'Op de basisschool zat er een donker meisje bij me in de klas. Op een dag kwam ik thuis en zei ik tegen mijn moeder: 'Ik kan niet met dat meisje trouwen.' Dat hoorde niet. In mijn beleving was ik blank. Pas tóén ben ik me langzaam gaan realiseren: hé, ik ben niet blank. En mijn ouders wel. Hoe zit dat precies? Mijn ouders zijn altijd open geweest over de adoptie. Ze zouden me helpen zoeken naar mijn biologische ouders als ik die behoefte had. Maar die heb ik nooit gevoeld. Misschien dat dat ooit verandert als de kinderen er interesse in tonen.'
...

'Op de basisschool zat er een donker meisje bij me in de klas. Op een dag kwam ik thuis en zei ik tegen mijn moeder: 'Ik kan niet met dat meisje trouwen.' Dat hoorde niet. In mijn beleving was ik blank. Pas tóén ben ik me langzaam gaan realiseren: hé, ik ben niet blank. En mijn ouders wel. Hoe zit dat precies? Mijn ouders zijn altijd open geweest over de adoptie. Ze zouden me helpen zoeken naar mijn biologische ouders als ik die behoefte had. Maar die heb ik nooit gevoeld. Misschien dat dat ooit verandert als de kinderen er interesse in tonen.' Aan het woord is Lucas Bijker (24) en de kinderen zijn Jenoah, Novaley, Chevy en Jaycie. De oudste is 2,5. De jongsten zijn een drieling van bijna zes maanden. In een box in hun woonkamer in Tilburg liggen de drie gebroederlijk naast elkaar te slapen. Twee zijn in het roze gestoken, de middelste in het blauw. Hun oudste zoontje ligt boven in bed: hij is ziek. Het zijn heftige maanden geweest voor het gezin. De dag dat ze hoorden dat er drie kindjes op komst waren, plaatste hen in een sneltrein die hen voorbij allerlei emoties voerde. Privé, maar ook professioneel (zie kader). Er was de onzekerheid of de drieling gezond zou kunnen groeien in de buik van de moeder. Er traden complicaties op; Melissa (24) kreeg al in een vroeg stadium rust voorgeschreven. Omgeven door die onzekerheid reed Bijker begin augustus in het midden van de nacht met zijn vrouw naar het ziekenhuis. De heftige buikpijnen die ze had, konden nog geen weeën zijn, dat zou veel te vroeg zijn. Maar dat waren ze wel degelijk: nog een week hield Melissa het vol voordat de bevalling doorzette. De drieling werd uiteindelijk al na 26 weken geboren; ruim drie maanden te vroeg. Wat volgden waren momenten van angst, telkens weer die onzekerheid, maar ook de hoop en uiteindelijk kracht, toen er twee meisjes en een jongen zonder moeilijkheden ter wereld kwamen. Ondanks de vroege geboorte deden ze het relatief goed. Melissa toont een piepklein dekentje in de box. 'Hier waren ze vlak na de geboorte in gewikkeld. Nu gebruiken we het als spuuglapje. Zo klein waren ze.'De artsen en verpleging hielden de kindjes in het ziekenhuis nauwlettend in de gaten; de apparaten deden de rest. 'De kleintjes lagen aan een hoop draden en droegen maskertjes', zegt Lucas Bijker. Melissa: 'Maar wij zagen dat zelf niet. Daar kijk je doorheen: je ziet alleen maar jouw kindjes.' Lucas Bijker: 'We waren enorm gelukkig en opgelucht dat ze de bevalling hadden overleefd.' Maar binnen 24 uur sloeg de opluchting om naar angst. 'In het ziekenhuis sliepen we op een paar meter van de couveusekamer. Voor ik ging slapen, liep ik nog even naar binnen om welterusten te zeggen. Normaal gesproken stonden er weleens een of twee mensen bij onze kindjes, maar nu dromde een groep rondom het bedje van Jaycie. Ze waren druk bezig. Dan voel je meteen dat het niet goed zit.' De nog onontwikkelde longetjes van het jongste meisje waren naar binnen geklapt, ademen lukte niet meer. 