De voetballoze periode noopt clubs ertoe origineel uit de hoek te komen op sociale media. Van virtuele titelvieringen over skypegesprekken met spelers tot glorierijke wedstrijden uit het verleden. Het kijkcijferkanon van Sevilla FC? De Monchi Masterclass 13, een dertiendelige reeks waarin de sportief directeur de geheimen achter zijn successen met de Andalusiërs uit de doeken doet.

Het getal verwijst niet naar het aantal afleveringen, maar wel naar het rugnummer waarmee Ramón Rodríguez Verdejo - zoals de volledige naam van Monchi luidt - tussen 1988 en 1999 126 wedstrijden voor het eerste en tweede elftal van Sevilla speelde. Het grootste deel van de tijd fungeerde hij als invallersdoelman. Nooit verliet hij zijn grote liefde echter voor een andere club.

Toch was het pas na zijn carrière als voetballer dat hij echt furore begon te maken in het zuiden van Spanje. Nadat Sevilla in het seizoen 1999-2000 was gedegradeerd naar tweede klasse werd de ex-doelman gepromoveerd van teammanager tot sportief directeur. Het nieuwe doel: de ploeg terugbrengen naar de Primera División en de jeugdopleiding en scouting op punt zetten.

Twintig jaar later mag je stellen dat Monchi in zijn opdracht geslaagd is. Sinds 2000 won Sevilla twee keer de Spaanse beker, één keer de Supercopa, vijf keer de Europa League en één keer de Europese Super Cup.

Geroemd handelshuis

Nog meer dan de prijzenkast spreekt echter het lijstje met spelers die hij lanceerde tot de verbeelding. Met dank aan een uitgekiend scoutingnetwerk - waarover hij uitgebreid vertelt in zijn masterclass - slaagde hij er keer op keer in om voetballers voor relatief lage bedragen binnen te halen en vervolgens voor een veelvoud door te verkopen.

Zo werd Dani Alves in 2003 gekocht voor 550.000 euro en vertrok de Braziliaan vijf jaar later voor 35 miljoen naar Barcelona. Julio Baptista kostte op zijn beurt 3,5 miljoen en bracht er na zijn vertrek naar Real Madrid 20 op. Het zijn maar twee van de vele voorbeelden.

Bovenop de geslaagde transferpolitiek leidde Sevilla zelf ook al heel wat goeie voetballers op. De betreurde José Antonio Reyes, clubicoon Jesús Navas en Realverdediger Sergio Ramos, allemaal werden ze in Andalusië gekneed.

Bij het vertrek van die laatste leerde Monchi overigens dat hij niet op élke uitgaande transfer is voorbereid. Toen Real Madrid op de slotdag van de zomerse transfermarkt van 2005 liet weten dat het de afkoopclausule van 27 miljoen voor de jonge verdediger op tafel zou leggen, zat Monchi met de handen in het spreekwoordelijke haar.

Dragutinovic werd op 1 nacht tijd getransferreerd naar Sevilla., Belga Image
Dragutinovic werd op 1 nacht tijd getransferreerd naar Sevilla. © Belga Image

De sportief directeur was er in geen geval van uitgegaan dat Ramos zou vertrekken en had de voorbije maanden niet intensief naar centrale verdedigers gescout. Toen de tijd begon te dringen, raadde een vertrouweling hem Ivica Dragutinovi? van Standard aan. Monchi belde naar enkele kennissen in België en besloot het erop te wagen. Zonder ook maar één wedstrijd van de verdediger te hebben gezien, kocht hij de Serviër. Dragutinovi? zou uiteindelijk zes jaar voor Sevilla spelen en vijf prijzen pakken.

'We hadden vanaf dan kunnen beslissen om altijd raad te vragen aan die ene persoon', zei Monchi later aan The New York Times over de transfer van Dragutinovi?. 'Maar we besloten om eruit te leren en ons nog beter voor te bereiden. Door spelers voor alle posities te scouten, wilden we zulke toestanden in de toekomst vermijden.'

Passage bij Roma

Intussen sprongen de verwezenlijkingen van Monchi ook buitenlandse topclubs steeds meer in het oog, maar steeds bleef hij zijn Sevilla trouw. Tot in 2017 AS Roma kwam en Monchi toch vertrok. De Spanjaard moest de ploeg uit de hoofdstad doen aanknopen met de successen van weleer en Juventus eindelijk maar eens van de troon stoten.

