Alsof de kalender voor de meeste ploegen nog niet vol genoeg zit, heeft de Spaanse voetbalbond beslist om de Supercup te houden met vier teams. Die zal doorgaan van 8 tot 12 januari in Saudi-Arabië en zal een pak geld opleveren. Naar schatting zal er ongeveer 42 miljoen euro verdeeld worden onder de vier teams.

Vier teams

Dat het eens in een ander land doorgaat is niet meer zo nieuw. Frankrijk gaf het (goede) voorbeeld door naar Marokko en China te trekken voor de officieuze seizoensopener. Wat dan weer wel vernieuwend is, is het format. Vier Spaanse teams zullen in twee halve finales en een finale (allemaal gespeeld in Jeddah) beslissen wie de beker mee naar huis mag nemen. En dat zijn de kampioen, vicekampioen, bekerwinnaar en de verliezende bekerfinalist. Dat zijn dit jaar Barcelona, Valencia, Real en Atlético Madrid.

De teams die sneuvelen in de halve finales van het minitoernooi krijgen elk 8,9 miljoen euro. De finalisten krijgen elk 12 miljoen. Bovendien deelt de Spaanse voetbalbond ook nog mee in de prijzen. Het krijgt namelijk een kleine 10 miljoen euro om het toernooi in Saudi-Arabië te laten doorgaan.

Maal vier

Op financieel vlak zijn de Spaanse ploegen meer dan voorstander. In het vorige format (twee teams die heen en terug spelen) konden maar twee teams geld krijgen en dat ging nooit boven de 3 miljoen. Nu zijn dat er dus vier en is de prijzenpot maal drie en maal vier gegaan.

Een groot nadeel is natuurlijk de verre reis en de datum (het valt midden in het seizoen). Voor dat laatste heeft de kalendermaker wel een oplossing gevonden. Dat weekend zal er namelijk geen Spaanse competitiespeeldag plaatsvinden, maar wel de Spaanse beker. De vier teams van de Supercup moeten die dan inhalen in een midweekwedstrijd.