Aan de ingang van het oude stadion van Dinamo Kiev, gebouwd in 1934, staan twee standbeelden. Eén stelt vier voetballers voor als herinnering aan het mythische FC Start dat hier tijdens Wereldoorlog II de Duitsers trotseerde. De spelers van dat team betaalden daarvoor met hun leven. Het ander is een man die op een bank zit, met een bal onder de voet.
...

Aan de ingang van het oude stadion van Dinamo Kiev, gebouwd in 1934, staan twee standbeelden. Eén stelt vier voetballers voor als herinnering aan het mythische FC Start dat hier tijdens Wereldoorlog II de Duitsers trotseerde. De spelers van dat team betaalden daarvoor met hun leven. Het ander is een man die op een bank zit, met een bal onder de voet. Het is Valeri Lobanovski, de mythische trainer die met Dinamo Kiev in drie verschillende tijdperken successen haalde en de prijzenkast van de club vol laadde. Lobanovski bouwde zijn succesvolle teams niet rond de vedetten, de ploeg zelf was de vedette en iedereen kreeg daarin zijn rol uitgelegd. Toen een speler eens bezwaar maakte en opwierp 'maar ik denk.... ', onderbrak Lobanovski hem abrupt: 'Niet denken. Ik denk voor jou. Speel!' Een jaar na zijn dood in 2002 werd het stadion, op wandelafstand van het stadscentrum van Kiev, naar hem genoemd. Na de modernisering van het Olympisch Stadion met het oog op het EK 2012 in Polen en Oekraïne werd het oude stadion door de club gebruikt als trainingscentrum. Maar na de oorlog en de daaropvolgende terugvallende toeschouwersaantallen worden de competitiewedstrijden opnieuw in het Lobanovskistadion afgewerkt. Alleen de Europese matchen gaan dit seizoen nog door in het Olympisch Stadion, waar eind september ook KAA Gent te gast was. In mei 2012, een paar maanden voor het EK, werkte Dinamo Kiev in het prachtig vernieuwde Olympisch Stadion zijn laatste competitiewedstrijd van het seizoen af, tegen Tavrija Simferopol, in 1992 nog de allereerste kampioen van het afgescheiden land. Twee jaar later zal die club bij de Russische annexatie van de Krim verdwijnen. De gevluchte leden stichten in de stad Beryslav, 250 kilometer ten noorden van Simferopol en net boven de Krim, een nieuw Tavrija, vandaag een onbeduidende ploeg in derde klasse. Kort voor dat EK in 2012 is Oekraïne nog een land vol hoop, al zijn het op dat moment politiek woelige tijden, met betogingen en het contesteren van de oude patriarchen die de natie op een oude Sovjetmanier runnen en vaak niet eens deftig Oekraïens spreken. Ook economisch beweegt er een en ander, en op voetbalvlak verrijzen er liefst zes nieuwe stadions in een paar jaar tijd. Een trend die ingezet werd door Rinat Achmetov, op dat moment de rijkste man van Oekraïne, en sinds 1996 eigenaar van Sjachtar Donetsk. Sinds hij in 2009 de imposante Donbass Arena inhuldigde, haalde Sjachtar Dinamo snel bij. Met het oog op het EK werd ook in andere steden gebouwd en verbouwd. Gevolg? Het voetbal boomt. Vijf jaar voor het EK werkte Dinamo Kiev zijn thuiswedstrijden nog voor gemiddeld 5000 toeschouwers af in het eigen Lobanovskistadion, dat 16.000 plaatsen telde. In februari 2012 dagen voor de allereerste thuiswedstrijd in het nieuwe 70.000 plaatsen tellende Olympische Stadion voor de derby tegen het bescheiden Arsenal Kiev 55.000 kijkers op. Een half jaar eerder was dat in het oude stadion nog gemiddeld 8000 man. Kiev is net voor het EK 2012 een enorme bouwput. De brede rivier Dnjepr loopt door de stad en vormt