1. Pär Zetterberg In 1989 werd de toen 19-jarige Pär Zetterberg voor het eerst bij de A-kern van Anderlecht genomen. Twee jaar later bleef hij onder Aad de Mos veelal op de invallersbank tijdens het kampioensjaar. Pas na een uitleenbeurt aan Charleroi kon hij zich tonen. De Zweedse middenvelder pakte zes prijzen in het Constant Vanden Stockstadion en nam in 2000 met tranen afscheid van 'zijn' club. Bij het Griekse Olympiacos verbleef hij drie seizoenen, goed voor drie opeenvolgende kampioenschappen. In 2003 trok Roger Vanden Stock opnieuw aan zijn mouw en keerde 'Mister Z' door de grote poort terug. Uiteindelijk zou hij opnieuw uitgroeien tot de patron van het team.

2. Enzo Scifo De Italiaanse Belg speelde van 1983 tot 1987 een eerste keer voor Anderlecht. Daarin liet de spelmaker als jonge knaap vlagen van absolute klasse zien. In vier jaar tijd pakte hij drie kampioenschappen. Voldoende, dacht Scifo, en dus trok hij naar Inter. Daar vlotte het niet en dus verkaste Scifo naar Bordeaux. Maar ook daar liep het voor geen meter. Vervolgens passeerden Auxerre, Torino en AS Monaco de revue om in 1997 opnieuw zijn krabbel onder een contract bij Anderlecht te zetten. De toen 31-jarige Rode Duivel moest op het middenveld voor ervaring zorgen, maar liep er voor de voeten van Pär Zetterberg, die andere nummer tien. Doorheen zijn tweede periode bij de club was het gebrek aan complementariteit met de Scandinaviër een rode draad. In 2000, met een vierde titel in handen, liet Scifo Anderlecht voor wat het was en tekende hij bij Charleroi.

3. Gunther Schepens In 1991 debuteerde de toen achttienjarige linkeraanvaller bij AA Gent. Het eerste seizoen was er vooral een van aanpassen, nadien kon Schepens zich in de basiself werken. Hij ging er dan ook niet meer uit. Een jaar later trok hij naar Standard, waar Schepens international werd en zelfs bijna de titel afsnoepte van Anderlecht. Samen met Wilmots, Bodart en wijlen Régis Genaux fungeerde hij er een van de sterkhouders. In 1997 ging Schepens naar het Duitse Karlsruhe, maar enkel zijn eerste seizoen was een voltreffer. Na twee jaar tekende hij opnieuw bij de Buffalo's en ontpopte zich drie seizoenen lang tot een vaste waarde. In zijn laatste seizoen speelde Schepens niet zo vaak meer.

4. Gilbert Bodart De in Luik opgegroeide Bodart speelde in zijn jeugd al voor de Rouches, tot hij in 1981 als twintigjarige bij de grote jongens mocht meespelen. Belemmerd door eerste doelman Michel Preud'homme was het wachten tot 1984 op zijn kans onder de lat. Hij pakte ze meteen en werd uitgeroepen tot Doelman van het Jaar. Een clubicoon, die in 1996 Sclessin zou verlaten voor Bordeaux. Ook bij de Girondins was hij incontournable, maar na amper één seizoen keerde hij al terug naar de oude stal. Daar moesten doelmannen Peter Maes en Jean-François Gillet meteen plaats ruimen. Een echt succes werd het niet, want Standard eindigde pas negende.

5. Georges Grün In 1982 begon Grün aan een acht seizoenen lange periode bij de Belgische recordkampioen. Hij won er in zijn eerste verblijf drie titels, toen hij in 1990 naar het Italiaanse Parma trok. Drie jaar later pakte hij er de EC2 tegen R Antwerp FC. Amper een jaar later keerde hij terug naar de heimat. De verdediger plaatste in 1995 nog een allerlaatste kunstje door het pakken van de 24e titel van Anderlecht.

6. Gilles De Bilde Eigenlijk speelde Gilles De Bilde drie keer voor Anderlecht. Hij was een Brussels jeugdproduct, voor hij naar Merchtem en Eendracht Aalst trok. In 1995 betaalde Anderlecht zo'n 2 miljoen euro voor de spits. Dankzij de blessuregevoeligheid van Josip Weber kreeg De Ket zijn kans van Jan Boskamp. Meteen kroonde hij zich, samen met Johnny Bosman, tot clubtopschutter. Na het 'boksincident' met Krist Porte mocht hij beschikken bij Anderlecht en kon de Rode Duivel bij PSV aan de slag. Nadien volgden Sheffield Wednesday en Aston Villa. Anderlecht verbaasde door De Bilde in 2001 terug te halen. Onder Aimé Anthuenis startte hij goed, maar nadien deemsterde hij weg.

