Het is een geweldig affront. Rechtstaand op de bal brengt Osei Kofi, de kapitein van de Black Stars van Ghana, een militaire groet richting de tribunes. Zijn ogen zoeken en vinden de donkere blik van de lokale baas, Joseph-Désiré Mobutu, Citoyen-Président van het latere Zaïre (de huidige Democratische Republiek Congo), die de plak zwaait op de oostelijke oever van de rivier de Kongo. Het is 30 juni 1966 en Mobutu ziet zijn feestje eindigen in een afgang. De zesde verjaardag van de onafhankelijkheid van de voormalige Belgische kolonie had een gala moeten worden, maar het zijn de bezoekers uit Ghana die drie keer de weg naar het net vinden. Pijnlijk. 'Ze jongleerden voor de tribunes, ze tikten de bal minutenlang rond', vertelt een van de slachtoffers van het team van Kofi, de kleine vleugelaanvaller Mokili Saio. 'Ze lieten ons draven als ezels. Toen we de 0-3 binnen kregen, hingen we in de touwen, we hadden gewoon geen verweer meer...'

Mobutu nam de teugels van de nationale ploeg in handen om de baas te spelen op het Afrikaanse schaakbord.

Ngimbi Kalumvueziko

In het Stade du 20 Mai in Kinshasa zijn tienduizenden bezoekers getuige van de slachting. Onder hen ook Jean-Bedel Bokassa, de kersverse president van de Centraal-Afrikaanse Republiek. 'Voor Mobutu was dat een zeer zware vernedering. We waren allemaal in shock. Ik heb zelfs mensen zien huilen', vertelt Ngimbi Kalumvueziko, auteur van essays over de geschiedenis van Congo, zijn voetbal en zijn vedette Joseph Kibonge.

'Toen Mobutu aan de macht kwam, ging het niet goed met het voetbal. Die match zorgde echt voor de genadeklap', zegt Kibonge, die destijds ook op het veld stond. 'Mobutu was er kapot van.'

De dictator, die het jaar ervoor, op 24 november 1965, met een staatsgreep de macht heeft veroverd, is in zijn eer gekrenkt en werkt zijn plannen uit. Hij wil het voetbal in zijn land hervormen met als doel: een groot Congo bouwen in het hart van het continent.

Oproep van de 'Belgen'

Na de kaakslag van Ghana beveelt Papa Maréchal de repatriëring van de 'Belgen', de Congolezen die aangesloten zijn bij Belgische clubs. 'Ik heb jullie teruggeroepen met één doel: een team vormen dat recht doet aan dit grote land. Ieder van ons, op zijn eigen domein, moet het maximum geven om naar behoren het nationale prestige te verdedigen. De sport is daartoe even belangrijk als de economie', onderstreept Mobutu. De eer van het vaderland staat op het spel.

'Mobutu nam de teugels van de nationale ploeg in handen om de baas te spelen op het Afrikaanse schaakbord', stelt Ngimbi Kalumvueziko. En Congo ondergaat inderdaad een echte gedaanteverwisseling. Letterlijk zelfs: de Leeuwen - de Congolezen hadden aanvankelijk die bijnaam, verwijzend naar een nogal gemakzuchtig dier dat de jacht aan de vrouwtjes overlaat - worden de Luipaarden. Die zijn eleganter, sneller en meer killers. Dat idee komt natuurlijk van Mobutu, die zodanig gefascineerd is door dat roofdier met de gevlekte vacht dat hij er zijn hoofddeksel uit laat vervaardigen en er zijn handelsmerk van maakt. Hij heeft ook een aantal exemplaren rondlopen in zijn tuin in Mont Ngaliema, waar hij een paleis bewoont dat de allures heeft van een zoo. Volgens de legende zou de kleine Joseph-Dérisé door zijn grootvader gepusht zijn om in de wildernis van zijn geboortestreek Mongala luipaarden te lijf te gaan, alleen maar gewapend met een speer. 'Het klopt dat die dieren een bijzondere aantrekkingskracht op hem uitoefenden, maar luipaarden zijn bij ons ook gewoon veel talrijker dan leeuwen', nuanceert Joseph Kibonge.

