Covid-19 hakt erin. Overal. Voetbalclubs halen hun inkomsten grosso modo uit vier stromen: commerciële contracten met sponsors, inkomsten uit wedstrijddagen (ticketing, catering), televisierechten en transfers. Veel van die zekerheden zijn dit seizoen weggevallen. Inkomsten uit wedstrijddagen? Nul. Haast iedereen moet het sinds maart 2020 stellen zonder fans in het stadion.
...

Covid-19 hakt erin. Overal. Voetbalclubs halen hun inkomsten grosso modo uit vier stromen: commerciële contracten met sponsors, inkomsten uit wedstrijddagen (ticketing, catering), televisierechten en transfers. Veel van die zekerheden zijn dit seizoen weggevallen. Inkomsten uit wedstrijddagen? Nul. Haast iedereen moet het sinds maart 2020 stellen zonder fans in het stadion. De Premier League ging begin december heel even open, maar beperkt. West Ham United ontving voor de topper tegen Manchester United 2000 fans. PSG speelt al een heel jaar voor lege tribunes, Bayern München en Barcelona idem. De Jupiler Pro League ontsnapte nog: zes speeldagen mét fans brachten iets in het laatje, zij het niet veel. Geen fans in het stadion betekent ook minder zichtbaarheid voor sponsors, die vaak nog aan boord bleven maar de voorbije maanden wel vouchers claimden voor volgend seizoen. Transfers dan. Die inkomstenbron kreeg ook klappen. De transferbewegingen in La Liga bijvoorbeeld. Voor 2019/20: 1,51 miljard euro uitgaven tegenover 1,16 miljard inkomsten. In 2020/21 is dat 414,70 miljoen euro uitgaven tegenover 528,45 miljoen inkomsten. Clubs besparen en verkopen. Het is daar wel het eerste positieve saldo sinds 2015. Op zich is zo'n sanering economisch goed, maar ze kan ten koste gaan van het kwaliteitsniveau van de competitie. Dat moet nog blijken, maar Cristiano Ronaldo is al weg en Lionel Messi volgt wellicht. Transferbewegingen in andere competities bevestigen dat ( zie kader). Conclusie: de uitgaven van clubs bij transfers dalen, maar de inkomsten vallen nog veel forser terug. Vaak met 50 procent. Als drie van de vier pijlers wegvallen of worden gehalveerd, gaat de stoel waarop het voetbal zit, wel stevig aan het wankelen. Eigenlijk is er dit seizoen slechts één pijler waarop alles rust: de televisie. Télé-dépendance, in Frankrijk vonden ze er een woord voor uit. En wie al eens wiebelde op een stoel: het is op twee poten al lastig balanceren, laat staan op één. Télé-dépendance is een oud zeer. In Engeland leunen de clubs al jaren zwaar op de televisie. Het gemiddelde aandeel van de tv in hun inkomen bedraagt geen 25 maar 60 procent. Bij de 'kleinere' clubs is dat nog groter: bij Bournemouth bedroeg dat aandeel vorig seizoen 88 procent. Bij de big six varieert het: van 42 procent (Manchester United) tot 53 procent (Tottenham). Zij spelen nagenoeg elk jaar Europees, vaak Champions League, en puren ook daar een deel van hun inkomen uit. Bovendien zijn het wereldmerken, met mondiale contracten. Fans vloeken vaak op die tv-afhankelijkheid, omdat de eisen van de televisie botsen met hun gewoontes. De traditionele aftrap op zaterdag om 15 uur is allang dood. Volgend weekend is er nog eentje op dat uur: West Bromwich tegen Brighton. Voor de rest wordt er gespeeld van zaterdag 12.30 uur tot maandagavond 20 uur. Nu, in tijden van voetbal zonder publiek, is dat minder erg, maar als er straks weer fans binnen mogen, is het een doorn in het oog van de nostalgicus. Clubs moeten zich daar nu over beraden. Een jaar zonder fans leert dat de beleving in het stadion onmisbaar is. Lagere toegangsprijzen, subsidiëring voor uitwedstrijden en een geografische rem bij wedstrijden op maandagavond zijn dezer dagen denkpistes. Volgende maandag is er Everton- Southampton. Dat zou in de toekomst niet meer mogen, vinden fans. Zij pleiten voor derby's op maandag. Ook in de Bundesliga, waar clubs nog sterk 'supportergestuurd' zijn, en in La Liga is er fel verzet tegen wedstrijden op maandag. Het voordeel van zo'n sterke televisiepijler is zekerheid: je weet, zo lang een contract loopt, wat er binnen komt. Erger is als deze pijler ook weg valt. Dat is wat de Franse teams dit seizoen overkomt.Op 29 mei 2018 rekenden de Franse clubs zich steenrijk. Mediapro, Spaans-Chinees, kreeg toen de rechten op de Ligue 1 en Ligue 2 voor vier jaar (2020-2024). Het legde een bedrag van 830 miljoen euro per jaar op tafel: 780 miljoen voor L1, 50 miljoen euro voor L2. Samen met wat andere rechtenhouders (BeIN, Free) leverde