In Argentinië gebruiken de mensen een metafoor om de verhouding tussen de provincieclubs en de clubs uit de hoofdstad Buenos Aires weer te geven: Dios está en todas partes, pero tiene su oficina en Buenos Aires. God is overal, maar hij heeft zijn bureau in Buenos Aires. Vrij vertaald: alle belangrijke beslissingen worden in de hoofdstad genomen. Het zwaartepunt van het Argentijnse voetbal mag dan in Buenos Aires liggen, het hart bevindt zich in de driehoek Córdoba-Santa Fe-Rosario. Beter bekend als lapampa húmeda, het vochtige platteland.
...

In Argentinië gebruiken de mensen een metafoor om de verhouding tussen de provincieclubs en de clubs uit de hoofdstad Buenos Aires weer te geven: Dios está en todas partes, pero tiene su oficina en Buenos Aires. God is overal, maar hij heeft zijn bureau in Buenos Aires. Vrij vertaald: alle belangrijke beslissingen worden in de hoofdstad genomen. Het zwaartepunt van het Argentijnse voetbal mag dan in Buenos Aires liggen, het hart bevindt zich in de driehoek Córdoba-Santa Fe-Rosario. Beter bekend als lapampa húmeda, het vochtige platteland. 'Diep in het binnenland vind je nog grote open ruimtes en akkervelden. Kinderen kunnen er vrij in de bomen klimmen en leren er voetballen in barre omstandigheden, op hobbelige velden, met voorwerpen die op een bal lijken', aldus Raúl Romero, jeugdscout bij Colón uit de stad Santa Fe. 'Omdat ze zich zo vaak moeten aanpassen aan een nieuwe situatie, ontwikkelen ze al heel vroeg hun technische vaardigheden. Het grootste probleem bij die jongeren is hun slechte voedingspatroon. Veel van die jongens lijden aan ondervoeding.' Studies tonen aan dat de beste Argentijnse voetballers, ongeveer 70 procent van de internationals, in de pampa húmeda geboren worden. De clubs uit Buenos Aires kopen de grootste talenten op, omdat hun eigen opleiding ontoereikend is, en uiteindelijk krijgen zij het grootste deel van de koek wanneer de speler wordt doorverkocht aan een Europese club. 'Een van de uitzonderingen is DiegoMaradona', zegt Romero. 'Hij groeide op in een verpauperde wijk in Buenos Aires. Maar hij kreeg wel met dezelfde problemen te maken als de kinderen op het platteland.' Om de zielenroerselen van het Argentijnse voetbal te begrijpen moet je de hoofdstad en haar overbevolkte barrios dus verlaten en de Ruta Nacional 9 nemen, richting Rosario en Córdoba. In de eerste helft van de 19e eeuw stond die weg bekend als de Camino Real del Perú, de koninklijke route die zich van Buenos Aires via Córdoba, Santiago del Estero, San Miguel de Tucumán, Salta en San Salvador de Jujuy naar het noorden slingerde. Sindsdien kreeg de weg een serieuze facelift en anno 2018 wemelt het er van de nationalistische slogans. Las Malvinas son argentinas. De Falklandeilanden zijn van Argentinië. Het trauma van 1982 is nog lang niet verteerd. Of is het een vorm van hervonden zelfbewustzijn? Córdoba heeft drie voetbalclubs: Belgrano, Talleres en Instituto. Al heeft tweedeklasser Instituto, dat zich graag de talentenschuur van de wereld noemt, moeite om zijn twee stadsgenoten op sportief vlak bij te benen. Op 8 augustus viert Instituto zijn honderdjarig bestaan. Voor het dertiende opeenvolgende seizoen zal La Gloria, dat kleppers als Mario Kempes, Osvaldo Ardiles, Diego Klimowicz en recent Paulo Dybala heeft opgeleid, verstoken blijven van voetbal op het hoogste niveau. 'In 2011/12, het seizoen van de doorbraak van Dybala, waren we héél dicht bij de promotie. We eindigden voor Rosario Central, maar strandden op drie punten van kampioen River Plate', zegt algemeen jeugdcoördinator Pablo Alvarez, die twee seizoenen geleden een tijdje interim-trainer was bij Instituto. De komende jaren zal promotie voor clubs als Instituto nog problematischer worden. Enerzijds wordt het deelnemersveld in de Primera División jaar na jaar ingekrompen, anderzijds staat er een grote hervorming op stapel in tweede klasse. Vanaf 2019/20 komen er in tweede klasse twee poules: één voor ploegen uit Buenos Aires en één met de ploegen uit de rest van het land. Er wordt gefluisterd dat de teams uit de hoofdstad de lange verplaatsingen naar alle uithoeken van het land beu waren. 