Angst

'Bedoel je de angst die ik zelf heb of die ik anderen inboezem? Zelf heb ik geen angst. Nooit gehad, ook niet toen de ijskast leeg was en ik niets te eten had. Ik ben een overlever.'
...

'Bedoel je de angst die ik zelf heb of die ik anderen inboezem? Zelf heb ik geen angst. Nooit gehad, ook niet toen de ijskast leeg was en ik niets te eten had. Ik ben een overlever.' 'Ik heb veel blunders begaan. Wie geen blunders begaat, leert niets bij. Op een dag stal ik een auto. Niet omdat ik er één nodig had, gewoon om de adrenaline die je dan door je lijf voelt stromen. We waren met zijn vijven, allemaal vrienden uit het getto. 'Ook in het voetbal overkomt me wel eens iets. Ik ben niet degene die een dispuut opzoekt, soms gebeurt dat gewoon. Zoals tijdens mijn eerste periode bij Milan, met de Amerikaanse verdediger Oguchi Onyewu. Ik heb na afloop meteen Galliani, onze algemeen directeur, gebeld en me geëxcuseerd. Want voor anderen hun versie van het verhaal geven, moet je zelf zeggen wat je gedaan hebt. Ik was ook bereid om mijn straf te ondergaan: een fikse boete of wat dan ook. Maar Galliani's antwoord was nog grootser dan mijn reactie: "We zijn één grote familie, jij hebt je geëxcuseerd, dat volstaat, we doen gewoon voort."' 'Ik ben een en al focus. Als ik iets doe, doe ik het goed. Als ik op het veld sta, ben ik voor de volle 100 procent geconcentreerd, altijd. En ik verwacht hetzelfde van mijn ploegmaats. Daarna kunnen we lachen en plezier maken. Niet tijdens.' 'Ja, ik kan dankuwel zeggen. Ik moet dankuwel zeggen tegen mijn gezin dat me altijd bijstaat, in mooie maar ook in moeilijke momenten.' 'Ik zoek geen excuses als iets fout gaat. Nooit.' 'Ik denk aan al de fietsen die ik ooit gestolen heb. Om naar de training te gaan, moest ik zeven kilometer afleggen. Ik had geen geld om een fiets te kopen en als ik er onderweg een zag, reed ik er mee naar de training. Om vervolgens vast te stellen dat iemand hem ook van mij stal. Eén keer stal ik de fiets van de trainer van de beloften van Malmö, Jula. Na de training was ik moe, en ik moest nog naar huis. Drie dagen later heb ik hem de fiets teruggegeven, en ter plekke een verhaal over een uitleenbeurt verzonnen. Ik zei hem: "Trainer, ik heb je fiets teruggebracht, ik had hem even geleend."''Ik heb vaak een voorgevoel. Negen keer op tien komt dat uit. Is dat instinct?' 'Ik zag haar voor het eerst in het centrum van Malmö. Ik, die nooit naar het centrum ging, want ik was een kind van Rosengard, het getto van Malmö, een heel andere wereld. De eerste keer toen ik in het centrum kwam, en ik al die blonde vrouwen zag, waande ik mezelf in een film. Ik was zeventien jaar en belandde plots in een andere wereld. Er was er één die me beviel, dus ging ik vaker naar het centrum. Op een dag zag ik haar aan het station toen ze uit een taxi stapte. Ik was met mijn broer en ik stond als aan de grond genageld en bedacht: die moet ik leren kennen. 'Toen ik ontdekte dat we een gemeenschappelijke kennis hadden, stuurde ik haar een berichtje. Ze had geen idee wie ik was, dus schreef ik: degene met de rode Ferrari. Stom, hé. Maar als je uit het getto komt, is het belangrijk om een mooie auto te hebben. Dat is een teken dat je het gemaakt hebt. Ik was toen negentien en was net naar Ajax getransfereerd. Zij bekeek me als een kleine jongen, maar ik gaf niet op. Toen ik naar Juventus vertrok, is ze met me meegegaan. 'Helena is iemand die veel geduld heeft. Héél veel geduld. Want met mij is het niet gemakkelijk leven. We zijn thuis met vier, als ik de hond niet meereken, maar ik sta niet boven de anderen omdat ik bekend ben. We zijn alle vier even belangrijk, elk krijgt zijn 25 procent ruimte. Ik doe wat ik moet doen, en Helena ook. Freedom of speech is de basis bij ons, ik bemoei me niet met wat zij zegt of doet. Zij zorgt voor onze kinderen, alleen in Zweden. Ik vraag haar vaak om advies, maar nooit wanneer ik van club moet veranderen. Dan zeg ik haar enkel dat het weer tijd is om de koffers te pakken, en dat doet ze dan braafjes.' 'Ja, ik ben egocentrisch. Had ik mezelf niet voor alle anderen gezet, dan had ik nooit bereikt wat ik nu heb. Er is maar één Ibra, maar buiten het voetbal komen mijn kinderen Maximilian en Vincent op de eerste plaats. En mijn bankrekening, natuurlijk.' 