9+1=10. Het was een paar weken geleden de cover van het Spaanse sportblad Marca. Met afbeeldingen van Karim Benzema en Thibaut Courtois, nummer 9 en 1 van de Koninklijke. Allebei zijn ze bezig aan het seizoen van hun leven. Als je een doelman hebt die week na week uitpakt met ongelooflijke parades en een spits die vanuit alle mogelijke hoeken de bal binnen knalt, kom je al een heel eind natuurlijk.
...

9+1=10. Het was een paar weken geleden de cover van het Spaanse sportblad Marca. Met afbeeldingen van Karim Benzema en Thibaut Courtois, nummer 9 en 1 van de Koninklijke. Allebei zijn ze bezig aan het seizoen van hun leven. Als je een doelman hebt die week na week uitpakt met ongelooflijke parades en een spits die vanuit alle mogelijke hoeken de bal binnen knalt, kom je al een heel eind natuurlijk.Verder kon Ancelotti rekenen op een driemansmiddenveld dat al jaren op een heel hoog niveau acteert en nog steeds een benijdenswaardige drive etaleert: Toni Kroos-Casemiro-Luka Modric. Met loopwonder Federico Valverde (23) en alleskunner Eduardo Camavinga (19) als wisselmogelijkheden wanneer een lid van de heilige drievuldigheid even op adem moest komen.Achterin was de transfer van David Alaba een schot in de roos. In het begin van het seizoen vroeg menigeen zich af hoe het vertrek van het ijzersterke centrale duo Sergio Ramos-Raphaël Varane opgevangen zou worden, maar Alaba (in het begin van het seizoen nog wel even op de linksachter) en Eder Militão overtuigden meteen. Op links bevestigde Ferland Mendy en op rechts was Lucas Vázquez de perfecte stand-in voor de blessuregevoelige Dani Carvajal.U merkt het: de veldbezetting verschilt niet zoveel met die van Ancelotti's voorganger Zinédine Zidane. De grootste verdienste van de Italiaan is dat hij het volste vertrouwen schonk aan Vinícius Júnior. Zidane had het moeilijk met de kip-zonder-kopacties waar Vinícius de vorige seizoenen een patent op leek te hebben en gaf de voorkeur aan Eden Hazard, als die fit was tenminste. Ook Ancelotti begon aan het seizoen met onze landgenoot als nummer één op de linkerflank, maar het duurde niet lang of Carletto veranderde het geweer van schouder en hij trok voluit de kaart van de jonge Braziliaan. Terecht, want die ontplofte helemaal en werd de hofleverancier van Benzema. Ook met zijn efficiëntie, de vorige seizoenen nog een werkpunt, ging het plots crescendo. Waar Hazard in eerste instantie nog fungeerde als back-up van Vinícius, zakte hij steeds verder weg in de aanvallende hiërarchie en moest hij ook Marco Asensio en Rodrygo laten voorgaan. De operatie die hij eind maart liet uitvoeren staat hem hopelijk toe om vanaf volgend seizoen meer weerwerk te kunnen bieden in de concurrentiestrijd.Dat Real kampioen is, heeft ook te maken met het feit dat de tegenstanders het lieten afweten. Titelhouder Atlético presteerde te wisselvallig en slikte voor het eerst sinds lang meer dan 30 tegengoals in één seizoen. Het financieel noodlijdende FC Barcelona leek na de 0-4-demonstratie in Bernabéu nog even in staat om de kloof met Real dicht te rijden, maar na de uitschakeling in de Europa League tegen Eintracht Frankfurt zakte het als een pudding in elkaar. Wie de wedstrijden van de Koninklijke zag, stelde ook vast dat de ploeg meer dan eens door het oog van de naald kroop, dankzij een fabelachtige save van Courtois of een onverhoopte klasseflits van Benzema. Als die laatste door een blessure verstek moest geven, had Real de grootste moeite om te scoren. Maar net als je dacht dat Los Blancos uitgeteld waren, stonden ze toch weer op. Het moet zijn dat Ancelotti een gigantische konijnenpoot in zijn zak heeft. Of misschien heeft de Italiaan dat geluk ook deels afgedwongen door fysiektrainer Antonio Pintus terug naar Madrid te halen. Hij was de man die Real naar de drie opeenvolgende CL-titels stuwde tussen 2016 en 2018. In 2019 werd hij opgevolgd door de Fransman Grégory Dupont, die vooral naam maakte met een nooit gezien recordaantal blessures bij de Koninklijke. Met de titel vult Ancelotti alleszins een leemte op zijn palmares. Als coach is hij nu kampioen geworden in de vijf grote Europese competities. Bij zijn vorige passage bij Real Madrid won hij wel de Champions League in 2014, maar greep hij naast de titel. Nu maakte hij Los Blancos kampioen en kan hij zich woensdag van een nieuwe Champions Leaguefinale verzekeren. Het zou zijn vijfde finale als trainer zijn (na 2003, 2005 en 2007 met AC Milan en die van 2014 met Real). Een unicum, want tot nu toe deelt hij het record van vier finales met Marcello Lippi, Sir Alex Ferguson en Miguel Muñoz.