Het gesprek loopt op zijn einde wanneer algemeen directeur Wilco van Schaik zich aan ons tafeltje in het clubcafé Bikkels meldt. 'Een Belgisch interview?' Hij zegt het met een lichaamstaal die het vervolg laat raden. 'Is Mathias ineens weer populair bij jullie nu wij hem oppikten?' Het is wat NEC doet, legt hij uit: jonge jongens die een kras opliepen weer oppikken en hen proberen te laten doorontwikkelen, zoals het eerder onder anderen deed met Arnaut Danjuma en Anthony Limbombe. 'Wij zijn een ontwikkelingsclub. Jonge talenten moeten tijd en vertrouwen krijgen. Hun ontwikkeling gaat met ups en downs, maar vaak wordt er van hen verwacht dat ze meteen elke keer top zijn. In Nederland was Memphis Depay op zijn negentiende al afgeschreven omdat hij een keer een hoed op had en twee verkeerde wedstrijden speelde. Mathias kreeg in Manchester en bij de nationale jeugdteams een prachtige opleiding en het is niet omdat het eens tegenzit dat zijn talent weg is. Hier zijn we heel blij met zulke gozers. Wij zijn een familieclub. Op het veld gaat het om presteren en winnen, maar eromheen vangen we ze op. Mathias liet nu al zien dat hij uitstekend kan voetballen. Het zal nog wel eens met hoogtes en laagtes zijn. Maar binnen twee, drie jaar speelt hij waar hij ooit wilde spelen.' Het is een bevestiging van het verhaal dat die gozer ons net zelf vertelde nadat we hem de vraag stelden wat hij vindt van het parcours dat hij tot nu toe aflegde.

Misschien was het voor mijn ontwikkeling als persoon niet slecht om na Manchester City een periode mee te maken waarin niet alles naar mijn zin ging.

Mathias Bossaerts

Mathias Bossaerts: 'Ze vingen mij hier goed op. Zowel bij de club als bij de staf en de spelers voelde ik mij meteen welkom. Na vier, vijf trainingen startte ik al in de basis op Roda JC, een van de moeilijkere wedstrijden, en daarna bleef ik staan. Dat positieve gevoel neem je mee op het veld. Zo bouw je zelfvertrouwen op. Na een moeilijke periode is speelminuten maken het belangrijkste. Het ging sneller dan verwacht, want vergeet niet dat ik in Oostende met de B-ploeg moest meetrainen en een voorbereiding zonder wedstrijden kende. Ook het voetbal dat hier gespeeld wordt, ligt mij. Ik ben een centrale verdediger die graag de opbouw van achteren uit mee verzorgt.

'Natuurlijk ben ik best nog wel jong, maar mijn ambitie was al verder te staan. Maar waar ik nu ben, voel ik mij goed. NEC was er vroeg bij, in mei al, maar in overleg met mijn makelaars besliste ik even af te wachten om te kijken welke interesse er nog zou zijn. Ik wou geen overhaaste beslissing nemen waar ik mij achteraf misschien ongelukkig bij zou voelen. Uiteindelijk ben ik heel blij met deze keuze. Zeker na wat er de voorbije zomer allemaal over mij in de media is verschenen. Ik denk dat ik daarop gepast reageerde: met mijn voeten. Dat ik direct weer werd opgeroepen voor de nationale belofteploeg geeft mij extra motivatie.