'Een sterke vrouw. Als ik dingen niet of verkeerd deed, kreeg ik slaag. Ze was alleen met vijf kinderen en ging overdag poetsen bij mensen thuis. Wanneer ze dan 's avonds bekaf thuiskwam, zetten wij de boel op stelten. Ik was nogal een actief kind, altijd in beweging. Eigenlijk leefde ik bij mijn vader, maar ik ging altijd bij mijn moeder eten. Macaroni met ketchup, echte armenkost, dus. Ze had amper geld en moest voor ons allen koken, en ik at alles wat binnen mijn bereik kwam. 'Op een dag klom ik op een dak, helemaal tot boven. Ik viel en kwam huilend met een blauw oog naar huis. Mama opende de deur, keek me aan, en gaf me een klap. 'Wie heeft je gezegd op dat dak te klimmen? Het is je eigen schuld', beet ze me toe. Niets medelijden. Een sterke vrouw. Ze had het niet gemakkelijk. Misschien zijn we wie we zijn door wat we in onze jeugd meegekregen hebben.' 'Ik vraag nooit iets voor mezelf, ik speel zelf voor kerstman, en breng de geschenken aan mijn 27 kinderen: 2 in Zweden, de andere 25 op Milanello, mijn ploegmaats. Dit jaar gaf ik vooral complimentjes voor hetgeen we al gedaan hebben. We verloren amper wedstrijden afgelopen jaar. Ik weet niet of dat dankzij mij was, maar ik heb zeker iets bijgedragen. Toen ik een jaar geleden arriveerde, stond Milan twaalfde, en werd er niets verwacht. We waren al veroordeeld nog voor we iets hadden kunnen tonen. Vandaag zijn we top.' 'Liefde is hoe je anderen behandelt. Het is niet zomaar een woord dat je moet uitspreken, het is iets wat je moet tonen, doen. Ik voel ook veel liefde, van mensen die me steunen, en in de eerste plaats van mijn vrouw, Helena.' 'Ik heb in veel clubs gespeeld, heb overal fantastische momenten beleefd, maar Milan is toch de club waar ik me thuis voel. Ik ga 's ochtends naar Milanello, ons trainingskamp, en heb nooit haast om naar huis te gaan, want Milanello is mijn thuis. Zo voelde het de eerste keer al, in 2010. Met iedereen die er toen werkte, klikte het op een andere manier dan bij mijn vorige clubs. Zij zorgden er voor dat je je thuis voelde. 'Doe wat je wil, maak het je makkelijk, maar zie dat je voor resultaten zorgt', kreeg je er mee. Ik vond dat fijn, omdat ik er mezelf kon zijn, terwijl ik toch voor één van de grootste clubs ter wereld voetbalde. Voor mij is AC Milan top of the top. Ook in de stad heb ik veel vrienden. Ik kan me goed voorstellen om hier na mijn voetballoopbaan te blijven leven.' 'Naijver of jaloersheid ken ik niet. Ik ben nooit op iemand jaloers geweest, ook niet op die blonde jongens met blauwe ogen die bij Malmö meer welkom leken dan ik. Zij werden altijd voor mij gekozen, en daar werd ik wel eens boos over. Daardoor voelde ik me anders. Wat mij betreft waren en zijn we allemaal gelijk, blond of bruin haar, blank of zwart. Later ontdekte ik dat vreemdelingen zelden succes kenden. Vanaf toen snapte ik dat het wél uitmaakte waar je vandaan komt, ook al hecht ik er zelf weinig belang aan. Dat zette me ertoe aan nog harder te werken om te tonen dat ik beter was dan die anderen. Ik ben nu rijk, maar ik weet nog hoe het voelde om arm te zijn. Als iemand jaloers is op mij, hoop ik dat hij die jaloersheid omzet in moed en kracht om datgene te doen wat hij wil doen maar waar hij tot op dat moment niet in slaagt. 'Ik heb nooit iemand gehaat, zo groot was mijn woede nooit. Iemand haten is erg. Dat betekent dat je een limiet overschreden hebt.' 'Ik ben nogal opstandig van aard, dat houdt me scherp. De eerste opstand in mijn leven was tegen mezelf. Dat was nodig om te begrijpen wie ik was, wat ik wilde in het leven. De enige echte vijand die ik ooit had, was ikzelf. Zodra ik van mezelf gewonnen had, kreeg ik vleugels. Door mezelf constant uit te dagen op jonge leeftijd begreep ik dat ik kon doen wat ik wilde doen, dat ik daar de mogelijkheden toe had. 'Toen ik besliste om de beste ter wereld te worden, was ik dertien of veertien jaar oud. Mijn zelfvertrouwen was toen te groot. Want alle anderen waren tegen mij, ik stond alleen, niemand geloofde in mij. Dus moest ik in mezelf geloven. Toen ik anderen vroeg hoe ik de dingen moest aanpakken, hoe het in het leven ging, antwoordden ze mij dat niemand me dat kon zeggen omdat ze niet in mijn schoenen stonden. Op dat moment snapte ik dat ik mijn eigen verhaal moest schrijven, en dat ik het alleen moest doen.' 