President Mobutu te midden van zijn Luipaarden na het winnen van de Afrika Cup in 1968., belgaimage
President Mobutu te midden van zijn Luipaarden na het winnen van de Afrika Cup in 1968. © belgaimage

De oud-speler is trouw gebleven aan zijn voormalige superieur, die hij op het einde van zijn carrière vertegenwoordigde als diplomaat op de ambassade in België. Op zijn flat in Ganshoren wijst Kibonge naar de hoek van het salon. Op de oude schoorsteenmantel staat een foto van Kibonge in het gezelschap van Koning Pelé. Het is een souvenir van 2 juni 1967, de datum waarop Santos FC voor het eerst een bezoek bracht aan Kinshasa. O Rei, destijds 26 jaar en in de fleur van zijn leven, toerde de planeet rond om de kas van Santos te spijzen, een beetje zoals de Harlem Globetrotters. Sportief was het niet altijd top, maar ze telden wel een aantal balgoochelaars in hun rangen, zoals Zito, Edu, Gilmar, Coutinho of Joel Camargo. Voor Mobutu, altijd tuk op grote sier en gretig om bij zo'n vriendschappelijke wedstrijd de vedette uit te hangen, was het het perfecte moment. De nieuwbakken Luipaarden bereidden de Afrika Cup 1968 voor en de Congolese pers liep meteen warm voor die 'grote derby' (sic) waarbij 'Pelé en Santos een oogverblindende voetbaldemonstratie zullen geven'.

'Pelé was op zijn top. Het nummer 10 dat ik droeg, was om op hem te gelijken', zegt de grijzende Kibonge met pretoogjes.

De Berlijnse Muur gesloopt

Pelé is meer dan een idool. Van zodra hij een voet zet op het continent, is de opwinding die hij veroorzaakt zo hevig dat een dubbelganger hem moet vervangen. Voor de veiligheid en vooral voor de gemoedsrust. Journalist Odair Pimentel, die de eer krijgt om in een open wagen rondgereden te worden met het shirt van de Koning om zijn schouders, zegt dat hij zich voor een kort ogenblik 'goddelijk' heeft gevoeld.

Mobutu wil uiteraard dat zijn volk het evenement bijwoont en geeft een vrije namiddag aan alle ambtenaren. De aftrap, voorzien om 16 uur, wordt exact om 17.37 uur gegeven, wegens de grote toeloop. Meer dan 60.000 nieuwsgierigen zoeken een plek waar ze er een kunnen vinden, in de tribunes, op de daken of in de verlichtingsmasten. Na eerdere haltes in Dakar, Libreville, Abidjan en Brazzaville betreedt Pelé het veld betreedt van het Stade du 20 Mai. Tegenover hem staan de manschappen van Ferenc Csanádi, de Hongaarse bondscoach van Congo, die vertrouwen op hun eigen kracht, voortgestuwd door een volk dat blijk geeft van flink wat patriottisme.

Zij zijn wel de eersten die moeten buigen. Met een vrije trap opent Pelé de score. Dankzij een één-twee opgezet door Mokili Saio komen de Luipaarden weer op gelijke hoogte. Saio blaast en zegt met nadruk: 'De sfeer was geweldig. Pelé deed daar dingen die technisch zo knap waren dat je ze ook vandaag nog amper kunt begrijpen.' Maar ook Mokili, bijgenaamd Ntinu ('koning' in het Kikongo) doet zijn reputatie alle eer aan. Gestut door dikke dijen, die Mobutu in de coulissen met die van zijn eigen vrouw vergeleek - 'Het was een grappenmaker' -, had Mokili een speciale techniek: zijn kousen afstropen. 'Dat was een manier om te zeggen: nu is het oorlog.'