Het sprookje was echter van wel erg korte duur. In zijn eerste seizoen werd Roma nog wel derde, maar heel wat van zijn transfers mislukten en toen in het seizoen daarop coach Eusebio Di Fransesco de laan werd uitgestuurd, besloot in zijn spoor ook Monchi op te stappen.

Na zijn vertrek verweet de Spanjaard grote baas James Pallotta een gebrek aan vrijheid om zijn manier van werken uit te zetten, terwijl die laatste beweerde dat Monchi net alle touwtjes in handen kreeg. De waarheid ligt wellicht ergens tussen Rome en Sevilla.

De topclubs waren hem echter nog niet vergeten. Na zijn vertrek bij Roma dacht Arsenal aan een vereniging tussen Monchi en Unai Emery, maar de Andalusiër verkoos de Giralda boven de Big Ben en keerde terug naar het oude nest, terug naar huis.

Ivan Rakitic en Sevilla, liefde op het eerste gezicht, Belga Image
Ivan Rakitic en Sevilla, liefde op het eerste gezicht © Belga Image

De warmte van Sevilla

Misschien is die band met zijn thuisstad wel zijn grootste troef van allemaal. In zijn jacht naar nieuwe spelers speurt de sportief directeur naar eigen zeggen niet alleen naar goede voetballers, maar ook naar mensen die bij de ploeg en in de stad - 'een omgeving die hen ertoe aanzet alles te geven' - passen. 'Dani Alves, Ivica Dragutinovic, Ivan Rakitic, vraag het hen, allemaal zullen ze zeggen dat ze nog steeds Sevillista's zijn', zegt Monchi.

Het mooiste voorbeeld is allicht Ivan Rakitic. Monchi zag in de middenvelder van Schalke niet alleen een geweldige aanwinst, maar ook iemand die perfect zou aarden in zijn stad.

Toen de jonge Kroaat in de winter van 2011 in Sevilla was om te onderhandelen over een transfer, overnachtte hij met zijn broer in een hotel. Omdat hij de slaap niet kon vatten, besloot hij het centrum in te trekken voor een drankje. Bij zijn terugkomst in het hotel geraakte hij aan de bar aan de praat met een Spaanse serveerster, Raquel.

Negen jaar later is Raquel nog steeds mevrouw Rakitic en heeft het echtpaar twee dochters. De peter van de oudste? Matchmaker Monchi.

