Voor Juventus en Cristiano Ronaldo is het een gewoonte geworden, jaar na jaar kampioen worden. Voor trainer Maurizio Sarri is het de allereerste landstitel. Tot voor deze titel won hij enkel de Europa League met Chelsea.

Voor Juventus is het de negende scudetto op rij sinds Andrea Agnelli de leiding van de club in handen nam. De eerste van die negen vierde de Oude Dame op 8 mei 2012 in Trieste, waar het toen won van Cagliari, dat daar zijn thuiswedstrijden in de slotfase van het seizoen afwerkte.

Het was Juventus' eerste titel na Calciopoli, het voetbalschandaal dat hen de titels van 2005 en 2006 kostte. Van de spelers die acht jaar geleden de eerste titel van deze vierden, zijn er nog altijd twee actief bij Juventus: Gianluigi Buffon zat op de bank voor de dit seizoen voortreffelijk keepende Wojtek Szcznesny, en Giorgio Chiellini. Die was nog onvoldoende fit en zat niet in de kern. Beiden maakten voorafgaand aan die titel in 2012 ook de helletocht in tweede klasse mee na de verplichte degradatie als gevolg van het voetbalschandaal. Toen aan Buffon gevraagd werd wat hij voelde die 8e mei 2012, antwoordde hij: 'Ik ben mee naar tweede gezakt om avonden als deze nog mee te maken.'

De negende opeenvolgende titel kwam er niet vanzelf. Het Juventus van Sarri wisselde fantastische momenten af met bleke prestaties, in die mate dat twee weken geleden nog de vraag rees of Sarri volgend seizoen nog op de bank zou zitten bij de bianconeri. Een vraag die door de clubleiding gepareerd werd doordat sportief directeur Fabio Paratici voor de vorige wedstrijd tegen Lazio aankondigde dat Sarri hoe dan ook volgend seizoen trainer blijft. Een mededeling die gevolgd werd door een zege, waardoor de weg naar de titel open lag, al struikelde Juve nog even voor de aankomst in Udine.

Recordjacht

Dit is meer de titel van Cristiano Ronaldo dan van Sarri. CR7 heeft zijn trainer er op beslissende momenten doorheen gesleept en drukte, meer dan vorig seizoen, zijn stempel op dit team, dat toch een paar lacunes vertoonde die botsen met het voetbal van Sarri. Die wil altijd hoog spelen en druk zetten. Dat lukte niet altijd met een ploeg die onder zijn voorganger Massimiliano Allegri gewend was om dieper terug te zakken en vanuit de omschakeling snel toe te slaan, wetende dat de verdediging als een muur stand zou houden.

Desondanks stuurde voetbalidealist Sarri zijn manier van voetballen niet bij. Aanvankelijk was er van de befaamde muur van Juve van voorheen geen sprake meer omdat nieuwkomer Matthijs de Ligt nog niet begrepen had dat je als verdediger in Italië in de eerste plaats verdediger moet zijn, en niet aan uitvoetballen moet denken.

De Ligt kreeg, door het uitvallen van Chiellini, veel meer speelkansen dan men hem vooraf had toegedicht, maar dat viel even tegen, omdat de Nederlander het achterin nog te vaak mooi wilde oplossen en daarna vaak zijn toevlucht moest zoeken tot - al dan niet geslaagde - tackles om een spits af te stoppen. Hij lag toen vaak meer op de grond dan hij recht stond, werd gelachen. Later snapte hij dat een tackle in Italië een noodstop is die je liefst niet gebruikt, omdat het risico te groot is. Dat hij na de coronacrisis zag dat zijn naam geassocieerd wordt met de nieuwe muur van Juventus, geeft aan dat hij intussen die knop omgedraaid heeft.

Ook andere spelers die niet meteen sterk zijn in het zetten van hoge pressing, zoals spelverdeler Miralem Pjanic, lagen met zichzelf in de knoop. Pjanic zal volgend jaar niet meer bij Juve voetballen. Sarri wil er absoluut een gretige, energieke middenvelder bij, en nog een echte diepe spits.

Intussen heeft CR7 geen tijd om te feesten. Als een echte stachanovist weet hij op zijn 35e van geen ophouden. Als enige bij Juventus kwam hij sinds de competitieherstart altijd aan de aftrap. Tot gisteren miste CR7 alleen de laatste 17 minuten op Genoa, toen de zege vaststond en Ronaldo zijn doelpuntje had meegepikt.

Vanaf nu kijkt de Portugees uit naar de CL, en en passant probeert hij nog een paar records scherper stellen. Dat van zijn ploegmaat Gonzalo Higuain, die in 2015/16 Italiaans topschutter werd met 36 competitiegoals, wordt moeilijk, tenminste voor hem.

Niet voor Ciro Immobile die zondag nog eens drie doelpunten maakte voor Lazio en nu al op 34 goals staat, tegenover de 31 voor Cristiano Ronaldo (er zijn nog twee speeldagen te gaan). Nog één goal scheidt de Portugees van Felice Borel die in één seizoen (1933/34) 32 keer raak trof voor Juventus in de Serie A en daarmee de meest doeltreffende schutter van de club in één seizoen is. In de slotfase van de wedstrijd tegen Sampdoria trapte Ronaldo een penalty tegen de lat, anders had hij Borels record nu al geëvenaard.

