Aan de Engelse media vertelde je dat Anderlecht business was en Newcastle een familie. Verklaar je nader.

Philippe Albert: 'Keegan bewaakte nauwgezet de gezelligheid en de eendracht in de club én in de spelersgroep. Anderlecht is de meest gelauwerde club in België door de manier waarop ze de zaken aanpakken en dat is knap. In mijn tijd was het echter een drama als we met Anderlecht de titel niet minstens één op de twee keren pakten. Keegan vond dat als je iets op het terrein wil neerzetten, je ook iets naast het terrein moest opbouwen. Daarom organiseerde hij weekendjes in het buitenland. Als we een keer vrij waren, trok de hele kern voor twee, drie dagen naar Schotland of Ierland. We speelden golf en maakten ons hoofd leeg.'

Jullie werden daar ook aangemoedigd om een stevig feestje te bouwen.

Albert: 'Dat was zeker toegestaan, ja. In de voormiddag trainden we een halfuurtje of drie kwartier, 's namiddags golfden we en 's avonds gingen we samen uit. Het was een soort teambuilding. Daarbij is het altijd hetzelfde, hé: je hebt er die ertegen kunnen en anderen die de drank wat minder goed verdragen. ( lacht) Ikzelf had wel wat ervaring op dat vlak.' ( grijnst)

Wie kon er nog goed doorzakken?

Albert: ' Darren Peacock en Steve Howey, ook twee verdedigers. Met hen heb ik memorabele momenten meegemaakt. Als er geen midweekwedstrijd op het programma stond, gingen we 's maandags steevast op restaurant. We spraken af om half zeven, zeven uur en waren verplicht om tegen twee uur 's nachts terug naar huis te gaan omdat het restaurant dan sloot. De ochtend nadien stonden we wel om tien uur op het veld voor een dubbele oefensessie.

'Dat was meer dan een gewoonte, het was de norm. Dat ging er zo bij alle clubs aan toe. Het is pas veranderd met de komst van de buitenlandse trainers, die er een andere visie op nahielden en nieuwe regels oplegden. Het maakte ook een verschil uit dat de clubs maar drie buitenlanders mochten inschrijven. Ook bij Newcastle speelden dus hoofdzakelijk Engelsen, Schotten, Welshmen en Ieren. Die hebben allemaal een gelijkaardige mentaliteit. Met een groep waarin 90 procent Brit is, kun je niet anders dan meedoen. Voor mij was het geen probleem, want hun visie strookte met die van mij.'

Lees het volledige interview met Philippe Albert over zijn Engelse avonturen deze maand in Sport/Voetbalmagazine of in onze Plus-zone.

Aan de Engelse media vertelde je dat Anderlecht business was en Newcastle een familie. Verklaar je nader.Philippe Albert: 'Keegan bewaakte nauwgezet de gezelligheid en de eendracht in de club én in de spelersgroep. Anderlecht is de meest gelauwerde club in België door de manier waarop ze de zaken aanpakken en dat is knap. In mijn tijd was het echter een drama als we met Anderlecht de titel niet minstens één op de twee keren pakten. Keegan vond dat als je iets op het terrein wil neerzetten, je ook iets naast het terrein moest opbouwen. Daarom organiseerde hij weekendjes in het buitenland. Als we een keer vrij waren, trok de hele kern voor twee, drie dagen naar Schotland of Ierland. We speelden golf en maakten ons hoofd leeg.'Jullie werden daar ook aangemoedigd om een stevig feestje te bouwen.Albert: 'Dat was zeker toegestaan, ja. In de voormiddag trainden we een halfuurtje of drie kwartier, 's namiddags golfden we en 's avonds gingen we samen uit. Het was een soort teambuilding. Daarbij is het altijd hetzelfde, hé: je hebt er die ertegen kunnen en anderen die de drank wat minder goed verdragen. ( lacht) Ikzelf had wel wat ervaring op dat vlak.' ( grijnst)Wie kon er nog goed doorzakken?Albert: ' Darren Peacock en Steve Howey, ook twee verdedigers. Met hen heb ik memorabele momenten meegemaakt. Als er geen midweekwedstrijd op het programma stond, gingen we 's maandags steevast op restaurant. We spraken af om half zeven, zeven uur en waren verplicht om tegen twee uur 's nachts terug naar huis te gaan omdat het restaurant dan sloot. De ochtend nadien stonden we wel om tien uur op het veld voor een dubbele oefensessie. 'Dat was meer dan een gewoonte, het was de norm. Dat ging er zo bij alle clubs aan toe. Het is pas veranderd met de komst van de buitenlandse trainers, die er een andere visie op nahielden en nieuwe regels oplegden. Het maakte ook een verschil uit dat de clubs maar drie buitenlanders mochten inschrijven. Ook bij Newcastle speelden dus hoofdzakelijk Engelsen, Schotten, Welshmen en Ieren. Die hebben allemaal een gelijkaardige mentaliteit. Met een groep waarin 90 procent Brit is, kun je niet anders dan meedoen. Voor mij was het geen probleem, want hun visie strookte met die van mij.'Lees het volledige interview met Philippe Albert over zijn Engelse avonturen deze maand in Sport/Voetbalmagazine of in onze Plus-zone.