De UEFA introduceerde het systeem van Financial Fair Play in 2010 om de schuldenlast bij de clubs te doen dalen. Twaalf jaar later kan vastgesteld worden dat de rekeningen van clubs opgeschoond werden, maar er kwamen ook verschillende beperkingen aan het licht. De strengheid van het systeem eiste vooral de tol van al verzwakte teams. Ploegen van geldschieters met een bijna ongelimiteerde reikwijdte, zoals PSG of Manchester City, wisten het systeem geregeld te omzeilen.

Daar kwam in 2020 nog eens de coronapandemie bovenop. Die kostte het Europese voetbal in twee seizoenen zo'n zeven miljard euro. Om geen golf van faillissementen te veroorzaken versoepelde de UEFA tijdelijk de regels sinds maart 2020. Nu komt er een hervorming.

De belangrijkste wijziging is van filosofische aard. De UEFA wil niet langer een evenwicht op de rekeningen van clubs, maar het wil de uitgaven aan salarissen, transfersommen en makelaarscommissies inperken. Zij worden al langer aanzien als het belangrijkste financieel probleem van de clubs.

De UEFA wil zo een signaal geven aan investeerders. Er mag nieuw geld geïnjecteerd worden in clubs, maar niet om lonen en transfersommen te betalen. Het doel is om hiermee de grote clubs te raken. Zij voeden de inflatie van de lonen het sterkst.

Concreet zal de UEFA het toegestane tekort over drie jaar verdubbelen tot zestig miljoen euro. Aan de andere kant moet de loonlast langzaam dalen. In het seizoen 2023-2024 mag nog 90 procent van de inkomsten besteed worden aan de loonmassa, in het seizoen 2024-2025 wordt dat 80 procent en in het seizoen 2025-2026 70 procent. Tegen dat seizoen moeten de huidige contracten afgelopen zijn. De UEFA voert hiermee een afgezwakte vorm van een 'salary cap' in, een belangrijke regel in verschillende Amerikaanse sportcompetities. In Europa is een strikte 'salary cap' moeilijk invoerbaar vanwege de verschillende wetgevingen in verschillende landen.

De UEFA introduceerde het systeem van Financial Fair Play in 2010 om de schuldenlast bij de clubs te doen dalen. Twaalf jaar later kan vastgesteld worden dat de rekeningen van clubs opgeschoond werden, maar er kwamen ook verschillende beperkingen aan het licht. De strengheid van het systeem eiste vooral de tol van al verzwakte teams. Ploegen van geldschieters met een bijna ongelimiteerde reikwijdte, zoals PSG of Manchester City, wisten het systeem geregeld te omzeilen. Daar kwam in 2020 nog eens de coronapandemie bovenop. Die kostte het Europese voetbal in twee seizoenen zo'n zeven miljard euro. Om geen golf van faillissementen te veroorzaken versoepelde de UEFA tijdelijk de regels sinds maart 2020. Nu komt er een hervorming. De belangrijkste wijziging is van filosofische aard. De UEFA wil niet langer een evenwicht op de rekeningen van clubs, maar het wil de uitgaven aan salarissen, transfersommen en makelaarscommissies inperken. Zij worden al langer aanzien als het belangrijkste financieel probleem van de clubs. De UEFA wil zo een signaal geven aan investeerders. Er mag nieuw geld geïnjecteerd worden in clubs, maar niet om lonen en transfersommen te betalen. Het doel is om hiermee de grote clubs te raken. Zij voeden de inflatie van de lonen het sterkst. Concreet zal de UEFA het toegestane tekort over drie jaar verdubbelen tot zestig miljoen euro. Aan de andere kant moet de loonlast langzaam dalen. In het seizoen 2023-2024 mag nog 90 procent van de inkomsten besteed worden aan de loonmassa, in het seizoen 2024-2025 wordt dat 80 procent en in het seizoen 2025-2026 70 procent. Tegen dat seizoen moeten de huidige contracten afgelopen zijn. De UEFA voert hiermee een afgezwakte vorm van een 'salary cap' in, een belangrijke regel in verschillende Amerikaanse sportcompetities. In Europa is een strikte 'salary cap' moeilijk invoerbaar vanwege de verschillende wetgevingen in verschillende landen.