Door de striemende regen komt vanuit de verte een stipje dichterbij. Een man op een racefiets. Nu ja. Het is weer eens wat anders dan een Ferrari. Vlak voor de ophaalbrug van Abcoude knijpt hij in de remmen. Hij parkeert tegen de gevel van café De Eendracht en loopt met uitgestoken hand op ons af. 'Sorry', zegt voetbalmakelaar Andre Gieling, wijzend naar zijn natte trainingspak. 'Ik heb zo'n sportkarretje, maar dat staat bij mijn ouders.'
...

Door de striemende regen komt vanuit de verte een stipje dichterbij. Een man op een racefiets. Nu ja. Het is weer eens wat anders dan een Ferrari. Vlak voor de ophaalbrug van Abcoude knijpt hij in de remmen. Hij parkeert tegen de gevel van café De Eendracht en loopt met uitgestoken hand op ons af. 'Sorry', zegt voetbalmakelaar Andre Gieling, wijzend naar zijn natte trainingspak. 'Ik heb zo'n sportkarretje, maar dat staat bij mijn ouders.' Binnen ploft de Amsterdammer neer in een houten stoel en bestelt 'thee met van die blaadjes erin'. Andre Gieling behoort in zijn beroepsgroep tot een minderheid die niet is behangen met goud, zilver of diamanten. Hij draagt geen Breitling, rookt geen cubanen en zelfs zijn smartphone komt niet op tafel. Toch heeft Gieling vele transfers gedaan. 'Wel meer dan honderd, schat ik.' Al sinds 1990 leeft hij van voetbaldeals. Een wereld die hij 'schimmig en surrealistisch' noemt, maar die ook zo zijn voordelen heeft. 'In die periode heb ik voldoende muntjes gepakt.' In een kwarteeuw wheelen en dealen ontwikkelde Gieling een kritische kijk op de voetbalsport. Veel hoef je volgens de Amsterdammer tegenwoordig niet te kunnen om te slagen als voetbalmakelaar. 'Sommigen weten niet eens hoe ze hun eigen belastingformulier moeten invullen.' Makelaars klikken tegenwoordig met enige bezorgdheid zijn Facebookpagina aan. Onder het pseudoniem 'De Facebookheld' publiceert Andre Gieling regelmatig magnifieke avonturen uit de makelaarsjungle waar het geld als fonteinen uit de grond lijkt te spuiten. Daarbij schroomt hij niet om hebberige collega's bij naam te noemen. Gieling schetst geen verheffend beeld van de beroepsgroep waarin een achtergrond als oplichter een pluspunt lijkt. 'Een nauwelijks nog serieus te nemen professie,' schrijft hij. 'Bemoeizuchtige broers, hebzuchtige vaders, uitgenaste ooms, uitgekookte patatboeren, louche advocaten en de opportunistische slager op de hoek: iedereen is tegenwoordig voetbalagent.' Voetbalmakelaars kwalificeert hij als 'over het algemeen aalgladde, verachtelijke en extreem hebberige mensen' die actief zijn in 'een wereldje dat bol staat van zowel afgunst als argwaan'. De man achter deze teksten roert door zijn thee. Zelf noemt hij zich echter geen spelersmakelaar. 'Ik maak clubdeals en participeer in investeringsmaatschappijen die transfers regelen.' Daar heeft hij afgaande op zijn internetpagina een glimmende Porsche en opmerkelijk veel tijd om te wielrennen aan overgehouden. Maar dat is niet zo vreemd volgens Gieling. 'Je moet wel een enorme mongool zijn wanneer je als zaakwaarnemer na het Bosmanarrest geen miljonair bent geworden.' Zelf was hij decennia geleden een van de eersten die profiteerde van de exploderende transfermarkt. In de jaren tachtig maakte Gieling furore in de jeugdopleiding van Ajax. 