7. Emile Mpenza Opgevallen bij Moeskroen, verkaste de razendsnelle Mpenza in 1997 - samen met zijn broer Mbo - naar Standard. Aan de boorden van de Maas maakte hij twintig doelpunten in 46 wedstrijden. Een transfer naar Schalke in 2000 was het positieve gevolg. Samen met spitsbroeder Ebbe Sand speelde hij zich in de Duitse harten. Na het missen van de Bundesligatitel keerde hij opnieuw naar de Rouches. In zijn tweede periode bij Standard, in het seizoen 2003-2004, deed hij nóg beter dan in zijn eerste. Weinig verrassend werd hij dan ook tot Standardspeler van het Seizoen uitgeroepen, na 21 treffers in 28 wedstrijden.

8. Sven Vermant Net als Mpenza vormde Schalke 04 een tussenstop voor Sven Vermant. In 1993 speelde hij een eerste keer voor Club Brugge. Twee titels (1996, 1998) en even veel bekers (1995, 1996) later verhuisde hij in 2001 naar Gelsenkirchen. Daar won hij tweemaal de Duitse beker, samen met Nico Van Kerckhoven. Vier jaar later tekende hij opnieuw voor blauwzwart, om er uiteindelijk een ander clubicoon - Gert Verheyen - op te volgen als aanvoerder.

9. Bart Goor De immer rustige Bart Goor kwam in 1997 bij Anderlecht terecht, overgekomen van RC Genk. Dat was ongetwijfeld zijn mooiste periode, met Europese uitschieters in de Champions League tegen Manchester United en Lazio. Na vier seizoenen koos Goor voor Hertha BSC, in 2004 keerde hij weer dichter bij huis naar Feyenoord. Amper een jaar later twijfelde de toen 32-jarige Goor geen seconde over een terugkeer naar Anderlecht. In drie jaar stak hij nog twee keer de titelschaal in de lucht.

10. Thomas Buffel De West-Vlaming speelde in zijn jeugd voor Cercle. Op zijn zestiende vertrok hij naar Feyenoord, dat hem verhuurde aan satellietclub Excelsior. Dat betekende zijn doorbraak. Als tweevoudig speler van de Eerste Divisie keerde de regisseur terug naar Feyenoord en dwong er na twee sterke seizoenen een transfer af naar Glasgow Rangers. In de zomer van 2008 verruilde Buffel Schotland opnieuw voor De Vereniging. Succesvol was die keuze niet, onder Glen De Boeck kreeg bij Cercle vooral eigen jeugdproduct Stijn De Smet de voorkeur. (ML)