'Ik ben niet de enige die geschrokken is van wat de nieuwe sportief directeur van KV Oostende over mij verklaarde. Zeker mijn ouders vonden het onrespectvol te zeggen dat ik dacht dat Barcelona achter mij zou komen, dat ik alleen een club aan de Costa del Sol wou en dat als ik niet oplet ik een andere job zal moeten gaan zoeken. En dat ik het goede leven en goed gekleed lopen moet vergeten. Wie mij kent, weet dat ik er neergezet werd als iemand die ik niet ben. Van klein af al doe ik alles voor het voetbal. Ik drink niet, ik let op mijn voeding, ga tijdig slapen, draag veel zorg voor mijn lichaam en ga zelden uit. Hier woon ik op een appartement in een rustig dorpje op een kwartier rijden van het stadion en ik ben nog maar één keer in het centrum van Nijmegen geweest. Dat was dan nog toen ik mee moest met de teammanager om schoenen te kiezen voor onder het clubkostuum. Voor de rest zit ik alleen thuis en ontspan ik mij met playstation en film of voetbal kijken. Ben ik in het weekend even vrij, dan ga ik naar mijn familie. Gekke dingen doe ik niet, zelfs niet in de vakantie. Mijn vrienden zijn bijna allemaal voetballers. In het tussenseizoen ben ik samen met Marco Weymans en Senna Miangue en een privécoach van Move To Cure blijven trainen. Bijna elke dag draag ik een Niketrainingspak, maar als ik eens wegga mag ik geen mooi hemd en een mooie jeans meer aantrekken? Wat maakt het uit of ik dan zwarte of knalgele schoenen draag? Ik hou van r&b en van hiphop, maar ben geen uitgaanstype. De ideale vrije dag is voor mij mijn ouders opzoeken en iets gaan eten. Dat is wie ik echt ben.'

Explosief type

'Het is duidelijk dat mijn twee seizoenen in Oostende allesbehalve top waren. In het begin ging het nochtans redelijk goed. Maar na vier opeenvolgende basisplaatsen geraakte ik geblesseerd en nam David Rozehnal mijn plaats in. Die deed het ook goed en van toen af werd het voor mij alleen maar moeilijker. Mocht ik nog eens meedoen en deed ik het zelf ook goed, dan verhuisde ik toch weer naar de bank. Zo kon ik nooit in mijn ritme komen. Naar mijn gevoel kreeg ik veel te weinig kansen om mij te tonen.

'Ik beleefde heel moeilijke momenten. Van toen ik begon te voetballen was het eigenlijk altijd alleen maar in een rechte lijn omhoog gegaan. Beerschot, Anderlecht, Manchester City: alles was tot dan rooskleurig geweest. Toen ik bij Oostende aankwam, had ik iets van: hier moet het nu absoluut gebeuren! Sowieso ben ik iemand die veel druk op zichzelf legt. Ik ben niet snel tevreden. De lat ligt bij mij altijd heel hoog. Ik ben een perfectionist en dat heeft voordelen maar ook nadelen. Trap ik negen van de tien passes juist, dan zal ik vooral aan die ene denken die dat niet was. Dat is niet altijd goed.

'Toen ik op de bank zat, reageerde ik af en toe op de verkeerde manier. Niet alleen verwachtte ik zelf meer, er was rond mij ook een sfeer van hoge verwachtingen gecreëerd. Op mijn hoofd stond een stempel van Manchester City en ik was aangekondigd als een toekomstige Rode Duivel. Terwijl ik pas uit de opleiding kwam en nooit eerder één minuut profvoetbal gespeeld had. Toen ik niet in de basis stond, bij wat toen toch een play-off 1-ploeg was, vroeg iedereen mij: je speelt niet, wat is er gebeurd?! Maar hoeveel centrale verdedigers van twintig jaar zijn er in het eerste vaste basisspeler?

'Ik raakte gefrustreerd omdat mijn honger en ambitie zo groot was. Gek werd ik ervan, omdat ik gewoon was plezier te beleven aan het voetbal. Ik wist niet hoe ik moest omgaan met tegenslagen, omdat zo'n situatie nieuw was voor mij en ik er mij niet wou bij neerleggen. Ik ging discussies aan met stafleden omdat ik het niet eens was met beslissingen die werden genomen en ik zei wel eens foute dingen. Zo kwam ik bij sommigen over als een probleemkind, iemand die arrogant is en een grote mond heeft. Een paar maanden later, nadat je het allemaal meegemaakt hebt, denk je: had ik toen maar anders gereageerd. Zo leer je uit de fouten die je maakte. Komen er ooit weer zulke momenten, dan weet ik wat te doen.