Péle en de andere spelers van Santos worden begroet door Mobutu., belgaimage
Péle en de andere spelers van Santos worden begroet door Mobutu. © belgaimage

Op het veld speelt Freddy Mulongo, kampioen met Standard in 1963, voor waakhond. De Berlijnse Muur, zoals hij werd genoemd, verzorgt vanzelfsprekend de dekking op Pelé. 'Hij plakte echt op hem', vertelt Kibonge. 'En overal volgde hij hem.' In die mate zelfs dat Pelé, vermoeid en met een gelijkspel in zicht, een blessure veinst om langs de zijlijn even op adem te kunnen komen. Maar dat is zonder Mulongo gerekend, die zijn opdracht wel heel letterlijk neemt en Pelé gewoon langs de lijn opwacht - huppelend, als een jogger voor een rood licht. Kibonge schatert erom: 'In feite wilde Freddy daarmee zeggen: ik ga je geen duimbreed ruimte laten.'

Wanneer Pelé weer op het veld staat, betaalt hij met gelijke munt. O Rei sloopt de Berlijnse Muur. De versies van het verhaal lopen uiteen. Kibonge zegt: 'Pelé wou hem echt niet blesseren. Mulongo tackelde hem en Pelé zette zijn voet ter verdediging.' Maar Saio is zeker van zijn stuk: 'Mulongo had hem zo op de zenuwen gewerkt dat hij revanche wilde nemen. Hij was echt niet gediend van Mulongo's aanpak.'

Hoe dan ook, Freddy moet van het veld en Pelé, bevrijd, schenkt Santos met een omhaal de zege. Na de match drinkt Kibonge nog een glas drinkt met de Koning - de echte dan, de Braziliaanse. 'Hij vroeg me waarom ik niet in Europa ging spelen. Ik heb hem geantwoord dat die route afgesloten was.' Noch Kibonge, noch Saio kreeg de toestemming om te vertrekken.

Helden met luipaardmutsen

Njet luidt het standaardantwoord van Mobutu. De president maakt van het verkeer van zijn spelers een staatszaak en verbiedt elke transfer naar het buitenland. Toch komt Pelé zijn Congolese vrienden de volgende oktober opnieuw tegen. De Luipaarden mogen even de grens over en trekken naar het land van de virtuoos van Santos voor een voorbereidende stage op de Afrika Cup 1968 en 'twee of drie vriendschappelijke wedstrijden', zo vertelt Adelard Mayanga, die bij die gelegenheid zijn eerste stappen zet bij de nationale ploeg. 'Dat was Mobutu ten voeten uit. Hij zag het altijd wat grootser.'

Good Year - de bijnaam die Mayanga kreeg, verwijzend naar het bandenmerk, omdat hij op elk terrein, hoe modderig ook, uit de voeten kon - woont tegenwoordig in Châtelineau, een negorij in de buurt van Charleroi. Die plek heeft niks van São Paulo of Kinshasa, maar hij voelt er zich goed. Ook al had hij zonder het veto van Mobutu nu misschien ergens aan een Braziliaans strand gelegen, zegt hij. 'Een trainer van een van onze tegenstanders wou dat ik bleef en voor zijn team kwam spelen', bevestigt Muyanga, die persoonlijk getroost werd door O Rei. 'Hij zei toen ook dat hij nog eens zou terugkeren naar Congo.'

Adelard Mayanga: geen carrière in Brazilië., belgaimage
Adelard Mayanga: geen carrière in Brazilië. © belgaimage

Maar eerst moeten de spelers van Csanádi naar Ethiopië, waar de Afrika Cup op hen wacht. In Addis Abeba wordt Congo voor het eerst in zijn geschiedenis tot Afrikaans kampioen gekroond. Het verslaat in de finale de Black Stars van Kofi met 1-0. Joseph Kibonge ontvangt de beker uit de handen van keizer Haile Selassie. 'We speelden tegen de aartsvijand nummer één. Ghana had ons één keer vernederd en we namen ons voor dat zoiets zeker geen tweede keer zou gebeuren. Het was op leven en dood.'