'Urenlang zijn ze met haar bezig geweest. Ik stond daar maar naast, met haar kleine handje in de mijne. Ik kon niets doen. Enkel hopen.' Midden in de nacht werd Melissa wakker en zag dat haar man niet terug was gekomen in de kamer waar zij sliepen. Ongerust riep ze de verpleging, enkele minuten later werd haar bed de ruimte van hun kindjes binnengereden. Daar beleefden ze met zijn tweeën bange uren. Maar het kwam goed: Jaycie kon de zuurstof weer opnemen en om vijf uur gingen Bijker en zijn vrouw naar bed, waar slapen nooit echt goed lukte. Zo leefden de twee in die periode: op een overlevingsmodus. 'Voetbal was een fijne afleiding. Ik voel wel dat ik op de training en in wedstrijden weer een heel ander niveau haal dan toen, maar ik was er niet mee bezig dat ik moe was. Ik was vooral heel blij dat ik telkens het veld op kon.' Pas rond kerst, toen de drukte van de voetbalagenda even was gaan liggen, kwam er tijd om terug te kijken. 'Vooral dat moment van opluchting dat in een fractie van een seconde omsloeg naar angst... Dat blijft me bij. Het is heftig geweest. Heel heftig. In die eerste periode, die zo fragiel was en waarin de kindjes fysiek eigenlijk nog helemaal niet in staat waren om zelfstandig te leven - ze behoorden nog in de buik te zitten -, wisten we dat er ieder moment iets kon gebeuren. We zijn bang geweest, zeker. Bang om een of meerdere kindjes te verliezen.' Echt kunnen verwerken wat er allemaal is gebeurd, hebben de twee nog niet. Er staan nog vaak afspraken in het ziekenhuis gepland, ter controle of voor een ingreep. Zo moet hun jongste zoontje binnenkort geopereerd worden omdat zijn schedel te klein is en de hersenen zo niet goed kunnen groeien. Toch overheerst in huize Bijker het geluk. Dat de kindjes na drie maanden in het ziekenhuis thuis zijn. En dat alles relatief goed gaat, de onzekerheid nemen ze erbij. Er is al zo veel moois naast komen staan, zeggen ze. 'Onze ouders komen zo veel mogelijk naar hier, we kunnen alle hulp gebruiken. Maar we zijn ook heel gelukkig om met zijn zessen alleen thuis te zijn. Na al die maanden in het ziekenhuis verlang je naar rust, naar ruimte voor jezelf. Ik prijs me dan ook heel gelukkig met hoe het nu gaat, met zowel de kindjes als met Melissa. Voor haar is het ook enorm zwaar geweest.' De twee zijn al negen jaar samen, waarvan bijna drie getrouwd. 'Op die leeftijd, ik was vijftien, denk je niet dat een date via Hyves ( een Nederlandse sociaalnetwerksite, nvdr) leidt tot het leven dat we nu hebben', zegt Bijker met een lach. Al op zijn achttiende gingen ze samenwonen. 'Ik voetbalde bij Cambuur, Melissa komt uit Heerenveen en ging in Leeuwarden naar school. We voelden beiden dat we eraan toe waren. We waren bijna drie jaar samen, wilden onze eigen levens leiden. Thuis zijn er altijd regels. Niet dat mijn ouders streng waren, maar je moet wel met anderen rekening houden. Als je mijn moeder vraagt hoe ik was, zal ze meteen zeggen dat ik altijd een 'ja, maar' had. Ik probeerde altijd mijn zin door te drijven.' Zijn vrouw begint te lachen. 'Probeerde?' 'Nu ben ik getrouwd, nu kan dat niet meer', zegt hij met een grijns. 'Of juist nog meer', reageert Melissa gevat. Wanneer we vader Piet, moeder Anna en zusje Asha (23) spreken, blijkt al gauw dat in huize Bijker een druk mannetje rondliep. 'Mijn man heeft hem weleens op de schouder mee naar huis moeten nemen', vertelt zijn moeder. 