rijkste club van de Bundesliga, Bayern München. Opvallend: Real Madrid was de voorbije twee seizoenen ook zeer zuinig. Daar heeft, naast corona, de vernieuwing van het stadion en het njet van PSG voor Kylian Mbappé alles mee te maken. In oktober 2020 vierden de eigenaars van Liverpool hun tien jaar aan de macht. In 2010 nam de Fenway Sports Group de club over voor 300 miljoen pond (nu ongeveer 350 miljoen euro). Als je hun investeringen de voorbije tien jaar in nieuwe spelers bij mekaar telt, blijkt dat The Reds hun succes (één titel, één keer winst in de Champions League en één ligabeker) niet haalden door enorm veel te spenderen. Chelsea en Manchester City gaven elk evenveel uit aan nieuwkomers (ruim 2,1 miljard), gevolgd door Manchester United (1,76 miljard). Liverpool volgt op redelijke afstand, met een investering van 1,3 miljard. Van alle topclubs verdiende Chelsea het beste aan transfers over die periode: ze verkochten voor 1,1 miljard, bijna het dubbele van Manchester City. De Londense club is de laatste tien jaar een echt handelshuis. Over dezelfde periode verkocht Liverpool voor ongeveer 660 miljoen. De relatieve stilte op de transfermarkt staat in schril contrast met de ferme klim die The Reds op de ranglijst van de rich list maken, zoals Deloitte die elk jaar samenstelt. Daar leiden de twee Spaanse giganten, Real Madrid en Barcelona, met ruime voorsprong op Bayern München, Manchester United en Liverpool. Een decennium geleden stonden The Reds pas negende. Zakelijk hebben de Amerikanen het dus uitstekend gedaan, vooral dankzij de uitbouw van Anfield. Het inkomen uit wedstrijddagen maakt zo'n 15 procent uit van het jaarinkomen. Van de televisie komt 42 procent, commerciële deals zijn goed voor 44 procent. Rijker dan vroeger en minder geld voor transfers. Waar gaan de centen dan naartoe? Naar de eigenaars? Hun club stijgt in waarde, maar dividenden keren ze zichzelf niet uit, anders dan bij United waar de Glazers hun overname ook nog eens betaalden met geleend geld (dat moet worden afgelost door de club). Bij Liverpool investeerden ze in stenen (uitbouw van het stadion én een nieuw oefencomplex), maar ook in lonen. Na City heeft de ploeg de hoogste loonlast. Continuïteit en langdurige contracten hebben er meer prioriteit dan steeds weer nieuwe spelers.