En het zou een feestje worden. De helden van het volk, getooid met een al klassiek geworden luipaardmuts, het symbool van 'authentiek Congolees nationalisme', worden gedecoreerd door Mobutu en in jeeps rondgereden door de nieuwe hoofdstad van het Afrikaanse voetbal. 'Het was daar als in Brazilië, een erg Zuid-Amerikaanse ambiance', glimlacht Saio. 'Wij hebben Kinshasa la belle nog meegemaakt. We hadden er geen idee van dat we op een dag in Europa zouden belanden. Het was een mooi leven. Heel de tijd feest, feest, feest', vertelt Mayanga.

Zwaar geschut

En dan de gebeurtenis waar het allemaal om draait. Had de eerste doortocht van Pelé op het Afrikaanse continent al veel impact gehad - en niet alleen op de enkels van Mulongo, die de schoenen aan de haak moest hangen - zijn terugkeer overtrof alle verwachtingen. Op 19 januari 1969 speelde Santos in Congo-Brazzaville. Twee dagen later voerde Pelé zijn team aan op de overzijde van de Kongostroom, in Kinshasa. Le Peixe (de Vis, zoals de bijnaam van Santos in het Portugees luidt) was kampioen van Brazilië en winnaar van de ter ziele gegane intercontinentale supercup. De ploeg ontdeed zich gemakkelijk van het B-elftal van de Luipaarden vooraleer op 23 januari het A-team werd aangepakt. Twee keer in de basiself: André-Joseph Makélélé, de vader van Claude, die Soukous werd genoemd vanwege zijn kronkelende dribbels. Mokili Saio stond zijn plaats aan hem af wegens een weerbarstige knie. Mayanga van zijn kant was 'wat ziekjes', zoals hij het noemt: 'Ik denk dat ik malaria had opgelopen. Men heeft me wat medicatie toegediend en 's avonds stond ik op het veld. Het stadion begon van negen uur 's ochtends al vol te lopen.' De fanatieke aanwezigen krijgen wel een nat pak. 'Wanneer het bij ons regent, dan zeggen ze dat er iets speciaals staat te gebeuren. Daarom was het publiek ervan overtuigd dat we gingen winnen', vertelt Kibonge terwijl hij een petitfour verorbert.

In de 25e minuut van de wedstrijd vindt Mayanga een gaatje om de 1-0 te scoren, maar de ontnuchtering volgt meteen. Pelé maakt met een vlam gelijk. Het Braziliaanse fenomeen is ontketend en na een slalom langs enkele aanslagplegers - zonder dat de scheidsrechter fluit - trapt hij er nog een binnen, luttele seconden voor het rustsignaal. 'Een klein defensief foutje was genoeg, een schot of een één-twee en bam...! Bij Santos ging de bal soms heel snel rond', analyseert aanvoerder Kibonge. 'Maar we hebben er alles aan gedaan om die match te winnen. Ook al waren we uitgeput, we bleven lopen.'

Pierre Kalala, alias de Bombardier, heeft dat goed begrepen en haalt het zware geschut boven. Twee raketten vuurt de lokale goalgetter af en zo schenkt hij een historische overwinning aan het land, dat vanaf 1971 Zaïre ging heten. De enige zege van een Afrikaanse ploeg tegen Pelé, een jaar voor hij zijn derde wereldtitel zou pakken met Brazilië. 'Hij deed er alles aan om niet te verliezen. Hij werd neergemaaid, zelfs in de backlijn, maar de arbiter sloot de ogen en Pelé beet hem toe: vagabondo!', aldus Adelard Mayanga, die meteen wat Portugees leerde. 'Hij was heel, heel kwaad. De journalisten wachten hem op om hem te interviewen, maar hij liep recht naar de kleedkamers. Voor ons was Pelé verslaan het summum.' Kibonge spreekt van een 'totale euforie' maar die wordt niet gedeeld door Ngimbi Kalumvueziko, die een beetje voor pretbederver speelt: 'Het was een grote gebeurtenis, dat is waar. Maar in het zuiden werd die overwinning gerelativeerd. Men zei dat het Santos van Pelé niet had doorgeduwd, dat het gebrek aan inzet de Brazilianen niet bepaald tot overdreven inspanningen had aangezet.'

