Lang vocht Erik ten Hag (51) tegen de perceptie. Nu ja, 'vocht'... De Tukker is naar eigen zeggen niet de man die wakker ligt van het beeld dat er van hem wordt geschetst. Dat hij werd weggezet als een boertje uit het oosten met een schorre stem, dat hij zich niet soepel uitdrukt, niet bij Ajax past en dat hij vooral bij het praatprogramma Voetbal Inside door Johan Derksen en René van der Gijp herhaaldelijk op de korrel werd genomen, noemde hij 'cabaret'.
...

Lang vocht Erik ten Hag (51) tegen de perceptie. Nu ja, 'vocht'... De Tukker is naar eigen zeggen niet de man die wakker ligt van het beeld dat er van hem wordt geschetst. Dat hij werd weggezet als een boertje uit het oosten met een schorre stem, dat hij zich niet soepel uitdrukt, niet bij Ajax past en dat hij vooral bij het praatprogramma Voetbal Inside door Johan Derksen en René van der Gijp herhaaldelijk op de korrel werd genomen, noemde hij 'cabaret'. Al laat Ten Hag op dat vlak niet gauw het achterste van zijn tong zien. Zijn moeder Joke zei in het Nederlandse dagblad NRC dat 'Erik zijn verstand van zijn gevoel weet te scheiden. Met zijn verstand bedwingt hij als het ware zijn gevoel, omdat hij een hoger doel voor ogen heeft.' Zo'n framing gaat immers niemand in de koude kleren zitten. 'Ze zullen nu wel aan het wachten zijn totdat het weer een keertje minder gaat', zei Ten Hag daar zelf over in het tijdschrift Voetbal International. 'Want dat gaat natuurlijk ook een keer gebeuren. Dan kunnen ze alle pijlen weer op mij richten. Het zal allemaal wel.' Maar dat gebeurt niet. Ajax draait en dat doet het al een hele tijd. Sterker nog: sinds de Tukker de boel overnam, is de club uit Amsterdam opgebloeid. Eind 2017 is het nog grote crisis in Amsterdam. Natuurlijk is het er crisis; als het in die tijd al eens rustig is dan zijn ze naar een nieuwe onrust onderweg. De club is al drie jaar geen landskampioen geworden en na het ontslag van Marcel Keizer moet het opnieuw op zoek naar een nieuwe trainer. Ook in de rest van de staf zijn er wisselingen, waarbij mensen die vaak al jaren bij de club betrokken zijn - zoals assistent-trainer Dennis Bergkamp - worden bedankt voor bewezen diensten. De nieuwe wind die huidig algemeen directeur Edwin van der Sar en directeur voetbalzaken Marc Overmars laten waaien wordt een enorme storm, maar het zou er wel een blijken te zijn die een en ander schoonveegt. Met een nieuwe sterke man aan het roer van het eerste elftal moet er weer gebouwd worden. Enter Erik ten Hag. Ajax haalt de Twentenaar weg bij FC Utrecht, tot ergernis van clubeigenaar Frans van Seumeren. Dat net procesdenker Ten Hag vroegtijdig vertrekt, steekt hem. En vermoedelijk zal de trainer die leeft volgens het adagium 'een woord is een woord' er zelf ook geen al te best gevoel bij hebben. Maar Ajax kan hij simpelweg niet laten lopen. Bij die club stapt hij in januari 2018 dus binnen in een roerige tijd. Het verdriet om Abdelhak Nouri, die in de zomer daarvoor tijdens een wedstrijd onherstelbare hersenschade opliep als gevolg van een hartstilstand, is nog voelbaar in de club en vooral in de selectie. In die setting moet Ten Hag het over druk zetten, positioneren en looplijnen gaan hebben en daarnaast verhoogt hij de arbeidsintensiteit, er moet méér getraind worden om zijn gewenste spel te kunnen spelen. Daarbij is er intern nog altijd onrust omdat er met sentimenten uit het verleden wordt gebroken én ... de resultaten blijven uit. Wanneer dat ook in het nieuwe seizoen, het eerste volledige onder zijn leiding, zo blijft, wordt de druk op de trainer enorm. Zijn voorkomen wordt tot in ten treure gebruikt om hem weg te zetten en supporters roepen om zijn ontslag. 