'De herstructurering in tweede wordt de doodsteek voor het Argentijnse voetbal', zucht Alvarez. 'Clubs uit Buenos Aires willen de kosten drukken en zullen met het uitgespaarde geld betere contracten kunnen aanbieden aan spelers. De ploegen uit Buenos Aires zullen in hun reeks afstanden van maximaal 200 kilometer moeten overbruggen. Wij tot 2000 kilometer of zestien uur met de bus. We moeten twee dagen op voorhand vertrekken om spelers fris aan de aftrap te krijgen. Dat betekent dat we meer moeten spenderen aan transportkosten en hotelovernachtingen. Geld dat de club niet in de ploeg kan investeren.' Tijdens het seizoen gaat de kilometerteller van Instituto vlotjes over de 100.000 kilometer. Sommige spelers haken na een tijdje mentaal af. Alvarez: 'Ik weet dat sommige spelers een blessure hebben geveinsd om een verplaatsing van 1000 kilometer te kunnen overslaan. Soms probeerden spelers druk te zetten op het bestuur om een chartervlucht in te leggen, maar dat lukte één of maximaal twee keer op een seizoen.' Terwijl ze bij Instituto hun wonden likken, maken ze zich bij Belgrano op voor de laatste thuismatch van het seizoen. Het stadion is afgeleefd en gaat net niet kopje onder na de zware regenval van de voorbije dagen. Maar er is beterschap op komst: er ligt een masterplan op tafel om het stadion te renoveren tot een kuip met 45.000 plaatsen. De eerste fase, een nieuwe tribune met 10.000 zitjes, werd intussen gerealiseerd. Ondanks het gebrek aan elementair comfort loopt het goed vol voor de komst van Temperley. De harde kern van Belgrano spuwt vuur. Met zijn 33.000 socios en de naar schatting een miljoen sympathisanten verspreid over de hele provincie is Belgrano de volksclub bij uitstek in Córdoba. Het is tegelijk de kracht en de achilleshiel van de club, die nu en dan last heeft van gewelddadige uitspattingen. 'We hebben net als andere Argentijnse clubs te maken gehad met geweld in en rond ons stadion', zegt Sergio Villella, vicevoorzitter van Belgrano. 'Samen met de universiteit van Córdoba hebben we een programma in elkaar gebokst om het geweld in te dijken. De resultaten mogen gezien worden.' In tegenstelling tot andere clubs heeft Belgrano de reputatie zijn spelers op tijd te betalen. De eerste of tweede van de maand staat het loon op de bankrekening. Bij andere clubs moeten spelers soms vier, vijf maanden op hun geld wachten. 'Toch is het verdomd moeilijk om spelers te overtuigen naar Córdoba te verhuizen', zegt Villella. 'Ze zien het als een straf om naar hier te komen en blijven liever in Buenos Aires.' Bij Unión en Colón, de twee topclubs uit Santa Fe, ervaren ze al jaren moeilijkheden om op te rukken richting de beau monde van het Argentijnse voetbal. De twee clubs kwalificeerden zich voor het eerst gelijktijdig voor een internationaal toernooi - voor Unión de eerste kwalificatie uit de geschiedenis - maar ze etaleren een schrijnend gebrek aan ambitie. 'Santa Fe is een stad waar de mensen van 8 tot 12 werken, van 12 tot 16 een siësta doen en van 16 tot 20 uur weer aan de slag gaan', legt Nicolás Frutos uit, die geboren en getogen is in Santa Fe. 'De inwoners zijn sloom, zijn niet competitief ingesteld en missen een rebels kantje.' Volgens Martin Cicotello, tot een paar maanden geleden verantwoordelijk voor de jeugdschool van Unión, is alles te herleiden tot één woord: mentaliteit. 