Je kunt er niet naast kijken: opzichtige antisemitische graffiti ontsiert de gevels van de huizen rond de Generali Arena van Sparta Praag. Aandacht verdient die nochtans niet, zal een stadsgids ons later op de dag uitleggen. 'Als er in Centraal-Europa één land zonder antisemitisme is, dan wel Tsjechië. Enkele dwazen onder de Spartafans noemen Slavia een Joodse club, terwijl de Praagse Joden destijds uitgerekend Sparta steunden.' Overigens speelt er met Tal Ben Chaim een Israëliër voor Sparta. 'Je reinste idiotie is het. Hooliganisme. Mijn schoonzoon is een grote Spartafan en zegt dat het om een heel kleine groep van ultrageoriënteerde supporters gaat. Het management van de club probeert die mensen tot ander gedrag aan te zetten en indien nodig te zorgen dat ze gestraft worden, want holocausttekens gebruiken is hier een misdaad.'
...

Je kunt er niet naast kijken: opzichtige antisemitische graffiti ontsiert de gevels van de huizen rond de Generali Arena van Sparta Praag. Aandacht verdient die nochtans niet, zal een stadsgids ons later op de dag uitleggen. 'Als er in Centraal-Europa één land zonder antisemitisme is, dan wel Tsjechië. Enkele dwazen onder de Spartafans noemen Slavia een Joodse club, terwijl de Praagse Joden destijds uitgerekend Sparta steunden.' Overigens speelt er met Tal Ben Chaim een Israëliër voor Sparta. 'Je reinste idiotie is het. Hooliganisme. Mijn schoonzoon is een grote Spartafan en zegt dat het om een heel kleine groep van ultrageoriënteerde supporters gaat. Het management van de club probeert die mensen tot ander gedrag aan te zetten en indien nodig te zorgen dat ze gestraft worden, want holocausttekens gebruiken is hier een misdaad.'Het is een uitwas van de rivaliteit tussen de historische vijanden Sparta Praag en Slavia Praag. Naar aanleiding van de laatste onderlinge derby, in november, ontstonden er alweer vechtpartijen. Een passant wil ons zelfs laten geloven dat de rouwkrans die door de ultra's is neergelegd aan de kant van de hoofdingang van het Spartastadion ter nagedachtenis is van een slachtoffer van die rellen. Maar in de clubshop vernemen we dat die jongeman om het leven is gekomen in een auto-ongeval. Al van bij de oprichting zat het er bovenarms op. Sparta, oorspronkelijk een arbeidersclub, en Slavia, toen een team van studenten en academici, ontstonden beiden in 1891 in dezelfde week en claimden elk de eerste te zijn geweest. De eerste onderlinge wedstrijd moest voortijdig afgefloten worden omdat de spelers slaags waren geraakt. Zeventig jaar lang waren ze overigens elkaars naaste buren: Slavia speelde toen op amper honderd meter van waar intussen de Generali Arena van Sparta is opgetrokken. Tot aan de Tweede Wereldoorlog verdeelden ze de meeste landstitels onder elkaar. Het was de tijd dat Tsjechoslovakije op het WK 1934 in Italië alleen door de Squadra Azzurra van Mussolini van goud kon worden gehouden. Na de machtsovername van de communistische partij na WO II maakte legerploeg Dukla Praag opgang. Met Sparta, de succesvolste club van het land, gaat het momenteel niet goed. Sinds 2010 werd het maar één keer meer kampioen. De ploeg van onder meer de gewezen Jupiler Pro Leaguespelers Daniel Zítka, tegenwoordig keeperstrainer, Alexandru Chipciu, Benjamin Tetteh en tot voor kort ook Nicolae Stanciu ging de wintertop in op de vijfde plaats op liefst zeventien punten van Slavia. Poen is niet het probleem. Voorzitter Daniel Kretínsky is een van de rijkste mensen van Tsjechië. Hij en zijn club zijn tegenwoordig het voorwerp van spot omdat ze zoveel geld uitgeven aan buitenlanders met zulke slechte resultaten tot gevolg. Dat is ook wat Roman Vonásek vaststelt. De ex-speler van Lokeren voetbalde vijf jaar voor Sparta Praag en is nu jeugdsecretaris op de Tsjechische voetbalbond. 