'Ik zou mijn twaalf Guldbollen, mijn Zweedse trofeën voor voetballer van het jaar, niet willen ruilen voor één Ballon d'Or van France Football. Want die twaalf prijzen betekenen continuïteit. Ik heb veel toppers gezien die een WK, een EK, de Champions League of de Ballon d'Or wonnen in een fantastisch jaar en daarna in de anonimiteit weggleden. Ik ben al 25 jaar in actie en sta nog altijd aan de top. Wat ik heb bereikt, was geen lucky shot, en daar ben ik trots op.' 'Ronaldo was mijn idool. En Maradona was de beste voetballer ooit. Beter dan ik.' 'Ik heb nooit ergens spijt van. Of toch. Van één iets: dat ik Muhammad Ali nooit heb mogen ontmoeten toen hij nog leefde. Hij was mijn inspiratiebron. In het algemeen ben ik niet gauw onder de indruk van iemand of van iets, maar hem vond ik fenomenaal, om wie hij was en wat hij deed.' 'Misschien word ik op een dag wel trainer. Als ik zelf een team samenstel uit mijn carrière, staat in doel Gianluigi Buffon met wie ik een fantastische tijd doorbracht bij Juventus, mijn eerste echte topclub. Met allemaal toppers, voorbeelden van wie je zo veel kon leren, spelers zoals ik er nu ook één probeer te zijn voor al die jongetjes bij Milan. Linksachter Maxwell die ik bij Ajax leerde kennen is nog steeds een vriend. 'Centraal: Alessandro Nesta en Fabio Cannavaro. Fabio reed me in zijn Napels rond op de scooter. Beetje gek, maar niet zo gek als ik. Rechtsachter: Maicon. Centraal Pavel Nedved die me beter gemaakt heeft dan wie ook, mentaal én als voetballer. Toen ik hem bezig zag, begreep ik dat wat ik deed niet genoeg was. Dat ik méér moest doen. Nedved is een werkmachine. Hij werkte altijd hard, voor, tijdens en na de training. Non-stop. Daarnaast zet ik Xavi en Patrick Vieira. 'Barcelona was een fantastisch team, allemaal toppers. De eerste zes maanden waren top, tot ik botste met de trainer ( Pep Guardiola, nvdr). En dan nog een paar met wie ik niet heb samengespeeld: op rechts Cafu en als nummer tien Zinédine Zidane. Wanneer hij op het veld kwam, maakte hij van al zijn ploegmaats Zidanes.' 'Uitbollen is niet aan mij besteed. Iedereen vindt me oud omdat ik 39 jaar ben. Op mijn leeftijd wil ik geen toegevingen, ik wil dezelfde behandeling als alle anderen, en op hetzelfde niveau presteren als de rest. Daarom zet ik mezelf elke dag onder druk. Maar ik ben niet bang om oud te worden. Ik laat alles op me af komen. Carpe diem, zeg maar. Elke dag is een nieuwe dag, en wat gebeurt gebeurt. Belangrijk is gezond te blijven en de mensen die je na staan helpen gezond te blijven. Want van het ene moment op het andere kan het afgelopen zijn. Toen mijn broer Sapko op zijn 40e leukemie kreeg en in amper veertien maanden weg was, snapte ik dat het leven snel gaat. Dat je van elk moment moet genieten, want het is zo voorbij.' 'Het mooiste gevoel is het verschil maken. Ik heb dat vaak gedaan. Voor velen leek het onmogelijk dat ik met mijn bijna twee meter in staat ben om te doen wat ik doe. Als jonge speler wilde ik zo compleet mogelijk worden. Niet alleen maar de beste dribbelaar of de beste doelschutter, maar de beste in alles.' 'Winnen is mijn drug. Of beter: mijn verslaving. Wanneer ik op een voetbalveld sta, moet ik winnen. Ten koste van alles en altijd. Mijn percentage gewonnen wedstrijdjes op training bedraagt 95 procent. Ik ben geobsedeerd door winnen, te veel zelfs. Ik probeer dat ook over te zetten. Toen we onlangs gelijkspeelden tegen Parma zag je wat dat opleverde. Zes maanden geleden hadden de anderen daar nog kunnen mee leven, nu niet meer. 's Anderdaags waren ze er nog kapot van, en zo hoort dat ook. Bij al mijn clubs heb ik veel gewonnen, maar dit jaar bij Milan vind ik de mooiste uitdaging van mijn loopbaan, omdat het de moeilijkste is, hier iets winnen. Als we met deze ploeg iets winnen, wordt dat mijn mooiste zege ooit. Ik durf te dromen dat het ons lukt.' 'Ik zeur vaak als ik verlies, maar dat maakt me nog geen slechte verliezer. Als ik me opwind en ga zeuren, ben je beter niet in mijn buurt. Helena weet dat. Als ik begin, zegt ze 'da-ag' en verdwijnt. Als ik luider begin te praten, gaat ze weg. Niet om me in het gelijk te stellen, maar om aan te geven dat ik me stom gedraag.' Door Serena Gentile