Het zijn beroerde tijden voor spelersmakelaars. Niet alleen in België maar ook in de grote competities vielen de winterkoopjes behoorlijk tegen. In ons land werden minder dan veertig inkomende transfers genoteerd. Bijna een halvering in vergelijking met vorig jaar. Als reden wordt naar het klassement, dat al min of meer vastligt, verwezen. Lokeren lijkt zo goed als veroordeeld en de top zes zal wellicht bestaan uit de Grote Vijf en Antwerp, hoewel STVV nog roet in het eten kan gooien.

Hopelijk zijn de clubleiders echter vooral tot het inzicht gekomen dat paniekaankopen duur zijn en meestal weinig opleveren. Dat lijken ook de clubs uit de grote voetballanden te beseffen, de Premier League op kop. Vorig winter werd in Engeland voor 470 miljoen euro ingekocht. Bijna het dubbele van het recordjaar 2011 (250 miljoen euro).

De Engelse clubs geven steeds meer de voorkeur aan het lenen van spelers en de topteams zagen in deze winter vooral een gelegenheid om hun loonmassa af te bouwen. Veel coaches vinden hun kern te breed om iedereen tevreden te houden en de clubleiding laat dan zonder spijt jongens die over hun top lijken, zoals Cesc Fàbregas, Marouane Fellaini en Mousa Dembélé, vertrekken.

De wintermercato werd in januari 2003 ingevoerd om de stabiliteit van de clubs te verhogen en spelers de gelegenheid te geven tijdens het seizoen van kleuren te veranderen. De ontwikkelingen op de transfermarkt zijn echter koren op de molen van hen die pleiten voor de afschaffing van de tussentijdse transferperiode.

Het slechte nieuws voor de makelaars beperkt zich niet tot de tegenvallende markt. Veel bedreigender zijn de voorstellen van de FIFA om de ongelimiteerde commissies van de spelersagenten te beperken tot drie procent van de transfersom. Bovendien zouden ze bij een overgang niet langer beide partijen (club en speler) mogen vertegenwoordigen.

De superagenten Jorge Mendes, Mino Raiola en Jonathan Barnett (volgens het zakenmagazine Forbes verdienden ze vorig jaar gezamenlijk meer dan 200 miljoen euro aan transfers) hebben zich verenigd om juridische actie te ondernemen tegen de plannen vanuit Zürich.

Gelukkig voor deze arme stumpers zijn er nog uitzonderingen, clubs die zich weinig of niets gelegen laten aan de regels van financiële fair play. Paris Saint-Germain weet dat zijn dossier door de instructiekamer van de Europese voetbalunie opnieuw wordt onderzocht, maar doet alsof er niets aan de hand is. Het versterkte zich deze winter met Leandro Paredes, met een transfersom van 47 miljoen euro de duurste middenvelder in de geschiedenis van de Parijse club.

Jean-Michel Aulas, de voorzitter van grote concurrent Lyon, denkt dat PSG zich sterker waant dan de UEFA en bereid is juridische actie te ondernemen om de financiële fair play onwettig te laten verklaren door de Europese instanties. De club is alvast naar het Sporttribunaal in Lausanne gestapt.

De club van de emir van Qatar heeft alle reden om zich sterk te voelen. Vorige week werd voorzitter Nasser Al-Khelaïfi verkozen tot lid van het Uitvoerend Comité van de UEFA en Qatar versterkte zijn positie ook sportief dankzij de winst in de finale van de Azië Cup van vorige vrijdag in Abu Dhabi.

De Spanjaard Felix Sánchez Bas zette met zijn jonge team (de helft van de selectie is jonger dan 22 en werd opgeleid in de Aspire Academy) een indrukwekkend parcours neer: zeven wedstrijden en evenveel overwinningen, 19 goals voor en één tegen. Al-Annabi (de kastanjebruinen) klopten bovendien de aartsvijanden in de zogenaamde Blockade Derby's tegen Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten. Ter verduidelijking: beide landen blokkeren samen met Egypte en Bahrein sinds juni 2017 buur Qatar diplomatiek en economisch.

De Emiraten waren de grote verliezers. Ze dienden zonder succes een klacht in tegen de WK-organisator van 2022, omdat Qatar spelers opstelde die ten onrechte genaturaliseerd waren. Van deze Azië Cup vallen echter vooral de lege stadions te onthouden. Noord-Korea - Qatar lokte niet eens duizend toeschouwers. Een veeg teken voor 2022.

