Wie nog nooit in Eibar kwam, weet op zondagnamiddag niet wat hem overkomt. Een sirene loeit er door de straten, alsof er een vijandig vliegtuig gespot is en iedereen in de schuilkelders moet afdalen. In de jaren dertig was dat de bittere realiteit. Veldslagen in de Spaanse burgeroorlog werden uitgevochten in dorpen tussen de Baskische bergen, zoals Eibar. De helft van de stad was bij het begin van WO II met de grond gelijkgemaakt. Ook waar nu Ipurua staat, het stadion van SD Eibar, stonden ooit huizen. Nu wordt er gevoetbald, op zondagnamiddag.

De sirene loeit niet voor oorlogsgevaar, wel om de wedstrijd aan te kondigen. Binnen een halfuur start de match. Het lawaai luidt een volksverhuizing in, van de tavernes op het dorpsplein richting Ipurua. In het stadje wonen nog geen 30.000 mensen - te vergelijken met gemeentes als Maldegem of Aarlen. In Ipurua passen 7000 mensen. Dat wil zeggen dat bijna een kwart van de bevolking in het stadion zit. Tot vijf jaar geleden zagen ze hoe clubs als Hospitalet en Ontinyent CF afzakten naar het Baskenland. Vandaag zijn dat Atlético, Real en Barcelona - clubs met stadions waar de volledige bevolking van Eibar drie keer in kan.

Kleinste budget

SD Eibar werd opgericht in 1940, op de overblijfselen van een compleet verwoeste stad. Decennialang speelde de club in de Segunda División B, een soort 1e amateurklasse waarin 80 teams in geregionaliseerde reeksen spelen. Het is een vagevuur, want de plaatsjes naar het profcircuit zijn duur: de Segunda A, of de Spaanse tweede divisie. Promoveren lukte Eibar af en toe, en de club jojode tussen de amateurs en de profs. Maar dicht bij de Liga komen? Zelden.

Op elk moment en in elke competitie was Eibar het kleine broertje. Zelfs in het jaar waarin het team promoveerde naar de grote Liga, had Eibar met 3,9 miljoen euro het kleinste budget van tweede klasse. Dat is ook logisch: er is nauwelijks potentieel. Met 30.000 inwoners in een dal in het Baskenland ben je een vogel voor de kat. In die regio hebben jonge voetbalfans twee opties: Real Sociedad en Athletic Bilbao. Jonge Eibarreses supporterden dus wel voor hun lokale team, maar écht fan waren ze van Real of Athletic. 's Zondags kon je wel gaan kijken naar Eibarrito, het kleine Eibar, waar de vriend van je nonkel speelde, of de zoon van de slager. De mannen die 's avonds trainden op het veldje naast het stadion van amper vijftig meter groot. Maar fans die niet uit Eibar kwamen, bestonden niet. 'Onze logische plaats is in de amateurklasse', zei de voorzitter onlangs nog.

Met 65 nationaliteiten onder de 11.000 aandeelhouders is SD Eibar de meest internationale club ter wereld.

In de handen van de wereld

'Het is een mirakel.' Aan het woord is Xabi Alonso, die aan het begin van zijn carrière een seizoen bij Eibar speelde als huurspeler. Ook hij kent de geschiedenis en de ziel van het team, dat bescheidenheid en pure lokaliteit ademt. In 2013 was Eibar gepromoveerd uit de amateurklasse naar de Segunda B. Als een wervelwinde raasde het team door de competitie. Ze haalden de eindronde. La Liga wenkte. Maar Eibar moest niet alleen vechten tegen voetbalteams, ook tegen wetten.

Eibar is en was honderd procent schuldenvrij. Volgens Amaia Gorostiza, de enige vrouwelijke voorzitter in La Liga, is het zelfs de enige club in eerste én tweede klasse in Spanje die geen cent verschuldigd is. Dat er in de rest van het land een probleem is, is een understatement. De opgetelde schuld van de Spaanse clubs schommelt rond de 3,5 miljard euro. De Spaanse overheid heeft nog ruim een half miljoen aan onbetaalde belastingen te goed.