'Vroeger kocht Sparta de beste spelers in Tsjechië en verkocht het die na enkele jaren met winst aan buitenlandse clubs, maar de laatste jaren koopt het bijna alleen maar buitenlanders en vooral: die blijken doorgaans van een bedenkelijke kwaliteit te zijn', zegt hij. 'Nochtans hebben ze heel goeie jeugdspelers. Maar die zien dat ze door die politiek geen kans zullen krijgen en vertrekken naar Slavia of naar Plzen. Het probleem is: het sportief beleid was de voorbije jaren niet helder. Het werd bepaald door drie à vier mensen en het was niet duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk was en waar de centen precies naartoe gingen. Sinds twee maanden is Tomás Rosicky sportief directeur. Hopelijk kan hij iets veranderen.' De academie van Sparta bevindt zich in het Strahovstadion. Dat is het complex waar de communistische partij destijds zijn Spartakiades hield en dat toen plaats bood aan 220.000 toeschouwers. Nu liggen daar onder meer zes gave jeugdvelden. In de kantine ontmoeten we Oldrich Smerda, een van de elf voltijdse jeugdcoaches in de midden- en bovenbouw. Hij benadrukt dat de Sparta-academie top is in Europa op basis van het aantal spelers dat er werd opgeleid en nu in de eerste en de tweede klasse speelt. 'Het is ook niet zo dat de jeugd hier nu géén kans meer krijgt', zegt hij. 'Maar de lat ligt hoog. Als je niet klaar bent, kun je het eerst elders proberen. Er zijn verschillende wegen naar ons eerste elftal. Momenteel zitten er trouwens twee van onze jeugdspelers in de A-kern: één van zestien, Adam Hlozek, en één van negentien, Václav Drchal. Twee aanvallers. Allebei maakten ze al hun competitiedebuut.' Slavia kende zelf ook problemen. Vijf seizoenen geleden streed het tot op de laatste speeldag tegen de degradatie en drie jaar geleden werd de financieel noodlijdende club overgenomen door Chinezen. De in 2008 compleet herbouwde Eden Arena draagt intussen de naam van de investeerders: Sinobo Stadium. Het ging het nieuwe jaar in als leider met vier punten voorsprong Plzen. Tijdens de rust van de oefenwedstrijd tegen de tweedeklasser FK Usti nad Labem in het Evzena Rosickehostadion, waar Slavia tijdens de bouw van zijn nieuwe arena zijn wedstrijden speelde, treffen we Jiri Cihák, Slaviawachter voor iDNES.cz. Behalve aan de kapitaalkracht van de nieuwe eigenaars schrijft hij het succes vooral toe aan het werk van sportief manager Jan Nezmar en coach Jindrich Trpisovsky. 'Zij zijn vorige winter beiden overgekomen van FC Slovan Liberec, waar ze samen uitstekend werk leverden, en sindsdien is het hier veel verbeterd. De Chinezen, die ook eigenaar zijn van Chinese eersteklasser Beijing Sinobo Guoan, willen hier een grote Centraal-Europese club maken die Champions League speelt, maar zij moeien zich niet in het sportief beleid. Geld is voor hen geen probleem, maar nog belangrijker: het wordt goed besteed. De traditie wordt ook gerespecteerd: Slavia doet het nog altijd met acht à negen Tsjechen in de basis en probeert nu ook de beste jeugdspelers van het land aan te trekken.' We zien een ploeg die zijn tegenstander, toch een subtopper in de tweede klasse, na een 1-0-ruststand in de tweede helft helemaal murw speelt. Het wordt 8-0 met onder meer een doelpunt van Peter Olayinka, de Nigeriaanse spits die vorig seizoen voor Zulte Waregem uitkwam. Slavia toont zich een collectief sterk team met de middenvelders met het nummer 22 en het nummer 17 als opvallendste spelers. De ene is de defensieve middenvelder Tomás Soucek en de andere de kleine offensieve middenvelder Miroslav Stoch. 'Het is een fysiek sterk elftal van werkers die uitvoeren wat de coach vraagt', aldus onze Tsjechische collega. 'In de eigen competitie zijn ze erg offensief, daar winnen ze liever met 4-3 dan met 1-0, maar in Europa pakken ze het behoudender aan.' Dat blijkt uit de statistieken. In zijn Europa Leaguepoule met Zenit, Bordeaux en Kopenhagen scoorde Slavia in zes wedstrijden maar vier keer en kreeg het slechts drie goals tegen. 