Eén persoon is in elk geval apetrots: Mobutu, die persoonlijk de pluimen op zijn hoed steekt vooraleer hij zijn land ziet deelnemen aan het WK'74 in Duitsland, het enige WK voor het land en tevens het eerste voor een land uit Zwart-Afrika. Zaïre haalt daar wel geen enkel punt.

Het is een geweldig affront. Rechtstaand op de bal brengt Osei Kofi, de kapitein van de Black Stars van Ghana, een militaire groet richting de tribunes. Zijn ogen zoeken en vinden de donkere blik van de lokale baas, Joseph-Désiré Mobutu, Citoyen-Président van het latere Zaïre (de huidige Democratische Republiek Congo), die de plak zwaait op de oostelijke oever van de rivier de Kongo. Het is 30 juni 1966 en Mobutu ziet zijn feestje eindigen in een afgang. De zesde verjaardag van de onafhankelijkheid van de voormalige Belgische kolonie had een gala moeten worden, maar het zijn de bezoekers uit Ghana die drie keer de weg naar het net vinden. Pijnlijk. 'Ze jongleerden voor de tribunes, ze tikten de bal minutenlang rond', vertelt een van de slachtoffers van het team van Kofi, de kleine vleugelaanvaller Mokili Saio. 'Ze lieten ons draven als ezels. Toen we de 0-3 binnen kregen, hingen we in de touwen, we hadden gewoon geen verweer meer...' In het Stade du 20 Mai in Kinshasa zijn tienduizenden bezoekers getuige van de slachting. Onder hen ook Jean-Bedel Bokassa, de kersverse president van de Centraal-Afrikaanse Republiek. 'Voor Mobutu was dat een zeer zware vernedering. We waren allemaal in shock. Ik heb zelfs mensen zien huilen', vertelt Ngimbi Kalumvueziko, auteur van essays over de geschiedenis van Congo, zijn voetbal en zijn vedette Joseph Kibonge. 'Toen Mobutu aan de macht kwam, ging het niet goed met het voetbal. Die match zorgde echt voor de genadeklap', zegt Kibonge, die destijds ook op het veld stond. 'Mobutu was er kapot van.' De dictator, die het jaar ervoor, op 24 november 1965, met een staatsgreep de macht heeft veroverd, is in zijn eer gekrenkt en werkt zijn plannen uit. Hij wil het voetbal in zijn land hervormen met als doel: een groot Congo bouwen in het hart van het continent. Na de kaakslag van Ghana beveelt Papa Maréchal de repatriëring van de 'Belgen', de Congolezen die aangesloten zijn bij Belgische clubs. 'Ik heb jullie teruggeroepen met één doel: een team vormen dat recht doet aan dit grote land. Ieder van ons, op zijn eigen domein, moet het maximum geven om naar behoren het nationale prestige te verdedigen. De sport is daartoe even belangrijk als de economie', onderstreept Mobutu. De eer van het vaderland staat op het spel. 'Mobutu nam de teugels van de nationale ploeg in handen om de baas te spelen op het Afrikaanse schaakbord', stelt Ngimbi Kalumvueziko. En Congo ondergaat inderdaad een echte gedaanteverwisseling. Letterlijk zelfs: de Leeuwen - de Congolezen hadden aanvankelijk die bijnaam, verwijzend naar een nogal gemakzuchtig dier dat de jacht aan de vrouwtjes overlaat - worden de Luipaarden. Die zijn eleganter, sneller en meer killers. Dat idee komt natuurlijk van Mobutu, die zodanig gefascineerd is door dat roofdier met de gevlekte vacht dat hij er zijn hoofddeksel uit laat vervaardigen en er zijn handelsmerk van maakt. Hij heeft ook een aantal exemplaren rondlopen in zijn tuin in Mont Ngaliema, waar hij een paleis bewoont dat de allures heeft van een zoo. Volgens de legende zou de kleine Joseph-Dérisé door zijn grootvader gepusht zijn om in de wildernis van zijn geboortestreek Mongala luipaarden te lijf te gaan, alleen maar gewapend met een speer. 