Arrigo Sacchi, oud-trainer en analist

Hoe groot de impact van Johan Cruijff nog altijd is, blijkt uit de reactie van Arrigo Sacchi, meester-tacticus en ooit erg succesvol met AC Milan en vandaag analist voor de Italiaanse roze sportkrant, La Gazzetta dello Sport. Amper is de vraag hoe Johan Cruijff hem beïnvloed heeft, verstuurd of er komt een bericht terug: chiamami! Bel me.
...

Hoe groot de impact van Johan Cruijff nog altijd is, blijkt uit de reactie van Arrigo Sacchi, meester-tacticus en ooit erg succesvol met AC Milan en vandaag analist voor de Italiaanse roze sportkrant, La Gazzetta dello Sport. Amper is de vraag hoe Johan Cruijff hem beïnvloed heeft, verstuurd of er komt een bericht terug: chiamami! Bel me. 'Mijn eerste herinnering aan Cruijff was als speler', zegt Sacchi. 'Een absolute topper, de op drie na beste voetballer ooit, na Pelé, Maradona en Di Stéfano. Ik heb hier bij mij thuis een bal waarop die alle drie hun handtekening hebben gezet. Toen ik bij Real Madrid werkte, stelde Butragueño voor om die bal ook te tekenen, maar ik wees dat voorstel vriendelijk af en zei hem: voor jou heb ik een andere bal. Alleen jammer dat de handtekening van Cruijff op die bal ontbreekt. Later werd Johan ook een goeie trainer. Dat is zeldzaam, een topvoetballer die vervolgens een toptrainer wordt. 'Zijn spelers droegen op het veld waarden uit. Gedrevenheid, samenhang en vooral: ze brachten altijd mooi voetbal. Hij was de allereerste die alle elf spelers bij het spel betrok, de doelman incluis. Die doelman moest niet alleen tussenkomen bij verdedigende, maar ook bij aanvallende fases. Vandaag lijkt dat allemaal vanzelfsprekend, als je de topploegen in het moderne voetbal bekijkt. Spelers die synchroon over het veld bewegen, allemaal mee aanvallen en allemaal mee verdedigen. Vroeger was dat niet zo. 'Vandaag hebben alle elf de spelers automatismen, weten ze wat ze op elk moment in balbezit en bij balverlies moeten doen. Ze bewegen op elk moment synchroon, in functie van mekaars positie. Dat was ook een van de geheimen van mijn AC Milan, dat stoelde op de principes die ik van Cruijff had opgepikt. Dat ik daar drie Nederlanders had, om die dominante manier van voetballen over te brengen, heeft me zeer geholpen. 'In zijn en mijn systeem was de centrumspits niet enkel spits en de verdediger niet alleen verdediger. Guardiola stuurde me vorig jaar beelden van een goal uit een halve finale van de Champions League, toen we met Milan op Real speelden. Je ziet hoe flankverdediger Tassotti met een laterale pass aanvaller Van Basten aanspeelt, die de bal aflegt voor de inschuivende libero Baresi die twee stappen met de bal zet en hem dan aan Donadoni geeft, die bij de balaanname centraal staat in plaats van op de flank. Donadoni past naar Gullit die vanuit het middenveld voor doel komt en scoort. De rode draad doorheen die actie? Geen van die spelers stond op zijn oorspronkelijke plaats toen hij de bal kreeg. 'Vandaag bedraagt de afstand tussen alle veldspelers maximaal 20 meter, dus waar komt het op aan? Dat je je op elk moment vrij kunt spelen en supersnel reageert, anders raak je geen bal. Het gevolg? Als je vandaag een autorace of een tenniswedstrijd van 30 jaar geleden ziet, is dat vervelend, want o zo traag.'In het Italiaanse voetbal van toen, dat verdedigend dacht, was dat niet evident. Sacchi: 'Mark Hughes, toenmalig bondscoach van Wales, vroeg me in 2000 op een technische vergadering op uitnodiging van de Engelse voetbalbond: "Hoe kan het dat het voetbal van Milan net geboren is in het enige land waar het nooit had mogen geboren worden?" Hij voegde eraan toe: "Zelfs als een voetbalveld twee kilometer lang zou zijn, zouden de Italianen nog alle spelers in de achterste twintig meter samen zetten, om de tegenstander daar op te vangen." Dat klopt. In Italië voetbalt men vandaag nog steeds niet met elf, maar hooguit met twee of drie tegelijk. De anderen blijven op hun positie en nemen niet aan de actie deel. 