'Het was heel moeilijk om in mijn eerste maanden het tij te keren', blikte hij op die periode terug in een interview met VI. 'Maar op de achtergrond waren we aan het bouwen aan iets nieuws, samen met de clubleiding met Marc Overmars en Edwin van der Sar, de scouting, hoofd jeugdopleiding Saïd Ouaali. Van de belangrijke mensen om ons heen heb ik altijd steun gevoeld. Toen de storm en het negatieve sentiment het hevigst waren, bleven we vasthouden aan de nieuwe koers. Standvastigheid, heel belangrijk. Ik waak voor opportunisme.' Nuchter, vastberaden, niet snel onder de indruk en eigenwijs. Stronteigenwijs. Dat is Ten Hag. En zo was hij als kind al. Erik ten Hag wordt op 2 februari 1970 geboren in het Twentse Haaksbergen en zijn ouders geven hem en zijn twee broers mee dat - hoewel vader als makelaar en financieel dienstverlener goed boert - ze hun eigen broek moeten ophouden. Zelf verantwoordelijkheid nemen voor het eigen leven staat in het ondernemersgezin voorop en daarbij zijn ze stuk voor stuk strebers, zonder zichzelf op de borst te kloppen. Het liefst zien Hennie en Joke ten Hag dat hun kinderen een goede studie afronden, maar de middelste van drie zoons wil het maken in het voetbal. Zijn ouders zijn niet enthousiast, het komt zelfs tot een botsing wanneer hij zijn opleiding staakt - 'beter een ding goed doen dan twee maar half', zegt hij hen - maar ze weten ook dat de koppigaard zich niets uit het hoofd laat praten. Erik ten Hag begint zijn carrière bij SV Bon Boys in zijn geboortedorp, maar bij de club waar hij als jongen al fan van is, speelt hij het langst. Met tussenpozen bij De Graafschap, RKC en FC Utrecht komt hij in negen jaar tot 221 wedstrijden voor het eerste van FC Twente, waar hij bovendien vier jaar in de jeugdopleiding speelt. Meer dan een gewaardeerde Eredivisiespeler wordt Erik ten Hag niet, maar het spel fascineert hem als jongeling al mateloos. Bij zijn jeugdclub zeggen ze dan al tegen elkaar dat hij een geboren trainer is. Als vijftienjarig hoogblond mannetje denkt hij al na over het uitzetten van de lijnen in het veld. Als er door de spelers overlegd moet worden, loopt die communicatie via hem en hij vertelt zijn ploeggenoten hoe ze moeten staan. In zijn vrije uren verslindt hij de nodige vakliteratuur. Zo klopt hij bij zijn jeugdtrainer aan of hij zijn boeken mag lenen; hij weet dat die op dat moment de trainerscursus bij de KNVB volgt. De middenvelder annex verdediger is dan wel de stille kracht op het veld, daarbuiten deinst hij er niet voor terug zijn trainers aan te spreken, ook niet bij de profs. Wanneer Simon Kistemaker, die hem in 1991 naar De Graafschap haalt, hem op een dag passeert, staat hij voor de deur om verhaal te halen en bij FC Twente schorst Rob Baan hem eens voor drie duels na een te grote mond. Een keer staat Ten Hag zélf met een mond vol tanden: het is vermoedelijk een van de spaarzame keren. Wanneer Kistemaker zijn gebruikelijke felle nabespreking houdt, durft Ten Hag te vragen of ze het de volgende keer niet beter anders aanpakken. 