Een moeilijk voetbaljaar dreigde het voor Union Berlin te worden in de Bundesliga. De club uit de voormalige DDR speelt het tweede seizoen op het hoogste niveau, dat is vaak het lastigste. Maar de club kwam nooit in de problemen. Integendeel zelfs: Union stond op een gegeven moment vijfde, droomde even van een Europees ticket en is nu teruggezakt naar de middenmoot.
...

Een moeilijk voetbaljaar dreigde het voor Union Berlin te worden in de Bundesliga. De club uit de voormalige DDR speelt het tweede seizoen op het hoogste niveau, dat is vaak het lastigste. Maar de club kwam nooit in de problemen. Integendeel zelfs: Union stond op een gegeven moment vijfde, droomde even van een Europees ticket en is nu teruggezakt naar de middenmoot. Union, al van oudsher beperkt in zijn financiële mogelijkheden, blijft zijn filosofie trouw: het behoudt zijn waarden, laat zich niet transformeren tot een marketingmachine en ademt een bijzondere sfeer uit. Door de jaren loopt er een constante door de vereniging: supporters fluiten hun spelers nooit uit. Die verbondenheid is de barometer, al moet Union het dit seizoen dus zonder die steun van de aanhang doen. Ook zondag, al was de Berlijnse derby, nog altijd een machtsstrijd, aanvankelijk voorzien als een van de pilootprojecten om weer een beperkt aantal toeschouwers toe te laten. Maar door de stijgende coronacijfers is dat plan afgevoerd. Union Berlin heeft een elftal zonder vedetten, maar het past als een puzzel in mekaar. Dat is onder meer het werk van de zwaar onderschatte trainer Urs Fischer. Heel anders is het bij Hertha BSC, een grillige diva met een steenrijke weldoener, de excentrieke ondernemer Lars Windhorst, maar met een bestuurlijke lijn die vol kronkels zit. Hertha vecht tegen de degradatie, ontsloeg twee maanden geleden zowel trainer Bruno Labbadia als manager Michael Preetz en moest aan de hand van Pal Dardai, die de club al eerder trainde, nog maar eens herbeginnen. Omdat de selectiegroep verkeerd is samengesteld, met te veel meelopers en amper persoonlijkheden, werd met de van Juventus overgekomen international Sami Khedira (77 interlands) een leider aangetrokken die het zinkend schip van de ondergang moet behoeden. Veel leverde dat aanvankelijk niet op. Het enige wat onder Dardai verbeterde, is de sfeer. Niet de resultaten, het meer compacte voetbal waar de coach naar streeft ten spijt. Tot de club anderhalve week geleden toch uitpakte en het met een crisis worstelende Bayer Leverkusen met 3-0 versloeg. Het moet een stimulans zijn voor de derby van zondag, al staat Hertha nog altijd maar één puntje voor op de nummer zestien, FC Köln. Een degradatie zou een catastrofe zijn. Toch blijft de club, die in zijn geschiedenis nooit kampioen werd, aanspreken. De bij Eintracht Frankfurt vertrekkende manager Fredi Bobic heeft laten horen dat hij een overstap naar Hertha best ziet zitten. Bobic, oud-speler van de club, was succesrijk in Frankfurt waar hij vijf jaar werkte, hij geldt als een van de beste managers in de Bundesliga. Zijn komst zal gegarandeerd het verwachtingspatroon opschroeven. Voetbal in Berlijn, een metropool van 3,8 miljoen inwoners, het blijft een moeilijk verhaal, ondanks de aanwezigheid van twee clubs in de Bundesliga. Daaronder gaapt de grote leegte. In de tweede en derde Bundesliga speelt geen enkele club uit Berlijn. De Regionalliga Nordost, een van de vijf reeksen uit vierde klasse, wordt dan wel bevolkt door vooral clubs uit de hoofdstad. Daar dringt zich een nieuwe naam op: FC Viktoria Berlin staat na elf matchen op kop met het maximaal aantal punten. Tot de competitie werd afgebroken. Maar veel perspectief heeft deze club niet. Ooit klopte een Chinees aan om 100 miljoen euro in Viktoria te investeren, maar hij wilde alles zelf bepalen. Dat kan in Duitsland door de 50+1-regel niet. Zodat kleine clubs verplicht zijn naar andere middelen te zoeken. Zeker in Berlijn, een stad zonder voetbalcultuur, wil dat niet zo best lukken.