Het zijn beroerde tijden voor spelersmakelaars. Niet alleen in België maar ook in de grote competities vielen de winterkoopjes behoorlijk tegen. In ons land werden minder dan veertig inkomende transfers genoteerd. Bijna een halvering in vergelijking met vorig jaar. Als reden wordt naar het klassement, dat al min of meer vastligt, verwezen. Lokeren lijkt zo goed als veroordeeld en de top zes zal wellicht bestaan uit de Grote Vijf en Antwerp, hoewel STVV nog roet in het eten kan gooien. Hopelijk zijn de clubleiders echter vooral tot het inzicht gekomen dat paniekaankopen duur zijn en meestal weinig opleveren. Dat lijken ook de clubs uit de grote voetballanden te beseffen, de Premier League op kop. Vorig winter werd in Engeland voor 470 miljoen euro ingekocht. Bijna het dubbele van het recordjaar 2011 (250 miljoen euro). De Engelse clubs geven steeds meer de voorkeur aan het lenen van spelers en de topteams zagen in deze winter vooral een gelegenheid om hun loonmassa af te bouwen. Veel coaches vinden hun kern te breed om iedereen tevreden te houden en de clubleiding laat dan zonder spijt jongens die over hun top lijken, zoals Cesc Fàbregas, Marouane Fellaini en Mousa Dembélé, vertrekken. De wintermercato werd in januari 2003 ingevoerd om de stabiliteit van de clubs te verhogen en spelers de gelegenheid te geven tijdens het seizoen van kleuren te veranderen. De ontwikkelingen op de transfermarkt zijn echter koren op de molen van hen die pleiten voor de afschaffing van de tussentijdse transferperiode. Het slechte nieuws voor de makelaars beperkt zich niet tot de tegenvallende markt. Veel bedreigender zijn de voorstellen van de FIFA om de ongelimiteerde commissies van de spelersagenten te beperken tot drie procent van de transfersom. Bovendien zouden ze bij een overgang niet langer beide partijen (club en speler) mogen vertegenwoordigen. De superagenten Jorge Mendes, Mino Raiola en Jonathan Barnett (volgens het zakenmagazine Forbes verdienden ze vorig jaar gezamenlijk meer dan 200 miljoen euro aan transfers) hebben zich verenigd om juridische actie te ondernemen tegen de plannen vanuit Zürich. Gelukkig voor deze arme stumpers zijn er nog uitzonderingen, clubs die zich weinig of niets gelegen laten aan de regels van financiële fair play. Paris Saint-Germain weet dat zijn dossier door de instructiekamer van de Europese voetbalunie opnieuw wordt onderzocht, maar doet alsof er niets aan de hand is. Het versterkte zich deze winter met Leandro Paredes, met een transfersom van 47 miljoen euro de duurste middenvelder in de geschiedenis van de Parijse club. Jean-Michel Aulas, de voorzitter van grote concurrent Lyon, denkt dat PSG zich sterker waant dan de UEFA en bereid is juridische actie te ondernemen om de financiële fair play onwettig te laten verklaren door de Europese instanties. De club is alvast naar het Sporttribunaal in Lausanne gestapt. De club van de emir van Qatar heeft alle reden om zich sterk te voelen. Vorige week werd voorzitter Nasser Al-Khelaïfi verkozen tot lid van het Uitvoerend Comité van de UEFA en Qatar versterkte zijn positie ook sportief dankzij de winst in de finale van de Azië Cup van vorige vrijdag in Abu Dhabi. De Spanjaard Felix Sánchez Bas zette met zijn jonge team (de helft van de selectie is jonger dan 22 en werd opgeleid in de Aspire Academy) een indrukwekkend parcours neer: zeven wedstrijden en evenveel overwinningen, 19 goals voor en één tegen. Al-Annabi (de kastanjebruinen) klopten bovendien de aartsvijanden in de zogenaamde Blockade Derby's tegen Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten. Ter verduidelijking: beide landen blokkeren samen met Egypte en Bahrein sinds juni 2017 buur Qatar diplomatiek en economisch. De Emiraten waren de grote verliezers. Ze dienden zonder succes een klacht in tegen de WK-organisator van 2022, omdat Qatar spelers opstelde die ten onrechte genaturaliseerd waren. Van deze Azië Cup vallen echter vooral de lege stadions te onthouden. Noord-Korea - Qatar lokte niet eens duizend toeschouwers. Een veeg teken voor 2022.