Dertig jaar is het geleden dat KV Mechelen zich opmaakte voor een vergulde Europese campagne. Die leidde over Dinamo Boekarest, het Schotse St. Mirren, Dinamo Minsk en Atalanta Bergamo naar Straatsburg waar Ajax in de finale van de Europacup voor Bekerwinnaars met 1-0 werd geklopt. Het was de laatste zege van een Belgische club in een Europabeker. Aad de Mos zorgde toen als trainer voor een prestatie die nog maar zelden is vertoond. Hij rangeerde tweeënhalf jaar eerder spelers uit die niet mee konden in de discipline en trok hongerige voetballers aan die elders waren afgeschreven. De Mos zette eerst een fundament neer en bouwde dan het dak. Vaak, merkte hij later op, doen trainers dat omgekeerd.

Aad de Mos liet heel KV Mechelen op zijn kompas varen. Dat hij de dominante voorzitter John Cordier van zijn visie overtuigde, was tekenend voor zijn zeer dwingende persoonlijkheid. Binnen het huidige tijdsbeeld is er geen enkele trainer meer die daarin slaagt. Het zijn passanten en als dusdanig worden ze ook beschouwd. Zo liet De Mos zich niet behandelen. Hij straalde onverstoorbaarheid uit, ook voor die finale van Straatsburg waarin Ajax vooraf al een feestje had georganiseerd waarop de vrouw van De Mos, bij wijze van provocatie, was uitgenodigd.

Anderlecht, dat dinsdag op Bayern München aan zijn 58e Europese campagne begon, was in 1976 de eerste Belgische club die een Europacup (voor bekerwinnaars) won. In de finale op de Heizel werd West Ham United met 4-2 verslagen. Nadien mocht trainer Hans Croon opkrassen voor Raymond Goethals. Die leidde de club twee jaar later naar een nieuwe Europacup II. In het Parijse Prinsenpark werd Austria Wien met 4-0 in de pan gehakt. Goethals verbaasde er zich over dat zoveel Anderlechtsupporters naar Parijs waren afgereisd omdat heel het stadion getooid was in paars en wit. Hij wist niet dat dit ook de clubkleuren van Austria waren.

Andere tijden waren het. Club Brugge dat in 1978 als enige Belgische club een finale van de Europacup voor Landskampioenen bereikte, twee jaar na de finale in de UEFA Cup. Anderlecht dat in 1983 de UEFA Cup won en nog drie Europese finales verloor, Standard dat in 1982 in Europacup II kansloos was in en tegen Barcelona.En Antwerp dat in 1993 als laatste Belgische club tot een Europese finale doordrong en op Wembley onderuitging tegen Parma.

Het zijn Europese dromen die niet terugkeren, nu de macht van het geld regeert. Voetbal is uitgegroeid tot kapitalisme in zijn meest pure vorm. Maatregelen om de excessen van de transfermarkt aan banden te leggen zijn er alleen voor de galerij. De ingevoerde Financial Fair Play schrijft voor dat de uitgaven niet hoger mogen liggen dan de inkomsten, maar een club als PSG legde dat naast zich neer. Na de monsterovergang van Neymar trok het nog eens 180 miljoen euro uit voor de 18-jarige Kylian Mbappé. De UEFA signaleert de ongerijmdheid, maar doet er weinig mee. Voetbal is oncontroleerbaar, het draait om vraag en aanbod, er zijn geen grenzen. Zo investeerde Real Madrid 45 miljoen euro in een 17-jarige Braziliaan die niemand kende.

Tegen die achtergrond dreigen het dezelfde clubs te zijn die de komende jaren de internationale voetbalscène gaan beheersen. Aantrekkelijk is dat niet. Van alle Europese toppers distantieert alleen Bayern München zich van de huidige waanzin: het weigert spelers aan te trekken van boven de 50 miljoen euro, ook al omdat het waakt over zijn loonstructuur.

Maar Bayern trekt dan wel, tot ergernis van sommige supporters, naar Azië en Amerika om daar wedstrijden te spelen, terwijl het zich vroeger in de provincie op de competitie warm draaide. Het is de dunne lijn tussen regionalisering en globalisering. Uiteindelijk gaat het in het voetbal om hetzelfde als in andere maatschappelijke sectoren: geld verdienen. Op welke manier dan ook.