de grens tussen het westen, waar Kiev nog bij hoort en waar het Oekraïense nationalisme aan een stevige opmars bezig is, en het oosten waar Russisch en Rusland nog de norm zijn. In Kiev is anno 2012 het gemiddelde loon een goeie 300 euro, in de rest van het land en vooral in het oosten ligt dat een stuk lager. De hoop is dat het EK voor een boost zorgt, niet alleen in de hoofdstad zelf, maar ook elders. Alvast vier moderne luchthavens, moderne autowegen, supersnelle treinen houdt het land aan het evenement over, en de hoop dat het toernooi de deuren en vensters opengooit naar het Westen. Dat komt er niet van. Twee jaar na het EK breekt in juli 2014 de oorlog in Oost-Oekraïne uit, die niet alleen een economische recessie in het hele land tot gevolg heeft maar ook het Oekraïense voetballandschap compleet hertekent. Voor de oorlog had het land vier topclubs: Sjachtar Donetsk, Dinamo Kiev, Dnjepr Dnjepropetrovsk en Metalist Charkov. Na het EK moet de eigenaar van Metalist zijn club verkopen aan een jonge miljardair, die al snel de benen neemt naar Rusland waarop de club failliet gaat. Onder de oude naam Metalist 1925 voetbalt men vandaag in de Persha Liga, de tweede klasse. In 2015 speelt FC Dnjepr, genoemd naar de gelijknamige rivier, nog de finale van de Europa League, die het verliest van FC Sevilla, maar de financiële problemen zijn dan al merkbaar. In 2017 degradeert FC Dnjepr voor het eerst in de geschiedenis van het Oekraïense voetbal uit de hoogste klasse en wordt vervolgens wegens financieel wanbeheer teruggezet naar het amateurvoetbal. Dat maakt dat er vandaag in het hele land twee topclubs overblijven: Dinamo Kiev en Sjachtar Donetsk.Drie clubs moeten door de oorlog in Oost-Oekraïne op de vlucht. Zorja Loehansk verhuist naar de stad Zaporizja, en ook de drie clubs uit Donetsk moeten snel inpakken en wegwezen. Metaloerh Donetsk, de club waar onder meer Jos Daerden ooit trainer was, overleeft de verhuis naar Kiev niet. Het voetbalt nog één seizoen in de Obolon Arena, een oud klein stadion waar ook Obolon Kiev voetbalde, en gaat in 2015 failliet. Olimpik Donetsk doet het een stuk beter en is vandaag een middenmoter in de hoogste klasse die zijn thuiswedstrijden beurtelings in het Lobanovskistadion en het nog kleinere stadion van de voetbalfederatie afwerkt. In pre-Covid-tijden trokken ze daar gemiddeld 1500 man. Sjachtar belandt eerst in Lviv, op 1000 kilometer van huis, later in Charkov. Sinds vorig jaar heeft het zijn intrek genomen in het Olympisch Stadion in Kiev. Spelers en stafleden, inclusief bestuur, wonen nu in en rond Kiev. Ze verschillen daarmee niet van de vele vluchtelingen uit het oosten van wie er velen niet meer aan denken om terug te keren. Ze hebben in Kiev een nieuw leven gevonden en verdienen er, als ze al een job hebben, een stuk meer dan in het voorheen al armere en nu ook grotendeels vernielde oosten. De voorbije jaren voetbalden op die manier tot vijf eersteklasseclubs in de hoofdstad. Desna Tsjernihiv, genoemd naar de Desnarivier die door de Noord-Oekraïense stad stroomt, speelde ook dit seizoen nog een paar thuismatchen in Kiev omdat het eigen stadion nog niet voldoet aan de normen van de Premjer Liha, onder meer wegens het ontbreken van veldverwarming. Niet onlogisch: de club belandde pas in 2018 voor het eerst in de hoogste klasse, maar speelt na de verbouwingen de meeste matchen al terug in Tsjernihiv, 150 kilometer ten noorden van