'Ze lieten er een overtuigende indruk', zegt Cihák. 'Eigenlijk waren ze beter dan groepswinnaar Zenit, dat ze thuis klopten.' Op de in Praag gevestigde Tsjechische voetbalbond noemt Otakar Mestek, head of grassroots department, het huidige Slavia een typisch Tsjechisch team. 'Collectief ingesteld, tactisch sterk, met een goeie groepssfeer, een jonge coach die in zijn trainerscarrière geen stappen oversloeg en twee, drie sterke spelers.' Hij verklaart het DNA van het Tsjechische voetbal met een boutade. 'Er zijn drie categorieën voetballanden. Landen die van whisky houden, zoals Engeland, staan voor power. Landen die wijn verkiezen, zoals Spanje, zijn technischer. En landen waar ze het liefst bier drinken, zoals Tsjechië en België, zijn vooral tactisch en collectief ingesteld.' Maar die kwaliteit komt in het gedrag, merkt hij. 'Het is belangrijk dat onze twee grootste clubs, Slavia én Sparta, jonge spelers kansen geven, want hun academies zijn leveranciers van drie vierden van onze nationale jeugdploegen.' Maar in Sparta is dat dus nu niet meer het geval. Bovendien stellen andere tijden ook de bond voor nieuwe uitdagingen. 'Zo sportten wij destijds als kind veel onderling. Daar was toen ook overal plaats voor. Nu sport 95 procent alleen nog in georganiseerd verband, op school en/of in een club. Dat is de tragedie van onze sport. Op UEFA-vergaderingen verneem ik dat de problemen in de 55 Europese landen wel heel vergelijkbaar zijn, maar in de rijke landen het grootst. In de armere ex-Joegoslavische en ex-Russische landen is de motivatie om succesvol te zijn in sport groter omdat ze er zo hun leven en dat van hun familie veel kunnen verbeteren. Onze realiteit is: onze kinderen hebben alles, want we zijn een rijk land en zeker in Praag is de levensstandaard hoog. Dat gaat ten koste van de motivatie. Wat we in het jeugdvoetbal ook zien, is dat er bij kinderen en hun ouders aanvankelijk heel veel enthousiasme is, maar dat er tussen de U11 en U15 progressief een grote uitval is. Wanneer duidelijk is dat ze geen profvoetballer zullen kunnen worden, stoppen ze. Dan blijven ze zelfs niet meer voor het plezier voetballen. Dat is een groot probleem waar we voor staan. Het communisme was verschrikkelijk, maar nooit in de geschiedenis was toen de motivatie van spelers groter. Dat kwam door de drang naar vrijheid. Het is een van de hoofdredenen van onze goede generaties in die tijd.' Met onder meer elf landstitels en zeven tweede plaatsen was toen de in 1948 opgerichte en door de communistische staat gesteunde legerploeg Dukla Praag een absolute topclub. Tijdens hun tweejarige legerdienst rekruteerden ze er de beste spelers, die verplicht waren om voor Dukla uit te komen, en daarna boden ze hen de beste condities aan om ze te kunnen behouden. Absoluut clubicoon is de in 2015 in Praag overleden Josef Masopust, de Tsjechoslovaakse middenvelder die in 1962 de Gouden Bal won. Dat jaar scoorde hij in de (verloren) WK-finale in Chili tegen Brazilië. Met Dukla werd hij acht keer kampioen en speelde hij de halve finale van Europacup I. Voor de ingang van het Juliskastadion staat sinds 2012 een monument ter ere van hem. Het is omringd met tegels met voetafdrukken van andere bekende ex-Duklaspelers als Ladislav Novák en één met de handafdruk van Ivo Viktor, de doelman die in 1976 met Tsjechoslovakije Europees kampioen werd. Opmerkelijk: Masopust sloot zijn spelerscarrière af bij Crossing Schaarbeek en trainde daarna onder meer Hasselt. Het stadion van Dukla bevindt zich op vijf minuten trammen van het stadion van Sparta, aan de linkerkant van de Moldau, de rivier die de stad doormidden snijdt. Het ligt op een heuvel en biedt een panoramisch uitzicht over Praag, in de eerste plaats op het nabijgelegen indrukwekkende Hotel International, een vroegere