Dertig jaar is het geleden dat KV Mechelen zich opmaakte voor een vergulde Europese campagne. Die leidde over Dinamo Boekarest, het Schotse St. Mirren, Dinamo Minsk en Atalanta Bergamo naar Straatsburg waar Ajax in de finale van de Europacup voor Bekerwinnaars met 1-0 werd geklopt. Het was de laatste zege van een Belgische club in een Europabeker. Aad de Mos zorgde toen als trainer voor een prestatie die nog maar zelden is vertoond. Hij rangeerde tweeënhalf jaar eerder spelers uit die niet mee konden in de discipline en trok hongerige voetballers aan die elders waren afgeschreven. De Mos zette eerst een fundament neer en bouwde dan het dak. Vaak, merkte hij later op, doen trainers dat omgekeerd. Aad de Mos liet heel KV Mechelen op zijn kompas varen. Dat hij de dominante voorzitter John Cordier van zijn visie overtuigde, was tekenend voor zijn zeer dwingende persoonlijkheid. Binnen het huidige tijdsbeeld is er geen enkele trainer meer die daarin slaagt. Het zijn passanten en als dusdanig worden ze ook beschouwd. Zo liet De Mos zich niet behandelen. Hij straalde onverstoorbaarheid uit, ook voor die finale van Straatsburg waarin Ajax vooraf al een feestje had georganiseerd waarop de vrouw van De Mos, bij wijze van provocatie, was uitgenodigd. Anderlecht, dat dinsdag op Bayern München aan zijn 58e Europese campagne begon, was in 1976 de eerste Belgische club die een Europacup (voor bekerwinnaars) won. In de finale op de Heizel werd West Ham United met 4-2 verslagen. Nadien mocht trainer Hans Croon opkrassen voor Raymond Goethals. Die leidde de club twee jaar later naar een nieuwe Europacup II. In het Parijse Prinsenpark werd Austria Wien met 4-0 in de pan gehakt. Goethals verbaasde er zich over dat zoveel Anderlechtsupporters naar Parijs waren afgereisd omdat heel het stadion getooid was in paars en wit. Hij wist niet dat dit ook de clubkleuren van Austria waren. Andere tijden waren het. Club Brugge dat in 1978 als enige Belgische club een finale van de Europacup voor Landskampioenen bereikte, twee jaar na de finale in de UEFA Cup. Anderlecht dat in 1983 de UEFA Cup won en nog drie Europese finales verloor, Standard dat in 1982 in Europacup II kansloos was in en tegen Barcelona.En Antwerp dat in 1993 als laatste Belgische club tot een Europese finale doordrong en op Wembley onderuitging tegen Parma. Het zijn Europese dromen die niet terugkeren, nu de macht van het geld regeert. Voetbal is uitgegroeid tot kapitalisme in zijn meest pure vorm. Maatregelen om de excessen van de transfermarkt aan banden te leggen zijn er alleen voor de galerij. De ingevoerde Financial Fair Play schrijft voor dat de uitgaven niet hoger mogen liggen dan de inkomsten, maar een club als PSG legde dat naast zich neer. Na de monsterovergang van Neymar trok het nog eens 180 miljoen euro uit voor de 18-jarige Kylian Mbappé. De UEFA signaleert de ongerijmdheid, maar doet er weinig mee. Voetbal is oncontroleerbaar, het draait om vraag en aanbod, er zijn geen grenzen. Zo investeerde Real Madrid 45 miljoen euro in een 17-jarige Braziliaan die niemand kende. Tegen die achtergrond dreigen het dezelfde clubs te zijn die de komende jaren de internationale voetbalscène gaan beheersen. Aantrekkelijk is dat niet. Van alle Europese toppers distantieert alleen Bayern München zich van de huidige waanzin: het weigert spelers aan te trekken van boven de 50 miljoen euro, ook al omdat het waakt over zijn loonstructuur. Maar Bayern trekt dan wel, tot ergernis van sommige supporters, naar Azië en Amerika om daar wedstrijden te spelen, terwijl het zich vroeger in de provincie op de competitie warm draaide. Het is de dunne lijn tussen regionalisering en globalisering. Uiteindelijk gaat het in het voetbal om hetzelfde als in andere maatschappelijke sectoren: geld verdienen. Op welke manier dan ook.