'Het klopt dat die dieren een bijzondere aantrekkingskracht op hem uitoefenden, maar luipaarden zijn bij ons ook gewoon veel talrijker dan leeuwen', nuanceert Joseph Kibonge. De oud-speler is trouw gebleven aan zijn voormalige superieur, die hij op het einde van zijn carrière vertegenwoordigde als diplomaat op de ambassade in België. Op zijn flat in Ganshoren wijst Kibonge naar de hoek van het salon. Op de oude schoorsteenmantel staat een foto van Kibonge in het gezelschap van Koning Pelé. Het is een souvenir van 2 juni 1967, de datum waarop Santos FC voor het eerst een bezoek bracht aan Kinshasa. O Rei, destijds 26 jaar en in de fleur van zijn leven, toerde de planeet rond om de kas van Santos te spijzen, een beetje zoals de Harlem Globetrotters. Sportief was het niet altijd top, maar ze telden wel een aantal balgoochelaars in hun rangen, zoals Zito, Edu, Gilmar, Coutinho of Joel Camargo. Voor Mobutu, altijd tuk op grote sier en gretig om bij zo'n vriendschappelijke wedstrijd de vedette uit te hangen, was het het perfecte moment. De nieuwbakken Luipaarden bereidden de Afrika Cup 1968 voor en de Congolese pers liep meteen warm voor die 'grote derby' (sic) waarbij 'Pelé en Santos een oogverblindende voetbaldemonstratie zullen geven'. 'Pelé was op zijn top. Het nummer 10 dat ik droeg, was om op hem te gelijken', zegt de grijzende Kibonge met pretoogjes. Pelé is meer dan een idool. Van zodra hij een voet zet op het continent, is de opwinding die hij veroorzaakt zo hevig dat een dubbelganger hem moet vervangen. Voor de veiligheid en vooral voor de gemoedsrust. Journalist Odair Pimentel, die de eer krijgt om in een open wagen rondgereden te worden met het shirt van de Koning om zijn schouders, zegt dat hij zich voor een kort ogenblik 'goddelijk' heeft gevoeld. Mobutu wil uiteraard dat zijn volk het evenement bijwoont en geeft een vrije namiddag aan alle ambtenaren. De aftrap, voorzien om 16 uur, wordt exact om 17.37 uur gegeven, wegens de grote toeloop. Meer dan 60.000 nieuwsgierigen zoeken een plek waar ze er een kunnen vinden, in de tribunes, op de daken of in de verlichtingsmasten. Na eerdere haltes in Dakar, Libreville, Abidjan en Brazzaville betreedt Pelé het veld betreedt van het Stade du 20 Mai. Tegenover hem staan de manschappen van Ferenc Csanádi, de Hongaarse bondscoach van Congo, die vertrouwen op hun eigen kracht, voortgestuwd door een volk dat blijk geeft van flink wat patriottisme. Zij zijn wel de eersten die moeten buigen. Met een vrije trap opent Pelé de score. Dankzij een één-twee opgezet door Mokili Saio komen de Luipaarden weer op gelijke hoogte. Saio blaast en zegt met nadruk: 'De sfeer was geweldig. Pelé deed daar dingen die technisch zo knap waren dat je ze ook vandaag nog amper kunt begrijpen.' Maar ook Mokili, bijgenaamd Ntinu ('koning' in het Kikongo) doet zijn reputatie alle eer aan. Gestut door dikke dijen, die Mobutu in de coulissen met die van zijn eigen vrouw vergeleek - 'Het was een grappenmaker' -, had Mokili een speciale techniek: zijn kousen afstropen. 'Dat was een manier om te zeggen: nu is het oorlog.' Op het veld speelt Freddy Mulongo, kampioen met Standard in 1963, voor waakhond. De Berlijnse Muur, zoals hij werd genoemd, verzorgt vanzelfsprekend de dekking op Pelé. 'Hij plakte echt op hem', vertelt Kibonge. 