Dit artikel verscheen eind 2013, dus vóór het WK in Brazilië, in Sport/Voetbalmagazine. We herpubliceren het naar aanleiding van het EK-kwalificatieduel België-Bosnië

Er loopt zowaar een Belg tussen. Yani Urdinov is geboren in Vilvoorde en voetbalde nog bij de jeugd van KV Mechelen en met onder meer Eden Hazard bij de nationale U16-ploeg. Het is min 5 graden Celsius, er is 25 centimeter sneeuw gevallen en tegen een achtergrond van vale, pastelkleurige appartementenblokken met opvallende sporen van kalashnikovkogels en granaatinslagen bereidt FK Zeljeznicar de wedstrijd tegen FK Borac voor. Dit is een buurt waar de Bosnische burgeroorlog hevig woedde en dat is ook het Grbavicastadion nog aan te zien. Aan de renovatie is toen een einde gekomen. Er staat maar één fatsoenlijke tribune overeind.

In het café er rechtover worden er sigaretten gerookt, koffies gedronken, kranten gelezen en twee onderwerpen besproken: voetbal en politiek. Maar wanneer we aan een tafeltje met Armin Colakovic, journalist bij TV Pink BH, en Sead Zukanovic, vader van Bosnisch international en AA Gentspeler Ervin Zukanovic, onze bandrecorder bovenhalen, gaat het aanvankelijk alleen nog over voetbal.

Colakovic: "Ik ben een sportjournalist, ik praat over sport. Mocht ik over politiek praten, dan zou ik problemen kunnen krijgen."

Zijn job kwijtraken? Op een dag een pistool tegen zijn slaap voelen? Bosnië & Herzegovina is complex. De gruwel van de oorlog is niet vergeten en nationalistische politici van de drie grote etniciteiten houden het verscheurde land verdeeld.

Colakovic: "Ivo Andric, winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur in 1961, zei ooit: 'Waar de logica stopt, begint Bosnië.' We zijn zéér gecompliceerd."

Zukanovic: "Maar we moeten de waarheid spreken. Alles is hier politiek en negentig procent van onze politici zijn nog dezelfde als twintig jaar geleden. Ze steken veel geld in hun zakken en geven anderen de schuld van alle problemen. De mensen zijn oké, maar politici vergiftigen hun geest. Het succes van onze nationale ploeg zal hen toelaten hun miserie voor enkele maanden te vergeten, maar meer niet."

De WK-kwalificatie van Bosnië & Herzegovina werd ook vooral door de Bosnische moslims gevierd. De Bosnische Kroaten zijn supporter van Kroatië, de Bosnische Serviërs van Servië.

Colakovic: "Maar de meesten zullen naar onze wedstrijden kijken en ons steunen, zelfs de Bosnische Serviërs."

Zukanovic: "Ik hoop het, maar ik geloof het niet."

Christian Vandenabeele
© Christian Vandenabeele

Colakovic: "Het probleem is dat ze nog niet luidop durven te zeggen dat ze van het land houden waarin ze leven. Daar is tijd voor nodig. Of een nieuwe oorlog, nu we er wél klaar voor zijn!" (hilariteit)

Fun

Op de derde verdieping van een woonblok in de residentiële buurt Dobrinja ontmoeten we ex-profvoetballer Esad Had¸ijusufovi? en zijn twee assistenten, Vildana Delalic en Goran Brbora, van Open Fun Football Schools. We bevinden ons in het meest gebombardeerde stadsdeel. Zo vielen er hier in 1993 bij een Servische mortieraanval tijdens een voetbalwedstrijd dertien doden en een honderddertigtal gewonden. Tweehonderd meter van de plaats van afspraak staat een bord: welkom in de Servische Republiek. Dat is de entiteit die samen met de Federatie van Bosnië en Herzegovina de staat Bosnië & Herzegovia vormt. Wat verderop ligt het stadion van Slavia Sarajevo, de club van de Bosnische Serviërs in Sarajevo.

De WK-kwalificatie is een uitstekende zaak. Mensen verdienen momenten waarop ze hun energie in vreugde kunnen uitdrukken. Die moesten ze veel te lang missen

Sinds 1998 organiseert Had¸ijusufovi? volgens democratische principes Open Fun Football Schools waarin de drie etnische groepen vertegenwoordigd zijn. Intussen bereikte hij daarmee al meer dan honderdduizend kinderen, werd er een netwerk van zesduizend vrijwilligers opgebouwd, is de impact van het initiatief op het jeugdvoetbal en het sociaal leven onmiskenbaar positief gebleken en werd het project al gelauwerd als het beste vredesprogramma ter wereld. Financiering gebeurt door de UEFA en andere buitenlandse donoren, maar van Bosnische autoriteiten kwam er nog niet één cent subsidie.

