1 - CELTIC GLASGOW 1903-1994

Een shirtontwerp dat al 115 jaar standhoudt, het lijkt door de hardnekkige vercommercialisering van het voetbal bijna ondenkbaar, maar Celtic Football Club koestert zijn tradities. In het oprichtingsjaar (1888) voetbalden The Bhoys in een wit shirt, een jaar erna werd gekozen voor verticale wit-groene strepen, in 1903 werd de legendarische uitrusting geboren: een shirt met dikke horizontale strepen (groen-wit) en maagdelijk witte broek.
...

Een shirtontwerp dat al 115 jaar standhoudt, het lijkt door de hardnekkige vercommercialisering van het voetbal bijna ondenkbaar, maar Celtic Football Club koestert zijn tradities. In het oprichtingsjaar (1888) voetbalden The Bhoys in een wit shirt, een jaar erna werd gekozen voor verticale wit-groene strepen, in 1903 werd de legendarische uitrusting geboren: een shirt met dikke horizontale strepen (groen-wit) en maagdelijk witte broek. In augustus 1928 tekenen Arsenal en Chelsea voor een primeur in Europa, wanneer de spelers voor het eerst met rugnummers - gelinkt aan de positie - op het veld staan. Andere Britse profclubs volgen snel, maar wanneer het in 1960 verplicht wordt, houdt de idealistische voorzitter Robert Kelly het been stijf. 'Rugnummers zouden', vond Kelly, 'het wondermooie shirt verkrachten.' Het compromis? Een nummer op de... broek. Wanneer de UEFA de clubs in 1975 verplicht om tijdens Europese wedstrijden met rugnummers te spelen, is Kelly - voorzitter van 1947 tot 1971 - machteloos, maar in de Schotse competitie houdt hij vast aan de nummers op de broek. Pas jaren na zijn vertrek krijgt het kledingmerk (Umbro), het embleem (klaverblad) en de eerste shirtsponsor (glashandel CR Smith, 1984) een plaatsje op de iconische trui van The Bhoys, die in 1967 als eerste Britse club de Europacup I hadden gewonnen. En de rugnummers? Die komen er pas in... 1994. Omdat het móést van de Scottisch Football League en een ultiem tegenvoorstel - op de mouw - wordt afgeketst. Wanneer in de zomer van 1972 de Belgische competitie op gang wordt getrapt, worden de supporters geconfronteerd met een nieuw fenomeen: shirtsponsoring. Op de truitjes van Club prijkt Carad (radio's en tv's), Anderlecht kiest voor Belle-Vue - de brouwerij van zijn voorzitter Constant Vanden Stock - en Standard gaat in zee met Texaco. In de Bundesliga mag het nog niet, maar Eintracht Braunschweig - landskampioen in 1967 - profiteert van een handigheidje in het bondsreglement. Shirtsponsoring is verboden, op de trui mag alleen een clublogo - maximaal 14 centimeter groot - staan. Günter Mast, de grote baas van Jägermeister en de nieuwe hoofdsponsor, ruikt zijn kans. Hij betaalt 100.000 Duitse mark (51.129 euro), in ruil wisselt de club de grote rode leeuw in het logo voor een hertenkop met indrukwekkend gewei, het symbool van de kruidenlikeur. Op 24 maart 1973 stappen Die Löwen (De... Leeuwen) het veld op in truien met het logo van Jägermeister - 18 centimeter groot - op de borst. De Duitse voetbalwereld is in shock. Mast, over zijn actie: 'Ik geef de voorkeur aan negatieve krantenkoppen in plaats van positieve berichtgeving. De aandacht is veel groter.' De club wordt door de Duitse voetbalbond voor de rechtbank gedaagd, maar krijgt gelijk. In november legt de bond zich bij de uitspraak neer, vanaf het seizoen 1973/74 gaat de deur voor shirtsponsoring officieel open. Begin de jaren zeventig is Johan Cruijff een van de grote sterren van het wereldvoetbal. Een genie op voetbalschoenen dat Ajax tussen 1965 en 1973 naar zes landstitels en drie keer Europacup I dribbelde, uitstraling van een rock-'n-rollster én een visionair, die de broederstrijd tussen Adidas ( Adolf Dassler) en Puma ( Rudolf Dassler) in 1972 - op zijn 25e - maximaal wil verzilveren. Hij ligt op dat moment al vijf jaar onder contract bij Puma, onderhandelt met de grote concurrent, maar zal uiteindelijk een nieuwe overeenkomst - voor 68.000 euro per jaar - bij Puma tekenen. Een groot probleem voor de Koninklijke Nederlandse