Voor Juventus en Cristiano Ronaldo is het een gewoonte geworden, jaar na jaar kampioen worden. Voor trainer Maurizio Sarri is het de allereerste landstitel. Tot voor deze titel won hij enkel de Europa League met Chelsea.Voor Juventus is het de negende scudetto op rij sinds Andrea Agnelli de leiding van de club in handen nam. De eerste van die negen vierde de Oude Dame op 8 mei 2012 in Trieste, waar het toen won van Cagliari, dat daar zijn thuiswedstrijden in de slotfase van het seizoen afwerkte. Het was Juventus' eerste titel na Calciopoli, het voetbalschandaal dat hen de titels van 2005 en 2006 kostte. Van de spelers die acht jaar geleden de eerste titel van deze vierden, zijn er nog altijd twee actief bij Juventus: Gianluigi Buffon zat op de bank voor de dit seizoen voortreffelijk keepende Wojtek Szcznesny, en Giorgio Chiellini. Die was nog onvoldoende fit en zat niet in de kern. Beiden maakten voorafgaand aan die titel in 2012 ook de helletocht in tweede klasse mee na de verplichte degradatie als gevolg van het voetbalschandaal. Toen aan Buffon gevraagd werd wat hij voelde die 8e mei 2012, antwoordde hij: 'Ik ben mee naar tweede gezakt om avonden als deze nog mee te maken.'De negende opeenvolgende titel kwam er niet vanzelf. Het Juventus van Sarri wisselde fantastische momenten af met bleke prestaties, in die mate dat twee weken geleden nog de vraag rees of Sarri volgend seizoen nog op de bank zou zitten bij de bianconeri. Een vraag die door de clubleiding gepareerd werd doordat sportief directeur Fabio Paratici voor de vorige wedstrijd tegen Lazio aankondigde dat Sarri hoe dan ook volgend seizoen trainer blijft. Een mededeling die gevolgd werd door een zege, waardoor de weg naar de titel open lag, al struikelde Juve nog even voor de aankomst in Udine.Dit is meer de titel van Cristiano Ronaldo dan van Sarri. CR7 heeft zijn trainer er op beslissende momenten doorheen gesleept en drukte, meer dan vorig seizoen, zijn stempel op dit team, dat toch een paar lacunes vertoonde die botsen met het voetbal van Sarri. Die wil altijd hoog spelen en druk zetten. Dat lukte niet altijd met een ploeg die onder zijn voorganger Massimiliano Allegri gewend was om dieper terug te zakken en vanuit de omschakeling snel toe te slaan, wetende dat de verdediging als een muur stand zou houden.Desondanks stuurde voetbalidealist Sarri zijn manier van voetballen niet bij. Aanvankelijk was er van de befaamde muur van Juve van voorheen geen sprake meer omdat nieuwkomer Matthijs de Ligt nog niet begrepen had dat je als verdediger in Italië in de eerste plaats verdediger moet zijn, en niet aan uitvoetballen moet denken. De Ligt kreeg, door het uitvallen van Chiellini, veel meer speelkansen dan men hem vooraf had toegedicht, maar dat viel even tegen, omdat de Nederlander het achterin nog te vaak mooi wilde oplossen en daarna vaak zijn toevlucht moest zoeken tot - al dan niet geslaagde - tackles om een spits af te stoppen. Hij lag toen vaak meer op de grond dan hij recht stond, werd gelachen. Later snapte hij dat een tackle in Italië een noodstop is die je liefst niet gebruikt, omdat het risico te groot is. Dat hij na de coronacrisis zag dat zijn naam geassocieerd wordt met de nieuwe muur van Juventus, geeft aan dat hij intussen die knop omgedraaid heeft.Ook andere spelers die niet meteen sterk zijn in het zetten van hoge pressing, zoals spelverdeler Miralem Pjanic, lagen met zichzelf in de knoop. Pjanic zal volgend jaar niet meer bij Juve voetballen. Sarri wil er absoluut een gretige, energieke middenvelder bij, en nog een echte diepe spits.Intussen heeft CR7 geen tijd om te feesten. Als een echte stachanovist weet hij op zijn 35e van geen ophouden. Als enige bij Juventus kwam hij sinds de competitieherstart altijd aan de aftrap. Tot gisteren miste CR7 alleen de laatste 17 minuten op Genoa, toen de zege vaststond en Ronaldo zijn doelpuntje had meegepikt.Vanaf nu kijkt de Portugees uit naar de CL, en en passant probeert hij nog een paar records scherper stellen. Dat van zijn ploegmaat Gonzalo Higuain, die in 2015/16 Italiaans topschutter werd met 36 competitiegoals, wordt moeilijk, tenminste voor hem. Niet voor Ciro Immobile die zondag nog eens drie doelpunten maakte voor Lazio en nu al op 34 goals staat, tegenover de 31 voor Cristiano Ronaldo (er zijn nog twee speeldagen te gaan). Nog één goal scheidt de Portugees van Felice Borel die in één seizoen (1933/34) 32 keer raak trof voor Juventus in de Serie A en daarmee de meest doeltreffende schutter van de club in één seizoen is. In de slotfase van de wedstrijd tegen Sampdoria trapte Ronaldo een penalty tegen de lat, anders had hij Borels record nu al geëvenaard.