Net op een moment dat de sportwereld tot stilstand is gekomen, brengt Sport/Voetbalmagazine, naast de brandende actualiteit, volgende woensdag een extra-dik verjaardagnummer. Het blad, dat op 20 maart 1980 voor het eerst verscheen, bestaat dan 40 jaar.
...

Net op een moment dat de sportwereld tot stilstand is gekomen, brengt Sport/Voetbalmagazine, naast de brandende actualiteit, volgende woensdag een extra-dik verjaardagnummer. Het blad, dat op 20 maart 1980 voor het eerst verscheen, bestaat dan 40 jaar.Er is veel gebeurd in die 40 jaar. En op dat soort momenten wil je wel eens mijmeren over het verleden. Over de tijd bijvoorbeeld dat er geen digitale fotografie bestond en je tijdens de Ronde van Frankrijk 's ochtends vroeg met de trein naar Parijs moest sporen om daar de foto's in de kantoren van de Franse krant L'Equipe op te halen. Vanuit het station naar de redactie was het een kwartier stappen, je passeerde toen de Moulin Rouge die zich herstelde na een lange nacht.Het vak van journalist werd toen heel anders beoefend dan nu. Interviews met sporters werden rechtstreeks geregeld, daar zat geen perschef tussen. En die interviews werden bijna altijd bij sporters thuis gemaakt, ver weg van de kilte van hun werkomgeving. De koffie stond klaar, soms werd er gebak aangerukt en als afsluiter, waarom niet, nog een cognac. Er ontspon zich dan een amicale babbel die wel eens wilde uitlopen.De stukken werden niet nagelezen, vooral voetballers konden ongeremd hun mening ventileren. Walter Meeuws die vond dat Standard ten onder ging aan de machtsstrijd op het middenveld, Danny Veyt die zich bij Club Luik verbaasde over de vuile kleedkamers en de zachte trainingsaanpak van Robert Waseige. Een woedende Hugo Broos die als trainer van RWDM zwaar de transferpolitiek van zijn club hekelde of een brommende Lei Clijsters die bij KV Mechelen vraagtekens plaatste bij de politiek van de club; het werd allemaal geroepen. Soms werden voetballers, zoals bijvoorbeeld Clijsters, op het matje geroepen door het bestuur en zelfs een paar weken geschorst, maar dat maakte hen niet monddood. Ze trokken geen paraplu's open, ze bleven pal achter hun woorden staan.Natuurlijk mag je het verleden niet romantiseren. Maar gezellig was het soms wel. En er waren ook onverwachte ontmoetingen. Zoals bijvoorbeeld in december 1994 toen we op een zondagmiddag, samen met een aantal mensen van publiciteitsbureaus, in een restaurant aten langs de Copacabana in Rio de Janeiro. Buiten blonken de kerstbomen in de zon en was het 30 graden. Op een gegeven moment gingen we naar het toilet waar een man dolle pret had. Hij spoot met een fles water twee jongens nat. Het was Romário die vijf maanden eerder met Brazilië wereldkampioen was geworden. We spraken hem aan en hij nam alle tijd voor een babbel: vriendelijk, ongedwongen en in het Nederlands - overgehouden aan zijn PSV-periode. Toen hij weer naar het restaurant ging, was er niemand die hem stoorde.Ooit was er een tijd dat ook wereldvoetballers gewoon zichzelf konden zijn. Ontdaan van welke bescherming dan ook.