"Dat is omdat die steun moet komen van politici met de wil, de macht en het geld om het tegenovergestelde te blijven doen van wat wij beogen: het land verdelen in plaats van het vertrouwen onder de mensen te herstellen en hen weer te verenigen. De nationale handbalploeg voor mindervaliden is al jaren wereldkampioen en krijgt ook niets. Dan hebben we het over mensen die armen en benen verloren om het land te verdedigen! Het kernprobleem in Bosnië & Herzegovina is dat de nationalistische partijen elkaar constant met de vinger wijzen en dat de manipulatie van de media absolute horror is. Wie geen werk en onvoldoende te eten heeft, krijgt te horen dat het de schuld is van de Serviërs. Er is een gebrek aan waarheid. Vraag de gemiddelde burger in elk van de drie gemeenschappen of het een probleem is om vriend te zijn met iemand van een andere etnische groep en het antwoord zal 'neen' zijn. Maar op televisie wordt er een totaal andere boodschap verspreid. Politici zorgen vooral voor zichzelf en de staat is bovendien zodanig georganiseerd dat het lijkt alsof er voor elke tien burgers één iemand voor de overheid werkt. Dat kost fortuinen. In sport wordt niet geïnvesteerd, op staatsniveau is er zelfs geen ministerie van Sport. Er zijn te weinig sportfaciliteiten, de ouders moeten alles zelf betalen en het onderwijssysteem helpt ons ook niet. In Travnik is er een school waar de leerlingen voorbij de ingang gescheiden worden: Bosnische moslims en Bosnische Kroaten krijgen er elk een eigen onderwijsprogramma. Dat moet het verschrikkelijkste voorbeeld van apartheid in de moderne geschiedenis van Europa zijn! Die kinderen willen samen zijn, maar worden gescheiden door het politiek systeem. In diezelfde stad zijn wel al twee voetbalclubs één geworden. In Vitez trainen een club van Bosnische moslims en één van Bosnische Kroaten al op hetzelfde veld en wordt er over een fusie gesproken worden. Maar op tv verneem je dat dus niet. Hopelijk zal dat veranderen. De WK-kwalificatie is alleszins een uitstekende zaak. Mensen verdienen momenten waarop ze hun energie in vreugde kunnen uitdrukken. Die moesten ze veel te lang missen."

Veelbetekenend is dat in het stadscentrum nog altijd souvenirs verkocht worden van de Olympische Winterspelen 1984 in Sarajevo. Dat was de laatste keer dat de Bosniërs en hun hoofdstad op een positieve manier in de internationale belangstelling kwamen. Dertig jaar later zal het weer zover zijn. Trams zijn er nu al beschilderd met gelukwensen voor het WK 2014 in Brazilië.

Christian Vandenabeele
© Christian Vandenabeele

Voetbal is er altijd al een sterke kracht geweest. Zelfs tijdens de oorlog werd er gesjot, in een tijd dat het leven zich vooral ondergronds en in schuilplaatsen afspeelde en dat op straat komen de 'Sarajevo roulette' werd genoemd. In 1993 werd er zelfs een nieuwe club gesticht: Olympic, momenteel een van de vier eersteklassers uit de hoofdstad. De Bosniërs zijn destijds ook altijd goed vertegenwoordigd geweest in de nationale ploeg van Joegoslavië. Een van hen was Faruk Hadzibegic. De van Sarajevo afkomstige centrale verdediger miste op het WK 1990 in Italië in de kwartfinale tegen Argentinië de beslissende penalty. Er wordt beweerd dat mocht die bal wel zijn binnengegaan de Socialistische Federale Republiek Joegoslavië nooit uiteen zou zijn gevallen. Het is een boutade, maar het zegt veel over het belang van het voetbal.

Heimwee

Door de problemen voorafgaand aan en vooral tijdens de oorlog vluchtten veel mensen het land uit. De kern van de huidige nationale ploeg wordt gevormd door de oorlogsgeneratie en bijna alle basisspelers groeiden op in het buitenland. Ook in andere nationale ploegen duiken zonen van Bosnische vluchtelingen op. Bij Kroatië vooral, zoals David Srna, Ivan Rakitic, Mateo Kovacic, Dejan Lovren, Vedran Corluka en Josip Simunic. Maar ook onder meer bij Servië (Neven Subotic) en Zweden (Zlatan Ibrahimovic). Eind vorige eeuw was er bij België Gordan Vidovic, samen met Mario Stanic en Suad Katana gevlucht uit Sarajevo in 1992. De grote uitzondering is Edin Dzeko, sterspeler van deze generatie. Hij overleefde op het thuisfront. Er zouden zelfs foto' s bestaan waarop te zien is dat hij na de oorlog als negenjarige jongen het veld van het Grbavicastadion helpt opruimen.

Vluchten loonde de moeite. Een van de vele monumenten in Sarajevo herdenkt de bijna 1600 kinderen die toen gedood werden. Bijna vier jaar lang, 11825 dagen, werd de stad omsingeld en vanuit de omliggende bergen belegerd door de door het Servische volksleger gesteunde Bosnische Serviërs. Gemiddeld vielen er toen dagelijks 329 granaten op de stad. In de binnenstad herinnert het standbeeld waarop de 'Multicultural Man' een gesplitte aardbol samenhoudt er ons aan dat er zonder multiculturaliteit geen toekomst is. Binnen een straal van een paar honderd meter kom je er een moskee tegen, een synagoge, een kathedraal en een orthodoxe kerk. Toen we er 's middags om twaalf uur voorbijkwamen, mengde het geluid van kerkklokken zich met moskeegezangen. Maar bijgebleven zijn ons toch vooral gedenkplaten in gevels, onder meer deze aan het bloedbad dat op 27 mei 1992 aangericht werd in een rij wachtenden aan een bakkerij en dat aan 26 mensen het leven kostte. Alsook de vele Sarajevo Roses, met rode verf gevulde granaatinslagen op plaatsen waar mensen op straat stierven. Evenals het voetbalveld dat moest verdwijnen om plaats te maken voor een gevoelige uitbreiding van het kerkhof in de buurt van het Olympisch Stadion.