'Ik speelde in een legendarisch goed elftal. Dennis Bergkamp, Frank en Ronald de Boer, Marciano Vink, Richard Witschge, Bryan Roy.' Daar leerde hij makelaarspionier Cor Coster kennen. De beruchte schoonvader van Johan Cruijff die eind jaren zestig als eerste de commerciële waarde van voetballers zag. De bikkelharde juwelier gaf de voetballers een stem. Het bleek een gat in de markt. Coster, begonnen als ongeschoolde havenarbeider, was gevreesd bij de clubs, maar geliefd bij de sterren. Al snel begeleidde Coster de beste internationals. Cruijff, Neeskens, Rep, en later Gullit, Rijkaard en Van Basten. Na een kortstondige carrière als interviewer bij Het Parool trad Andre Gieling in de voetsporen van Coster. En zo belandde het afgekeurde voetbaltalent in de spelersmakelaardij. Vijf wijze lessen kreeg hij mee: 1 'Geen geld uitlenen.' 2 'Nooit borg staan.' 3 'Geen personeel nemen.' 4 'Niet trouwen.' 5 'Zo snel mogelijk uitschrijven uit Nederland.' Grotendeels heeft hij zich eraan gehouden, op het geld uitlenen na dan. 'Ik ging de mist in. Ik heb nog een hoop tegoed.' Al snel kreeg Gieling te maken met een van de moeilijkste facetten van het vak: het gebrek aan loyaliteit bij spelers. 'Vaak wordt negatief gesproken over makelaars, maar spelers zijn geen haar beter.' Midden jaren negentig werd hij voor het eerst opgelicht door een speler. Destijds groeide het makelaarslegioen langzaam maar gestaag. Meerdere haaien cirkelden om de prooien. Gieling bemachtigde het Marokkaanse talent Tarik Oulida. Adviesje van Cruijff die vond dat Oulida meer potentie had dan Clarence Seedorf en Patrick Kluivert. 'Hij was een van mijn eerste jonge spelers die ik als een soort Jerry Maguire avant la lettre begeleidde. Contact over alles. Samen gingen we op vakantie in Amerika. We waren bij de bekerfinale in Portugal, daar zaten we in de kleedkamer naast Luis Figo. Twee weken later waren we bezig met een transfer naar Sevilla. Hij moest iets van twee miljoen gulden ( 900.000 euro, nvdr) kosten. Sevilla wilde het liever buiten ons om doen, want dat was voor de club goedkoper. Op een zeker moment kreeg ik een fax van een advocaat binnen: Oulida zit niet meer bij je. Ik had mijn carrière gemist, mijn hele ziel en zaligheid gooide ik op die jongen. Als hij scoorde, scoorde ik ook. En dan word je zo in de steek gelaten. Was ik hem op dat moment tegengekomen, dan had ik hem doodgereden. Daarom ga ik nooit meer een vriendschap aan met een speler. Geef je een voetballer veel aandacht, dan willen ze alles. Dan bellen ze nog als de wc stuk is.' Na nog een aantal slechte ervaringen vond Gieling spelers zo onbetrouwbaar dat hij de traditionele begeleiding inruilde voor de rol van clubmakelaar. Hij wilde niet meer afhankelijk zijn van labiele jongens die volgens hem 'de werkelijkheid allang uit het oog verloren zijn en van gekkigheid soms zeven auto's op de oprijlaan hebben staan'. Bovendien had hij geen zin om te knokken om de gunsten van dertienjarigen. 'Dan moet je concurreren met een paar honderd vage figuren die betrekkelijk weinig geduld hebben, mensen die elke trots overboord gooien op jacht naar een vette makelaarspremie.' Collega's die jonge pubers paaien met cadeaus, in de hoop er in de toekomst een slaatje uit te slaan, noemt hij 'zielige figuren'. Het kost nog een hoop geld ook. 'Want het gaat om tenenkrommend geronsel middels spelcomputers, scooters en niet misselijke onderhands betaalde bedragen.' Dan kun je beter aanpappen met clubvoorzitters, die jou vervolgens inhuren om bepaalde transfers te regelen. Maar dan nog ligt het mes in de rug continu op de loer. Soms kost dat een mooie commissie. Gieling overkwam dat met de Limburger Boudewijn Zenden, over wie De Facebookheld een vlammend betoog schreef. 