De Franse sportkrant L'Equipe rekende het vorige week uit. Na vier speeldagen werd er van de vijf grote Europese competities gemiddeld het meest gescoord in Italië: 2,87 goals per match. Daarna volgen Frankrijk (2,52), Spanje (2,45), Engeland (2,44) en Duitsland (2,42). Het is te vroeg om daar conclusies uit te trekken, maar het zegt toch iets. Ook de cijfers van de afgelopen jaren tonen dat de Serie A steeds aantrekkelijker om volgen wordt. In de afgelopen vier seizoenen (van 2013 tot 2017) ligt het gemiddelde aantal goals in de Italiaanse eerste klasse met 2,73 zel...

De Franse sportkrant L'Equipe rekende het vorige week uit. Na vier speeldagen werd er van de vijf grote Europese competities gemiddeld het meest gescoord in Italië: 2,87 goals per match. Daarna volgen Frankrijk (2,52), Spanje (2,45), Engeland (2,44) en Duitsland (2,42). Het is te vroeg om daar conclusies uit te trekken, maar het zegt toch iets. Ook de cijfers van de afgelopen jaren tonen dat de Serie A steeds aantrekkelijker om volgen wordt. In de afgelopen vier seizoenen (van 2013 tot 2017) ligt het gemiddelde aantal goals in de Italiaanse eerste klasse met 2,73 zelfs hoger dan dat van Engeland (2,71) en Frankrijk (2,52). De kloof met Spanje (2,77), toch de competitie die bekend staat om zijn aanvalslust, is miniem. De exponent van die offensievere instelling is het Napoli van Maurizio Sarri. Vorig seizoen vestigde de Zuid-Italiaanse club een nieuw record door 94 keer te scoren in één seizoen (17 goals meer dan kampioen Juventus). Zeventien keer kon het ook meer dan drie goals maken in een match. Een belangrijk aandeel daarin had Dries Mertens met 28 doelpunten. Ook dit seizoen is Napoli verschroeiend van start gegaan, met na vijf competitiematchen maar liefst 19 goals, gemiddeld dus bijna vier per wedstrijd. En met Atalanta en Lazio kreeg Napoli toch al de nummer 4 en 5 uit de competitie van vorig seizoen voorgeschoteld. Voorlopig topschutter van de ploeg is alweer onze landgenoot. Wat is er dan veranderd in de Serie A dat er zoveel gescoord wordt? L'Equipe schuift drie factoren naar voor. Ten eerste, de explosie van offensieve talenten. Vorig seizoen sprongen zes spelers over de lat van de twintig doelpunten: Edin Dzeko (AS Roma, 29), Mertens (28), Andrea Belotti (Torino, 26), Mauro Icardi (Inter, 24), Gonzalo Higuaín (Juventus, 24) en Ciro Immobile (Lazio, 23). Die spitsen profiteren van het werk van aanvallend ingestelde trainers, en dat is meteen de tweede factor die meespeelt. Sarri is een aanhanger van het 4-3-3-systeem en heeft het korte combinatievoetbal tot een kunst verheven. Hij is niet de enige in de Serie A die houdt van mooi voetbal: Simone Inzaghi (Lazio), Eusebio Di Francesco (AS Roma) en Vincenzo Montella (AC Milan) hebben dezelfde gezonde slag van de molen. Een derde factor is dat de (budgettaire) kloof tussen de grote clubs en de kleintjes in de Serie A steeds groter wordt. Dat is een tendens die zich overigens ook aftekent in de andere, grote Europese competities én in de Champions League. Gevolg is dat er in de meeste kampioenschappen de afgelopen jaren heel wat records gesneuveld zijn. Zo zijn in de Serie A zeven van de tien doelpuntenrecords opgetekend in de laatste vier seizoenen. In Spanje werd de grens van de honderd goals slechts twee keer bereikt tussen 1987 en 2007. Sinds het seizoen 2008/09 wordt die grens elk jaar overschreden door minstens één club (FC Barcelona of Real Madrid).