Er is nog nooit zoveel voetbal geweest. Elke dag wordt er wel ergens een wedstrijd gespeeld en je kunt het van overal ter wereld op elk apparaat volgen. Live, op YouTube, via DAZN of Twitter. On demand of enkel de hoogtepunten. En dit is nog maar het begin: binnenkort staan er honderd wedstrijden per jaar op het programma in de Champions League.
...

Er is nog nooit zoveel voetbal geweest. Elke dag wordt er wel ergens een wedstrijd gespeeld en je kunt het van overal ter wereld op elk apparaat volgen. Live, op YouTube, via DAZN of Twitter. On demand of enkel de hoogtepunten. En dit is nog maar het begin: binnenkort staan er honderd wedstrijden per jaar op het programma in de Champions League. Onze collectieve aandacht, zoals onderzoekers het noemen, neemt af tijdens het proces, maar het wordt moeilijk om deze trend te stoppen. Wat FIFA-voorzitter Gianni Infantino en zijn raadgever Arsène Wenger nu voor ogen hebben - een WK om de twee jaar inplannen in plaats van om de vier jaar - zou uiteindelijk tot overconsumptie kunnen leiden. Het EK en andere continentale competities zullen dan vermoedelijk volgen en dat betekent dat we in de toekomst zouden evolueren naar een groot voetbaltoernooi per jaar. Terwijl we traditiegetrouw een onderbreking van minstens een jaar in acht nemen. De UEFA, tal van Europese voetbalbonden, clubs, maar ook fans en sommige spelers hebben bezwaar aangetekend tegen dit project en als toernooidirecteur van Euro 2024 sluit ik mij aan bij dat protest. Het inkorten van de WK-cyclus zou de indruk wekken dat voetbal alleen om geld draait. Te veel voetbal op de fans loslaten, kan ook schade aanrichten. Grote toernooien zitten verankerd in het geheugen van de voetbalsupporter en ze zijn voer voor de vormgeving van een persoonlijke biografie. De Grieken mochten zich vier jaar lang, van 2004 tot 2008, Europees kampioen noemen, de Portugezen droegen die titel vijf jaar aan een stuk en de Spanjaarden hielden het acht jaar vol. Van 2014 tot 2018 was Duitsland de nummer één van de wereld. Het versnellen van de cyclus zou veel gebeurtenissen en herinneringen inwisselbaar maken. Te veel voetbal zou ook de fysieke integriteit van de spelers aantasten. Thierry Henry, die aan zeven tornooien deelnam, zei ooit dat hij mentaal gebroken kwam uit zijn periode met een tornooi om de twee jaar. Wat hij bedoelt is: spelen voor een nationaal team is een speciale job. Je speelt niet zozeer voor het geld, maar voor je land en voor de fans. Het brengt veel verantwoordelijkheid met zich mee én het is vermoeiend. Na afloop van mijn zesde tornooi in 2014 ben ik gestopt bij de nationale ploeg en dat had ik al veel eerder besloten omdat de dubbele belasting te intens werd. Ten slotte zou te veel voetbal ook de maatschappelijke meerwaarde van voetbal devalueren. Infantino en Wenger lijken over het hoofd te zien dat er twee competitieformats zijn die in essentie van elkaar verschillen. Clubvoetbal heeft veel weg van het bedrijfsleven. Het wordt schaalbaarder, digitaler en abstracter. De Champions League maakt deel uit van de amusementsindustrie. Daar schuilt het contrast met de nationale ploeg, die volgens mij altijd een zaak van algemeen belang moet blijven. Een wereldbeker is meer dan business. Hier schept voetbal een band met het volk. Euro 2024 moet voor iedereen een feest worden en het hele land moet de kans krijgen om van het toernooi te genieten. Maar het stelt ons, als gastheer, ook voor een aantal uitdagingen. Mijn team en ik nemen daarom initiatieven die verder gaan dan de sportieve strijd. Het EK moet een katalysator zijn voor het amateurvoetbal en het grassrootsvoetbal. Als kleinste gemene deler is voetbal bij uitstek geschikt om debatten rond diversiteit, inclusie, participatie en gelijkheid te lanceren. Een groot sportevenement organiseren vergt een uitgebreide voorbereiding. Je hebt tijd nodig om je ideeën vorm te geven. En dat lukt niet om de twee jaar. Je ondergraaft daarmee de relevantie en de geloofwaardigheid van je eigen tornooi. Een tornooi zoals het EK zou dan afglijden naar een vorm van puur entertainment.