'De mentaliteit van de mensen die de beslissingen nemen, moet veranderen. Ze moeten beseffen dat elke peso die in de academie wordt gepompt, geen kost is maar een investering. Unión heeft het knap lastig om een afzetmarkt te vinden in Europa. Als ze daar nu werk van maken, dan kunnen ze binnen vijf jaar voetballers afleveren voor de eliteclubs in Europa. Waarom zouden Belgische clubs niet rechtstreeks via Unión kunnen passeren? Unión zal er meer aan overhouden dan wanneer het een speler aan pakweg San Lorenzo verkoopt en Anderlecht zal minder moeten dokken. Voor beide clubs een win-winsituatie. Maar Unión heeft nooit een fabriek willen zijn waar talenten van de band rollen. Bij Colón is de aanpak minder sociaal...' De tenen van Raul Romero, scout bij Colón, gaan net niet krullen wanneer hij de vermomde kritiek van de grote rivaal Unión te horen krijgt. Romero zoekt beschutting onder zijn pet terwijl hij de laatste minuten van een oefenduel tussen Colón en River Plate bekijkt. 'Colón leidt spelers op en verkoopt hen met winst door. Unión leidt spelers op, maar geraakt ze niet kwijt. Op welke speler hebben zij onlangs nog een meerwaarde gerealiseerd?' De winkel van Colón draait op volle toeren. De grootste twee deals werden de voorbije drie jaren onderhandeld. Lucas Alario werd in 2015 aan River Plate verkocht en Colón kreeg een percentage van de afkoopsom toen de aanvaller naar Bayer Leverkusen ging. Germán Conti werd zonder omwegen aan Benfica verkocht. 'Zulke transfers zijn goed voor ons imago. Ouders zien die namen ook opduiken en ze denken dat hun kind misschien de volgende kan zijn.' Ondanks een nagenoeg lege prijzenkast kan Colón toch rekenen op loyale fans. 'We speelden in Bahía Blanca tegen Club Olimpo en we kregen daar het bezoek van een twintigtal supporters van Colón uit Ushuaia. Ze hadden 2400 kilometer gereden omdat Bahía Blanca de dichtstbijzijnde stad was waar ze ons konden zien spelen. Ongelooflijk toch?' Op een boogscheut van Santa Fe, aan de overkant van de Rio Paraná, is Club Atlético Patronato de la Juventud Católica aan een forse opmars bezig. Met de steun van de provincie Entro Rios en de Banco Entro Rios houdt het al drie jaar kranig stand in de hoogste klasse en mag het straks voor het vierde seizoen op rij de affiche delen met de buren van Unión en Colón. De club ondervindt nu pas de gevolgen van de plotse groeischeut. De capaciteit van het bouwvallige stadion werd om veiligheidsredenen van 18.000 naar 14.000 teruggebracht en de bezoekersaantallen namen een forse duik. In tweede en derde klasse speelde Patronato geregeld voor een vol huis, nu dagen er gemiddeld 3000 tot 4000 toeschouwers op. 'Dat heeft deels de maken met de prijsverhoging. In derde klasse kostte een ticket 120 pesos ( 3,70 euro, nvdr), nu betaal je al gauw 320 pesos ( 10 euro, nvdr) voor een zitje ', aldus de perswoordvoerster. 'De mensen kunnen het zich financieel niet meer permitteren om elke thuismatch naar het stadion af te zakken. Maar er is ook sprake van gewenning. Mensen uit Paraná zijn een moeilijk publiek. Je moet er veel tijd en energie in steken om hen uit hun zetel te krijgen. We zijn een stad, maar we hebben een dorpsmentaliteit.' Met een maandelijks budget van 155.000 euro, het bedrag dat Boca kan spenderen aan het maandloon van één speler, moet Patronato elke cent twee keer omdraaien. 'We hebben Sebastián Ribas voor een spotprijsje kunnen huren van zijn Oekraïense club Karpaty Lviv waar hij niet verder kwam dan de bank', aldus Juan Pablo Pumpido, sinds vorig seizoen trainer van Patronato. 'Met dertien doelpunten was hij het afgelopen seizoen vicetopschutter van de competitie. Maar er was geen geld om hem definitief te kopen ( Ribas tekende bij Lanús, nvdr). Een andere Argentijnse club zou wellicht schulden hebben gemaakt om zo'n speler langer aan zich te binden. Deze club heeft katholieke roots en wordt beheerd door bescheiden mensen. Die twee elementen zorgen ervoor dat we geen geld uitgeven dat we niet hebben.' Het contrast met Rosario Central kan niet groter zijn: de viervoudige Argentijnse kampioen sleepte jarenlang een historische schuld van 7,5 miljoen euro met zich mee. Rosario staat voor decadentie. Leuke meiden, de mooiste in Argentinië, hippe discotheken en toprestaurants vind je hier op elke straathoek. Voor het voetbal moet je ook in Rosario zijn. Maar de supporters zijn wellicht de meest geschifte van het land. 