In de oriëntaalse buurt van het historisch stadscentrum houdt een oude bekende van het Belgisch voetbal een restaurantje open. Tarik Hodzic speelde van 1979 tot 1982 in de spits bij FC Luik. Hij verwelkomt ons met het supporterslied 'Allez Liégeois!' en wijst ons op een foto aan de muur waarop hij scoort tegen Beerschot. Maar de huidige realiteit is minder leuk. Eens hij tot rust is gekomen en is gaan zitten, spreekt uit zijn woorden heimwee naar het Joegoslavië van Tito en het "mooie voetballand" dat zijn vaderland toen was. "De mensen waren wel vrij arm, maar iedereen werkte en had een appartement. Kinderen konden hun talent ontwikkelen op straat en in de uitstekende sportvoorzieningen die er toen waren. Nu zijn het de kinderen van wie de ouders geld geven aan de trainer die mogen meedoen." Hij studeerde sociologie aan de universiteit van Sarajevo, maar toch begrijpt hij niet wat er de laatste decennia allemaal gebeurt, zegt hij. "Duizend jaar leefden we hier allemaal samen, Bosnische moslims, Kroatische katholieken en Serviërs orthodoxen. Maar nu... zijn veel mensen veranderd. De shock van de oorlog en de economische crisis maakt dat haast niemand nog werkt. Ik zie vooral koffie drinken en sigaretten roken."

Verdraagzaamheid

De kern van de nationale ploeg wordt gevormd door de oorlogsgeneratie en bijna alle basisspelers groeiden op in het buitenland

FK Zeljeznicar Sarajevo tegen FK Borac uit Banja Luka is een risicowedstrijd. Het is de eerste in de stand tegen de tweede; en het is de topclub uit de hoofdstad van het land en van de entiteit Federatie van Bosnië en Herzegovina tegen de topclub uit de hoofdstad van de entiteit Servische Republiek. Voor de aftrap raken we in gesprek met een man in een rolstoel. Zijn linkerbeen is geamputeerd en zijn linkerarm verlamd. Hij draagt een muts en een sjaal van de thuisploeg en vertelt ons dat hij officier is geweest in het Bosnische leger en dat hij zijn ouders, zijn vrouw, zijn zus en een broer verloor. "Mijn drie grote liefdes zijn Tito, Bosnië & Herzegovina en Zeljeznicar", zegt hij. "Alle drie multicultureel." Hij wijst op een publiciteitsbord aan de overkant van het veld waarop 'tolerantia' staat. Verdraagzaamheid. "Unicef steunt deze club, het is de enige in ex-Joegoslavië."

Maar niet iedereen hecht daar evenveel belang aan. De eerste helft is al een eind gevorderd wanneer de politie langs een achterpoortje een honderdtal supporters van de bezoekers binnenleidt en plots de hel losbarst. De ene vuurpijl na de andere wordt afgeschoten, de wedstrijd moet worden stilgelegd en de Ultras worden door met schilden gewapende politieagenten langs datzelfde achterpoortje het stadion weer buitengeleid. Wanneer de rust is hersteld, het vuur gedoofd, de rook getrokken en de match hervat, wordt de harde kern van FK Borac weer langs dezelfde weg binnengeleid. Maar dit keer wordt hij op grotere afstand van de spionkop van de thuisploeg een plaats gegeven op de gradins langs de zijkant.

Een van de fotografen achter het doel legt ons uit dat de aanhang van de bezoekers ultranationalistisch is en in zijn gezangen al het bloedbad in Srebrenica verheerlijkte _ daar maakten Bosnische Serviërs op 11 juli 1995 tussen de zeven- en de achtduizend moslims af. Hij noemt het een gevaarlijke cocktail van nationalisme met hooliganisme. "Maar er zijn ook grote clashes tussen fans als FK Sarajevo hier komt spelen, tussen twee clubs die grotendeels uit Bosnische moslims zijn samengesteld. Veel meer dan tegen Slavia Sarajevo, een Servische club, of tegen NK ¦iroki Brijeg, een club die alleen met katholieken speelt. Het gaat om confrontaties tussen extreme voetbalsupportersgroepen. De gemiddelde burgers menen het goed met elkaar. Er is tegenwoordig een vrij normaal verkeer van jonge mensen tussen Sarajevo, Mostar en Banja Luka, de drie belangrijkste steden van de drie gemeenschappen. Vergeet niet dat het tot in 2002 duurde vooraleer clubs van Bosnische moslims, Bosnische Kroaten en Bosnische Serviërs in één competitie speelden."