'Mijn antwoord aan Hughes was: ik kon dat doen dankzij een club en een voorzitter die me toelieten om een ploeg stap voor stap op te bouwen, die uiteindelijk als een geheel synchroon over het veld bewoog: naar voren, naar achteren, opzij, zowel wanneer we aanvielen als wanneer we verdedigden, en altijd allemaal samen. Ik zorgde ervoor dat een verdediger altijd geholpen werd door de aanvallers, en een aanvaller door de verdedigers. Heel het team was voortdurend in beweging. 'Dat Milan was mogelijk dankzij de visie die we allemaal deelden in een club waar drie woorden belangrijk waren: vincere, convincere, divertire. Winnen, overtuigen, en amuseren. Met een ploeg die pressing speelde. Want wat is dat, pressing spelen? Dat is de tegenstander verplichten om op jouw ritme te voetballen. Dat gaat altijd sneller dan wanneer je achter de tegenstander aan moet lopen.' Hoe komt het dat u, opgegroeid in een land waar verdedigen kunst was, zo geboeid geraakte door het andere uiterste, het aanvallende voetbal van Nederland en Cruijff? Sacchi: 'Wanneer ik indertijd naar een tenniswedstrijd keek, supporterde ik altijd voor degene die naar het net kwam. In de Giro voor degene die aanviel, niet voor degene die bleef zitten en wachtte op de sprint. In het voetbal hield ik van Brazilië, van Puskás, van Real Madrid. Ik hield van dominant en mooi voetbal, en daar stond Cruijff voor. Una vittoria senza belleza non conta, een zege zonder schoonheid betekent niets. Schoonheid vergroot het zelfvertrouwen en de zelfachting van je spelers. Achter een tegenstander aan lopen is zwaarder dan weten dat de ander achter jou aan loopt. Pressing spelen betekent jezelf sterker voelen dan de tegenstander. Toen we met Milan tegen het grote Napoli van Maradona speelden, vroeg men me wie ik op Maradona zou zetten. Ik antwoordde: iedereen en niemand. Als wij de bal hebben, kan Maradona er niets mee doen, en als hij hem heeft, omsingelen we hem, zodat hij niemand kan aanspelen. Zet ik er één man tegen, en hij dribbelt die, dan is hij weg voor 40 meter.' Wat betekent Johan Cruijff voor jou? Marc Brys: 'Ik herinner me in de eerste plaats de formidabele voetballer met charisma op het veld. Toen ik als trainer begon, was het boek van Rinus Michels, Teambuilding als route naar het succes, dé bijbel voor trainers. Veel van wat Cruijff aanhaalde, komt al in dat boek voor. Met het totaalvoetbal van Michels maakte Cruijff van Barcelona een ander team, met een positieve ingesteldheid en een maximale beschikbaarheid in bepaalde zones. Guardiola heeft die methode later verfijnd tot tikitaka. Niet alleen als speler maar ook als trainer was Cruijff superintelligent. Hij verwoordde sneller wat je zelf pas veel later begreep. Ik heb een boek of drie van hem thuis. Vaak met eenvoudige uitspraken, maar zeer to the point, zoals bijvoorbeeld: 'Kies niet de beste elf spelers, want dan heb je niet het beste elftal.' Allemaal zo eenvoudig, maar ook zo duidelijk. Of, zoals hij het zelf zei: je gaat het zelf pas zien als je het doorhebt. Zo simpel maar tegelijk zo diepgaand.' Je hebt zelf in Nederland gewerkt, maar daar was je niet zo'n fan van de daar tot religie verheven 4-3-3. Brys: 'Rinus Michels was voorstander van driehoeken op het veld, en die komen het best tot uiting in een 4-3-3. Ondertussen is het voetbal wel enorm geëvolueerd. Wij spelen met OHL de laatste tijd ook 4-3-3, maar