Een wet uit 1992 legt elke Spaanse profclub een kapitaalsverplichting op. Teams moeten een bepaald kapitaalsoverschot uit aandelen aanhouden om de nodige uitgaven te kunnen doen. Het cijfer schommelt van seizoen tot seizoen, maar schurkt meestal tegen de twee miljoen euro aan. Voor Eibar was de wet een vloek. De club draaide break-even en had op korte termijn geen injectie voor extra uitgaven nodig. Middenin de eindronde van 2014, waarin Eibar streed om promotie naar eerste klasse, moest de leiding door de wet nog 1,9 miljoen euro vinden, of ze zakten terug naar derde klasse. Met andere woorden: een schuldenvrij team dat met beperkte middelen iedereen versloeg, zou gestraft worden voor hun succes en twee divisies zakken. De zoektocht naar geld, met behoud van de waarden van Eibar, werd dé uitdaging van de club.

'Eibar mag nooit in de handen vallen van een sjeik of investeringsgroep. Niemand mag onze club zomaar gebruiken als een snoepje', zei toenmalig voorzitter Alex Aranzábal destijds. Eibar startte met een totaal vernieuwend idee. 'De club moet in de handen zijn van de fans. Letterlijk.' Het plan van Aranzábal was simpel. Iedereen die het wilde, kon een aandeel kopen van de club. Eén aandeel kostte nauwelijks 50 euro, en kopers konden maximaal voor 100.000 euro kopen. Het pr-team zette in op sociale media met de actie 'Defiende al Eibar' (Verdedig Eibar).

Het beeld van het sympathieke dorpsploegje dat ondanks een evenwichtig budget niet zou mogen promoveren omdat ze eigenlijk niet rijk genoeg waren, sprak enorm aan. Naast Xabi Alonso zette ook Asier Illaramendi zijn schouders mee onder de campagne. Het werd een groot succes, met veel aandacht in de internationale media. De kopers kwamen uit Eibar en het Baskenland zelf, maar ook Chinezen, Amerikanen, Russen en Britten sprongen mee op de trein. 65 nationaliteiten zijn ondertussen vertegenwoordigd onder de 11.000 aandeelhouders. Eibar werd zo de meest internationale club ter wereld.

Binnen de kortste keren had de leiding het nodige kapitaal verworven. Ondertussen had Eibar ook sportief de eerste klasse bereikt, na 1-0-winst tegen Alavés. De tweede promotie op rij, nadat ze het jaar ervoor naar tweede klasse gestegen waren. De blauw-rode confetti om dat te vieren, kochten ze tweedehands van FC Barcelona.

Werkvoetbal

De openingsmatch van het allereerste seizoen in la Liga werd een sprookje. Op het programma: Eibar-Real Sociedad. Spelen tegen de grote broer, de ploeg waar veel Eibarspelers hun jeugdopleiding gekregen hadden. Eibar streed, en won. Bij Sociedad schrokken ze zich een hoedje. Hun tegenstanders gingen niet in de eigen backlijn staan, zoals de kleinere teams weleens doen in Spanje, maar zetten hoog druk. Eibar staat bekend om viriel, fysiek en intens voetbal. Ze verstoren de opbouw van de tegenstander al op de vijandige helft en spelen dan pijlsnel vooruit. Eibar speelt mandekking, schuwt de duels niet en zet een hoge buitenspelval. De bal wordt zo snel mogelijk lang gespeeld. 'We spelen voetbal zoals de Eibarreses zijn in het dagelijkse leven', klinkt bij ex-trainer Gaizka Garitano, die zelf ook jarenlang voor het team uitkwam. 'Ze werken hard en ze hebben geen allures. Dan kan je alles aan.' Het verklaart ook de trots van de fans voor hun team en hun kleuren.

De bijnaam van Eibar is 'de wapenploeg'. Dat komt omdat de stad altijd al een industriestad was met ijzerverwerkingsbedrijven. Ze produceerden wapens. Luguber genoeg leefde de bevolking van oorlog - hoe meer conflict, hoe meer vraag naar wapens, hoe meer werk voor de Eibarreses. De sirene in Ipurua die nu loeit om de match aan te kondigen, is dezelfde sirene die vroeger de arbeiders naar de fabriek riep. Dat zegt alles: Eibar was de industrie, en Eibar is de voetbalclub. De identificatie tussen de Eibarreses en het werkvoetbal van hun ploeg is daarom ook belangrijk voor de zelfwaarde van de mensen. Ze weten: als we hard werken, komt alles goed.