'In die tijd miste ik ook wel wat feedback om mij beter te kunnen voelen, uitleg waarom de situatie was zoals ze was. In de moeilijkste momenten, toen ik echt diep zat, was er in de staf gelukkig iemand als Jacques Caluwé. Hij sprak veel met mij en dat hielp mij als mens. Als je weinig of geen kansen krijgt, ben je niet gelukkig; en als je niet goed in je vel zit, is het nog moeilijker om te presteren. Eerlijk: 20 van de 24 maanden voelde ik mij kut. Dat was zo verwarrend voor mij. Er waren zoveel kleine dingen die mij irriteerden. Ik vond het ook raar dat ze klaagden over hoe er bij Manchester City op conditioneel vlak met mij was gewerkt. Ik ben een explosief type, geen marathonloper, en ze vonden dat er met mij te veel op hoge intensiteit was getraind en te weinig op de lage basis. In Engeland, bij de nationale ploeg en ook hier is dat nooit een punt geweest. Ik kreeg in Oostende het gevoel dat ik te veel op bepaalde data werd afgerekend. Met hoe ik mij voelde, werd geen rekening gehouden. Terwijl dat voor mij het belangrijkste is.

Mathias Bossaerts: 'Voor de start van de voorbereiding bij KV Oostende kreeg ik een berichtje dat ik in de B-kern zat. Zomaar. Zonder gesprek van mens tot mens. Ik vond dat vreemd.', BELGAIMAGE - JORICK JANSENS
Mathias Bossaerts: 'Voor de start van de voorbereiding bij KV Oostende kreeg ik een berichtje dat ik in de B-kern zat. Zomaar. Zonder gesprek van mens tot mens. Ik vond dat vreemd.' © BELGAIMAGE - JORICK JANSENS

'Toen na twee seizoenen zowat alles veranderde bij KVO dacht ik: dit is een nieuwe kans. Zeker toen ik hoorde dat ze er met jong Belgisch talent gingen werken. Als belofte- international zeg je dan: dit is mijn categorie. Maar enkele dagen voor de start van de voorbereiding kreeg ik een e-mail van Hugo Broos dat ik tien dagen later moest beginnen. Ik had zoiets van: huh, start de voorbereiding later? Dus ik stuurde een berichtje, waarna ik er eentje terugkreeg dat ik in de B-kern zat. Zomaar. Zonder gesprek van mens tot mens. Ik vond dat vreemd, omdat je toch altijd een minimum aan respect verwacht. Ook dat was nieuw voor mij én frustrerend.

'Dat ik van Gert Verheyen evenmin iets had gehoord, vond ik ook al raar, want we kenden elkaar: ik werkte twee jaar onder hem bij de nationale ploeg en was er zelfs een tijdje zijn aanvoerder. Dankzij mijn makelaars kon ik hem tijdens de voorbereiding toch eens spreken, maar daar werd ik niet veel wijzer van. Hij zei dat hij spelers nodig had met wie hij naar de oorlog kon gaan en dat hij twijfelde aan mijn beschikbaarheid. Terwijl ik toch iemand ben die agressief op het veld staat en sterk is in duel? Ik kom tenslotte uit Engeland, waar het allemaal jongens van staal zijn. Maar misschien bedoelde hij dat ik de voorbije jaren wel eens geblesseerd ben geweest.

'Maar goed, wat ik uiteindelijk ook leerde, is: blijf focussen op jezelf en niet op wat er over je gezegd wordt, blijf in jezelf geloven en als het eens minder goed gaat, begin dan geen rare dingen te doen. Het belangrijkste is wat er tussen die vier grote lijnen gebeurt.'

Jeugddroom

'Mijn Cityverleden maakte het mij in België niet makkelijker, maar ik kijk heel positief terug op mijn tijd in Engeland. Het was top. Op mijn zestiende mocht ik onder Roberto Mancini in een trainingswedstrijd van elf tegen elf al een eerste keer het veld op tegen de grote sterren van het eerste elftal en daarin stond ik tegen Mario Balotteli en Carlos Tévez. En op mijn achttiende mocht ik van Manuel Pelligrini in de voorbereiding geregeld met hen meetrainen. Als je dan tussen mannen als Vincent Kompany, Sergio Agüero, David Silva en Joe Hart mag meedoen, kun je daar alleen maar van leren. Bij de beloften was het top om onder Patrick Vieira te kunnen werken, vooral door de manier waarop hij ons wou laten voetballen en hoe hij ons dat op het oefenveld liet doen. Sowieso speelde ik in Manchester altijd in een heel sterke ploeg. Elke training was het vollen bak. Daar lopen zoveel goeie jonge spelers rond. Iedere dag train je tussen jeugdinternationals van Engeland, Frankrijk, Spanje en Brazilië. Ook al die wedstrijden in de Youth League waren van hoog niveau. Alles draaide er altijd om voetbal. Dat mijn ouders en mijn broertje mee verhuisden, maakte het voor mij iets makkelijker. Een gastgezin was iets minder comfortabel geweest.

