Razendsnel kan het in het voetbal dus allemaal veranderen. Tijdens dit WK werd het steriele spel van de Duitse nationale ploeg bekritiseerd en hing de hakbijl boven het hoofd van bondscoach Joachim Löw. Het gereputeerde weekblad Der Spiegel wijdde er deze week zelfs een omslagverhaal aan. Löw, zo heette het, is een van de meest constante en moderne trainers van Europa, maar niemand die hem nog begrijpt. Hij vond geen recept om de Mannschaft weer aan het voetballen te krijgen, de held uit vroegere dagen leek uit te groeien tot een zondenbok, ook al was er tijdens dit WK één enkele keer indruk gemaakt, toen Portugal met 4-0 in de pan werd gehakt. De andere vier matchen verliepen moeizaam, on-Duits als je het vergelijkt met het sprankelende spel van de afgelopen jaren, het gevolg van een opmerkelijke cultuuromslag.

Wat is er van die kritiek nog overgebleven na de historische 1-7 tegen Brazilië? Het boulevardblad Bild pakte na deze triomf uit met tien extra bladzijden en bracht een lofzang aan Joachim Löw. Plots werd hij weer een trainer genoemd die esthetisch voetbal propageert, iemand die als weinig anderen zijn spelers vertrouwen kan geven, die zichzelf voortdurend bijschoolt en op de vooravond van de WK-finale tegen Argentinië een indrukwekkende balans kan voorleggen: 111 wedstrijden, 76 overwinningen, 20 draws en slechts 15 nederlagen. Of: een balans van 68 procent gewonnen wedstrijden. Geen enkele Duitse bondscoach deed beter.

Het opmerkelijke aan Joachim Löw is dat hij altijd de rust in persoon blijft. Hij vertelde na de zege tegen Brazilië dat je deze wedstrijd vooral niet moet overwaarderen. Hij zei meteen dat de trainingen in de aanloop naar de finale achter gesloten deuren zou plaatsvinden en hij benadrukte waarop hij tijdens die oefensessies het accent zou leggen: op het verder instuderen en verfijnen van standaardsituaties, op het nemen van vrij- en hoekschoppen. Er zijn er, zoals Marc Wilmots, die dat overbodig vinden.

Er zijn tijden geweest dat ook de Duitse nationale ploeg aan dit onderdeel geen aandacht besteedde. Toen Joachim Löw in 2004 als assistent van Jürgen Klinsmann de Duitse nationale ploeg in handen kreeg, klaagde hij erover dat de basis bij veel spelers ontbrak. In die mate zelfs dat er geen tijd was om aan details te werken. Tien jaar lang zou dat zo blijven. Het was alsof een doelpunt na een hoekschop voor Löw iets minderwaardigs had. Veel liever werkte de bondscoach aan het perfectioneren van het combinatiespel, aan het bewegen zonder bal. Het belette Duitsland niet om in 2006 in eigen land een uitmuntend WK te spelen en in 2010 Argentinië met 4-0 te kloppen en de halve finales te halen. Tot hij zich vorig jaar na de Confederations Cup in Brazilië liet overtuigen dat standaardsituaties tot het succesrecept van de Brazilianen behoren. Zijn assistent Hansi Flick speelde hierin een grote rol. Ook na iedere wedstrijd in de Champions League waarin er een goal viel na een stilstaande fase wees hij zijn baas daar fijntjes op.

Als er een verschil is tussen het Duitsland van 2010 en dat van nu, dan is het onder meer dat de tegenstander verrast wordt door varianten bij vrijschoppen. Vijf Duitse doelpunten vielen er tijdens dit WK al uit standaardsituaties. Het is een bijkomend wapen voor deze ploeg die in vergelijking met vroeger op tal van andere vlakken vooruitgang boekte. Er is een betere balans tussen het offensieve en het defensieve en alle spelers die in 2006 een gouden generatie werden genoemd hebben nu de nodige ervaring. Ze zijn rijper en volwassener. Op dit WK, maar ook in de voorbereidingswedstrijden, leidde dit aanvankelijk tot zakelijk voetbal. Tot in die memorabele halve finale tegen Brazilië.

Het laat zich aanzien dat Duitsland in de finale tegen Argentinië op een verdedigingsmuur zal botsen en er geen ruimte zal zijn zoals tegen Brazilië. Die afweerlinie moet gesloopt worden. Maar als dat niet met speltechnische middelen gaat, dan zijn er dus nog de vrij- en hoekschoppen. Ook Joachim Löw, die altijd streefde naar de schoonheid van het spel, is daar inmiddels heilig van overtuigd. Hij weet ook dat het gevaar uit alle linies komt: de zeventien tot dusver gemaakte doelpunten verdeelden zich over acht spelers. En een wereldrecord heeft Duitsland voor het begin van deze wedstrijd alvast: het staat voor de achtste keer in een WK-finale.