de hoofdstad. Een sportief sprookje was FK Kolos, een club uit het 1500 inwoners tellende dorpje Kovalivka, op 30 kilometer van de hoofdstad. Het werd pas opgericht in 2012, maar onder impuls van een rijke familie belandde het na een steile klim in 2019 plots in de hoogste klasse, waar het afgelopen zomer zelfs de voorrondes van de Europa League haalde. Omdat de Premjer Liha geen stadions met een capaciteit van minder dan 5000 toeschouwers accepteerde, verhuisde de club, in afwachting van de verbouwing van het eigen stadion, naar het Lobanovskistadion. Dit seizoen voetballen ze terug thuis, en staan net als vorig seizoen in de linkerkolom van de rangschikking. Twee kleinere clubs uit Kiev, die tien jaar geleden nog in de hoogste klasse zaten, zijn vandaag verdwenen. FK Obolon Kiev, gesticht in 1992, dat met de steun van brouwerij Obolon in vijf jaar naar eerste klasse steeg, en het daar zes jaar uithield, verdween in 2012 uit eerste en speelt nu in tweede klasse. Arsenal Kiev dat negentien seizoenen op het hoogste niveau uitkwam, maar nooit veel volk of geld had, ging in 2019 failliet. Zo voetballen er anno 2021 drie eersteklassers in de hoofdstad: middenmoter Olimpic Donetsk en de twee die straks zoals de andere jaren om de titel strijden. Want de gedwongen verhuis uit de eigen regio heeft Sjachtar alvast niet kapot gekregen. Op dit moment kan Dinamo Kiev in de rangschikking wedijveren met de grote rivaal, maar vorig jaar bedroeg het verschil tussen beide clubs liefst 20 punten, in het voordeel van de oranje-zwarten. Toen in het voorjaar van 2014 de oorlog uitbrak, moest Rinat Achmetov, rijk geworden met inkomsten uit de metaalsector en de energieontginning, vluchten met zijn club. Al snel werd duidelijk dat een terugkeer niet voor meteen was. Men vroeg zich toen af hoe lang de puissant rijke eigenaar het zou volhouden in een andere omgeving, afgesneden van een groot deel van zijn inkomsten, maar dat valt anno 2021 best mee. Achmetov boorde immers ook andere inkomstenbronnen aan. In het Olympisch Stadion trekt Sjachtar in niet-Covid-tijden alleen de grote massa wanneer de tegenstander een bekende naam is. In de Europese competities komen de fans in de eerste plaats om topploegen aan het werk te zien voor een redelijke prijs. De fanbase waar Dinamo altijd kan op terugvallen, zelfs tegen de meest onbeduidende tegenstanders, zo'n 5000 à 6000 man, heeft Sjachtar in Kiev niet. Tegen onbeduidende ploegen zitten er in normale tijden geen 2000 man in het immense stadion, ook al zijn veel mensen uit het oosten naar Kiev gevlucht. De voornaamste bron van inkomsten haalt de club uit de verkoop van zijn betere spelers. Daar zit al eens een speler bij die voor 20 tot 50 miljoen van de hand wordt gedaan, zoals Fred in 2018 naar Manchester United voor 59 miljoen, of Alex Teixeira die in 2016 naar China verhuisde voor 50 miljoen. Elk jaar mag er wel een topspeler weg, maar nooit meer dan één of twee tegelijk. Want belangrijk is het sportieve niveau te vrijwaren, zodat jaarlijks in de Champions League de spelers in de vitrine gezet worden. Sjachtar heeft nog steeds met afstand het grootste budget van het land. Geen 50 miljoen meer, zoals voor de oorlog, maar nog altijd tussen 30 en 40 miljoen. Dat is een pak meer dan Dinamo Kiev, dat met een budget van 10 à 15 miljoen werkt, terwijl dat vroeger 30 à 40 miljoen was. Het maakt dat spelers bij de oranje-zwarten tussen drie en vier