Angst

Muhamed is aanhanger van FK Zeljeznicar sinds 1989, toen zijn oom hem voor het eerst meenam naar het Grbavicastadion, en werkt al tien jaar als gids. Hij is moslim, maar niet praktiserend. "Zoals de meesten hier." Hij houdt van een sigaret en van een glas bier. "In de negentiende eeuw niet toevallig twee van de eerste industrieën in Sarajevo." (lacht) Eén iets in zijn land stemt hem optimistisch: de hervorming van de voetbalbond. Die bestaat nu uit één structuur, geleid door één voorzitter en niet langer door drie _ één voor de Bosnische moslims, één voor de Bosnische Serviërs en één voor de Bosnische Kroaten. Die verandering kwam er pas onder druk van de UEFA en de FIFA, die Bosnië & Herzegovina op 1 april 2011 een schorsing oplegden en verboden nog interlands te spelen. Daarmee slaagden ze erin de politieke greep op de voetbalbond te breken. Zonder aanpassing aan de statuten van de internationale voetbalbonden was een WK-kwalificatie niet mogelijk geweest. Een aantal internationals dreigde daarvoor al met een boycot indien de corrupte bondsofficials geen ontslag zouden namen. Intussen zitten de voormalige secretaris generaal Munib Usanovic en financieel directeur Miodrag Kures in de gevangenis voor het verduisteren van miljoenen. "Wie geselecteerd wou worden voor de nationale ploeg, moest betalen", zegt Muhamed. "Managers deden dat om de waarde van hun contractspelers te verhogen. Er is geen land dat sinds 1996 al zoveel verschillende spelers opriep als Bosnië & Herzegovina."

Christian Vandenabeele
© Christian Vandenabeele

Hij benadrukt het belang van Elvedin Begic, de nieuwe, unitaire bondsvoorzitter. "Onder zijn leiding is de atmosfeer rond de nationale ploeg verbeterd en met de steun van UEFA en FIFA kwam er in Zenica een nieuw trainingscomplex." Het grootste pijnpunt blijft de nationale voetbalcompetitie. "De infrastructuur is slecht, de toiletten zijn zelfs walgelijk en het spelniveau is soms bedroevend. Maar de voorzitter beloofde ook de competitie te zullen aanpakken en hervormde al de arbitrage. De corruptie is veel verminderd. Voorheen was het bijna onmogelijk om een uitmatch te winnen. Met Telekom is er nu ook een sponsor die per speeldag drie wedstrijden rechtstreeks uitzendt. Er is een goeie evolutie. De teams worden meer en meer gemixt, onder spelers is er geen probleem. Het grootste probleem situeert zich in de tribunes en dat zal maar verbeteren eens de situatie in het land verbetert. Uit eigenbelang willen de nationalistische partijen de mensen sinds de oorlog ten opzichte van elkaar in een angstveld houden. Er verandert niets en het volk wordt apathisch. Slechts 42 procent zijn er de laatste keer gaan stemmen en 70 procent van de jongeren wil het land verlaten. Het werkloosheidscijfer is het hoogste van Europa. Het gemiddeld maandelijks inkomen bedraagt slecht 840 Bosnische Mark (ongeveer 420 euro, nvdr) en 30 procent zit rond de armoedegrens. Toekomst is er alleen als de politiek het voorbeeld van de evolutie van de voetbalbond volgt. Maar momenteel worden we nog bestuurd door wat wij noemen de Onheilige Drievuldigheid."

Tijd

In café Imperijal in de Marshall Titostraat treffen we ministerieel ambtenaar Zoran Perkovic, assistent van de minister van Buitenlandse Zaken. De zaak is gelegen op een meter of vijftig van de Eeuwige Vlam, het gedenkteken voor de slachtoffers tijdens de bezetting van de stad door de Nazi's in de Tweede Wereldoorlog. Het is op het balkon boven dat monument dat op 15 oktober de spelers van de nationale ploeg na de WK-kwalificatie in Litouwen om twee uur 's nachts verschenen om een menigte van tienduizenden uitzinnige B&H-fanatici te groeten. Hier is het ook dat op 6 april van vorig jaar de indrukwekkende herdenkingsplechtigheid voor de 11541 burgers die stierven tijdens het Beleg van Sarejevo plaatsgreep met een concert voor een 'publiek' van 11541 lege rode stoelen.

Zoran Perkovic, een Bosnische Kroaat, verwacht in Brazilië minstens vijf- tot zevenduizend BHFanaticos, van wie de helft afkomstig uit het buitenland _ de VS, Canada en Australië vooral. De grondtoon van zijn analyse van de situatie in Bosnië & Herzegovina is gematigd optimistisch. "Drie vierden van ons team bestaat momenteel uit Bosnische moslims, maar noem mij één Kroaat of een Serviër die erbij moet zijn en er niet bij is? Er zijn er geen. Velen van hen kozen tot nu toe te spelen voor Kroatië en Servië. Dat deden ze hoofdzakelijk om twee redenen. Ten eerste omdat die landen hoger aangeschreven waren, het statuut van international daar aantrekkelijker was en onder meer financieel betere contracten opleverde bij Europese clubs. Ten tweede omdat ons voetbal slecht georganiseerd was. Aan de top van onze voetbalbond stonden criminelen."