'En overal volgde hij hem.' In die mate zelfs dat Pelé, vermoeid en met een gelijkspel in zicht, een blessure veinst om langs de zijlijn even op adem te kunnen komen. Maar dat is zonder Mulongo gerekend, die zijn opdracht wel heel letterlijk neemt en Pelé gewoon langs de lijn opwacht - huppelend, als een jogger voor een rood licht. Kibonge schatert erom: 'In feite wilde Freddy daarmee zeggen: ik ga je geen duimbreed ruimte laten.' Wanneer Pelé weer op het veld staat, betaalt hij met gelijke munt. O Rei sloopt de Berlijnse Muur. De versies van het verhaal lopen uiteen. Kibonge zegt: 'Pelé wou hem echt niet blesseren. Mulongo tackelde hem en Pelé zette zijn voet ter verdediging.' Maar Saio is zeker van zijn stuk: 'Mulongo had hem zo op de zenuwen gewerkt dat hij revanche wilde nemen. Hij was echt niet gediend van Mulongo's aanpak.' Hoe dan ook, Freddy moet van het veld en Pelé, bevrijd, schenkt Santos met een omhaal de zege. Na de match drinkt Kibonge nog een glas drinkt met de Koning - de echte dan, de Braziliaanse. 'Hij vroeg me waarom ik niet in Europa ging spelen. Ik heb hem geantwoord dat die route afgesloten was.' Noch Kibonge, noch Saio kreeg de toestemming om te vertrekken. Njet luidt het standaardantwoord van Mobutu. De president maakt van het verkeer van zijn spelers een staatszaak en verbiedt elke transfer naar het buitenland. Toch komt Pelé zijn Congolese vrienden de volgende oktober opnieuw tegen. De Luipaarden mogen even de grens over en trekken naar het land van de virtuoos van Santos voor een voorbereidende stage op de Afrika Cup 1968 en 'twee of drie vriendschappelijke wedstrijden', zo vertelt Adelard Mayanga, die bij die gelegenheid zijn eerste stappen zet bij de nationale ploeg. 'Dat was Mobutu ten voeten uit. Hij zag het altijd wat grootser.' Good Year - de bijnaam die Mayanga kreeg, verwijzend naar het bandenmerk, omdat hij op elk terrein, hoe modderig ook, uit de voeten kon - woont tegenwoordig in Châtelineau, een negorij in de buurt van Charleroi. Die plek heeft niks van São Paulo of Kinshasa, maar hij voelt er zich goed. Ook al had hij zonder het veto van Mobutu nu misschien ergens aan een Braziliaans strand gelegen, zegt hij. 'Een trainer van een van onze tegenstanders wou dat ik bleef en voor zijn team kwam spelen', bevestigt Muyanga, die persoonlijk getroost werd door O Rei. 'Hij zei toen ook dat hij nog eens zou terugkeren naar Congo.' Maar eerst moeten de spelers van Csanádi naar Ethiopië, waar de Afrika Cup op hen wacht. In Addis Abeba wordt Congo voor het eerst in zijn geschiedenis tot Afrikaans kampioen gekroond. Het verslaat in de finale de Black Stars van Kofi met 1-0. Joseph Kibonge ontvangt de beker uit de handen van keizer Haile Selassie. 'We speelden tegen de aartsvijand nummer één. Ghana had ons één keer vernederd en we namen ons voor dat zoiets zeker geen tweede keer zou gebeuren. Het was op leven en dood.' En het zou een feestje worden. De helden van het volk, getooid met een al klassiek geworden luipaardmuts, het symbool van 'authentiek Congolees nationalisme', worden gedecoreerd door Mobutu en in jeeps rondgereden door de nieuwe hoofdstad van het Afrikaanse voetbal. 'Het was daar als in Brazilië, een erg Zuid-Amerikaanse ambiance', glimlacht Saio. 