voetbalbond, die in de aanloop naar het WK 1974 in West-Duitsland een contract met het merk-met-de-drie-strepen heeft afgesloten. Puma wil niet dat zijn uithangbord op het hoogste podium in het tenue van De Vijand speelt, Adidas dreigt zich als sponsor terug te trekken als de KNVB het nummer 14 niet tot de orde roept. De eigenzinnige Cruijff praat zich zelf uit de impasse en jarenlange stammentwist: hij zal, als enige van Oranje, spelen in een shirt met twee zwarte strepen op de mouw. Hij blijft zijn Pumaschoeisel wél trouw, al wil de legende dat de verzorger van de Nederlands elftal zijn koffertje met Adidaslogo tijdens een blessurebehandeling steevast voor de voeten van de kapitein moest zetten en dat cameramensen door Adidas werden betaald om pas dán in te zoomen op de duurste voetbalbenen van het WK. Nederland verliest de finale van het gastland (2-1), al wordt Cruijff wel tot beste speler van het toernooi uitgeroepen. En na zijn afscheid van de nationale ploeg in oktober 1977 tegen België krijgt het orakel van Betondorp navolging. Op het WK in Argentinië (1978) spelen ook de Pumabroertjes René en Willy van de Kerkhof in een shirt met twee strepen. In de Ligue 1 voetballen de Corsicanen in smaakloze shirts met daarop de naam van de hoofdsponsor - Club Méditerranée, het Franse bedrijf dat luxeresorts uitbaat-, in de UEFA Cup doen I Lioni di Furiani ( de Leeuwen van Furiani, het dorpje waar het krakkemikkige Stade Armand-Cesari staat) hun bijnaam alle eer aan. De schoonheid van de eenvoud én strijdvaardigheid. Blauw shirt met drie witte strepen, de letters SECB (Sporting Étoile Club Bastia) en de Testa Mora - een zwarte morenkop, het symbool van onafhankelijk Corsica. Punk op een voetbalveld, belichaamd door Johnny Rep, de Nederlandse international die in de havenstad dartelt als in zijn beste dagen. De club is een warm bad, stelt Rep vast, met een uitzonderlijke generatie voetballers. Kettingroker Claude Papi, de kalende middenvelder, is de absolute patron en een van de drie Corsicanen - met Charles Orlanducci en Paul Marchioni - in het team, dat Europa zal verbazen. In de heksenketel van Furiani is Bastia dat seizoen onklopbaar. Sporting Clube de Portugal, Newcastle, Torino, Carl Zeiss Jena en Grasshopper Club Zürich: allemaal puntenloos naar huis gestuurd. Ook in de heenwedstrijd van de finale tegen PSV, wanneer een wolkbreuk de grasmat in een vijver heeft herschapen, swingt de ploeg kans na kans bij elkaar, maar door de modder en een geweldige wedstrijd van doelman Jan van Beveren blijft het 0-0. In Eindhoven, voor 5000 meegereisde Corsicanen, is de ploeg kansloos (3-0). Maar: het shirt (en het voetbal) behoort tot het collectief geheugen. FC Nantes heeft net zijn vijfde Franse titel gewonnen, wanneer Bob Marley begin juli 1980 met zijn Uprising Tour het Palais de la Beaujoire in de stad aandoet. Er is, zoals altijd, tijd genoeg om een balletje te trappen. Want de Jamaicaanse reggaelegende betoverde de wereld met meeslepende reggaemuziek, maar de man achter 'No Woman, No Cry' en 'Redemption Song' was ook een gepassioneerd voetballer. Het bonte gezelschap trekt naar La Jonelière, het oefencentrum van Les Canaris, waar de platenmaatschappij een oefenwedstrijdje van 45 minuten tegen een handvol profs heeft geregeld. Henri Michel, Loïc Amisse, Gilles Rampillon, Bruno Baronchelli en Jean-Paul Bertrand-Demanes - vijf clublegenden - zijn onder de indruk van de voetbalkunstjes van Marley en vier leden van zijn begeleidingsgroep The Wailers, die slechts nipt (4-3, met twee goals van de zanger) verliezen. Marley is in de wolken wanneer de sportief directeur van de club hem het officieel shirt cadeau geeft en zal later tegen zijn manager zeggen dat die namiddag het 'gelukkigste moment van de tournee' was. En, wat op dat moment niemand beseft: het Adidasshirt van FC Nantes, met het logo van radiozender Europe 1, zal een klassieker onder verzamelaars worden. November 1964. In de catacomben van Anfield speelt zich een geanimeerde discussie