Een beetje gênant is het wel. Na alle geruchten over omkoping om het WK van 2018 binnen te halen, is Rusland met een 66e plaats op de FIFA-ranglijst ook nog eens het laagst genoteerde gastland ooit.
...

Een beetje gênant is het wel. Na alle geruchten over omkoping om het WK van 2018 binnen te halen, is Rusland met een 66e plaats op de FIFA-ranglijst ook nog eens het laagst genoteerde gastland ooit. De reeks oefeninterlands en de Confederations Cup vorig jaar lieten een tamelijk onthutsend beeld zien. Alleen met gelijke spelen in oefenmatchen tegen België (3-3) en Spanje (3-3) maakte Rusland enige indruk. De wedstrijden om de Confederations Cup tegen Portugal en Mexico gingen verloren, net als de vriendschappelijke potjes tegen Argentinië, Brazilië en Frankrijk. Alleen van het zwakke Nieuw-Zeeland wonnen de Russen (2-0) tijdens de Confederations Cup. Donderdag gaat het er écht om in de openingswedstrijd in Moskou tegen Saudi-Arabië. Vraag de gemiddelde Russische voetballiefhebber of het WK voor hem of haar leeft en het antwoord zal hartsgrondig 'njet' luiden. Zeker, Rusland is er trots op dat het na de Olympische Winterspelen van Sotsji in 2014 nu toe is aan het grootste en belangrijkste sportevenement ter wereld. 'Maar ons nationale team stelt ons altijd weer teleur. Daarom zijn wij meer van de clubliefde', verzucht oud-sportjournalist Joeri, die geen wedstrijd van Dinamo Moskou overslaat, zelfs niet toen de club twee seizoenen terug degradeerde. De teloorgang van de Russische nationale equipe heeft iets tragisch, want de 'voorganger' van Rusland, de Sovjet-Unie, had altijd een reputatie van gevreesde tegenstander. Het internationale Sovjetvoetbal kon een beroep doen op de Oekraïense en Georgische vedettes van Dinamo Kiev en Dinamo Tiflis. Maar de USSR viel in 1992 uiteen en vanaf dan ging het snel bergafwaarts. Hetzelfde jaar namen de verzamelde brokstukken van de unie als Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) nog deel aan het EK in Zweden. Het liep uit op een kansloze uitschakeling in de eerste ronde. Het onafhankelijke Rusland miste vervolgens in 26 jaar tijd vijf eindrondes (drie WK's en twee EK's), slaagde er nooit in de groepsfase van een WK te overleven en slechts één keer die van een EK. Dat was in 2008 (Oostenrijk en Zwitserland), toen Rusland met Arsenalspits Andrej Arsjavin in de gelederen Nederland in de kwartfinale met 3-1 aan de kant zette. Maar in de halve finale gingen de mannen onder leiding van de Nederlandse bondscoach Guus Hiddink kansloos met 3-0 onderuit tegen de latere Europees kampioen Spanje. Dat had Rusland in zijn openingswedstrijd ook al met 4-1 klop gegeven. Vier jaar geleden, tijdens het WK in Brazilië, was het al even droevig gesteld met het Russische team. België won in de laatste minuten (1-0) en tegen Algerije en Zuid-Korea reikte het team van trainer Leonid Sloetski niet verder dan twee keer 1-1. Exit Rusland, voor de zoveelste keer. Deze WK-editie - het thuisvoordeel ten spijt - belooft niet veel beter te worden. Uit een opiniepeiling van begin april blijkt dat slechts vier procent van de Russische bevolking denkt dat hun elftal daadwerkelijk wereldkampioen wordt. Een magere 17 procent voorspelt dat het de groepsfase overleeft, terwijl 14 procent dat niet verwacht. Negen procent voorziet een kwartfinale voor het Russische team en zes procent de halve finales. Een ontluisterende 31 procent was totaal niet geïnteresseerd. In de voorselectie met 28 namen van bondscoach en voormalig doelman van de nationale ploeg Stanislav Tsjertsjesov zaten maar drie spelers die over de grens spelen, en niet eens bij Europese hoogvliegers: doelman Vladimir Gaboelov (Club Brugge), verdediger Roman Noisjtedter (Fenerbahçe) en middenvelder Denis Tsjerysjev (Villarreal). Noisjtedter viel af in de definitieve selectie. Dat heeft natuurlijk te maken met het feit dat de Russische competitie, ondanks het matige niveau, inmiddels beter betaalt dan de Spaanse en Italiaanse. Maar het komt ook doordat Russische voetballers steeds minder in Europa doorbreken en nooit echt de absolute top halen. Een mentaliteitsprobleem, verzuchten Russen. Niet kunnen omgaan met roem, en niet de discipline hebben je als prof bepaalde schadelijke gewoontes te ontzeggen. Tjertsjesov heeft een heel nieuw team moeten bouwen, nadat zijn voorganger Sloetski met zijn elftal twee jaar geleden een roemloze aftocht kende in Frankrijk (laatste in de groepsfase). Het was geen eenvoudige opdracht, want naast het gebrek aan toppers, is ook een aantal routiniers gestopt. Zo moet Rusland het stellen zonder de ervaren tweeling Vasili en Aleksej Berezoetski (35) in de verdediging. Daarmee is de Russische achterlinie direct het grootste hoofdpijndossier voor Tsjertsjesov. Want wie gaat in de wedstrijd tegen Egypte doelpuntenmachine Mohamed Salah van Liverpool aan de ketting leggen? En wie Luis Suárez van Uruguay? Tsjertsjesov moet het doen met jong talent, maar dat is niet in overvloed voorhanden op de Russische velden. Aanvallende middenvelder Fjodor Tsjalov (20, CSKA) en middenvelder Aleksandr Tasjajev (23, Dinamo Moskou), zijn bij de nationale ploeg gekomen, maar geen van beiden haalde de definitieve WK-selectie. Het middenveld roept de minste vragen op. Volgens de internetkrant Gazeta.ru kan met praktisch 100 procent zekerheid worden gesteld dat tijdens de komende eindronde Daler Koezjajev (Zenit), Aleksandr Golovin (CSKA) en Roman Zobnin (Spartak) de tussenlinie zullen bevolken. Alle drie hebben bij hun clubs een stabiel seizoen achter de rug. In de voorhoede valt de naam op van Artjom Dzjoeba (29). Bij Zenit belandde Dzjoeba begin dit seizoen op de bank, waardoor het WK in eigen land voor hem vrijwel geheel uit zicht verdween. In een laatste poging er toch bij te zijn, liet de aanvaller zich in januari dit jaar uitlenen aan de subtopper Arsenal Toela. Dzjoeba kwam weer aan spelen toe en scoorde, met als gevolg zijn herintrede in de nationale ploeg. Voor Tsjertsjesovs voormalige eigen positie onder de lat beschikt hij over Igor Akinfejev (32) van CSKA. De doelman is aanvoerder van zijn eigen club en sinds kort ook van het Russische elftal, waar hij zich al jaren een betrouwbare sluitpost heeft getoond. Op één keer na, toen hij tegen Zuid-Korea tijdens het WK vier jaar geleden een afstandsschot door de handen liet glippen en de Koreanen op voorsprong kwamen. Het kostte Rusland hoogstwaarschijnlijk kwalificatie voor de knock-outfase, iets wat een historisch unicum zou zijn geweest. De uitschakeling was al even schlemielig als Akinfejevs verweer: hij zou met een laserpen in de ogen zijn geschenen. De anderen hebben het altijd gedaan. Typisch Russisch. Door Joost Bosman in Moskou