militaire verblijfplaats in stalinistische stijl. Eigenaar van Juliska is het ministerie van Defensie. Het is behalve een voetbalstadion ook een atletiekstadion. Op het logo op het hoofdgebouw staat: Armádn?sportovni centrum. Legersportcentrum. Tsjechische topatleten krijgen er nog altijd de beste trainingsfaciliteiten van het land, zoals onder meer de tweevoudige olympische kampioene en wereldrecordhoudster speerwerpen Barbora Spotáková. De voetbalclub daarentegen wordt niet meer gesteund door Defensie. Na de Fluwelen Revolutie en het einde van het communistisch tijdperk in 1989 ging Dukla teloor in het tijdperk van het kapitalisme, zeg maar. Sponsors kozen vooral voor de traditionele topclubs, Sparta en Slavia, ook omdat de algemene perceptie was dat Dukla tijdens het communisme zwaar bevoordeeld was geweest. Het zakte tot in de derde klasse, maar dankzij een samenwerking, een fusie en een licentieovername speelt er nu nog altijd een voetbalclub met de naam 'Dukla' in het Juliskastadion. Anno 2019, precies dertig jaar na de val van het communisme, staat die allerlaatste in de eerste klasse. Groot probleem: geen aanhang meer. Alleen naar de aantrekkelijke stadsderby's tegen Sparta, Slavia en Bohemians komt er nog meer dan duizend man kijken. Iets beter gaat het met FC Bohemians 1905 Praag, de kleine, familiale traditieclub in de dichtbevolkte wijk Vrsovice op twee tramstops van het Slaviastadion. Supporters hielpen de club in 2005 redden, maar enkele jaren later was het faillissement onafwendbaar en bracht de licentie van FC Strizkov redding. Het gezellige Dolicekstadionnetje biedt slechts plaats aan een goeie vijfduizend fans, maar zit bijna elke wedstrijd vol en staat bekend voor zijn fantastische sfeer. Het is de moederclub van Antonín Panenka (70), de legendarische middenvelder naar wie de 'panenkastrafschop' is genoemd, nadat hij in de penaltyreeks van de EK-finale 1976 tegen Duitsland bij de beslissende strafschop Sepp Maier te grazen nam met een stiftertje in het midden ven het doel. De geboren Pragenaar voetbalde 23 jaar voor Bohemians, was er daarna onder meer keeperstrainer en assistent-coach en is nu voorzitter. Het is een club die wel nog jonge spelers kansen geeft, zoals aan Martin Hasek (23) en Filip Hasek (21), de zonen van Bohemianscoach Martin Hasek. Eerstgenoemde kwam twee en een half seizoen geleden over van de U21 van Sparta en werd in januari teruggekocht door Sparta nadat hij zich bij Bohemians ontwikkeld had tot beste speler. Zijn jongere broer kwam vorige zomer ook van Sparta over. Panenka zelf dankt zijn doorbraak ook aan Bohemians. 'Toen ik negen jaar was, nam mijn vader mij mee naar Slavia voor een test en daar kregen we te horen dat ik technisch wel goed genoeg was, maar dat ik eens terug moest komen wanneer ik lichamelijk sterker was geworden', vertelt hij ons op een maandagochtend in zijn bureau in de catacomben van het ouderwetse maar verzorgde groen-witte Dolicekstadion. 'Dat was exact hetzelfde wat ze ons daarna zegden na een test bij Dukla. Maar hier testte ik op woensdag, op donderdag liet ik een fotootje maken, op vrijdag kreeg ik mijn pas en op zaterdag mocht ik al meespelen.' Met Tsjechoslovakije zou hij 59 interlands spelen, daarin 17 keer scoren en een Europees kampioenschap winnen. Het waren gouden tijden. 'Ik geloof wel dat er nog altijd talent genoeg is, maar clubs kopen liever spelers die al klaar zijn dan dat ze met eigen jeugd werken', zegt hij. 'Anderzijds zie ik jonge kerels die nog niet eens basisspeler zijn al na zes maanden vertrekken naar het buitenland omdat ze daar al in euro's kunnen verdienen wat ze hier in kronen krijgen. Doorgaans duurt het niet lang voor ze terug zijn, omdat ze onvoldoende voorbereid zijn. Het probleem is ook dat makelaars liever snel geld verdienen aan een buitenlandse transfer dan dat ze wachten op de verdere ontwikkeling van de speler.' Bij de huidige generatie mist hij verbeeldingskracht. 