Alles is aan het evolueren, merkt hij. "Sinds het Verdrag van Dayton, dat een einde maakte aan de Bosnische Oorlog, is de opinie in de hoofden van de mensen veranderd. Ik herinner mij dat ik destijds in mijn geboortedorp op café een oefenwedstrijd tegen Denemarken volgde en dat van de tachtig aanwezigen er maar vijf waren die wilden dat Bosnië & Herzegovina zou winnen. Twee jaar geleden keek ik daar naar een wedstrijd tegen Griekenland en supporterden negentig procent van de aanwezigen voor onze nationale ploeg. Ik hoor dat in de Servische gemeenschap hetzelfde proces aan de gang is, maar daar gaat het trager. Misschien moet de opvolger van bondscoach Safet Susic een Bosnische Serviër zijn. Dusan Bajevic lijkt mij een ernstige kandidaat. Hij is afkomstig van Mostar, is Joegoslavisch international geweest, is een persoon met autoriteit én een gentleman."

Bosnië & Herzegovina heeft drie staatshoofden. De hervorming die de voetbalbond onder internationale druk onderging, is in de politiek nog niet voor morgen, zegt Perkovic. "De Europese Unie heeft daarvoor niet genoeg autoriteit. Misschien de VS wel. Misschien komt er in de toekomst een symbolische president zoals in Duitsland. Op dit moment is het systeem om op staatsniveau beslissingen voor te bereiden heel complex. Voor alle belangrijke beslissingen is er consensus nodig. Als er één van de drie gemeenschappen neen zegt is het neen. Dat is de reden dat het Nationaal Museum al meer dan een jaar gesloten is. De Serviërs zeggen: wij zijn niet geïnteresseerd in een museum in Sarajevo. Dus wordt het niet meer gesubsidieerd en gaat het dicht. Het is elk voor zich."

Het verleden kan ook nog niet afgerond worden. Vorige maand werd in het noordwesten van het land weer een massagraf gevonden met om en bij de duizend lijken van Bosnische moslims en Bosnische Kroaten. "Dat is onze realiteit", zegt Perkovic. "We zijn nog niet klaar met het coveren van alle slechte dingen van de oorlog. Duizenden familieleden wachten nog op de resultaten van de identificatie van de beenderen van die doden. Als je nu met het verhaal van het nieuwe Bosnië komt, is dat heel moeilijk in het hoofd van die mensen te krijgen. Ik geloof in de toekomst van dit land, maar er is tijd nodig."

Hoop

De man die ons naar de luchthaven brengt, is niet in vorm. Een doffe blik in de ogen verraadt depressiviteit. Aanvankelijk komt er ook amper een woord uit. Maar na enkele vragen lucht hij toch zijn hart. De oorlog maakte voor hem alles kapot, vertelt hij. Hij raakte zijn vrouw en zijn job kwijt, en zijn rechterbeen is niet meer wat het geweest is. Tijdens het rijden stroopt hij zijn rechterbroekspijp op en toont drie putten boven zijn knie - "from bullets" - en een met wild vlees dichtgegroeide snede op zijn kuit. Maar het grootste probleem zit in zijn hoofd. Hij is vijftig jaar en een oude man, vindt hij. Alle hoop is opgegeven. Beterschap verwacht hij niet meer, althans niet in dit leven. Wanneer we hem vragen wie of wat hem toch nog gelukkig zou kunnen maken, verschijnt er zowaar een glimlach op zijn gezicht. "Misschien Bosnië in Brazilië."

De nationale ploeg van héél het land

Onze afspraak met Elvedin Begic dreigt in het water te vallen. De voorzitter van de voetbalbond is ook directeur van de luchthaven van Sarajevo en een druk bezet man. Maar uiteindelijk komt hij ons nog de avond voor ons vertrek in ons hotel opzoeken in het gezelschap van teammanager en competitiedirecteur Elmir Pilav. Hij is een Bosnische moslim en zijn twee assistenten zijn een Bosnische Kroaat en een Bosnische Serviër. "We hebben dezelfde visie", zegt hij. "We dienen het belang van het voetbal en willen als een team samenwerken om vertrouwen te creëren tussen de drie gemeenschappen. Administratief en financieel schiepen we met de nieuwe mensen aan de top orde. We wonnen het vertrouwen terug van de sponsors en ook van de UEFA en de FIFA, bij wie we al enkele projecten indienden. Drie jaar geleden waren ze bang om geld te geven, omdat ze vreesden dat het in de zakken van toenmalige bondsmensen zou verdwijnen. Nu willen andere sportorganisaties, zoals de basketbond en het olympisch comité, onze structuur kopiëren. Met de positieve energie die de nationale ploeg teweegbrengt, willen we proberen veranderingen in onze competitie door te voeren, projecten op te zetten met sponsors, clubs en lokale gemeenschappen om infrastructuur te verbeteren en het jeugdvoetbal een impuls te geven."