'Ik zou het meteen weer doen om het weer allemaal te kunnen beleven. Soms wordt het geld erbij gesleept, maar dat was helemaal niet de reden waarvoor ik ben gegaan. Dat je er meer verdient, lijkt mij logisch en het is leuk, maar dat interesseerde mij op dat moment niet. Ik wou gewoon mijn droom achterna. Als je als kind thuis altijd naar de hoogtepunten van de Premier League kijkt en ervan droomt om ooit het shirtje van Manchester City te dragen en daar op een dag de kans voor krijgt, dan ga je daarvoor. Slaag je er uiteindelijk niet in om daar door te breken, dan is dat een ontgoocheling. Want het was mijn doel, ik geloofde erin en deed er alles voor. Dat niemand van mijn generatie daarin slaagde, helpt om het te accepteren.

'Misschien was het voor mijn ontwikkeling als persoon niet slecht om na Manchester City eens een periode mee te maken waarin niet alles naar mijn zin ging. Daar leerde ik van, over mezelf en over anderen. Hoe dan ook: het is wat het is. Ik kan het niet meer veranderen. Nu wil ik weer de weg omhoog opgaan. Mijn honger en mijn ambitie zijn gebleven. Ik bekijk het week per week en probeer almaar beter te doen. Dan zullen we wel zien waar we terechtkomen.'

Moet je als jonge speler naar het buitenland gaan?

Mathias Bossaerts: 'Vaak wordt mij gevraagd: moet je als jonge speler naar het buitenland gaan als je daar de kans voor krijgt ( Bossaerts verhuisde op zestienjarige leeftijd naar Manchester City, nvdr)? Ik denk dat ieder dat voor zich moet bekijken. In mijn geval koos ik voor de liefde voor een club en voor een topopleiding in een topaccommodatie. Stel dat ik in België was gebleven, dan was het misschien makkelijker geweest om door te groeien, maar had ik mij als jeugdspeler in ons land op dezelfde manier kunnen ontwikkelen als bij Manchester City? Het zijn twee wegen en het beste is als je via de grote weg kunt doorgroeien, maar dat is het moeilijkst. Mocht ik het niet geprobeerd hebben, dan vroeg ik mij nu wellicht af: waarom ben ik toen niet gegaan?!'