af tussen kapitein Ron Yeats (1m87) en manager Bill Shankly, een voetbalpsycholoog avant la lettre. De manager vindt de witte broeken en sokken maar niets en zegt aan zijn verdediger dat hij een rood short moet aantrekken. Enkele minuten later schreeuwt Shankly het uit: ' Ronnie, je ziet er angstaanjagend uit. Het lijkt wel alsof je 2m15 bent!' Wanneer Yeats ook nog rode sokken aantrekt, is Shankly helemáál overtuigd. Enkele dagen erna wordt... Anderlecht onder de voet gelopen (3-0). The Reds, symbool van kracht en gevaar die na het afscheid van Shankly (1974) onder Bob Paisley Engeland (6 titels) en Europa veroveren. 1 UEFA Cup - in 1976, tegen Club Brugge - en 3 keer Europacup I: in Rome (1977) wordt Borussia Mönchengladbach weggeveegd (3-1), op Wembley (1978) is Club opnieuw een maatje te klein (1-0) en in het Parc des Princes (1981) tekent Alan Kennedy voor de nipte 1-0 tegen Real Madrid. In zijn vier Europese finales destijds speelt Liverpool in een volledig rode uitrusting, met het clubembleem op de linkerborst en het logo van de kledingsponsor (Umbro) rechts, maar kort voor de wedstrijd in Parijs beslissen de UEFA en de televisiezenders dat er geen merk op het shirt en de broek mag staan. De aftrap wordt uitgesteld, zodat de Engelse spelers het Umbrologo met witte tape kunnen afplakken. 'Een schande', klinkt het achteraf bij Alan Hansen. 'Real voetbalde in een Adidasshirt, maar met de drie grote strepen had de UEFA blijkbaar geen probleem.' Argentinië en zijn WK-shirts, een moeilijke spreidstand. De truien met witte en hemelsblauwe strepen zijn een hebbeding voor verzamelaars en hét handelsmerk van La Albiceleste, maar de tweede uitrusting is net zo vaak een nachtmerrie voor trainers en begeleiders. Of, zoals in zijn eerste wedstrijd op het WK in Zweden (1958) tegen West-Duitsland, nog erger: Argentinië hééft geen alternatieve kit en moet zich behelpen met het tenue van... IFK Malmö, een club uit de gaststad. Ook in 1986, wanneer het WK-circus voor de tweede keer in het broeierig hete Mexico passeert, is de Argentijnse voetbalbond slecht voorbereid. Er is gekozen voor een wit-blauw shirt gemaakt in Aertex, een materiaal dat beter ventileert dan de toen klassieke katoenen shirts. Maar: er is slechts één set beschikbaar en wanneer het in de achtste finale tegen Uruguay - volledig in het wit - moet spelen, is het verplicht om voor de tweede outfit te kiezen. Diego Maradona en co. zwoegen zich in de loden hitte met heel veel moeite (1-0) naar de kwartfinale tegen Engeland, dat als bezoekende ploeg in zijn wit shirt mag voetballen. Drie dagen voor de wedstrijd stuurt bondscoach Carlos Bilardo een lid van de technische staf naar de hoofdstad. 'Zoek in de winkels naar een tenue in lichte stof.' Hij keert terug met twee donkerblauwe shirts, die in het hotel worden... gewogen en gekeurd. Diego Maradona hakt zelf de knoop door. 'In dit shirt kloppen we Engeland.' El Diez krijgt gelijk, met de hulp van De Hand van God (1-0) en een wondermooie solo. Wanneer Hummel het nationaal team van Denemarken in een revolutionair ontwerp in de zomer van 1986 naar het WK in Mexico stuurt, zijn de media vernietigend. 'Een Carnavalstenue!'Het Deense sportmerk wil, in tegenstelling tot zijn behoudsgezinde en grotere concurrenten, bij het WK-debuut vooral out of the box denken. Twee grote verticale vlakken - links volledig rood, rechts fijne rood-witte streepjes - die gespiegeld in de mouwen terugkeren, met donkerblauw stiksel om het contrast van kleuren nog te versterken. Kapitein Morten Olsen, verdediger bij Anderlecht, is diplomatisch: 'Het is... anders.' Klaus Berggreen, de middenvelder van Pisa en AS Roma die na zijn carrière een kledinglijn voor dames (Piro) zou ontwerpen, is ook jaren erna verdeeld gelukkig. 