dat de Franse profclubs vanaf 2020 jaarlijks 1,15 miljard euro op. Niet toevallig gingen de uitgaven op de transfermarkt in 2019 prompt de hoogte in, van 619, 17 miljoen euro naar 840,2 miljoen euro. Wie in L1 zat, wilde daar absoluut blijven.Helaas maakte Mediapro zijn beloftes amper waar. En dat merkten de clubs snel, want het Franse televisiecontract wordt in schijven betaald: telkens de vijfde van de maand, in augustus, oktober, december, februari, april en juni, met een kleine storting van 8,5 miljoen euro op 1 juli en 1 januari.Begin oktober, net voor de tweede storting, liet Mediapro weten zijn verbintenis te willen 'heronderhandelen' gezien Covid. De eerste storting was al te laat, de tweede (135 miljoen euro) kwam er zelfs helemaal niet. Om de clubs niet in de problemen te brengen, leende de Ligue 1 het geld, dat het doorstortte aan de ploegen. In december miste het bedrijf weer een betaling (127 miljoen euro), waarna de liga opnieuw geld leende. Onderhandelingen met Mediapro leverden niks meer op, en mits betaling van een schadevergoeding van 64 miljoen euro, kwam het bedrijf onder zijn contract uit.Daar zaten de Franse clubs plots met hun lopende contracten (een gemiddeld maandloon is er 50.000 euro), maar zonder televisiecontract. BeIN had Canal+ laten inbreken in haar deel van het contract, maar die 330 miljoen compenseerde amper de 260 miljoen die de profliga leende.Vorige week kwam er een klein beetje licht in tunnel: Canal+ gaf 35 miljoen euro voor de rest van het seizoen. Alle contracten samen zullen de Franse profclubs ongeveer 670 miljoen euro beuren uit hun televisiecontract, 50 procent minder dan voorzien. De enige die daar zijn voordeel bij deed was de Franse voetballiefhebber: in plaats van abonnementen allerhande te moeten komen om zijn favoriete club te volgen, kon hij terecht op één platform. De vraag is nu: quid de komende jaren? Wie biedt hoeveel? Mediapro mikte in Frankrijk op 3,5 miljoen inschrijvingen voor haar nieuwe televisiezender Téléfoot, maar raakte slechts aan 600.000. Canal+ zag eerder ook al zijn cijfers kelderen. Het gemiddelde van 851.000 kijkers per uitgezonden wedstrijd in het seizoen 2019/20 is slechts de helft van wat de zender tien jaar geleden liet noteren. Misschien komt de witte rook uit nieuwe bubbels. En dan kijken de Fransen naar Italië, waar Mediapro ook een bod deed op de televisierechten van de Serie A, en dan vooral naar DAZN of Amazon. Amazon heeft al een tijdje de sport ontdekt. Het bracht in het voetbal al een documentaire op het scherm over de Spurs en werkt aan eentje rond Bayern. De vraag is wanneer de gigant in de strijd stapt om de televisierechten. Verwacht werd dat ze dat in Italië in het huidige biedingsproces zouden doen, maar dat gebeurde uiteindelijk niet. Krijgt Frankrijk de primeur? De Fransen kijken ook richting DAZN, dat vorige week aan het langste eind trok in de Serie A. DAZN en Sky delen daar tot het einde van het seizoen de rechten: Sky zendt 7 van de 10 wedstrijden per weekend uit, DAZN drie. Voor het nieuwe contract (2021-2024) bood Sky 750 miljoen euro per seizoen, DAZN 840 miljoen. Vrijdag hakten de Italiaanse profclubs de knoop door. Genoa, Crotone, Sampdoria en Sassuolo stemden tegen, Atalanta, Benevento, Bologna, Cagliari, Fiorentina, Hellas Verona, Inter, Juventus, Lazio, Milan, Napoli, Parma, Roma, Spezia, Torino en Udinese stemden voor. Zeven wedstrijden per week uit de Serie A komen exclusief op DAZN, de drie andere worden ook uitgezonden, maar die zijn in een zogenaamde co-exclusiviteit. Sky Sport Italia blijft daar ook voor geïnteresseerd, voor een bedrag van 70 miljoen euro per seizoen.DAZN noemt zich de Netflix van de sport. Het bedrijf maakt deel uit van Access Industries en heeft Amerikaanse geldschieters. DAZN is beschikbaar in Engels, Frans, Duits, Italiaans, Spaans, Japans en Portugees, sinds december 2020 nagenoeg global te zien in 200 landen ter wereld.Worden zij op sportvlak de nieuwe gamechanger? Italianen konden al de Serie A volgen en internationaal de Engese Football League, en La Liga. In Duitsland kan je op het platform al voor veel meer terecht, zelfs straks het WK en de Champions League. Telkens live maar ook on demand, op aanvraag. Wat het bedrijf nog mist, was een alleenrecht op een prestigieuze nationale profcompetitie. De Serie A is het eerste dobbelsteentje dat valt. Volgt straks ook Frankrijk en daarna de rest?