'Tijdens het voetballen bij de flat konden sommige oudere jongens het niet goed hebben dat hij beter was en schopten hem na. Daar werd hij zó boos van. Nou, je moet ver gaan om hem zo boos te krijgen, maar onrecht kan hij niet verdragen.' Lucas Bijker: 'Mijn ouders hebben alles gefilmd van vroeger. Als ik dat terugzie, denk ik: ik was echt vervelend.' Zijn vader: 'Vervelend niet. Nog even snel je hoofd voor de camera steken op het moment dat iemand een foto maakte, dat soort dingen.' Moeder: 'En altijd dat 'ja, maar...' Bij mij kreeg hij het dan vaak wel voor elkaar.' Er wordt uitbundig gelachen. Lucas Bijker: 'Zie je, ik wist dat ze dat ging zeggen.' Zijn moeder: 'Hij was verder heel gemakkelijk. Alleen op school ging het later wat minder.' Er valt een stilte. Lucas Bijker wil het er liever niet over hebben. Juist omdat zijn ouders hamerden op het belang van een studie en hij eigenlijk heel goed kon leren. 'Het vwo ( voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, nvdr) ging goed, maar toen het voetbal serieuzer werd, ging ik naar de havo ( hoger algemeen voortgezet onderwijs, nvdr). Het derde, vierde en vijfde jaar waren niet zo'n succes. Zo min mogelijk school, zo veel mogelijk lol. Ik heb wél een heel leuke schooltijd gehad.' Vader Bijker werkt al bijna veertig jaar als elektrotechnisch assistent bij een blikverwerker. Moeder staat 'al een heel leven' in de HEMA. Ze waren 34 en 35 jaar toen hun zoon vanuit São Paulo in Brazilië overkwam naar Friesland. 'Een kind adopteren doe je niet zomaar even', vertelt Anna Bijker. 'Je moet allerlei protocollen doorlopen, gesprekken met psychologen voeren, testen afleggen. Vervolgens zoeken ze een kindje dat past bij de ouders. Wij waren al vijf jaar ingeschreven bij een stichting waar we voor het land Brazilië hadden gekozen. 's Avonds zaten mijn man en ik aan tafel te eten, de tv stond aan en er was een huilende baby te horen. 'Nou, een baby hoeft nu niet meer zo nodig', zeiden we tegen elkaar. Een half uur later ging de telefoon. 'We hebben een kindje voor jullie. Hij is een paar weken oud.' Wat er dan door je heen gaat... Na al die jaren. Zó lang wachten. Je bent even van de wereld.' 'Dan kom je in dat kindertehuis', vervolgt ze. 'Zie je op een rek al die schoentjes naast elkaar staan, al die kindjes die daar lopen en je hand vastpakken. Ik had tot die tijd nog niet gehuild, maar toen brak ik. Ik wilde ze allemaal meenemen.' Vervolgens kwamen ze een kamer binnen. 'Daar lag een kindje van vier weken oud. Ons kindje... Zo bijzonder, zo heftig ook. Hij was ziek, had het erg benauwd en droeg een zuurstofmaskertje. Hij mocht daardoor ook niet meteen met ons mee. Pas na drie weken vertrokken we naar Nederland. Eindelijk... We hebben altijd tegen Lucas gezegd: 'Als je wilt, kunnen we sparen om terug te gaan naar Brazilië: kijken waar je vandaan komt.' We hebben de naam van zijn ouders, hij heette Lucas De Souza Ribeiro. Dat is zeg maar de Jansen van Brazilië, dus begin er maar aan. Maar als hij dat had gewild, waren we eraan begonnen. Hij reageerde zelf met: 'Nou, ik ga liever naar Italië.'' Lucas Bijker: 'Mijn biologische vader was al vertrokken voor de geboorte en mijn moeder had niet het geld om voor mij te zorgen. Ze heeft me meteen na de geboorte afgestaan in het ziekenhuis, ze was pas twintig. Maar er wonen zeventien miljoen mensen in en rondom São Paulo. En er leven zóveel mensen op straat. Ik weet niet eens of ik haar ooit zou kunnen vinden. Ik ben er ook nooit mee bezig geweest. Ook niet met dat gevoel hoe het daar zou zijn. Ik krijg weleens de vraag: 'Voel je je Nederlander of Braziliaan?' Die vraag speelt voor mij niet. Ik voel me gewoon zoals ik ben: Nederlands opgevoed, alleen zie ik er anders uit omdat ik uit Brazilië kom. Maar dat is puur een feit. Geen gevoel. Dit is mijn familie en daarmee is het klaar.' Wel tekenen de woorden geluk en liefde in het Portugees een van zijn onderarmen, de taal die hij overigens niet spreekt. Op een schouder staat een rozenkrans getekend met daarboven een beeld van Jezus Christus. Gelovig is Bijker niet, ze vormen een symbolisch verhaal, hij zal zijn afkomst nooit verloochenen. 