De arbitrage is er al op vooruitgegaan sinds de ondertekening van de UEFA Referee Convention on Education and Organisation, zegt Elmir Pilav, die zelf internationaal scheidsrechter is. "Matchfixing kan je nooit helemaal uitsluiten, maar in drie jaar is de situatie wel compleet veranderd. Door scheidsrechters anders op te leiden en door voorbeelden te stellen met disciplinaire sancties tegenover sommigen. De gemiddelde leeftijd is gedaald. Van zij die in het verleden iets verdachts deden, staan er niet veel meer op de lijst. Er zijn zich enkele heel ambitieuze jongeren aan het manifsteren. Klachten van bewuste fouten zijn er momenteel niet meer."

"We proberen ook het beeld te veranderen dat onze nationale ploeg alleen maar de ploeg zou zijn van de Bosnische moslims", besluit Begic. "Veel jeugdspelers van Bosnische afkomst die de voorbije jaren voor Kroatië of Servië kozen, drukten al de wens uit om voor ons te spelen. Dat is een betekenisvolle stap. In onze laatste thuismatch escorteerden kinderen van verschillende Bosnische gemeenschappen de spelers. Drie jaar geleden zouden Serviërs dat niet aangedurfd hebben. Nu zijn ze er trots op. Dat geeft ons hoop en de kracht om die politiek voort te zetten."