Meeste voorzetten

Eibar-Sociedad werd 1-0. In de basis: Basken uit de buurt, spelers die einde contract waren bij hun vorige clubs, en gehuurde spelers. Ook dat is het Eibarmodel. De voorzitter en het sportief management draaien elke cent twee keer om. Het verhaal van de tweedehands confetti is al treffend. De blauw-rode kleuren van Eibar, die ze kozen in 1940, komen er omdat ze truitjes cadeau kregen van het grote FC Barcelona. Zo werkt de club nog steeds - duurzaam en zuinig. De duurste transfer tot 2014 kostte 75.000 euro. En de hoofdtaak van de sportieve cel is te speuren naar jonge talenten die speelminuten nodig hebben. David Silva en Xabi Alonso speelden zo in Ipurua in hun jonge jaren. Dat beide spelers daarna succesvol werden in de Premier League, is volgens ex-bondscoach Iñaki Sáez geen toeval. 'In Eibar leer je om te vechten voor de bal en hard te trainen. Voetbal is er meer dan tikken, het is hard labeur.'

Lionel Messi en Barcelona gingen onlangs niet zonder moeite met 0-2 winnen bij Eibar (hier met verdediger Anaitz Arbilla)., belgaimage
Lionel Messi en Barcelona gingen onlangs niet zonder moeite met 0-2 winnen bij Eibar (hier met verdediger Anaitz Arbilla). © belgaimage

Het 'Engelse' model werkte. Na 18 speeldagen had Eibar 27 punten, en stonden ze zelfs op een Europese plaats. Maar dan ging het mis. De club pakte in de terugronde slechts zes punten en eindigde op de 18e plaats. Eibar moest terug naar tweede klasse. Of zo leek het toch. Tot het nieuws kwam dat Elche voor het tweede seizoen op rij de financiële regels had overschreden. Elche moest zakken, Eibar was gered.

Coach Garitano bekocht het wel met zijn plaatsje op de bank. Met JoséMendilibar moest een nieuwe wind door Ipurua waaien, en dat gebeurde. Zonder de waarden van Eibar op het spel te zetten weliswaar - de hoge druk, mandekking en het snelle voetbal zijn nooit verdwenen. Maar Mendilibar bracht meer flexibiliteit in de opstelling en verdedigende variaties. Vorig seizoen streed Eibar lang mee voor de Europese plaatsen, om tiende te eindigen. Dit seizoen staan ze opnieuw dicht bij plaats 7, die recht geeft op de voorrondes van de Europa League.

In Eibar leer je om te vechten voor de bal en hard te trainen. Voetbal is er meer dan tikken, het is hard labeur.

Iñaki Sáez

Ook wanneer de allergrootsten naar het Baskenland afzakken, wordt niet afgeweken van de strategie. Barcelona kreeg in februari tijdens de eerste minuten voortdurend voorzetten om de oren. Barça kon zich niet uit de hoge pressing voetballen, en kwam goed weg met een bal op de paal. Eibar schoot meer op doel dan de Catalanen, maar twee flitsen van Messi beslisten de match.

Ernesto Valverde wist dat het een lastige match ging worden. Eibar is de ploeg die de meeste voorzetten van La Liga verstuurt. De assistkoning is niet voor niets de linksback José Ángel, die zonder twijfelen de bal diep dropt naar de spitsen. Reken daarbij nog eens de dribbels en voorzetten van de Chileen FabiánOrellana en de Japanner Takashi Inui, en je hebt een vervelende ploeg. Dit weekend komt Real op bezoek, een team dat nog geen twintig kopbalduels per match aangaat, en de helft ervan verliest. Eibar kopt bijna veertig keer per wedstrijd, en ze winnen de meeste duels. Eén vijfde van al hun passes zijn lange ballen en ze lopen als gekken. De Koninklijke is gewaarschuwd.