Jacques Sys belicht het WK vanaf het thuisfront

Razendsnel kan het in het voetbal dus allemaal veranderen. Tijdens dit WK werd het steriele spel van de Duitse nationale ploeg bekritiseerd en hing de hakbijl boven het hoofd van bondscoach Joachim Löw. Het gereputeerde weekblad Der Spiegel wijdde er deze week zelfs een omslagverhaal aan. Löw, zo heette het, is een van de meest constante en moderne trainers van Europa, maar niemand die hem nog begrijpt. Hij vond geen recept om de Mannschaft weer aan het voetballen te krijgen, de held uit vroegere dagen leek uit te groeien tot een zondenbok, ook al was er tijdens dit WK één enkele keer indruk gemaakt, toen Portugal met 4-0 in de pan werd gehakt. De andere vier matchen verliepen moeizaam, on-Duits als je het vergelijkt met het sprankelende spel van de afgelopen jaren, het gevolg van een opmerkelijke cultuuromslag.Wat is er van die kritiek nog overgebleven na de historische 1-7 tegen Brazilië? Het boulevardblad Bild pakte na deze triomf uit met tien extra bladzijden en bracht een lofzang aan Joachim Löw. Plots werd hij weer een trainer genoemd die esthetisch voetbal propageert, iemand die als weinig anderen zijn spelers vertrouwen kan geven, die zichzelf voortdurend bijschoolt en op de vooravond van de WK-finale tegen Argentinië een indrukwekkende balans kan voorleggen: 111 wedstrijden, 76 overwinningen, 20 draws en slechts 15 nederlagen. Of: een balans van 68 procent gewonnen wedstrijden. Geen enkele Duitse bondscoach deed beter.Het opmerkelijke aan Joachim Löw is dat hij altijd de rust in persoon blijft. Hij vertelde na de zege tegen Brazilië dat je deze wedstrijd vooral niet moet overwaarderen. Hij zei meteen dat de trainingen in de aanloop naar de finale achter gesloten deuren zou plaatsvinden en hij benadrukte waarop hij tijdens die oefensessies het accent zou leggen: op het verder instuderen en verfijnen van standaardsituaties, op het nemen van vrij- en hoekschoppen. Er zijn er, zoals Marc Wilmots, die dat overbodig vinden.Er zijn tijden geweest dat ook de Duitse nationale ploeg aan dit onderdeel geen aandacht besteedde. Toen Joachim Löw in 2004 als assistent van Jürgen Klinsmann de Duitse nationale ploeg in handen kreeg, klaagde hij erover dat de basis bij veel spelers ontbrak. In die mate zelfs dat er geen tijd was om aan details te werken. Tien jaar lang zou dat zo blijven. Het was alsof een doelpunt na een hoekschop voor Löw iets minderwaardigs had. Veel liever werkte de bondscoach aan het perfectioneren van het combinatiespel, aan het bewegen zonder bal. Het belette Duitsland niet om in 2006 in eigen land een uitmuntend WK te spelen en in 2010 Argentinië met 4-0 te kloppen en de halve finales te halen. Tot hij zich vorig jaar na de Confederations Cup in Brazilië liet overtuigen dat standaardsituaties tot het succesrecept van de Brazilianen behoren. Zijn assistent Hansi Flick speelde hierin een grote rol. Ook na iedere wedstrijd in de Champions League waarin er een goal viel na een stilstaande fase wees hij zijn baas daar fijntjes op.Als er een verschil is tussen het Duitsland van 2010 en dat van nu, dan is het onder meer dat de tegenstander verrast wordt door varianten bij vrijschoppen. Vijf Duitse doelpunten vielen er tijdens dit WK al uit standaardsituaties. Het is een bijkomend wapen voor deze ploeg die in vergelijking met vroeger op tal van andere vlakken vooruitgang boekte. Er is een betere balans tussen het offensieve en het defensieve en alle spelers die in 2006 een gouden generatie werden genoemd hebben nu de nodige ervaring. Ze zijn rijper en volwassener. Op dit WK, maar ook in de voorbereidingswedstrijden, leidde dit aanvankelijk tot zakelijk voetbal. Tot in die memorabele halve finale tegen Brazilië.Het laat zich aanzien dat Duitsland in de finale tegen Argentinië op een verdedigingsmuur zal botsen en er geen ruimte zal zijn zoals tegen Brazilië. Die afweerlinie moet gesloopt worden. Maar als dat niet met speltechnische middelen gaat, dan zijn er dus nog de vrij- en hoekschoppen. Ook Joachim Löw, die altijd streefde naar de schoonheid van het spel, is daar inmiddels heilig van overtuigd. Hij weet ook dat het gevaar uit alle linies komt: de zeventien tot dusver gemaakte doelpunten verdeelden zich over acht spelers. En een wereldrecord heeft Duitsland voor het begin van deze wedstrijd alvast: het staat voor de achtste keer in een WK-finale.Jacques Sys belicht het WK vanaf het thuisfront