Nabil Dirar komt in Sport/voetbalmagazine terug op zijn woelige zomer in Brugge. "Ik had echt zin om te vertrekken", zegt hij.

Na twee weekjes B-kern sloot Dirar vorige week terug aan bij de eerste ploeg van Club Brugge.

Doktersbriefje

"De ochtend na de Coppa Sterchele op 21 juli werd ik wakker met krampen in mijn buik," doet Dirar zijn verhaal. "Ik heb dan aan een vriend gevraagd om me naar een dokter te brengen waar ik een doktersbriefje kreeg."

"Ondertussen bracht ik het bestuur van Club op de hoogte dat ik niet aanwezig kon zijn op de fandag. Dat begrepen ze perfect. De volgende dag was ik nog niet veel beter, maar ging ik toch naar het stadion om mijn doktersbriefje te laten zien."

"De coach vroeg waarom ik er de dag ervoor niet was. Ik liet hem mijn doktersbriefje zien, waarop hij zei: 'Zulke spelers kan ik niet gebruiken. Ga maar naar huis en we zullen een beslissing nemen.' Later vernam ik dat ik twee weken naar de reserven verbannen werd."

Vertrek

Hoe nam hij dat op? "Heel slecht. Ik had bijna alles opgegeven. Ik wou aan die twee weken niet beginnen. Het zijn mijn vrienden en mijn familie die op me ingepraat hebben. Die me gezegd hebben dat ik niet alles mocht weggooien wat ik had opgebouwd," aldus Dirar.

De middenvelder heeft er ook aan gedacht om te vertrekken bij Club na zijn verbanning naar de B-kern.

"Ik heb aan mijn entourage gevraagd om hun contacten aan te spreken," zegt hij. "Ik had echt zin om te vertrekken. Ik heb ook aanbiedingen gehad, waarvan sommige serieuze. In Frankrijk, in Turkije, in Engeland."

"Maar ik heb dan een gesprek gehad met het bestuur van Club Brugge. En zo is alles snel terug in orde geraakt."

Bank

Ondanks zijn slechte start, hoopt Dirar de verwachtingen van coach Adrie Koster en manager Luc Devroe in te lossen.

"Als ik Perisic op links zie spelen, besef ik dat het heel moeilijk voor me wordt. Maar ik ben niet de enige op de bank. Dahmane is een superspits en Akpala is Nigeriaans international. Als je kijkt naar de spelers die we hebben, mag je eigenlijk al blij zijn dat je op de bank zit."

(Thomas Bricmont)

Nabil Dirar komt in Sport/voetbalmagazine terug op zijn woelige zomer in Brugge. "Ik had echt zin om te vertrekken", zegt hij. Na twee weekjes B-kern sloot Dirar vorige week terug aan bij de eerste ploeg van Club Brugge. Doktersbriefje "De ochtend na de Coppa Sterchele op 21 juli werd ik wakker met krampen in mijn buik," doet Dirar zijn verhaal. "Ik heb dan aan een vriend gevraagd om me naar een dokter te brengen waar ik een doktersbriefje kreeg." "Ondertussen bracht ik het bestuur van Club op de hoogte dat ik niet aanwezig kon zijn op de fandag. Dat begrepen ze perfect. De volgende dag was ik nog niet veel beter, maar ging ik toch naar het stadion om mijn doktersbriefje te laten zien." "De coach vroeg waarom ik er de dag ervoor niet was. Ik liet hem mijn doktersbriefje zien, waarop hij zei: 'Zulke spelers kan ik niet gebruiken. Ga maar naar huis en we zullen een beslissing nemen.' Later vernam ik dat ik twee weken naar de reserven verbannen werd." Vertrek Hoe nam hij dat op? "Heel slecht. Ik had bijna alles opgegeven. Ik wou aan die twee weken niet beginnen. Het zijn mijn vrienden en mijn familie die op me ingepraat hebben. Die me gezegd hebben dat ik niet alles mocht weggooien wat ik had opgebouwd," aldus Dirar. De middenvelder heeft er ook aan gedacht om te vertrekken bij Club na zijn verbanning naar de B-kern. "Ik heb aan mijn entourage gevraagd om hun contacten aan te spreken," zegt hij. "Ik had echt zin om te vertrekken. Ik heb ook aanbiedingen gehad, waarvan sommige serieuze. In Frankrijk, in Turkije, in Engeland." "Maar ik heb dan een gesprek gehad met het bestuur van Club Brugge. En zo is alles snel terug in orde geraakt." Bank Ondanks zijn slechte start, hoopt Dirar de verwachtingen van coach Adrie Koster en manager Luc Devroe in te lossen. "Als ik Perisic op links zie spelen, besef ik dat het heel moeilijk voor me wordt. Maar ik ben niet de enige op de bank. Dahmane is een superspits en Akpala is Nigeriaans international. Als je kijkt naar de spelers die we hebben, mag je eigenlijk al blij zijn dat je op de bank zit." (Thomas Bricmont)