Het EK zit erop. 24 landen, 11 speelsteden, 51 wedstrijden, vele analyses, interpretaties en losse gedachten. Het is een soort van trip waar je op een maandag relatief vroeg door ontwaakt en jezelf afvraagt: wat was dat nu allemaal?
...

Het EK zit erop. 24 landen, 11 speelsteden, 51 wedstrijden, vele analyses, interpretaties en losse gedachten. Het is een soort van trip waar je op een maandag relatief vroeg door ontwaakt en jezelf afvraagt: wat was dat nu allemaal? Het was het EK van Christian Eriksen en zijn Denemarken. De beelden staan - ongewild - op mijn netvlies gebrand: Eriksen zijgt neer. Het levenloze lichaam beweegt enkel nog omdat enkele handen de borstkas indrukken. Simon Kjaer en Kasper Schmeichel troosten Sabrina Kvist Jensen (mevrouw Eriksen) en de ploeg vormt plichtsgetrouw een haag rond het tafereel. Terwijl heel Europa geconfronteerd wordt met een realiteit die het voetbal overstijgt, verliest Denemarken diezelfde dag met 0-1 van Finland. Denemarken voetbalt zich met slechts één overwinning tegen Rusland naar de knock-outfase en staat niet veel later in de halve finale. Simon Kjaer is de nationale volksheld, heel de natie bidt voor de voetbalcarrière van Eriksen en de aanvaller van Sampdoria, Mikkel Damsgaard, staat wellicht voor een absolute droomtransfer. Het was het EK van de owngoals. Het begon allemaal met Merih Demiral in de openingswedstrijd tegen Italië. De Turk probeert een halfhoge voorzet van Berardi met het bovenlichaam weg te werken maar ziet de bal in eigen doel rollen. Het allereerste doelpunt én owngoal van dit tornooi. Wojciech Szczesny, Mats Hummels, Rúben Dias, Raphaël Guerreiro, Lukás Hrádacký, Martin Dúbravka, Juraj Kucka, Pedri, Denis Zakaria en de volksheld van Denemarken beloven nog te volgen. En zo werden heel wat statistieken aangevuld: er werden meer eigen doelpunten gescoord dan alle vorige edities samen, Zakaria scoorde 'de snelste' en Pedri 'de verste' owngoal ooit en voor het eerst kreeg een doelman eentje achter zijn naam (al had Szczesny eerder pech terwijl Dúbravka wel degelijk flaterde). Het was het EK van de strafschoppen. Er werden nog nooit zoveel strafschoppen gefloten, alsook gemist: Pierre-Emile Højbjerg, Gareth Bale, Ezgjan Alioski, Roeslan Malinovski, Gerard Moreno, Álvaro Morata, Ricardo Rodriguez en Harry Kane. 8 missers, 9 doelpunten en de prangende 'hoe-komt-dat-nu-vraag'. It's the walk. Het instinctieve van een dribbel of schot wordt vervangen door een rustig en gecontroleerde wandeling richting penaltystip terwijl het hoofd zich vult met 100 scenario's. Waar het denken begint, stopt de natuurlijke trap. Angstige blikken, trippelende spelers, een hindesprong en de bal gaat naast of rolt in de handen van de doelman. Wat op training zo vaak lukt, loopt plots mis in het kolkende Wembley. De jonge hoofden van Marcus Rashford, Jadon Sancho en Bukayo Saka zullen nog jaren gevuld blijven met strafschoptrauma's, terwijl het hoofd van Cristiano Ronaldo al vroeg in het tornooi bedacht om via drie (gelukte) strafschoppen - en twee veldgoals - (gedeeld) topschutter van het tornooi te worden. Het was het EK waarop publiek mocht terugkeren naar de stadions, terwijl de deltavariant zich razend snel verspreidt. Gestuwd door datzelfde publiek voetballen kleine landen zich hartstochtelijk tot kwartfinales en zelfs halve finales en keren de grote jongens vroegtijdig naar huis, inclusief de Rode Duivels. Nee, het was niet het EK van het Belgisch elftal. Het klinisch voetbal, met hier en daar een magistrale baltoets van Kevin De Bruyne, was onvoldoende om het frivole Italië uit te schakelen. De oogkas van Castagne werd terug in elkaar gepuzzeld, het ligament van De Bruyne kreeg na uitschakeling erkenning en Real Madrid polst nu al koortsig naar de hamstring van Hazard. Blessureleed, pech, torenhoge verwachtingen en een spelpeil dat niet te vergelijken was met dat van het WK in 2018. Dat was het EK van de Rode Duivels. De gele glanzende kleur van de gouden generatie was bleker dan verwacht, maar goud verliest zijn waarde niet. De voorbije jaren brachten zij België voetbalgeluk en wie weet, Qatar. Het EK zit erop en Italië is verdiend kampioen.