S/VM: Wat is het eerste dat door je hoofd schiet als je terugdenkt aan de finale?

Sven Vandenbroeck: 'Wat een dag! We zijn nu zes uur na de match en ik zit nog vol emotie. Egypte begon aan een hoog tempo. Hun overwicht duurde 25 minuten en ze kwamen verdiend 1-0 voor omdat ze telkens iemand slim in de ruimte tussen ons middenveld en onze verdediging vonden. Door ons middenveld te herschikken, kregen we de match in handen. De tweede helft zijn we in een blok van vier gaan spelen - twee centrale verdedigers en twee verdedigende middenvelders - met onze flanken en vleugelverdedigers hoger. We drukten hen weg en via de flanken maakten we het verschil. De statistieken zeggen genoeg: 62 procent balbezit tegenover 38 procent, 15 doelpogingen tegen 4 en 6 hoekschoppen versus 0 voor hen. Bij de gelijkmaker kregen we heel het stadion achter ons. Op de bank voelden we dat de Egyptenaren het fysiek moeilijk kregen en vanaf de zijlijn vroegen we onze gasten om te blijven domineren. De tweede goal net voor tijd was een explosie van vreugde. Iedereen stond op het veld. Prachtig! In groep de gouden medaille afhalen en nadien de ereronde lopen: fantastisch!'

S/VM: Wat is jullie grootste verdienste in dit onverwachte succes?

Sven Vandenbroeck: 'Onze verdienste is zeker dat we de spelerskern vernieuwden. Sinds onze aanstelling in februari van vorig jaar is 75 procent van de kern veranderd. We waren het op één na jongste team van het toernooi. Van een oude, statische ploeg zijn we geëvolueerd naar een jonge, dynamische groep. Een tweede aspect is dat we voor onderling vertrouwen en eenheid zorgden, in combinatie met een duidelijk tactisch systeem - 4-3-3 met twee verdedigende middenvelders en twee creatieve flanken. Dat was absoluut noodzakelijk. We namen gedurfde beslissingen en lieten ons niet beïnvloeden door makelaars en bondsleden. Dat maakte onze positie ten opzichte van de spelers heel sterk. Ze beseften dat er geen andere weg was dan te presteren. Voorheen bleek niet altijd de bondscoach de kern samen te stellen. Wij maakten zuivere keuzes, schoven de beschermde spelers beetje bij beetje aan de kant en kozen voor nieuwe, jongere spelers. Vanaf de eerste selectie kregen we het gevoel dat het geraamte van de groep veel bepaalde. Ik weet nog dat Hugo in zijn eerste meeting de spelers meegaf wat hij van elke positie verwachtte en er meteen de reactie kwam van: "Moeten we dat allemaal gaan doen?" In die mentaliteit moest iets veranderen. Daar zijn we in geslaagd.'

Lees het volledige interview in onze +zone of in Sport/Voetbalmagazine van woensdag 8 februari

S/VM: Wat is het eerste dat door je hoofd schiet als je terugdenkt aan de finale?Sven Vandenbroeck: 'Wat een dag! We zijn nu zes uur na de match en ik zit nog vol emotie. Egypte begon aan een hoog tempo. Hun overwicht duurde 25 minuten en ze kwamen verdiend 1-0 voor omdat ze telkens iemand slim in de ruimte tussen ons middenveld en onze verdediging vonden. Door ons middenveld te herschikken, kregen we de match in handen. De tweede helft zijn we in een blok van vier gaan spelen - twee centrale verdedigers en twee verdedigende middenvelders - met onze flanken en vleugelverdedigers hoger. We drukten hen weg en via de flanken maakten we het verschil. De statistieken zeggen genoeg: 62 procent balbezit tegenover 38 procent, 15 doelpogingen tegen 4 en 6 hoekschoppen versus 0 voor hen. Bij de gelijkmaker kregen we heel het stadion achter ons. Op de bank voelden we dat de Egyptenaren het fysiek moeilijk kregen en vanaf de zijlijn vroegen we onze gasten om te blijven domineren. De tweede goal net voor tijd was een explosie van vreugde. Iedereen stond op het veld. Prachtig! In groep de gouden medaille afhalen en nadien de ereronde lopen: fantastisch!'S/VM: Wat is jullie grootste verdienste in dit onverwachte succes?Sven Vandenbroeck: 'Onze verdienste is zeker dat we de spelerskern vernieuwden. Sinds onze aanstelling in februari van vorig jaar is 75 procent van de kern veranderd. We waren het op één na jongste team van het toernooi. Van een oude, statische ploeg zijn we geëvolueerd naar een jonge, dynamische groep. Een tweede aspect is dat we voor onderling vertrouwen en eenheid zorgden, in combinatie met een duidelijk tactisch systeem - 4-3-3 met twee verdedigende middenvelders en twee creatieve flanken. Dat was absoluut noodzakelijk. We namen gedurfde beslissingen en lieten ons niet beïnvloeden door makelaars en bondsleden. Dat maakte onze positie ten opzichte van de spelers heel sterk. Ze beseften dat er geen andere weg was dan te presteren. Voorheen bleek niet altijd de bondscoach de kern samen te stellen. Wij maakten zuivere keuzes, schoven de beschermde spelers beetje bij beetje aan de kant en kozen voor nieuwe, jongere spelers. Vanaf de eerste selectie kregen we het gevoel dat het geraamte van de groep veel bepaalde. Ik weet nog dat Hugo in zijn eerste meeting de spelers meegaf wat hij van elke positie verwachtte en er meteen de reactie kwam van: "Moeten we dat allemaal gaan doen?" In die mentaliteit moest iets veranderen. Daar zijn we in geslaagd.'Lees het volledige interview in onze +zone of in Sport/Voetbalmagazine van woensdag 8 februari