Het gesprek loopt op zijn einde wanneer algemeen directeur Wilco van Schaik zich aan ons tafeltje in het clubcafé Bikkels meldt. 'Een Belgisch interview?' Hij zegt het met een lichaamstaal die het vervolg laat raden. 'Is Mathias ineens weer populair bij jullie nu wij hem oppikten?' Het is wat NEC doet, legt hij uit: jonge jongens die een kras opliepen weer oppikken en hen proberen te laten doorontwikkelen, zoals het eerder onder anderen deed met Arnaut Danjuma en Anthony Limbombe. 'Wij zijn een ontwikkelingsclub. Jonge talenten moeten tijd en vertrouwen krijgen. Hun ontwikkeling gaat met ups en downs, maar vaak wordt er van hen verwacht dat ze meteen elke keer top zijn. In Nederland was Memphis Depay op zijn negentiende al afgeschreven omdat hij een keer een hoed op had en twee verkeerde wedstrijden speelde. Mathias kreeg in Manchester en bij de nationale jeugdteams een prachtige opleiding en het is niet omdat het eens tegenzit dat zijn talent weg is. Hier zijn we heel blij met zulke gozers. Wij zijn een familieclub. Op het veld gaat het om presteren en winnen, maar eromheen vangen we ze op. Mathias liet nu al zien dat hij uitstekend kan voetballen. Het zal nog wel eens met hoogtes en laagtes zijn. Maar binnen twee, drie jaar speelt hij waar hij ooit wilde spelen.' Het is een bevestiging van het verhaal dat die gozer ons net zelf vertelde nadat we hem de vraag stelden wat hij vindt van het parcours dat hij tot nu toe aflegde.Mathias Bossaerts: 'Ze vingen mij hier goed op. Zowel bij de club als bij de staf en de spelers voelde ik mij meteen welkom. Na vier, vijf trainingen startte ik al in de basis op Roda JC, een van de moeilijkere wedstrijden, en daarna bleef ik staan. Dat positieve gevoel neem je mee op het veld. Zo bouw je zelfvertrouwen op. Na een moeilijke periode is speelminuten maken het belangrijkste. Het ging sneller dan verwacht, want vergeet niet dat ik in Oostende met de B-ploeg moest meetrainen en een voorbereiding zonder wedstrijden kende. Ook het voetbal dat hier gespeeld wordt, ligt mij. Ik ben een centrale verdediger die graag de opbouw van achteren uit mee verzorgt. 'Natuurlijk ben ik best nog wel jong, maar mijn ambitie was al verder te staan. Maar waar ik nu ben, voel ik mij goed. NEC was er vroeg bij, in mei al, maar in overleg met mijn makelaars besliste ik even af te wachten om te kijken welke interesse er nog zou zijn. Ik wou geen overhaaste beslissing nemen waar ik mij achteraf misschien ongelukkig bij zou voelen. Uiteindelijk ben ik heel blij met deze keuze. Zeker na wat er de voorbije zomer allemaal over mij in de media is verschenen. Ik denk dat ik daarop gepast reageerde: met mijn voeten. Dat ik direct weer werd opgeroepen voor de nationale belofteploeg geeft mij extra motivatie. 'Ik ben niet de enige die geschrokken is van wat de nieuwe sportief directeur van KV Oostende over mij verklaarde. Zeker mijn ouders vonden het onrespectvol te zeggen dat ik dacht dat Barcelona achter mij zou komen, dat ik alleen een club aan de Costa del Sol wou en dat als ik niet oplet ik een andere job zal moeten gaan zoeken. En dat ik het goede leven en goed gekleed lopen moet vergeten. Wie mij kent, weet dat ik er neergezet werd als iemand die ik niet ben. Van klein af al doe ik alles voor het voetbal. Ik drink niet, ik let op mijn voeding, ga tijdig slapen, draag veel zorg voor mijn lichaam en ga zelden uit. Hier woon ik op een appartement in een rustig dorpje op een kwartier rijden van het stadion en ik ben nog maar één keer in het centrum van Nijmegen geweest. Dat was dan nog toen ik mee moest met de teammanager om schoenen te kiezen voor onder het clubkostuum. Voor de rest zit ik alleen thuis en ontspan ik mij met playstation en film of voetbal kijken. Ben ik in het weekend even vrij, dan ga ik naar mijn familie. Gekke dingen doe ik niet, zelfs niet in de vakantie. Mijn vrienden zijn bijna allemaal voetballers. In het tussenseizoen ben ik samen met Marco Weymans en Senna Miangue en een privécoach van Move To Cure blijven trainen. Bijna elke dag draag ik een Niketrainingspak, maar als ik eens wegga mag ik geen mooi hemd en een mooie jeans meer aantrekken? Wat maakt het uit of ik dan zwarte of knalgele schoenen draag? Ik hou van r&b en van hiphop, maar ben geen uitgaanstype. De ideale vrije dag is voor mij mijn ouders opzoeken en iets gaan eten. Dat is wie ik echt ben.' 