Er loopt zowaar een Belg tussen. Yani Urdinov is geboren in Vilvoorde en voetbalde nog bij de jeugd van KV Mechelen en met onder meer Eden Hazard bij de nationale U16-ploeg. Het is min 5 graden Celsius, er is 25 centimeter sneeuw gevallen en tegen een achtergrond van vale, pastelkleurige appartementenblokken met opvallende sporen van kalashnikovkogels en granaatinslagen bereidt FK Zeljeznicar de wedstrijd tegen FK Borac voor. Dit is een buurt waar de Bosnische burgeroorlog hevig woedde en dat is ook het Grbavicastadion nog aan te zien. Aan de renovatie is toen een einde gekomen. Er staat maar één fatsoenlijke tribune overeind.In het café er rechtover worden er sigaretten gerookt, koffies gedronken, kranten gelezen en twee onderwerpen besproken: voetbal en politiek. Maar wanneer we aan een tafeltje met Armin Colakovic, journalist bij TV Pink BH, en Sead Zukanovic, vader van Bosnisch international en AA Gentspeler Ervin Zukanovic, onze bandrecorder bovenhalen, gaat het aanvankelijk alleen nog over voetbal.Colakovic: "Ik ben een sportjournalist, ik praat over sport. Mocht ik over politiek praten, dan zou ik problemen kunnen krijgen."Zijn job kwijtraken? Op een dag een pistool tegen zijn slaap voelen? Bosnië & Herzegovina is complex. De gruwel van de oorlog is niet vergeten en nationalistische politici van de drie grote etniciteiten houden het verscheurde land verdeeld.Colakovic: "Ivo Andric, winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur in 1961, zei ooit: 'Waar de logica stopt, begint Bosnië.' We zijn zéér gecompliceerd."Zukanovic: "Maar we moeten de waarheid spreken. Alles is hier politiek en negentig procent van onze politici zijn nog dezelfde als twintig jaar geleden. Ze steken veel geld in hun zakken en geven anderen de schuld van alle problemen. De mensen zijn oké, maar politici vergiftigen hun geest. Het succes van onze nationale ploeg zal hen toelaten hun miserie voor enkele maanden te vergeten, maar meer niet."De WK-kwalificatie van Bosnië & Herzegovina werd ook vooral door de Bosnische moslims gevierd. De Bosnische Kroaten zijn supporter van Kroatië, de Bosnische Serviërs van Servië. Colakovic: "Maar de meesten zullen naar onze wedstrijden kijken en ons steunen, zelfs de Bosnische Serviërs."Zukanovic: "Ik hoop het, maar ik geloof het niet."Colakovic: "Het probleem is dat ze nog niet luidop durven te zeggen dat ze van het land houden waarin ze leven. Daar is tijd voor nodig. Of een nieuwe oorlog, nu we er wél klaar voor zijn!" (hilariteit) Op de derde verdieping van een woonblok in de residentiële buurt Dobrinja ontmoeten we ex-profvoetballer Esad Had¸ijusufovi? en zijn twee assistenten, Vildana Delalic en Goran Brbora, van Open Fun Football Schools. We bevinden ons in het meest gebombardeerde stadsdeel. Zo vielen er hier in 1993 bij een Servische mortieraanval tijdens een voetbalwedstrijd dertien doden en een honderddertigtal gewonden. Tweehonderd meter van de plaats van afspraak staat een bord: welkom in de Servische Republiek. Dat is de entiteit die samen met de Federatie van Bosnië en Herzegovina de staat Bosnië & Herzegovia vormt. Wat verderop ligt het stadion van Slavia Sarajevo, de club van de Bosnische Serviërs in Sarajevo.Sinds 1998 organiseert Had¸ijusufovi? volgens democratische principes Open Fun Football Schools waarin de drie etnische groepen vertegenwoordigd zijn. Intussen bereikte hij daarmee al meer dan honderdduizend kinderen, werd er een netwerk van zesduizend vrijwilligers opgebouwd, is de impact van het initiatief op het jeugdvoetbal en het sociaal leven onmiskenbaar positief gebleken en werd het project al gelauwerd als het beste vredesprogramma ter wereld. Financiering gebeurt door de UEFA en andere buitenlandse donoren, maar van Bosnische autoriteiten kwam er nog niet één cent subsidie. "Dat is omdat die steun moet komen van politici met de wil, de macht en het geld om het tegenovergestelde te blijven doen van wat wij beogen: het land verdelen in plaats van het vertrouwen onder de mensen te herstellen en hen weer te verenigen. De nationale handbalploeg voor mindervaliden is al jaren wereldkampioen en krijgt ook niets. Dan hebben we het over mensen die armen en benen verloren om het land te verdedigen! Het kernprobleem in Bosnië & Herzegovina is dat de nationalistische partijen elkaar constant met de vinger wijzen en dat de manipulatie van de media absolute horror is. Wie geen werk en onvoldoende te eten heeft, krijgt te horen dat het de schuld is van de Serviërs. Er is een gebrek aan waarheid. Vraag de gemiddelde burger in elk van de drie gemeenschappen of het een probleem is om vriend te zijn met iemand van een andere etnische groep en het antwoord zal 'neen' zijn. Maar op televisie wordt er een totaal andere boodschap verspreid. Politici zorgen vooral voor zichzelf en de staat is bovendien zodanig georganiseerd dat het lijkt alsof er voor elke tien burgers één iemand voor de overheid werkt. Dat kost fortuinen. In sport wordt niet geïnvesteerd, op staatsniveau is er zelfs geen ministerie van Sport. Er zijn te weinig sportfaciliteiten, de ouders moeten alles zelf betalen en het onderwijssysteem helpt ons ook niet. In Travnik is er een school waar de leerlingen voorbij de ingang gescheiden worden: Bosnische moslims en Bosnische Kroaten krijgen er elk een eigen onderwijsprogramma. Dat moet het verschrikkelijkste voorbeeld van apartheid in de moderne geschiedenis van Europa zijn! Die kinderen willen samen zijn, maar worden gescheiden door het politiek systeem. In diezelfde stad zijn wel al twee voetbalclubs één geworden. In Vitez trainen een club van Bosnische moslims en één van Bosnische Kroaten al op hetzelfde veld en wordt er over een fusie gesproken worden. Maar op tv verneem je dat dus niet. Hopelijk zal dat veranderen. De WK-kwalificatie is alleszins een uitstekende zaak. Mensen verdienen momenten waarop ze hun energie in vreugde kunnen uitdrukken. Die moesten ze veel te lang missen."Veelbetekenend is dat in het stadscentrum nog altijd souvenirs verkocht worden van de Olympische Winterspelen 1984 in Sarajevo. Dat was de laatste keer dat de Bosniërs en hun hoofdstad op een positieve manier in de internationale belangstelling kwamen. Dertig jaar later zal het weer zover zijn. Trams zijn er nu al beschilderd met gelukwensen voor het WK 2014 in Brazilië.Voetbal is er altijd al een sterke kracht geweest. Zelfs tijdens de