'Jij mag pas een vraag stellen als je van mijn dochter afblijft', bitst Kistemaker. Op zijn 32e stopt Ten Hag uit het niets met voetballen. Hij heeft niets meer te bewijzen, vindt hij, en zijn grootste successen beleeft hij bij de club dan ook als hoofd jeugdopleiding. Die rol vervult hij na zijn voetbalcarrière in 2002 liefst zeven jaar, waarvan drie jaar in combinatie met die van assistent-trainer. In 2009 wordt hij bij PSV herenigd met Fred Rutten, waar hij diens assistent wordt. Als voetballer, hoofd jeugdopleiding en assistent is hij niet de man van de schijnwerpers, toch komt ook dan zijn aard naar boven. Als jeugdtrainer zit hij er kort op en hij maakt zwarte schoenen verplicht. Wanneer een jonge journalist invalt voor haar collega en een woordenwisseling op de training bij PSV tussen hem en Nordin Amrabat omschrijft als 'een conflict' zoekt hij haar speciaal op, en dat terwijl ze pas maanden later weer op de club is. Dat ze moet weten dat ze met zulke woorden iets creëert. Niet meer doen dus. Als trainer wordt hij omschreven als LouisII, verwijzend naar Louis van Gaal. Hij is hard, rechtlijnig, maar benaderbaar; uren stopt hij in karakterjongens als EljeroElia (bij FC Twente) en MemphisDepay (bij PSV) en hij weet hen ook te raken. Zo evolueert hij met de jaren meer naar Guus II, wat dan weer verwijst naar Guus Hiddink, een geroemd peoplemanager. Het is ook Hiddink aan wie hij zijn inmiddels bekende terminologie ontleent. 'Door de ondergrens zakken', 'tevredenheid leidt tot luiheid', 'wedstrijden neutraal maken' en 'hoog in de concentratie zitten' ... het zijn typische Ten Hag-affirmaties, die wanneer ze door Hiddink worden uitgesproken nog als volzinnen klinken, maar een Tukker met een rauw stemgeluid wordt dan al gauw als onbenul geklasseerd die worstelt met zijn syntaxis. Ten Hag blijft onverstoorbaar verder werken; met een doel voor ogen is hij niet uit balans te krijgen. Bij Go Ahead Eagles, zijn eerste club als hoofdtrainer, en FC Utrecht laat hij de dug-out verplaatsen en hij wil een extra raam in zijn trainerskamer in Deventer. Dan al buigt hij zich tot in de late uren over zowel de spelprincipes als zijn spelersdossiers en bij zijn eerste training bij Go Ahead weet hij niet wat hij ziet als de spelers alle hesjes op een hoop gooien. Hij wil drie hoopjes, kleur bij kleur. Ten Hag wil naast een team vooral een cultuur ontwikkelen, een topsportmentaliteit waarbij ieder weet wat die cultuur is en wat hij daarvoor moet doen. Orde, discipline, toewijding en ook loyaliteit staan daarbij hoog in het vaandel voor Ten Hag. Dat hij FC Utrecht verlaat voor Ajax, net op het moment dat ze aan het bouwen zijn, is dan ook eigenlijk niets voor hem. Vooralsnog houdt die karaktereigenschap hem nu ook in Amsterdam, bij de club waar hij goed kan werken op de lange termijn en bij een beetje weerstand van buitenaf geen paniekvoetbal wordt gespeeld. Vooral de driehoek Ten Hag-Overmars-Van der Sar werkt uitstekend, waarbij de eerste twee samen met de scouting in nauw contact staan bij het aantrekken van nieuwe spelers. Hun gelijk om pal achter hun trainer te blijven staan wordt al in zijn eerste volledige seizoen bewezen, wanneer Ajax de finale van de Champions League op letterlijk een seconde mist. Terwijl Ajax drijft op het stabiele beleid van de afgelopen jaren, is het de trainer die voor de smeerolie van het elftal zorgt. Het belang van multifunctionele