'O la la Pelé', zegt Richard Orlans aan de telefoon. De 21-voudige Rode Duivel, die zijn topperiode kende in de jaren 50, herhaalt de naam nog eens. 'Pelé! Nen goeien, mijne joengene.Die viel bijna niet af te stoppen, behalve door de slidings van Norbert Delmulle. Zo iemand kom je waarschijnlijk maar één keer tegen in je hele sportloopbaan. Ik kan er gelukkig over meespreken.'
...

'O la la Pelé', zegt Richard Orlans aan de telefoon. De 21-voudige Rode Duivel, die zijn topperiode kende in de jaren 50, herhaalt de naam nog eens. 'Pelé! Nen goeien, mijne joengene.Die viel bijna niet af te stoppen, behalve door de slidings van Norbert Delmulle. Zo iemand kom je waarschijnlijk maar één keer tegen in je hele sportloopbaan. Ik kan er gelukkig over meespreken.'Richard Orlans begint spontaan aan een monoloog. De gewezen linkerflankaanvaller is de oudste nog levende Buffalo, van zijn ploegmaats tussen 1946 en 1961 en het golden fiftiesteam blijft enkel nog André Van Herpe over. 'Pelé was een speler buiten categorie, want hij kon echt alles. Bijzonder compleet. Hij had techniek, snelheid, scoorde gemakkelijk en had ook een uitstekend kopspel', klinkt het bijzonder helder en met veel oog voor detail. 'Ik had het geluk om ooit drie keer te spelen tegen FC Santos. Wij hadden met het toenmalige La Gantoise wereldwijd een ferme reputatie. Zo gebeurde het ook dat zij uit Brazilië naar Europa kwamen tussen 1959 en 1961 voor een oefenwedstrijd. Zij wilden zich eens testen tegen de beste ploegen aan de andere kant van de wereld.''Maar ze kregen op ulder duuze van ons. De eerste keer werd het 2-1, waarbij ik scoorde samen met Léon Mokuna. Pelé maakte voor hen het doelpunt. Een jaar later haalden ze het met 3-5. We verloren omdat ik niet meedeed, want ik zat met een gebroken been. En in 1961 wonnen we opnieuw met 2-1 via Maurice Willems. Straf hoor, echt waar.''Die gasten dachten hier eventjes gemakkelijk zeges te vieren, maar ze moesten twee van de drie maal stevig afdruipen. Van zodra ze verloren, kwamen ze het daaropvolgende jaar terug. Dat was voor ons prachtig. Extra gemotiveerd moesten we niet worden.'In 2001 zag Orlans Edson Arantes do Nascimento terug in Brussel, toen de FIFA-speler van de eeuw samen met Guy Verhofstadtde Gouden Schoen overhandigde aan winnaar Wesley Sonck. 'Ik kon het niet laten om hem aan te klampen', gaat de kranige Orlans verder. 'Hij keek wat verbaasd in mijn richting. Daarop vertelde ik hem dat hij me waarschijnlijk niet meer herkende, maar dat ik hem ooit wel twee keer had verslagen met het voetbal. Niet veel ex-spelers kunnen daarmee uitpakken, hé. Ik wel nog altijd. Daar ben ik bijzonder fier op.''Want Pelé was de beste en meest complete ooit. Een echte sambavoetballer, onnavolgbaar. Nen artiest. Een uitzonderlijke voetballer, iets eleganter en opportunistischer dan mijn eerste voorbeeld Alfredo Di Stéfano.'Als geen ander kan Orlans een ranglijst opstellen van de beste voetballers die hij ooit aan het werk zag. 'Ik zeg altijd tegen iedereen: nummer 1 is Pelé, met kort daarachter Di Stéfano', oordeelt de Gentenaar. 'Maar als ik verder moet aanvullen met drie namen, dan denk ik spontaan aan een kunstenaar als Lionel Messi, 'de hand van God' Diego Maradona en slangenmens Robbie Rensenbrink. Ik zal nog een keer nen Ollander opnoemen. Rensenbrink was al mijn favoriet nog voor hij bekend was. Toen ik hem bezig had gezien op kerstdag in Nederland, kwam ik terug en zei tegen mijn zoon Patrick: de beste linksbuiten die ik ooit aan het werk zag. Hij kon als geen ander zijn rechtstreekse tegenstander voorbijgaan, op snelheid, met een actie of door zijn techniek. Pure finesse en spectaculair. Daar genoot elke voetballiefhebber van.'