'Vroeger zaten in elke ploeg twee à drie regisseurs, maar nu zie ik in de hele Tsjechische competitie geen enkele creatieve speler meer. Ze gelijken allemaal op elkaar. Gelukkig staat hun naam op hun rug. ( lacht) Wij speelden vijf uur per dag op straat en op pleintjes. Dat is de beste opleiding. Daar leer je alles, maar daar is nu geen plaats en blijkbaar ook geen tijd meer voor.' Hij is ook voorzitter van de vereniging van oud-internationals. 'Onze taak is vooral oud-internationals met geldproblemen te helpen', zegt hij, 'om medicijnen, dokters en operaties te betalen.' Zo zijn er veel, weet ook oud-international Karol Dobias (71). We spreken met hem af aan zijn appartement in het zuiden van Praag. Alvorens hij ons meeneemt naar een koffiebar in de buurt laat hij ons zijn garage zien. 'Dat moet je zien!' Het oogt als een museum. Aan de muren hangen kaders met foto's uit zijn spelersloopbaan. Op de grond staan drankflessen die hij cadeau kreeg. Daartussen een fles rode wijn met een etiket dat hem eert ter gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag. 'Moet je echt geen bier?' Het is elf uur in de ochtend en Dobias bestelt een Tsjechische pils, 'de moeder van alle pilsen' en voor ons een koffie. Hij praat Duits met Belgische invloeden van zijn tijd bij Lokeren en Heirnis Gent op het einde van zijn carrière. Naam maakte de rechtsback vooral op het EK 1976 in Joegoslavië. Met Tsjechoslovakije schakelde hij toen in de halve finale Nederland uit, nadat hij er op het middenveld was uitgespeeld als bewaker van Johan Cruijff en van daar de assist voor het beslissende doelpunt leverde. In de finale tegen Duitsland scoorde hij zelfs. 'De enige goal met mijn linker in mijn hele carrière!' Hij is ook coach geweest, jeugdcoach en assistent-coach bij Bohemians Praag en hoofdcoach (en scout) bij Sparta Praag. Al hield hij eigenlijk pas een halfjaar geleden zelf op met voetballen. Tot dan trad hij nog geregeld op als gastspeler van de alte Männer, de veteranen, van Bohemians. 'Bij een val brak ik toen twee ribben, de 9e en de 10e. Sindsdien is kaarten het enige wat ik nog doe.' Spartak Trnava en Bohemians zijn zijn clubs. Met Sparta wil hij liever niet geassocieerd worden. 'Hoeveel Tsjechen spelen er nog? Twee? Te veel buitenlanders. Als je geen Engels spreekt, kun je er niet meer aarden. De mentaliteit is anders. Hun voorzitter is multimiljonair maar hoeveelste staan ze? Vijfde?' Alles is anders, merkt hij. 'Als onze kleinzoon bij ons is, speelt hij wel eens zes uur aan een stuk videogames zonder één woord met iemand te spreken. Is dat goed? Neen. Ik kwam destijds om één uur thuis van school, gooide mijn tas in de hoek en ging tot 8 uur buiten spelen.' Hij houdt niet op zich te verbazen over wat hij dezer dagen allemaal ziet. 'Wij kregen 1000 kronen om een wedstrijd te winnen. Dat is ongeveer 40 euro. In de fabriek bedroeg het maandloon 2100 kronen. Wat zie ik nu? Neem bijvoorbeeld die Semih Kaya van Sparta ( afgelopen maand verhuurd aan Galatasaray, nvdr). De eerste wedstrijd die hij speelt, is hij meteen een maand geblesseerd en tijdens de tweede krijgt hij bij het B-team een rode kaart. Maar wat kan hem dat deren? Hij verdient sowieso 3,6 miljoen kronen per maand. Spelen of niet spelen, dat doet er niet toe: maandelijks krijgt hij 140.000 euro! Is dat normaal? Ik vind van niet. Wij speelden voor het plezier en voor de winstpremie. Een van de problemen tegenwoordig zijn de te hoge maandlonen. Dat is niet goed voor de motivatie en dat is eraan te zien. Na onze generatie van 1976 was er twintig jaar later deze van 1996 met Koller, Nedved, Poborsky, Ujfalusi, Cech, Smicer en Jankulovski, maar nu zitten we in een vacuüm en ik vrees dat ik de volgende grote generatie niet meer zal meemaken.'