Gezonde club in schuldencompetitie

Het sympathieke van Eibar blijft ook het grootste probleem van de club. De spelers kunnen bij elk ander team in La Liga meer verdienen. Sterspeler Raúl Albentosa verhuisde net voor de openingsmatch in eerste klasse bijvoorbeeld naar Derby County in Engelse tweede klasse, omdat zijn loon daar veel hoger zou liggen. Eibar werd onlangs ook verplicht om het stadion uit te breiden naar 7000 plaatsen, terwijl er, ondanks de wereldwijde steun, eigenlijk geen potentieel is om het stadion verder te vullen. Maar het moet.

Ipurua moest uitgebreid worden omdat de overheid via bouwwerken werkgelegenheid wil creëren - maar ze creëert zo opnieuw bubbels door verdere schuld bij voetbalclubs te leggen. En Eibar kan op die manier nóg minder spelers kopen en betalen. Het gevolg? Sportief zal deze club de komende jaren te broos blijven. In hun eerste seizoen eindigden ze op een degradatieplaats, en ook aan het begin van deze jaargang behaalden ze dramatische resultaten. Met Pedro León was hun beste speler geblesseerd, en de kern is niet ruim en kwalitatief genoeg om dat te verhullen. Tot vandaag vangen de trainers en sportieve leiding het vertrek van kernspelers en het gebrek aan middelen inventief en succesvol op. Maar met zo'n beperkt budget is het zwaard van Damocles nooit veraf. Ook volgend seizoen moet een nieuwe kern samengesteld worden. En wanneer de mayonaise dan niet pakt, wacht misschien een rampseizoen en de degradatie. Zo snel kan het gaan voor een gezonde club in een competitie van schulden.

© belgaimage

De spits

Charles is met zijn 33 jaar, 179 centimeter en 76 kilogram op het eerste zicht niet de krachtpatser die je zou verwachten in de spits van een team dat zonder aarzelen de lange bal speelt. De Braziliaan speelt echter slim, loopt goed, en zet zijn lichaam op het juiste moment. Hij wint ruim de helft van zijn kopbalduels - uitzonderlijk voor een spits die wekelijks moet optornen tegen centrale verdedigers. Zijn doublures zijn Kike García en Sergi Enrich.

© belgaimage

De kapitein

Dani García (27) is de enige speler, samen met Ander Capa, die nog overblijft van de amateurklasse. Het is een ouderwetse zes die veel loopt, duels wint en de bal snel afspeelt. García belichaamt Eibar: hardwerkend, Baskisch en sympathiek. Net als zoveel spelers van Eibar begon hij bij Real Sociedad, dat beloftevolle spelers uitleende aan het kleine broertje. Nu speelt hij tegen zijn oude club, en wint hij. Het zorgt ervoor dat Eibar voor Sociedad ineens minder sympathiek is.

© belgaimage

De oude (on)bekende

Frédéric Peiremans, ex-Anderlecht en gewezen Rode Duivel, had de eer om de tweede buitenlandse speler ooit te zijn bij Eibar, in 2002. Hij sloot er nog voor zijn 30e zijn carrière af na aanhoudend blessureleed - zonder er een minuut te spelen, weliswaar. Ook Luiks jeugdproduct Samuel Piette stond ooit op de loonlijst van de wapenclub. De onbekende rechtsback liep jarenlang clubs af in de Spaanse amateurdivisies.