'Het was 1998. Zenden zat bij PSV en was rijp voor een transfer. Wij hadden het Italiaanse mandaat bemachtigd. Bij Internazionale hadden wij bijzonder goede contacten. Daar had ik een salaris voor hem geregeld, echt geweldig. 1,8 miljoen dollar per jaar, exclusief premies. Daarnaast zou Zenden 1,5 miljoen dollar tekengeld krijgen. Elk jaar een nieuwe Chrysler. Een gratis woning. Na Ronaldo werd hij de bestbetaalde speler. Daar zijn Cor Coster en ik een halfjaar mee bezig geweest. We waren rond.' De voorzitter van Inter moest het alleen nog even bekrachtigen. Hij bezocht beroepsmatig olievelden in Iran, en Inter speelde ook nog een Europese finale. Daarna zou alles worden getekend. 'Maar ook het WK 1998 stond voor de deur. Zenden wilde per se voor het WK zekerheid. Op een dag zat ik in Málaga op een terrasje. We kregen witte rook van Inter. Ik belde Zenden op. Wat denk je? Had hij een dag eerder een voorcontract bij Barcelona getekend voor 1 miljoen dollar per jaar. Hij kon niet langer wachten. Daar ging onze fee van 1,5 miljoen dollar. Dat was voor Coster, toen 77 jaar, de aanleiding om te zeggen: ik kap met die handel.' Andre Gieling schetst een beeld van een cowboystad zonder sheriff. Iedereen is in de goudkoorts op zoek naar dat ene klompje, dat zijn leven kan veranderen. Hij stipte al even aan hoe weinig loyaal spelers zijn. Andersom, spelers die een loer worden gedraaid door hun makelaar, gebeurt ook. Gieling adviseert zijn Facebookartikel over Wesley Sneijder maar eens te lezen. In 2013 werkte hij aan een transfer van Sneijder naar Manchester United. 'Samen met een Joodse zakengroep in Londen en de personal assistant van Sneijder.' Die laatste bleek vooral bezig met 'het opruimen van de bende die veroorzaakt was door de vorige zaakwaarnemer van Wesley: Søren Lerby.' We volgen het advies van Gieling op en scrollen naar de anekdote: De tragiek is dat er voor dergelijke lui, in deze jungle, altijd een vette boterham blijft te verdienen. Naast Lerby en zijn gemanipuleerde hulpjes zijn er in de huidige spelershandel namelijk nog duizenden van dit soort laaielichters actief. Het zijn de voetballers en hun ouders die met het volle verstand voor deze notoire nietsnutten kiezen. Pas als ze na een paar jaar het bedrog achter de schone schijn doorzien, verbreken ze het contact met hun agent om... dikwijls weer een volgende zakkenvuller (die het zogenaamd wel allemaal kies en keurig regelt) te bevredigen. En even verderop lezen we over Wesley en Yolanthe die voor veel geld de boot in gingen met een buitenlands appartement dat ze te duur kochten. Daarvoor schakelden ze Lerby in. Wat Sneijder toen nog niet wist was dat Lerby en de huisjesmakelaar onder een hoedje hadden gespeeld. Dat zijn verhalen die we niet lezen in de kranten. Reageren de hoofdrolspelers nooit? Gieling haalt zijn schouders op. 'Wat zouden ze moeten zeggen? Ik schrijf gewoon op wat binnen het wereldje allang bekend is.' Zakendoen in het voetbal heeft van hem een cynicus gemaakt. Waar Coster aanvankelijk nog bezig was met de begeleiding van carrières, kwamen in de loop der jaren vriendjespolitiek en zakkenvullen centraal te staan. Een jaar voor het overlijden van Coster, in 2008, adviseerde Gieling de club Sevilla om doelman Ronald Waterreus te contracteren. 