'Afschuwelijk, maar publicitair wél een voltreffer.' Want het shirt is ook meer dan dertig jaar later een must have voor verzamelaars, die voor een origineel en steeds schaarser wordend matchworn exemplaar meer dan 500 euro neertellen. Met dank aan een uitzonderlijke generatie - Søren Lerby, Jesper Olsen, Preben Elkjaer Larsen, Michael Laudrup, Henrik Andersen, Frank Arnesen... - die de wereld betoveren.'Er zijn drie elementen die bepalen of een shirt iconisch is: het design, de prestaties én de sterspelers', zegt Doug Bierton, co-eigenaar van Classic Football Shirts, het bedrijf dat meer dan een half miljoen originele shirts te koop aanbiedt. 'Denemarken was revolutionair, vooral omdat de grootste speler op de markt - Adidas - toen besefte dat het de lat hoger moest leggen. Zo goed als alle verzamelaars plaatsen het Deense, samen met de Adidasshirts van Nederland (1988) en West-Duitsland (1988-1991), in hun top drie.' Een shirt dat ook na 30 jaar nog voor- en tegenstanders heeft, maar in die tijd een baanbrekend design: geen saai monotoon oranje, maar een visgraatmotief. Een hersenspinsel van Adidas, dat ook de shirts van Oost-Duitsland (blauw), finalist USSR (rood) en Marokko (rood-groen) van hetzelfde motief voorziet. Ruud Gullit, de kapitein van de ploeg, vindt het nog altijd 'met lengten voorsprong het lelijkste shirt' waarin hij ooit voetbalde en ook dribbelaar John van 't Schip was niet enthousiast. 'We lijken op goudvissen, met van die schubben er op.' Maar door de combinatie van design en sportief succes is het een voltreffer onder de verzamelaars, die voor gedragen shirts tussen de 2000 en 3000 euro - afhankelijk van de speler - afdokken. 'Een opvallend ontwerp. Voor Nederland kwam daar nog eens bij dat ze in de halve finale West-Duitsland versloegen en in München Europees kampioen werden. Het was een superverhaal', vertelde Jürgen Rank, sinds 2004 hoofddesigner van Adidas, onlangs in Staantribune. 'Als het Nederlands elftal in een egaal oranje shirt met zwarte strepen had gespeeld, was dat goed geweest. Maar dat het in dat vreemde, maar heel herkenbare shirt voetbalde, maakte het nog veel beter.' De gouden voeten van Marco van Basten, met vijf goals topschutter van het toernooi, deden de rest. Opnieuw met dank aan Adidas, ook al werd de Nederlander gesponsord door... Johan Cruijff, zijn trainer bij Ajax die een eigen merk (Cruyff Sports, met ypsilon) op de markt had gebracht. Maar, vond Van Basten: die Cruyffies zaten niet lekker. Van Basten verfde zijn Adidasschoen zwart en liet er het logo van Cruyff Sports opstikken... Midden de jaren tachtig is Ina Franzmann beginnend assistent designer van Adidas, waar ze vooral mee tekende aan de outfits van Ivan Lendl en Stefan Edberg, de twee paradepaardjes van directeur Horst Dassler. Frau Franzmann, afgestudeerd aan de Frankfurter Schule für Bekleidung und Mode, is frivoler dan haar mannelijke collega's en wil eindelijk kleur brengen in het shirt van Die Mannschaft, die een patent had op oersaai wit. 'In de aanloop naar het EK in ons land mocht ik van Horst de kleuren van onze vlag op het shirt incorporeren. De drie Adidasstrepen in een geometrisch patroon van geel-rood-zwart, waardoor de schouders werden geaccentueerd, bedoeld als een allegorie van de overwinning.' Het toernooi wordt een afknapper - verlies in de halve finale tegen Nederland -, het shirt lijkt een roemloos einde tegemoet te gaan en Franzmann en haar collega's verzamelen opnieuw rond de tekentafel. Tot bondscoach Franz Beckenbauer van de plannen hoort. 'Hij kwam naar het hoofdkantoor en zei dat hij met hetzelfde shirt op het WK in Italië wilde spelen, omdat het kracht uitstraalde.' Na de wereldtitel, de derde, krijgt het shirt een iconische status, waardoor de designers in de aanloop naar het WK 2018 in Rusland teruggrijpen naar het geometrisch design van de oerklassieker. Adidas had net zijn overeenkomst met de Duitse voetbalbond verlengd tot 2022, tegen een bedrag van 70 miljoen euro per jaar. Want: sportsponsoring is big business voor het bedrijf uit Herzogenaurach, dat op weg naar een vierde Duitse wereldtitel in 2014 meer dan 2 miljoen shirts van Die Mannschaft over de toonbank zag gaan. Dat waren er deze zomer een pak minder...