Wie nog nooit in Eibar kwam, weet op zondagnamiddag niet wat hem overkomt. Een sirene loeit er door de straten, alsof er een vijandig vliegtuig gespot is en iedereen in de schuilkelders moet afdalen. In de jaren dertig was dat de bittere realiteit. Veldslagen in de Spaanse burgeroorlog werden uitgevochten in dorpen tussen de Baskische bergen, zoals Eibar. De helft van de stad was bij het begin van WO II met de grond gelijkgemaakt. Ook waar nu Ipurua staat, het stadion van SD Eibar, stonden ooit huizen. Nu wordt er gevoetbald, op zondagnamiddag. De sirene loeit niet voor oorlogsgevaar, wel om de wedstrijd aan te kondigen. Binnen een halfuur start de match. Het lawaai luidt een volksverhuizing in, van de tavernes op het dorpsplein richting Ipurua. In het stadje wonen nog geen 30.000 mensen - te vergelijken met gemeentes als Maldegem of Aarlen. In Ipurua passen 7000 mensen. Dat wil zeggen dat bijna een kwart van de bevolking in het stadion zit. Tot vijf jaar geleden zagen ze hoe clubs als Hospitalet en Ontinyent CF afzakten naar het Baskenland. Vandaag zijn dat Atlético, Real en Barcelona - clubs met stadions waar de volledige bevolking van Eibar drie keer in kan. SD Eibar werd opgericht in 1940, op de overblijfselen van een compleet verwoeste stad. Decennialang speelde de club in de Segunda División B, een soort 1e amateurklasse waarin 80 teams in geregionaliseerde reeksen spelen. Het is een vagevuur, want de plaatsjes naar het profcircuit zijn duur: de Segunda A, of de Spaanse tweede divisie. Promoveren lukte Eibar af en toe, en de club jojode tussen de amateurs en de profs. Maar dicht bij de Liga komen? Zelden. Op elk moment en in elke competitie was Eibar het kleine broertje. Zelfs in het jaar waarin het team promoveerde naar de grote Liga, had Eibar met 3,9 miljoen euro het kleinste budget van tweede klasse. Dat is ook logisch: er is nauwelijks potentieel. Met 30.000 inwoners in een dal in het Baskenland ben je een vogel voor de kat. In die regio hebben jonge voetbalfans twee opties: Real Sociedad en Athletic Bilbao. Jonge Eibarreses supporterden dus wel voor hun lokale team, maar écht fan waren ze van Real of Athletic. 's Zondags kon je wel gaan kijken naar Eibarrito, het kleine Eibar, waar de vriend van je nonkel speelde, of de zoon van de slager. De mannen die 's avonds trainden op het veldje naast het stadion van amper vijftig meter groot. Maar fans die niet uit Eibar kwamen, bestonden niet. 'Onze logische plaats is in de amateurklasse', zei de voorzitter onlangs nog. 'Het is een mirakel.' Aan het woord is Xabi Alonso, die aan het begin van zijn carrière een seizoen bij Eibar speelde als huurspeler. Ook hij kent de geschiedenis en de ziel van het team, dat bescheidenheid en pure lokaliteit ademt. In 2013 was Eibar gepromoveerd uit de amateurklasse naar de Segunda B. Als een wervelwinde raasde het team door de competitie. Ze haalden de eindronde. La Liga wenkte. Maar Eibar moest niet alleen vechten tegen voetbalteams, ook tegen wetten. Eibar is en was honderd procent schuldenvrij. Volgens Amaia Gorostiza, de enige vrouwelijke voorzitter in La Liga, is het zelfs de enige club in eerste én tweede klasse in Spanje die geen cent verschuldigd is. Dat er in de rest van het land een probleem is, is een understatement. De opgetelde schuld van de Spaanse clubs schommelt rond de 3,5 miljard euro. De Spaanse overheid heeft nog ruim een half miljoen aan onbetaalde belastingen te goed. Een wet uit 1992 legt elke Spaanse profclub een kapitaalsverplichting op. Teams moeten een bepaald kapitaalsoverschot uit aandelen aanhouden om de nodige uitgaven te kunnen doen. Het cijfer schommelt van seizoen tot seizoen, maar schurkt meestal tegen de twee miljoen euro aan. Voor Eibar was de wet een vloek. De club draaide break-even en had op korte termijn geen injectie voor extra uitgaven nodig. Middenin de eindronde van 2014, waarin Eibar streed om promotie naar eerste klasse, moest de leiding door de wet nog 1,9 miljoen euro vinden, of ze zakten terug naar derde klasse. Met andere woorden: een schuldenvrij team dat met beperkte middelen iedereen versloeg, zou gestraft worden voor hun succes en twee divisies zakken. De zoektocht naar geld, met behoud van de waarden van Eibar, werd dé uitdaging van de club. 