'Wij hebben Kinshasa la belle nog meegemaakt. We hadden er geen idee van dat we op een dag in Europa zouden belanden. Het was een mooi leven. Heel de tijd feest, feest, feest', vertelt Mayanga. En dan de gebeurtenis waar het allemaal om draait. Had de eerste doortocht van Pelé op het Afrikaanse continent al veel impact gehad - en niet alleen op de enkels van Mulongo, die de schoenen aan de haak moest hangen - zijn terugkeer overtrof alle verwachtingen. Op 19 januari 1969 speelde Santos in Congo-Brazzaville. Twee dagen later voerde Pelé zijn team aan op de overzijde van de Kongostroom, in Kinshasa. Le Peixe (de Vis, zoals de bijnaam van Santos in het Portugees luidt) was kampioen van Brazilië en winnaar van de ter ziele gegane intercontinentale supercup. De ploeg ontdeed zich gemakkelijk van het B-elftal van de Luipaarden vooraleer op 23 januari het A-team werd aangepakt. Twee keer in de basiself: André-Joseph Makélélé, de vader van Claude, die Soukous werd genoemd vanwege zijn kronkelende dribbels. Mokili Saio stond zijn plaats aan hem af wegens een weerbarstige knie. Mayanga van zijn kant was 'wat ziekjes', zoals hij het noemt: 'Ik denk dat ik malaria had opgelopen. Men heeft me wat medicatie toegediend en 's avonds stond ik op het veld. Het stadion begon van negen uur 's ochtends al vol te lopen.' De fanatieke aanwezigen krijgen wel een nat pak. 'Wanneer het bij ons regent, dan zeggen ze dat er iets speciaals staat te gebeuren. Daarom was het publiek ervan overtuigd dat we gingen winnen', vertelt Kibonge terwijl hij een petitfour verorbert. In de 25e minuut van de wedstrijd vindt Mayanga een gaatje om de 1-0 te scoren, maar de ontnuchtering volgt meteen. Pelé maakt met een vlam gelijk. Het Braziliaanse fenomeen is ontketend en na een slalom langs enkele aanslagplegers - zonder dat de scheidsrechter fluit - trapt hij er nog een binnen, luttele seconden voor het rustsignaal. 'Een klein defensief foutje was genoeg, een schot of een één-twee en bam...! Bij Santos ging de bal soms heel snel rond', analyseert aanvoerder Kibonge. 'Maar we hebben er alles aan gedaan om die match te winnen. Ook al waren we uitgeput, we bleven lopen.' Pierre Kalala, alias de Bombardier, heeft dat goed begrepen en haalt het zware geschut boven. Twee raketten vuurt de lokale goalgetter af en zo schenkt hij een historische overwinning aan het land, dat vanaf 1971 Zaïre ging heten. De enige zege van een Afrikaanse ploeg tegen Pelé, een jaar voor hij zijn derde wereldtitel zou pakken met Brazilië. 'Hij deed er alles aan om niet te verliezen. Hij werd neergemaaid, zelfs in de backlijn, maar de arbiter sloot de ogen en Pelé beet hem toe: vagabondo!', aldus Adelard Mayanga, die meteen wat Portugees leerde. 'Hij was heel, heel kwaad. De journalisten wachten hem op om hem te interviewen, maar hij liep recht naar de kleedkamers. Voor ons was Pelé verslaan het summum.' Kibonge spreekt van een 'totale euforie' maar die wordt niet gedeeld door Ngimbi Kalumvueziko, die een beetje voor pretbederver speelt: 'Het was een grote gebeurtenis, dat is waar. Maar in het zuiden werd die overwinning gerelativeerd. Men zei dat het Santos van Pelé niet had doorgeduwd, dat het gebrek aan inzet de Brazilianen niet bepaald tot overdreven inspanningen had aangezet.' Eén persoon is in elk geval apetrots: Mobutu, die persoonlijk de pluimen op zijn hoed steekt vooraleer hij zijn land ziet deelnemen aan het WK'74 in Duitsland, het enige WK voor het land en tevens het eerste voor een land uit Zwart-Afrika. Zaïre haalt daar wel geen enkel punt.