'Win je drie matchen na elkaar, dan ben je de king. Verlies je één match dan willen ze de supporters je een kopje kleiner maken', aldus Daniel Quinteros. De 42-jarige Argentijn speelde heel even bij Germinal Beerschot, was van 1996 tot 2003 actief bij Rosario Central en is nu makelaar. 'In Buenos Aires heb je honderd clubs, in Rosario zijn er twee, voor anderhalf miljoen inwoners. Je bent voor Rosario Central of Newell's Old Boys. Vandaar dat de druk op de spelers immens is. Overleef je Newell's of Central, dan kun je overal ter wereld spelen. Als je in deze stad succesvol wilt zijn, moet je dus van je hart een steen maken.' Rosario Central is de best of the rest. Het heeft zich al een tijdje neergelegd bij de hegemonie van Boca Juniors en River Plate, twee ploegen die een heel land achter zich hebben en aangedreven worden door een enorme marketingmachine. Quinteros: 'Er gebeuren wel zaken waarvan ik denkt: hoe is dat mogelijk? Boca moest vorig seizoen tegen Gimnasia y Esgrima spelen in La Plata. De regen viel met bakken uit de lucht, maar na de keuring liet de scheidsrechter aan enkele journalisten weten dat het veld er fantastisch bij lag. Vijftien minuten later komt hij doodleuk vertellen dat de match niet kan doorgaan door de staat van het veld. Wellicht heeft die man tussendoor een oproep gekregen van iemand bij Boca. Een paar dagen later moest Boca in Colombia spelen voor een match in de Copa Libertadores...'Eigenlijk kampt Argentinië met een vreemde paradox. Het land zit in een diepe recessie en veel Argentijnen waren ervan overtuigd dat de overheid het WK als afleiding zou gebruiken om in alle stilte de koopkracht verder af te romen. De bevolking is de opeenvolging van crisissen zo gewend - sinds het einde van de militaire junta begin jaren 80 is Argentinië om de tien jaar geïmplodeerd - dat ze telkens vol goede moed haar situatie probeert recht te trekken. Intussen blijft het geld maar rollen in het voetbal en lijkt het aan een financiële inzinking te zijn ontsnapt. Mensen lijden liever honger dan hun stadionbezoek uit te stellen. Verhalen over supporters die voor wedstrijden in de Copa Libertadores of de Copa Sudamericana hun auto of bed verkopen zijn legio. 'Crisis? Welke crisis?' Villella speelt de vermoorde onschuld. 'Van buitenaf lijkt het misschien zo, maar het Argentijnse voetbal op zich beleeft geen crisis. We staan er zelfs goed voor: de clubs hebben meer financiële middelen, de stadions zitten vol, de competitie haalt een hoog niveau en onze clubs kunnen opnieuw wedijveren met de beste teams uit Zuid-Amerika.' Toch worstelt het Argentijnse voetbal al een tijdje met een existentiële crisis. Wat met de massale export van spelers richting Europa, maar ook naar Brazilië, Mexico en Colombia? En wat met de verstikkende dominantie van loscinco grandes Boca Juniors, River Plate, Independiente, San Lorenzo en Racing Club? Vooral op economisch vlak kannibaliseren ze de rest. Ze hebben grotere sponsors, krijgen meer visibiliteit en halen meer geld uit de tv-rechten. Niet toevallig zijn de vijf mogendheden gevestigd in Buenos Aires. Van de 26 clubs die straks aan de start staan van de competitie komen er 12 uit de (ruime) hoofdstad. De Primera División lijkt een gevecht te worden tussen Buenos Aires en de rest van het land. Een overblijfsel uit het verleden. In de beginjaren van het Argentijnse voetbal werd het kampioenschap enkel beslecht door clubs uit Buenos Aires en de gelijknamige provincie. Pas later werden er teams uit Rosario, Santa Fe en Córdoba toegelaten. Die historische achterstand hebben de provincieclubs nog niet kunnen goedmaken, maar ze beginnen zich te roeren. Villella: 'De kleinere clubs zouden de krachten moeten bundelen om het onevenwicht dat is ontstaan ongedaan te maken. Het Argentijnse voetbal zou er wel bij varen mocht er een betere balans worden gevonden op bestuurlijk en economisch vlak tussen de provincieclubs en die uit de hoofdstad.'