'Maar de technisch manager had een bevriende makelaar, die eveneens een keeper in de aanbieding had. Een gozer uit Uruguay. Die was niet half zo goed als Waterreus. Maar Ronald had als begeleider Kees Ploegsma uit Eindhoven. Die zat niet in het pakket. Dan ben je kansloos. Het gaat in deze wereld vaak om persoonlijk contact. Dat gaat bij Real Madrid zo, maar ook bij pakweg FC Utrecht.' Soms vraag je je ook af hoe het kan dat de spelersprijzen maar blijven stijgen, terwijl bijna alle clubs verlies maken. Gieling heeft daarvoor een simpele verklaring. 'Bedragen worden kunstmatig opgepompt. Als ik bij de Engelse manager Harry Redknapp een transfer wilde doen, dan vroeg hij gewoon een aandeel. Stel dat de makelaarspremie 300.000 was. Dan moest er 175.000 naar hem, de rest kregen wij. Anders geen transfer. Letterlijk.' In de boekhoudingen is van deze herenakkoorden uiteraard niets terug te vinden. De bedragen worden cash betaald of naar een geheime eilandrekening gestuurd. Volgens Gieling worden clubs structureel benadeeld door hun eigen werknemers. ' Cvitanich, die destijds bij Ajax is mislukt, kon voor 2 miljoen dollar worden opgehaald bij Boca Juniors. De Ajaxscout ging naar Buenos Aires, samen met een medewerker van het kantoor van makelaar Søren Lerby. Waarom? Tja... Uiteindelijk is Cvitanich voor 6 of 6,5 miljoen naar Ajax gegaan. Dit was een relatief kleine transfer. Als je in het groot denkt...' Ook daarvan heeft Gieling een voorbeeld. ' Pepe van Real Madrid kostte 7 of 8 miljoen euro toen hij van FC Porto kwam. Zijn prijs was algemeen bekend. Uiteindelijk ging hij voor bijna 30 miljoen euro naar Real. Als je weet wie daar allemaal van mee gesnoept hebben...' Komt dat vaak voor? 'Ja joh, dat is in de loop der jaren alleen maar erger geworden. Er gaat zoveel geld in om. Vroeger had Arie Haan de naam. Maar nu... Op Louis van Gaal na doet iedereen het. Ik zal je een voorbeeld geven. Dan praat je over een heel klein facet van de voetbalsport: de scouts. Die willen muntjes. Scouts hebben een belangrijke stem in het aankopen van nieuwe spelers. Die mensen willen een beloning voor het aanprijzen van jouw speler.' Afgezien van sponsors en gemeenten die regelmatig moeten optreden als reddende engel voor clubs die in de problemen zijn gekomen, wordt iedereen er financieel beter van. Wie zegt er nee als hij in de positie komt om een stuk van de taart te bemachtigen? 'Laatst had ik voor een Schots clubje een speler in de aanbieding van zeventien jaar, een jongen die al interlands voor Congo heeft gespeeld. Door mijn contact kon ik die gratis naar Europa halen. Die man, een topscout daar, geef ik dan wel 10.000 euro natuurlijk. Echte toppers raak je altijd wel kwijt, maar voor de categorie eronder verkoop je geen spelers zonder wat te ritselen.' Wie wil slagen als makelaar, moet bereid zijn het spel mee te spelen. Zonder wat enveloppen onder de tafel kom je niet ver. Geen wonder dat deze wereld waar wit en zwart geld mengen tot een grijs circuit geliefd is bij de georganiseerde misdaad. Al in 2009 verschenen de eerste rapporten over de spelershandel en witwassen. Gieling knikt. 'Weet je wat het is? Het is allemaal met elkaar verweven. De voetbalwereld trekt veel louche figuren aan en er wordt geschoven met enorme bedragen, waar maar weinig controle op is. Er zitten niet voor niks mannen tussen die eerder actief waren in de handel met verdovende middelen.' Maar stoppen in het wereldje waar ondanks alle vuile streken het geld voor het oprapen ligt, overweegt Gieling niet. 'Ik kan niks anders dan voetbal.' En, zo besluit hij: 'Als puntje bij paaltje komt, zijn we simpelweg allemaal hoeren. Duizenden kilometers fietsen is een uitstekende remedie om deze ontnuchterende wetenschap te relativeren.'Iwan Van Duren en Tom Knipping