'Het is duidelijk dat mijn twee seizoenen in Oostende allesbehalve top waren. In het begin ging het nochtans redelijk goed. Maar na vier opeenvolgende basisplaatsen geraakte ik geblesseerd en nam David Rozehnal mijn plaats in. Die deed het ook goed en van toen af werd het voor mij alleen maar moeilijker. Mocht ik nog eens meedoen en deed ik het zelf ook goed, dan verhuisde ik toch weer naar de bank. Zo kon ik nooit in mijn ritme komen. Naar mijn gevoel kreeg ik veel te weinig kansen om mij te tonen. 'Ik beleefde heel moeilijke momenten. Van toen ik begon te voetballen was het eigenlijk altijd alleen maar in een rechte lijn omhoog gegaan. Beerschot, Anderlecht, Manchester City: alles was tot dan rooskleurig geweest. Toen ik bij Oostende aankwam, had ik iets van: hier moet het nu absoluut gebeuren! Sowieso ben ik iemand die veel druk op zichzelf legt. Ik ben niet snel tevreden. De lat ligt bij mij altijd heel hoog. Ik ben een perfectionist en dat heeft voordelen maar ook nadelen. Trap ik negen van de tien passes juist, dan zal ik vooral aan die ene denken die dat niet was. Dat is niet altijd goed. 'Toen ik op de bank zat, reageerde ik af en toe op de verkeerde manier. Niet alleen verwachtte ik zelf meer, er was rond mij ook een sfeer van hoge verwachtingen gecreëerd. Op mijn hoofd stond een stempel van Manchester City en ik was aangekondigd als een toekomstige Rode Duivel. Terwijl ik pas uit de opleiding kwam en nooit eerder één minuut profvoetbal gespeeld had. Toen ik niet in de basis stond, bij wat toen toch een play-off 1-ploeg was, vroeg iedereen mij: je speelt niet, wat is er gebeurd?! Maar hoeveel centrale verdedigers van twintig jaar zijn er in het eerste vaste basisspeler? 'Ik raakte gefrustreerd omdat mijn honger en ambitie zo groot was. Gek werd ik ervan, omdat ik gewoon was plezier te beleven aan het voetbal. Ik wist niet hoe ik moest omgaan met tegenslagen, omdat zo'n situatie nieuw was voor mij en ik er mij niet wou bij neerleggen. Ik ging discussies aan met stafleden omdat ik het niet eens was met beslissingen die werden genomen en ik zei wel eens foute dingen. Zo kwam ik bij sommigen over als een probleemkind, iemand die arrogant is en een grote mond heeft. Een paar maanden later, nadat je het allemaal meegemaakt hebt, denk je: had ik toen maar anders gereageerd. Zo leer je uit de fouten die je maakte. Komen er ooit weer zulke momenten, dan weet ik wat te doen. 'In die tijd miste ik ook wel wat feedback om mij beter te kunnen voelen, uitleg waarom de situatie was zoals ze was. In de moeilijkste momenten, toen ik echt diep zat, was er in de staf gelukkig iemand als Jacques Caluwé. Hij sprak veel met mij en dat hielp mij als mens. Als je weinig of geen kansen krijgt, ben je niet gelukkig; en als je niet goed in je vel zit, is het nog moeilijker om te presteren. Eerlijk: 20 van de 24 maanden voelde ik mij kut. Dat was zo verwarrend voor mij. Er waren zoveel kleine dingen die mij irriteerden. Ik vond het ook raar dat ze klaagden over hoe er bij Manchester City op conditioneel vlak met mij was gewerkt. Ik ben een explosief type, geen marathonloper, en ze vonden dat er met mij te veel op hoge intensiteit was getraind en te weinig op de lage basis. In Engeland, bij de nationale ploeg en ook hier is dat nooit een punt geweest. Ik kreeg in Oostende het gevoel dat ik te veel op bepaalde data werd afgerekend. Met hoe ik mij voelde, werd geen rekening gehouden. Terwijl dat voor mij het belangrijkste is. 