Er zijn van die momenten die je in een lange carrière nooit vergeet. Huiveringwekkende en macabere beelden die, zoals zaterdag in de wedstrijd tussen Denemarken en Finland, van sportmannen die roerloos op de grond liggen en vechten voor hun leven.
...

Er zijn van die momenten die je in een lange carrière nooit vergeet. Huiveringwekkende en macabere beelden die, zoals zaterdag in de wedstrijd tussen Denemarken en Finland, van sportmannen die roerloos op de grond liggen en vechten voor hun leven. Ooit zagen we het voor onze ogen gebeuren. Dat was in de Gentse zesdaagse van 2006 toen de Spanjaard Isaac Gálvez zwaar viel nadat hij eerst, na een contact, tegen de balustrade werd gekatapulteerd. Dokters probeerden een halfuur lang de renner te reanimeren, een kreet van afschuw ging er door het Gentse Kuipke. Maar toen werd het plots stil, heel stil.De reanimatie werd met dekens afgeschermd, maar vanaf de tribune had je een pijnlijk zicht op de verwoede pogingen van de hulpverleners om het leven van de Spanjaard te redden. Nooit werd de relativiteit van de sport (en van het leven) meer geaccentueerd dan op dit schokkend moment.Onbewust dachten we eraan terug toen Christian Eriksen afgelopen zaterdag in de Scandinavische derby tussen Denemarken en Finland op vijf minuten voor de rust plots in elkaar zakte. Weer werd er verwoed hartmassage toegediend, terwijl zijn huilende Deense ploegmaats een hoefijzer vormden om alles zoveel mogelijk af te schermen. Opnieuw was er een hele tijd die hallucinante stilte in het stadion, het bange afwachten en dan later het applaus toen Eriksen op een draagberrie werd weggevoerd. Hetzelfde intense applaus dat toen ook in Gent weerklonk toen Gálvez uiteindelijk naar het ziekenhuis werd gebracht. Alleen haalde de Spanjaard het niet. En werd de koers stilgelegd.Nu, toen bekend werd dat de situatie van Eriksen stabiel was, ging de wedstrijd na bijna twee uur door. Het werd een wedstrijd die er geen was.