De voetballoze periode noopt clubs ertoe origineel uit de hoek te komen op sociale media. Van virtuele titelvieringen over skypegesprekken met spelers tot glorierijke wedstrijden uit het verleden. Het kijkcijferkanon van Sevilla FC? De Monchi Masterclass 13, een dertiendelige reeks waarin de sportief directeur de geheimen achter zijn successen met de Andalusiërs uit de doeken doet.Het getal verwijst niet naar het aantal afleveringen, maar wel naar het rugnummer waarmee Ramón Rodríguez Verdejo - zoals de volledige naam van Monchi luidt - tussen 1988 en 1999 126 wedstrijden voor het eerste en tweede elftal van Sevilla speelde. Het grootste deel van de tijd fungeerde hij als invallersdoelman. Nooit verliet hij zijn grote liefde echter voor een andere club.Toch was het pas na zijn carrière als voetballer dat hij echt furore begon te maken in het zuiden van Spanje. Nadat Sevilla in het seizoen 1999-2000 was gedegradeerd naar tweede klasse werd de ex-doelman gepromoveerd van teammanager tot sportief directeur. Het nieuwe doel: de ploeg terugbrengen naar de Primera División en de jeugdopleiding en scouting op punt zetten. Twintig jaar later mag je stellen dat Monchi in zijn opdracht geslaagd is. Sinds 2000 won Sevilla twee keer de Spaanse beker, één keer de Supercopa, vijf keer de Europa League en één keer de Europese Super Cup. Geroemd handelshuis Nog meer dan de prijzenkast spreekt echter het lijstje met spelers die hij lanceerde tot de verbeelding. Met dank aan een uitgekiend scoutingnetwerk - waarover hij uitgebreid vertelt in zijn masterclass - slaagde hij er keer op keer in om voetballers voor relatief lage bedragen binnen te halen en vervolgens voor een veelvoud door te verkopen. Zo werd Dani Alves in 2003 gekocht voor 550.000 euro en vertrok de Braziliaan vijf jaar later voor 35 miljoen naar Barcelona. Julio Baptista kostte op zijn beurt 3,5 miljoen en bracht er na zijn vertrek naar Real Madrid 20 op. Het zijn maar twee van de vele voorbeelden.Bovenop de geslaagde transferpolitiek leidde Sevilla zelf ook al heel wat goeie voetballers op. De betreurde José Antonio Reyes, clubicoon Jesús Navas en Realverdediger Sergio Ramos, allemaal werden ze in Andalusië gekneed. Bij het vertrek van die laatste leerde Monchi overigens dat hij niet op élke uitgaande transfer is voorbereid. Toen Real Madrid op de slotdag van de zomerse transfermarkt van 2005 liet weten dat het de afkoopclausule van 27 miljoen voor de jonge verdediger op tafel zou leggen, zat Monchi met de handen in het spreekwoordelijke haar. De sportief directeur was er in geen geval van uitgegaan dat Ramos zou vertrekken en had de voorbije maanden niet intensief naar centrale verdedigers gescout. Toen de tijd begon te dringen, raadde een vertrouweling hem Ivica Dragutinovi? van Standard aan. Monchi belde naar enkele kennissen in België en besloot het erop te wagen. Zonder ook maar één wedstrijd van de verdediger te hebben gezien, kocht hij de Serviër. Dragutinovi? zou uiteindelijk zes jaar voor Sevilla spelen en vijf prijzen pakken. 'We hadden vanaf dan kunnen beslissen om altijd raad te vragen aan die ene persoon', zei Monchi later aan The New York Times over de transfer van Dragutinovi?. 'Maar we besloten om eruit te leren en ons nog beter voor te bereiden. Door spelers voor alle posities te scouten, wilden we zulke toestanden in de toekomst vermijden.'Passage bij RomaIntussen sprongen de verwezenlijkingen van Monchi ook buitenlandse topclubs steeds meer in het oog, maar steeds bleef hij zijn Sevilla trouw. Tot in 2017 AS Roma kwam en Monchi toch vertrok. De Spanjaard moest de ploeg uit de hoofdstad doen aanknopen met de successen van weleer en Juventus eindelijk maar eens van de troon stoten.Het sprookje was echter van wel erg korte duur. In zijn eerste seizoen werd Roma nog wel derde, maar heel wat van zijn transfers mislukten en toen in het seizoen daarop coach Eusebio Di Fransesco de laan werd uitgestuurd, besloot in zijn spoor ook Monchi op te stappen. Na zijn vertrek verweet de Spanjaard grote baas James Pallotta een gebrek aan vrijheid om zijn manier van werken uit te zetten, terwijl die laatste beweerde dat Monchi net alle touwtjes in handen kreeg. De waarheid ligt wellicht ergens tussen Rome en Sevilla. De topclubs waren hem echter nog niet vergeten. Na zijn vertrek bij Roma dacht Arsenal aan een vereniging tussen Monchi en Unai Emery, maar de Andalusiër verkoos de Giralda boven de Big Ben en keerde terug naar het oude nest, terug naar huis.De warmte van SevillaMisschien is die band met zijn thuisstad wel zijn grootste troef van allemaal. In zijn jacht naar nieuwe spelers speurt de sportief directeur naar eigen zeggen niet alleen naar goede voetballers, maar ook naar mensen die bij de ploeg en in de stad - 'een omgeving die hen ertoe aanzet alles te geven' - passen. 'Dani Alves, Ivica Dragutinovic, Ivan Rakitic, vraag het hen, allemaal zullen ze zeggen dat ze nog steeds Sevillista's zijn', zegt Monchi. Het mooiste voorbeeld is allicht Ivan Rakitic. Monchi zag in de middenvelder van Schalke niet alleen een geweldige aanwinst, maar ook iemand die perfect zou aarden in zijn stad. Toen de jonge Kroaat in de winter van 2011 in Sevilla was om te onderhandelen over een transfer, overnachtte hij met zijn broer in een hotel. Omdat hij de slaap niet kon vatten, besloot hij het centrum in te trekken voor een drankje. Bij zijn terugkomst in het hotel geraakte hij aan de bar aan de praat met een Spaanse serveerster, Raquel.Negen jaar later is Raquel nog steeds mevrouw Rakitic en heeft het echtpaar twee dochters. De peter van de oudste? Matchmaker Monchi.