'Ik wilde eigenlijk het Christusbeeld dat in Rio de Janeiro staat laten zetten. Maar dat was te groot om in alle details op mijn arm te tekenen. Misschien komt-ie op mijn rug...' De grijns op zijn gezicht wordt door zijn ouders beantwoord met een luid: 'Neeee, neeee!' In het diepe noorden van Nederland is de samba ver weg. De nuchterheid regeert in het Friese gezin, waar drie jaar na de komst van Lucas zijn zusje Asha vanuit Taïwan naar Nederland kwam. Ze was toen negen maanden oud. 'Asha heeft een moeilijke start gehad', zegt Anna Bijker. 'Zij heeft FAS, het foetaal alcoholsyndroom ( een aangeboren aandoening bij mensen met als oorzaak een te grote of regelmatige opname van alcohol tijdens de zwangerschap, wanneer de baby zich in de foetale fase bevindt, nvdr). Dat wisten we in eerste instantie niet. Pas later kregen we daar bericht van. Maar voor ons is ze net zo bijzonder. Net als voor Lucas. Die twee zijn heel hecht.' Hun ouders boden hen een nieuwe toekomst. Weg van de armoede, dicht bij de rijkdom van ouderlijke liefde. 'Waar was je anders terechtgekomen?', vraagt Lucas Bijker zich hardop af. 'Dat is geen vraag waarover ik veel nadenk, maar nu we erover praten, voel ik wel die dankbaarheid. Ook al is dit leven nu zo normaal voor me.' Zijn ouders zeggen dezelfde karaktertrekken in hun zoon terug te zien. De droge humor van vader, de zorgzaamheid van moeder. En de nuchterheid van beiden. Toch zijn er ook restanten van zijn afkomst. 'Het te laat komen', zegt zijn vrouw. 'En zijn temperament', klinkt het in koor. 'Hij had van ons een kleine tractor gekregen en was buiten aan het spelen', vertelt zijn moeder. 'Hij bleef lang weg, dus ik ging even kijken. Lag-ie te slapen op zijn tractor. Ik tilde hem op, nou... Toen werd-ie woest! Dan merk je wel even dat er een temperamentje in zit, hoor.' Als jongetje droeg hij altijd het shirt van de Braziliaanse nationale ploeg. 'Met de naam Ronaldo achterop. Later werd dat Kaká.' Zijn moeder: 'Hij zei altijd: 'Als ik later profvoetballer ben, ga ik niet met Bijker op mijn shirt spelen.' De Souza Ribeiro vond hij veel stoerder klinken. Dat hadden we ook prima gevonden.' Zelfs als Nederland tegen Brazilië voetbalde en iedereen in een oranje shirt zat, droeg Bijker het geel-groen. 'Dat was gewoon succesvoller.' Moeder: 'Toen Nederland een keer won, begon hij keihard te huilen.' De kwartfinale van het WK in 2010 komt ter sprake. 'Nee, toen was ik zeventien. Zat ik echt niet te huilen, hoor.' Moeder: 'Was dat het WK met de finale tussen Nederland en Spanje? Toen was jij zo irritant.' Lucas Bijker: 'Omdat Nederland zo slecht voetbalde, ik gunde het ze niet dat ze wereldkampioen zouden worden.' Oer-Hollands is Bijker, maar zijn roots blijken toch nooit ver weg. 'Ik ben benieuwd hoe dat bij onze kindjes gaat zijn', zegt Melissa. Bijker: 'Als zij er behoefte aan hebben naar Brazilië te gaan, zou ik dat doen. Voor hen. Maar ik denk niet dat ik zelf ooit die behoefte ga voelen. Ik ben daar denk ik toch te nuchter voor.' Mayke Wijnen