spelers neemt daarbij meer en meer toe nu ploegen tactisch steeds variabeler willen zijn, wat ook bij het team van Ten Hag een belangrijk aspect is. Met bijvoorbeeld Daley Blind, Dusan Tadic, Davy Klaassen en dit seizoen ook Steven Berghuis heeft hij spelers die op meerdere posities uit de voeten kunnen, waarmee Ajax niet alleen tactisch flexibeler wordt, het staat Ten Hag ook toe te roteren. Een van zijn bekende oneliners is dan ook dat hij meer dan elf bassispelers heeft. Sterker nog: het is zijn stokpaardje geworden: 'Een vaste basiself is cafépraat geworden', zei hij daar eens over tegen VI. 'Leuk om met elkaar aan de bar over te praten, maar niet meer van deze tijd. Wie op drie fronten wil meestrijden zal een brede selectie moeten hebben.' Roteren ziet Ten Hag als een natuurlijk proces, afhankelijk van de omstandigheden toont het ideale elftal zich steeds op een organische manier op het veld. Zo vond hij een balans tussen wetenschap en zaken die niet te meten zijn; hij weet te managen wat te besturen valt en probeert de natuurlijke processen in zijn voordeel te laten werken. Geen laptoptrainer dus maar ook niet de man die met de handen in de zakken afgaat op zijn intuïtie. Hij is eerder een mix, en dat mag u letterlijk nemen: Ten Hag gaat nooit ver zonder zijn notitieblokje. Daarin staat zijn selectie, die van Jong Ajax, en die van het volgende seizoen: wie gaat er (mogelijk) weg en wie zijn interessante, nieuwe opties. Dat boekje draagt hij overal met zich mee, waar hij ook is. 'Het is iets heiligs voor mij, waar ik op terug kan vallen en waar ik dagelijks dingen in noteer.' Ieder moment van de dag is hij zo bezig met zijn ploeg, bijna op het obsessieve af. Hij kan niet anders, wíl ook niet anders. Vrije dagen gunt de trainer zichzelf niet, genieten van de resultaten doet hij nauwelijks. Hooguit één, soms twee dagen is hij in het oosten, in Oldenzaal, waar hij en zijn vrouw wonen, de rest van de week blijft hij in Amsterdam. Op de mountainbike of op de golfbaan vindt hij wel eens een moment van ontspanning maar nooit te lang; elke minuut van de dag denkt hij aan hoe hij zijn ploeg altijd maar weer beter kan laten spelen. Op de terugweg van Madrid naar Amsterdam, waar Ajax een heroïsche 1-4-overwinning boekt in de 1/8 finales van de Champions League, zit Ten Hag alweer wedstrijden te analyseren van Fortuna Sittard, de volgende tegenstander. Hij staat het zichzelf simpelweg niet toe mee te gaan in de euforie. 'Er zijn mensen die met dit soort complimenten in zichzelf gaan geloven. Daar probeer ik voor te waken. Zo zit ik ook niet in elkaar.' In een paar maanden evolueerde hij zo van een knoeier naar een held en om beide moet Ten Hag lachen. Hij relativeert vooral en is alleen maar bezig met welke invloed berichtgeving op het teamproces kan hebben. 'Zowel positieve als negatieve, want hoe je het ook wendt of keert, dat bereikt toch altijd de kleedkamer. Dan is het aan mij om dat te managen.' Zoals die ene keer dat hij de journaliste aansprak dat ze 'iets creëerde'. Want kom niet aan het teamproces, dan krijg je een andere Ten Hag tegenover je; de man die als hoogblonde broekvent uit Haaksbergen al niet op zijn mond gevallen was. Nog altijd klinkt hij als dat boertje uit het oosten, maar niemand die het nog tegen hem gebruikt. Ze zien nu vooral een grote meneer.Bronnen: Voetbal International, NRC, Eindhovens Dagblad