1. Pär Zetterberg In 1989 werd de toen 19-jarige Pär Zetterberg voor het eerst bij de A-kern van Anderlecht genomen. Twee jaar later bleef hij onder Aad de Mos veelal op de invallersbank tijdens het kampioensjaar. Pas na een uitleenbeurt aan Charleroi kon hij zich tonen. De Zweedse middenvelder pakte zes prijzen in het Constant Vanden Stockstadion en nam in 2000 met tranen afscheid van 'zijn' club. Bij het Griekse Olympiacos verbleef hij drie seizoenen, goed voor drie opeenvolgende kampioenschappen. In 2003 trok Roger Vanden Stock opnieuw aan zijn mouw en keerde 'Mister Z' door de grote poort terug. Uiteindelijk zou hij opnieuw uitgroeien tot de patron van het team. 2. Enzo Scifo De Italiaanse Belg speelde van 1983 tot 1987 een eerste keer voor Anderlecht. Daarin liet de spelmaker als jonge knaap vlagen van absolute klasse zien. In vier jaar tijd pakte hij drie kampioenschappen. Voldoende, dacht Scifo, en dus trok hij naar Inter. Daar vlotte het niet en dus verkaste Scifo naar Bordeaux. Maar ook daar liep het voor geen meter. Vervolgens passeerden Auxerre, Torino en AS Monaco de revue om in 1997 opnieuw zijn krabbel onder een contract bij Anderlecht te zetten. De toen 31-jarige Rode Duivel moest op het middenveld voor ervaring zorgen, maar liep er voor de voeten van Pär Zetterberg, die andere nummer tien. Doorheen zijn tweede periode bij de club was het gebrek aan complementariteit met de Scandinaviër een rode draad. In 2000, met een vierde titel in handen, liet Scifo Anderlecht voor wat het was en tekende hij bij Charleroi. 3. Gunther Schepens In 1991 debuteerde de toen achttienjarige linkeraanvaller bij AA Gent. Het eerste seizoen was er vooral een van aanpassen, nadien kon Schepens zich in de basiself werken. Hij ging er dan ook niet meer uit. Een jaar later trok hij naar Standard, waar Schepens international werd en zelfs bijna de titel afsnoepte van Anderlecht. Samen met Wilmots, Bodart en wijlen Régis Genaux fungeerde hij er een van de sterkhouders. In 1997 ging Schepens naar het Duitse Karlsruhe, maar enkel zijn eerste seizoen was een voltreffer. Na twee jaar tekende hij opnieuw bij de Buffalo's en ontpopte zich drie seizoenen lang tot een vaste waarde. In zijn laatste seizoen speelde Schepens niet zo vaak meer. 4. Gilbert Bodart De in Luik opgegroeide Bodart speelde in zijn jeugd al voor de Rouches, tot hij in 1981 als twintigjarige bij de grote jongens mocht meespelen. Belemmerd door eerste doelman Michel Preud'homme was het wachten tot 1984 op zijn kans onder de lat. Hij pakte ze meteen en werd uitgeroepen tot Doelman van het Jaar. Een clubicoon, die in 1996 Sclessin zou verlaten voor Bordeaux. Ook bij de Girondins was hij incontournable, maar na amper één seizoen keerde hij al terug naar de oude stal. Daar moesten doelmannen Peter Maes en Jean-François Gillet meteen plaats ruimen. Een echt succes werd het niet, want Standard eindigde pas negende. 5. Georges Grün In 1982 begon Grün aan een acht seizoenen lange periode bij de Belgische recordkampioen. Hij won er in zijn eerste verblijf drie titels, toen hij in 1990 naar het Italiaanse Parma trok. Drie jaar later pakte hij er de EC2 tegen R Antwerp FC. Amper een jaar later keerde hij terug naar de heimat. De verdediger plaatste in 1995 nog een allerlaatste kunstje door het pakken van de 24e titel van Anderlecht. 6. Gilles De Bilde Eigenlijk speelde Gilles De Bilde drie keer voor Anderlecht. Hij was een Brussels jeugdproduct, voor hij naar Merchtem en Eendracht Aalst trok. In 1995 betaalde Anderlecht zo'n 2 miljoen euro voor de spits. Dankzij de blessuregevoeligheid van Josip Weber kreeg De Ket zijn kans van Jan Boskamp. Meteen kroonde hij zich, samen met Johnny Bosman, tot clubtopschutter. Na het 'boksincident' met Krist Porte mocht hij beschikken bij Anderlecht en kon de Rode Duivel bij PSV aan de slag. Nadien volgden Sheffield Wednesday en Aston Villa. Anderlecht verbaasde door De Bilde in 2001 terug te halen. Onder Aimé Anthuenis startte hij goed, maar nadien deemsterde hij weg. 7. Emile Mpenza Opgevallen bij Moeskroen, verkaste de razendsnelle Mpenza in 1997 - samen met zijn broer Mbo - naar Standard. Aan de boorden van de Maas maakte hij twintig doelpunten in 46 wedstrijden. Een transfer naar Schalke in 2000 was het positieve gevolg. Samen met spitsbroeder Ebbe Sand speelde hij zich in de Duitse harten. Na het missen van de Bundesligatitel keerde hij opnieuw naar de Rouches. In zijn tweede periode bij Standard, in het seizoen 2003-2004, deed hij nóg beter dan in zijn eerste. Weinig verrassend werd hij dan ook tot Standardspeler van het Seizoen uitgeroepen, na 21 treffers in 28 wedstrijden. 8. Sven Vermant Net als Mpenza vormde Schalke 04 een tussenstop voor Sven Vermant. In 1993 speelde hij een eerste keer voor Club Brugge. Twee titels (1996, 1998) en even veel bekers (1995, 1996) later verhuisde hij in 2001 naar Gelsenkirchen. Daar won hij tweemaal de Duitse beker, samen met Nico Van Kerckhoven. Vier jaar later tekende hij opnieuw voor blauwzwart, om er uiteindelijk een ander clubicoon - Gert Verheyen - op te volgen als aanvoerder. 9. Bart Goor De immer rustige Bart Goor kwam in 1997 bij Anderlecht terecht, overgekomen van RC Genk. Dat was ongetwijfeld zijn mooiste periode, met Europese uitschieters in de Champions League tegen Manchester United en Lazio. Na vier seizoenen koos Goor voor Hertha BSC, in 2004 keerde hij weer dichter bij huis naar Feyenoord. Amper een jaar later twijfelde de toen 32-jarige Goor geen seconde over een terugkeer naar Anderlecht. In drie jaar stak hij nog twee keer de titelschaal in de lucht. 10. Thomas Buffel De West-Vlaming speelde in zijn jeugd voor Cercle. Op zijn zestiende vertrok hij naar Feyenoord, dat hem verhuurde aan satellietclub Excelsior. Dat betekende zijn doorbraak. Als tweevoudig speler van de Eerste Divisie keerde de regisseur terug naar Feyenoord en dwong er na twee sterke seizoenen een transfer af naar Glasgow Rangers. In de zomer van 2008 verruilde Buffel Schotland opnieuw voor De Vereniging. Succesvol was die keuze niet, onder Glen De Boeck kreeg bij Cercle vooral eigen jeugdproduct Stijn De Smet de voorkeur. (ML)