dat is niet meer de 4-3-3 van 30 jaar geleden. In het oorspronkelijke model kwam de rechtsback de rechtsbuiten steunen, maar over het algemeen had je toen een grotere positiebetrokkenheid. Nu komt onze spits soms lager dan het middenveld, staan de spelers van links geregeld op rechts en omgekeerd, zodat je op de flank niet meer met twee tegen één komt, maar soms met vier of vijf spelers tegelijk. Het is ook een cultuurgebonden methode, die na Nederland ook in Spanje ingang vond, maar ik zie het bijvoorbeeld een Schots team nog niet spelen. Je moet spelen met de kwaliteiten die je hebt. Het ene systeem past beter bij je spelers dan een ander.' Als je Cruijff moet samenvatten in twee zinnen, hoe zou je dat dan doen? Brys: 'Iemand die het geniale aan het mooie en charismatische koppelde in zijn spel, zowel als speler maar ook als trainer van het totaalvoetbal, waarbij iedere speler alles moet kunnen.'Wat betekende Johan Cruijff voor jou? Hein Vanhaezebrouck: 'Cruijff was de voetballer die de meeste indruk maakte op mij. Ook al zag ik geweldige acties van Pelé en was ik er getuige van hoe Diego Maradona bijna op zijn eentje Argentinië wereldkampioen maakte. Ook Lionel Messi bereikt als speler ongelooflijke hoogten. Maar Cruijff was meer dan enkel de speler met een uitzonderlijke dribbel, een geweldige traptechniek en een ongeëvenaarde vista op het veld. Eigenlijk was hij al trainer terwijl hij nog speelde. Cruijff bepaalde de strategie, zette zijn medespelers aan om actie te ondernemen en wees zelfs vaak aan - terwijl hij, bal aan de voet, temporiseerde - waar ze zich moesten plaatsen. Dat deed niemand van de andere wereldsterren hem voor. 'Uiteindelijk noemde men zijn koppigheid, niet toegeven aan zaken die ingingen tegen zijn opinie, de reden waarom hij nooit wereldkampioen werd, wat sommigen eraan deed twijfelen of hij wel de allerbeste ooit was. Maar ook dat getuigt van grote overtuiging in zichzelf. 'Dat hij al als speler een heel eigen visie op voetbal had, zorgde er ook voor dat hij een grote carrière als coach beleefde, in tegenstelling tot die andere grote spelers. 'Zijn visie op totaalvoetbal, waarbij de bal absoluut deel uitmaakte van de filosofie die hij nastreefde, was voor mij een aangename vaststelling maar ook de bevestiging van hoe ik zelf het voetbal zie. Iedereen moet mee kunnen aanvallen: dat was zowel bij het Nederlandse elftal als bij Barcelona een slagzin die boven aan zijn wedstrijdbespreking stond. 'Verder was Johan Cruijff niet enkel een voetbalgenie als speler en coach, maar vooral in de manier waarop hij zich uitdrukte. Wat na zijn carrière de grootste indruk op mij maakte was dat hij, opgegroeid op de pleintjes, met enkele eenvoudige maar rake bewoordingen of oneliners zoveel vertelde dat het een pak voetballers, coaches en liefhebbers deed nadenken. Bijna altijd moest je stellen dat Cruijff gelijk had. Hoe hij er telkens in slaagde om op een heel duidelijke manier zijn mening te poneren, was ongezien. Er zijn veel mensen die kunnen zeggen dat een voetbalploeg slecht speelt, maar er zijn weinig mensen die kunnen zeggen waarom ze slecht speelt. En er zijn slechts een paar mensen die kunnen zeggen wat er moet gebeuren om ze beter te laten spelen. 'Johan Cruijff is voor mij de grootste voetbalfiguur uit de meer dan honderdjarige geschiedenis van deze sport. Hij kon het zich als echt Ajaxproduct zelfs permitteren om voor aartsvijand Feyenoord te gaan spelen en toch waardering te blijven krijgen van de Ajaxfans. 'Cruijff was het beste van het beste, als voetballer, coach én voetbalfilosoof. 2016 was het jaar waar ik van twee jeugdhelden afscheid moest nemen: van Johan Cruijff en Muhammad Ali. '