miljoen euro per jaar verdienen, met een uitschieter tot vijf miljoen, terwijl de bestbetaalde spelers van Dinamo Kiev tevreden moeten zijn met een jaarloon van één miljoen euro. Dinamo Kiev, dat al in de Sovjettijd dertien keer kampioen werd van de USSR en twee keer Europacup II won, is nog altijd de Oekraïense recordkampioen (zie kader), maar de laatste landstitel dateert al van vijf jaar geleden. Het beleid van de club is in handen van Ihor Soerkis, de jongste van de twee broers Soerkis. De oudste, Grigori Soerkis, was zelf ook ooit voorzitter van Kiev. Hij redde de club in juni 1993 van het failliet. In 1995 werd Kiev van Europees voetbal uitgesloten omdat de broers Soerkis gepoogd zouden hebben om de Spaanse scheidsechter Antonio López Nieto om te kopen. Later werd de schorsing voor de club én de voorzitter teruggebracht tot een kortere periode. Intussen was Grigori ook voorzitter van de Oekraïense voetbalfederatie, een post die hij bekleedde tot midden 2012. Vandaag zit hij in de politiek, maar bij belangrijke beslissingen bij Dinamo belt zijn broer hem nog altijd om advies, wat de reële machtsverhoudingen weergeeft. Ook de broers Soerkis halen hun moeilijker te achterhalen inkomsten uit energiebedrijven van staatsorigine. Hun naam werd ook genoemd in het dossier Football Leaks, omdat het offshorebedrijf Newport als financiële sluis zou dienen om geld naar en van Dinamo Kiev te verplaatsen. Toch zijn ze niet zo rijk als Achmetov, en slagen ze er ook niet in om hun spelers even duur te verkopen als Sjachtar. Van de vijf meest lucratieve uitgaande transfers ooit vonden er drie al twintig jaar geleden plaats, toen onder meer Andrij Sjevtsjenko voor 24 miljoen euro aan AC Milan verkocht werd. Tussen haakjes: de duurste aankoop ooit van de club was ene Dieumerci Mbokani, die in 2014 voor elf miljoen gekocht werd bij Anderlecht. Het goeie nieuws is dat Dinamo nog altijd grotendeels zijn eigen spelers opleidt, die ook vaak het eerste elftal en zelfs de nationale ploeg halen. Toen het een paar weken geleden tegen de voormalige dorpsploeg FC Kolos speelde, waren zeven spelers van de basiself zelf opgeleide voetballers, terwijl er op de bank nog eens drie eigen producten zaten. Daar slaagt Sjachtar, met bijna de helft van de kern die uit Brazilianen bestaat, niet in. De Oekraïense spelers van Sjachtar zijn wel vaste waarden in de nationale ploeg, maar de jonge talenten worden, zoals Roeslan Malinovski in zijn jonge jaren, uitgeleend aan kleinere ploegen, bijvoorbeeld aan FC Mariupol, dat fungeert als de officieuze satellietploeg van de oranje-zwarten. Het Dinamo Kiev dat Club Brugge straks treft, is een erg jong team, met amper 9 buitenlanders op 32 spelers. De meest gecontesteerde figuur is de trainer. Toen de broers Soerkis afgelopen zomer de 75-jarige Roemeen Mircea Lucescu aankondigden als nieuwe coach, stak een storm van protest op. De Roemeen is een ervaren en best succesvolle coach, maar wél dé legende van aartsrivaal Sjachtar Donetsk, de man die van 2004 tot 2016 de gehate aartsrivaal acht landstitels bezorgde. Gelukkig mag er geen volk in het stadion, zodat Lucescu ongehinderd zijn werk kan doen. Voorlopig geven de resultaten de eigenaars gelijk. Als hij na vijf jaar weer de titel haalt, zou de kritiek verstommen rond de man die in de poulefase van de Champions League - waarin Dinamo het onder meer tegen FC Barcelona en Juventus opnam - de oudste trainer ooit was.