Vorig weekeinde was het feest voor de meeste voetballiefhebbers. De Premier League is lang niet de beste, maar wel de leukste voetbalcompetitie ter wereld. De Premier League vierde zelf ook zijn zilveren jubileum. Onder druk van de zogenaamde 'Big Five' scheurde de topreeks zich in 1992 af van de rest van het Engelse profvoetbal.
...

Vorig weekeinde was het feest voor de meeste voetballiefhebbers. De Premier League is lang niet de beste, maar wel de leukste voetbalcompetitie ter wereld. De Premier League vierde zelf ook zijn zilveren jubileum. Onder druk van de zogenaamde 'Big Five' scheurde de topreeks zich in 1992 af van de rest van het Engelse profvoetbal. In een kwarteeuw is het Engelse voetbal ingrijpend veranderd. Vijfentwintig jaar terug verkeerde de populairste sport in volle crisis en kreunde onder de tragedies en het supportersgeweld. De clubs wisten na de ramp in Hillsborough niet waar ze het geld vandaan moesten halen om te beantwoorden aan de eisen van het Taylor-rapport, dat veilige zitplaatsen op de tribunes eiste. De 'Big Five' voerde de forcing nadat de Football League (alle reeksen van het profvoetbal) een paar voorstellen had weggestemd vanwege te duur: vaste rugnummers voor alle kernspelers en twee in plaats van één wissel per team. De Engelse voetbalwereld ziet er intussen totaal anders uit. De 'Grote Vijf' van toen konden niet geloven dat ze met de opstart van de Premier League een tv-contract versierd hadden dat hen elk 1,2 miljoen euro aan tv-rechten garandeerde. Het eerste tv-contract van de EPL was 72 miljoen euro waard. Ongeveer wat de Jupiler League nu heeft. Het jongste tv-contract bedraagt ruim negen miljard euro voor drie seizoenen en daar zou nog twee miljard bijkomen. Zelfs de laatste in het klassement is zeker van meer dan 150 miljoen euro aan tv-inkomsten. Voor de geboorte van de Premier League werden achttien wedstrijden per seizoen live uitgezonden. Dat werden er 60 in 1992. Vandaag staat de teller op 168. Lang niet alle matchen dus, want op zaterdagmiddag mag er geen bal op tv rollen tussen kwart voor drie (Engelse tijd) en kwart voor vijf. Ter bescherming van het amateurvoetbal. Op de eerste speeldag van de Premier League in de zomer van 1992 waren slechts 13 van de 242 spelers die aan de aftrap kwamen niet geboren op de Britse eilanden. In de Engelse supercup tussen Arsenal en Chelsea stonden vorige week slechts vier Engelsen op het veld. In 1992 hadden alle trainers een Brits paspoort, nu zijn dat er nog zeven op twintig. Sam Hammam (Wimbledon) was de enige buitenlandse eigenaar. Vandaag zijn nog slechts zeven (en zeker niet de grootste) van de twintig clubs in Britse handen. 'De Premier League is eigendom van buitenlanders, met clubs waar buitenlanders de buitenlandse spelers trainen', aldus Greg Dyke, de ex-topman van de BBC die aan de wieg stond bij de geboorte van de Premier League. De grootste wijziging is dat geld alles bepaalt. Zelfs de samenstelling van de 'Big Five': dat waren Arsenal, Tottenham, Manchester United, Liverpool en Everton 25 jaar terug. Liverpool en vooral Everton moesten plaats ruimen voor Chelsea en Manchester City. The Citizens, die deze zomer al voor meer dan 250 miljoen euro aan transfers uitgaven (een wereldrecord voor één transferzomer), worden alom als titelfavoriet nummer één beschouwd. Maar ondanks al het geld is het voetbal weerbarstig. In de jongste negen seizoenen werd de club die in de voorafgaande zomer het meeste geld uitgaf maar één keer kampioen: Man City in 2011. Sindsdien eindigde de transferkampioen zelfs nooit hoger dan de derde plaats. Met als absolute uitschieter de titel van Leicester City, dat op de transfermarkt slechts dertiende eindigde. Spelers kopen is niet per definitie positief. Alex Ferguson ging er in zijn memoires prat op dat hij nooit meer dan negen miljoen euro per seizoen in het rood ging op de transferbalans. Beide clubs uit Manchester gaven de voorbije jaren telkens tussen honderd en tweehonderd miljoen aan nieuwe spelers uit en wachten al meer dan drie jaar op een nieuwe titel. Niet alle topaankopen blijken echte versterkingen en te veel kwaliteit in een selectie geeft ook problemen. De kern behouden, is vaak de slimste keuze. Zoals Tottenham al een paar jaar doet. De Spurs zouden dan ook de mooiste kampioen zijn.