'Eibar mag nooit in de handen vallen van een sjeik of investeringsgroep. Niemand mag onze club zomaar gebruiken als een snoepje', zei toenmalig voorzitter Alex Aranzábal destijds. Eibar startte met een totaal vernieuwend idee. 'De club moet in de handen zijn van de fans. Letterlijk.' Het plan van Aranzábal was simpel. Iedereen die het wilde, kon een aandeel kopen van de club. Eén aandeel kostte nauwelijks 50 euro, en kopers konden maximaal voor 100.000 euro kopen. Het pr-team zette in op sociale media met de actie 'Defiende al Eibar' (Verdedig Eibar). Het beeld van het sympathieke dorpsploegje dat ondanks een evenwichtig budget niet zou mogen promoveren omdat ze eigenlijk niet rijk genoeg waren, sprak enorm aan. Naast Xabi Alonso zette ook Asier Illaramendi zijn schouders mee onder de campagne. Het werd een groot succes, met veel aandacht in de internationale media. De kopers kwamen uit Eibar en het Baskenland zelf, maar ook Chinezen, Amerikanen, Russen en Britten sprongen mee op de trein. 65 nationaliteiten zijn ondertussen vertegenwoordigd onder de 11.000 aandeelhouders. Eibar werd zo de meest internationale club ter wereld. Binnen de kortste keren had de leiding het nodige kapitaal verworven. Ondertussen had Eibar ook sportief de eerste klasse bereikt, na 1-0-winst tegen Alavés. De tweede promotie op rij, nadat ze het jaar ervoor naar tweede klasse gestegen waren. De blauw-rode confetti om dat te vieren, kochten ze tweedehands van FC Barcelona. De openingsmatch van het allereerste seizoen in la Liga werd een sprookje. Op het programma: Eibar-Real Sociedad. Spelen tegen de grote broer, de ploeg waar veel Eibarspelers hun jeugdopleiding gekregen hadden. Eibar streed, en won. Bij Sociedad schrokken ze zich een hoedje. Hun tegenstanders gingen niet in de eigen backlijn staan, zoals de kleinere teams weleens doen in Spanje, maar zetten hoog druk. Eibar staat bekend om viriel, fysiek en intens voetbal. Ze verstoren de opbouw van de tegenstander al op de vijandige helft en spelen dan pijlsnel vooruit. Eibar speelt mandekking, schuwt de duels niet en zet een hoge buitenspelval. De bal wordt zo snel mogelijk lang gespeeld. 'We spelen voetbal zoals de Eibarreses zijn in het dagelijkse leven', klinkt bij ex-trainer Gaizka Garitano, die zelf ook jarenlang voor het team uitkwam. 'Ze werken hard en ze hebben geen allures. Dan kan je alles aan.' Het verklaart ook de trots van de fans voor hun team en hun kleuren. De bijnaam van Eibar is 'de wapenploeg'. Dat komt omdat de stad altijd al een industriestad was met ijzerverwerkingsbedrijven. Ze produceerden wapens. Luguber genoeg leefde de bevolking van oorlog - hoe meer conflict, hoe meer vraag naar wapens, hoe meer werk voor de Eibarreses. De sirene in Ipurua die nu loeit om de match aan te kondigen, is dezelfde sirene die vroeger de arbeiders naar de fabriek riep. Dat zegt alles: Eibar was de industrie, en Eibar is de voetbalclub. De identificatie tussen de Eibarreses en het werkvoetbal van hun ploeg is daarom ook belangrijk voor de zelfwaarde van de mensen. Ze weten: als we hard werken, komt alles goed. Eibar-Sociedad werd 1-0. In de basis: Basken uit de buurt, spelers die einde contract waren bij hun vorige clubs, en gehuurde spelers. Ook dat is het Eibarmodel. De voorzitter en het sportief management draaien elke cent twee keer om. Het verhaal van de tweedehands confetti is al treffend. De blauw-rode kleuren van Eibar, die ze kozen in 1940, komen er omdat ze truitjes cadeau kregen van het grote FC Barcelona. Zo werkt de club nog steeds - duurzaam en zuinig. De duurste transfer tot 2014 kostte 75.000 euro. En de hoofdtaak van de sportieve cel is te speuren naar jonge talenten die speelminuten nodig hebben. David Silva en Xabi Alonso speelden zo in Ipurua in hun jonge jaren. Dat beide spelers daarna succesvol werden in de Premier League, is volgens ex-bondscoach Iñaki Sáez geen toeval. 