'Toen na twee seizoenen zowat alles veranderde bij KVO dacht ik: dit is een nieuwe kans. Zeker toen ik hoorde dat ze er met jong Belgisch talent gingen werken. Als belofte- international zeg je dan: dit is mijn categorie. Maar enkele dagen voor de start van de voorbereiding kreeg ik een e-mail van Hugo Broos dat ik tien dagen later moest beginnen. Ik had zoiets van: huh, start de voorbereiding later? Dus ik stuurde een berichtje, waarna ik er eentje terugkreeg dat ik in de B-kern zat. Zomaar. Zonder gesprek van mens tot mens. Ik vond dat vreemd, omdat je toch altijd een minimum aan respect verwacht. Ook dat was nieuw voor mij én frustrerend. 'Dat ik van Gert Verheyen evenmin iets had gehoord, vond ik ook al raar, want we kenden elkaar: ik werkte twee jaar onder hem bij de nationale ploeg en was er zelfs een tijdje zijn aanvoerder. Dankzij mijn makelaars kon ik hem tijdens de voorbereiding toch eens spreken, maar daar werd ik niet veel wijzer van. Hij zei dat hij spelers nodig had met wie hij naar de oorlog kon gaan en dat hij twijfelde aan mijn beschikbaarheid. Terwijl ik toch iemand ben die agressief op het veld staat en sterk is in duel? Ik kom tenslotte uit Engeland, waar het allemaal jongens van staal zijn. Maar misschien bedoelde hij dat ik de voorbije jaren wel eens geblesseerd ben geweest. 'Maar goed, wat ik uiteindelijk ook leerde, is: blijf focussen op jezelf en niet op wat er over je gezegd wordt, blijf in jezelf geloven en als het eens minder goed gaat, begin dan geen rare dingen te doen. Het belangrijkste is wat er tussen die vier grote lijnen gebeurt.' 'Mijn Cityverleden maakte het mij in België niet makkelijker, maar ik kijk heel positief terug op mijn tijd in Engeland. Het was top. Op mijn zestiende mocht ik onder Roberto Mancini in een trainingswedstrijd van elf tegen elf al een eerste keer het veld op tegen de grote sterren van het eerste elftal en daarin stond ik tegen Mario Balotteli en Carlos Tévez. En op mijn achttiende mocht ik van Manuel Pelligrini in de voorbereiding geregeld met hen meetrainen. Als je dan tussen mannen als Vincent Kompany, Sergio Agüero, David Silva en Joe Hart mag meedoen, kun je daar alleen maar van leren. Bij de beloften was het top om onder Patrick Vieira te kunnen werken, vooral door de manier waarop hij ons wou laten voetballen en hoe hij ons dat op het oefenveld liet doen. Sowieso speelde ik in Manchester altijd in een heel sterke ploeg. Elke training was het vollen bak. Daar lopen zoveel goeie jonge spelers rond. Iedere dag train je tussen jeugdinternationals van Engeland, Frankrijk, Spanje en Brazilië. Ook al die wedstrijden in de Youth League waren van hoog niveau. Alles draaide er altijd om voetbal. Dat mijn ouders en mijn broertje mee verhuisden, maakte het voor mij iets makkelijker. Een gastgezin was iets minder comfortabel geweest. 'Ik zou het meteen weer doen om het weer allemaal te kunnen beleven. Soms wordt het geld erbij gesleept, maar dat was helemaal niet de reden waarvoor ik ben gegaan. Dat je er meer verdient, lijkt mij logisch en het is leuk, maar dat interesseerde mij op dat moment niet. Ik wou gewoon mijn droom achterna. Als je als kind thuis altijd naar de hoogtepunten van de Premier League kijkt en ervan droomt om ooit het shirtje van Manchester City te dragen en daar op een dag de kans voor krijgt, dan ga je daarvoor. Slaag je er uiteindelijk niet in om daar door te breken, dan is dat een ontgoocheling. Want het was mijn doel, ik geloofde erin en deed er alles voor. Dat niemand van mijn generatie daarin slaagde, helpt om het te accepteren. 'Misschien was het voor mijn ontwikkeling als persoon niet slecht om na Manchester City eens een periode mee te maken waarin niet alles naar mijn zin ging. Daar leerde ik van, over mezelf en over anderen. Hoe dan ook: het is wat het is. Ik kan het niet meer veranderen. Nu wil ik weer de weg omhoog opgaan. Mijn honger en mijn ambitie zijn gebleven. Ik bekijk het week per week en probeer almaar beter te doen. Dan zullen we wel zien waar we terechtkomen.'