'In Eibar leer je om te vechten voor de bal en hard te trainen. Voetbal is er meer dan tikken, het is hard labeur.' Het 'Engelse' model werkte. Na 18 speeldagen had Eibar 27 punten, en stonden ze zelfs op een Europese plaats. Maar dan ging het mis. De club pakte in de terugronde slechts zes punten en eindigde op de 18e plaats. Eibar moest terug naar tweede klasse. Of zo leek het toch. Tot het nieuws kwam dat Elche voor het tweede seizoen op rij de financiële regels had overschreden. Elche moest zakken, Eibar was gered. Coach Garitano bekocht het wel met zijn plaatsje op de bank. Met JoséMendilibar moest een nieuwe wind door Ipurua waaien, en dat gebeurde. Zonder de waarden van Eibar op het spel te zetten weliswaar - de hoge druk, mandekking en het snelle voetbal zijn nooit verdwenen. Maar Mendilibar bracht meer flexibiliteit in de opstelling en verdedigende variaties. Vorig seizoen streed Eibar lang mee voor de Europese plaatsen, om tiende te eindigen. Dit seizoen staan ze opnieuw dicht bij plaats 7, die recht geeft op de voorrondes van de Europa League. Ook wanneer de allergrootsten naar het Baskenland afzakken, wordt niet afgeweken van de strategie. Barcelona kreeg in februari tijdens de eerste minuten voortdurend voorzetten om de oren. Barça kon zich niet uit de hoge pressing voetballen, en kwam goed weg met een bal op de paal. Eibar schoot meer op doel dan de Catalanen, maar twee flitsen van Messi beslisten de match. Ernesto Valverde wist dat het een lastige match ging worden. Eibar is de ploeg die de meeste voorzetten van La Liga verstuurt. De assistkoning is niet voor niets de linksback José Ángel, die zonder twijfelen de bal diep dropt naar de spitsen. Reken daarbij nog eens de dribbels en voorzetten van de Chileen FabiánOrellana en de Japanner Takashi Inui, en je hebt een vervelende ploeg. Dit weekend komt Real op bezoek, een team dat nog geen twintig kopbalduels per match aangaat, en de helft ervan verliest. Eibar kopt bijna veertig keer per wedstrijd, en ze winnen de meeste duels. Eén vijfde van al hun passes zijn lange ballen en ze lopen als gekken. De Koninklijke is gewaarschuwd. Het sympathieke van Eibar blijft ook het grootste probleem van de club. De spelers kunnen bij elk ander team in La Liga meer verdienen. Sterspeler Raúl Albentosa verhuisde net voor de openingsmatch in eerste klasse bijvoorbeeld naar Derby County in Engelse tweede klasse, omdat zijn loon daar veel hoger zou liggen. Eibar werd onlangs ook verplicht om het stadion uit te breiden naar 7000 plaatsen, terwijl er, ondanks de wereldwijde steun, eigenlijk geen potentieel is om het stadion verder te vullen. Maar het moet. Ipurua moest uitgebreid worden omdat de overheid via bouwwerken werkgelegenheid wil creëren - maar ze creëert zo opnieuw bubbels door verdere schuld bij voetbalclubs te leggen. En Eibar kan op die manier nóg minder spelers kopen en betalen. Het gevolg? Sportief zal deze club de komende jaren te broos blijven. In hun eerste seizoen eindigden ze op een degradatieplaats, en ook aan het begin van deze jaargang behaalden ze dramatische resultaten. Met Pedro León was hun beste speler geblesseerd, en de kern is niet ruim en kwalitatief genoeg om dat te verhullen. Tot vandaag vangen de trainers en sportieve leiding het vertrek van kernspelers en het gebrek aan middelen inventief en succesvol op. Maar met zo'n beperkt budget is het zwaard van Damocles nooit veraf. Ook volgend seizoen moet een nieuwe kern samengesteld worden. En wanneer de mayonaise dan niet pakt, wacht misschien een rampseizoen en de degradatie. Zo snel kan het gaan voor een gezonde club in een competitie van schulden.