oorlog werd er gesjot, in een tijd dat het leven zich vooral ondergronds en in schuilplaatsen afspeelde en dat op straat komen de 'Sarajevo roulette' werd genoemd. In 1993 werd er zelfs een nieuwe club gesticht: Olympic, momenteel een van de vier eersteklassers uit de hoofdstad. De Bosniërs zijn destijds ook altijd goed vertegenwoordigd geweest in de nationale ploeg van Joegoslavië. Een van hen was Faruk Hadzibegic. De van Sarajevo afkomstige centrale verdediger miste op het WK 1990 in Italië in de kwartfinale tegen Argentinië de beslissende penalty. Er wordt beweerd dat mocht die bal wel zijn binnengegaan de Socialistische Federale Republiek Joegoslavië nooit uiteen zou zijn gevallen. Het is een boutade, maar het zegt veel over het belang van het voetbal.Door de problemen voorafgaand aan en vooral tijdens de oorlog vluchtten veel mensen het land uit. De kern van de huidige nationale ploeg wordt gevormd door de oorlogsgeneratie en bijna alle basisspelers groeiden op in het buitenland. Ook in andere nationale ploegen duiken zonen van Bosnische vluchtelingen op. Bij Kroatië vooral, zoals David Srna, Ivan Rakitic, Mateo Kovacic, Dejan Lovren, Vedran Corluka en Josip Simunic. Maar ook onder meer bij Servië (Neven Subotic) en Zweden (Zlatan Ibrahimovic). Eind vorige eeuw was er bij België Gordan Vidovic, samen met Mario Stanic en Suad Katana gevlucht uit Sarajevo in 1992. De grote uitzondering is Edin Dzeko, sterspeler van deze generatie. Hij overleefde op het thuisfront. Er zouden zelfs foto' s bestaan waarop te zien is dat hij na de oorlog als negenjarige jongen het veld van het Grbavicastadion helpt opruimen.Vluchten loonde de moeite. Een van de vele monumenten in Sarajevo herdenkt de bijna 1600 kinderen die toen gedood werden. Bijna vier jaar lang, 11825 dagen, werd de stad omsingeld en vanuit de omliggende bergen belegerd door de door het Servische volksleger gesteunde Bosnische Serviërs. Gemiddeld vielen er toen dagelijks 329 granaten op de stad. In de binnenstad herinnert het standbeeld waarop de 'Multicultural Man' een gesplitte aardbol samenhoudt er ons aan dat er zonder multiculturaliteit geen toekomst is. Binnen een straal van een paar honderd meter kom je er een moskee tegen, een synagoge, een kathedraal en een orthodoxe kerk. Toen we er 's middags om twaalf uur voorbijkwamen, mengde het geluid van kerkklokken zich met moskeegezangen. Maar bijgebleven zijn ons toch vooral gedenkplaten in gevels, onder meer deze aan het bloedbad dat op 27 mei 1992 aangericht werd in een rij wachtenden aan een bakkerij en dat aan 26 mensen het leven kostte. Alsook de vele Sarajevo Roses, met rode verf gevulde granaatinslagen op plaatsen waar mensen op straat stierven. Evenals het voetbalveld dat moest verdwijnen om plaats te maken voor een gevoelige uitbreiding van het kerkhof in de buurt van het Olympisch Stadion.In de oriëntaalse buurt van het historisch stadscentrum houdt een oude bekende van het Belgisch voetbal een restaurantje open. Tarik Hodzic speelde van 1979 tot 1982 in de spits bij FC Luik. Hij verwelkomt ons met het supporterslied 'Allez Liégeois!' en wijst ons op een foto aan de muur waarop hij scoort tegen Beerschot. Maar de huidige realiteit is minder leuk. Eens hij tot rust is gekomen en is gaan zitten, spreekt uit zijn woorden heimwee naar het Joegoslavië van Tito en het "mooie voetballand" dat zijn vaderland toen was. "De mensen waren wel vrij arm, maar iedereen werkte en had een appartement. Kinderen konden hun talent ontwikkelen op straat en in de uitstekende sportvoorzieningen die er toen waren. Nu zijn het de kinderen van wie de ouders geld geven aan de trainer die mogen meedoen." Hij studeerde sociologie aan de universiteit van Sarajevo, maar toch begrijpt hij niet wat er de laatste decennia allemaal gebeurt, zegt hij. "Duizend jaar leefden we hier allemaal samen, Bosnische moslims, Kroatische katholieken en Serviërs orthodoxen. Maar nu... zijn veel mensen veranderd. De shock van de oorlog en de economische crisis maakt dat haast niemand nog werkt. Ik zie vooral koffie drinken en sigaretten roken."FK Zeljeznicar Sarajevo tegen FK Borac uit Banja Luka is een risicowedstrijd. Het is de eerste in de stand tegen de tweede; en het is de topclub uit de hoofdstad van het land en van de entiteit Federatie van Bosnië en Herzegovina tegen de topclub uit de hoofdstad van de entiteit Servische Republiek. Voor de aftrap raken we in gesprek met een man in een rolstoel. Zijn linkerbeen is geamputeerd en zijn linkerarm verlamd. Hij draagt een muts en een sjaal van de thuisploeg en vertelt ons dat hij officier is geweest in het Bosnische leger en dat hij zijn ouders, zijn vrouw, zijn zus en een broer verloor. "Mijn drie grote liefdes zijn Tito, Bosnië & Herzegovina en Zeljeznicar", zegt hij. "Alle drie multicultureel." Hij wijst op een publiciteitsbord aan de overkant van het veld waarop 'tolerantia' staat. Verdraagzaamheid. "Unicef steunt deze club, het is de enige in ex-Joegoslavië."Maar niet iedereen hecht daar evenveel belang aan. De eerste helft is al een eind gevorderd wanneer de politie langs een achterpoortje een honderdtal supporters van de bezoekers binnenleidt en plots de hel losbarst. De ene vuurpijl na de andere wordt afgeschoten, de wedstrijd moet worden stilgelegd en de Ultras worden door met schilden gewapende politieagenten langs datzelfde achterpoortje het stadion weer buitengeleid. Wanneer de rust is hersteld, het vuur gedoofd, de rook getrokken en de match hervat, wordt de harde kern van FK Borac weer langs dezelfde weg binnengeleid. Maar dit keer wordt hij op grotere afstand van de spionkop van de thuisploeg een plaats gegeven op de gradins langs de zijkant. Een van de fotografen achter het doel legt ons uit dat de aanhang van de bezoekers ultranationalistisch is en in zijn gezangen al het bloedbad in Srebrenica verheerlijkte _ daar maakten Bosnische Serviërs op 11 juli 1995 tussen de zeven- en de achtduizend moslims af. Hij noemt het een gevaarlijke cocktail van nationalisme met hooliganisme. "Maar er zijn ook grote clashes tussen fans als FK Sarajevo hier komt spelen, tussen twee clubs die grotendeels uit Bosnische moslims zijn samengesteld. Veel meer dan tegen Slavia Sarajevo, een Servische club, of tegen NK ¦iroki Brijeg, een club die alleen met katholieken speelt. Het gaat om confrontaties tussen extreme voetbalsupportersgroepen. De gemiddelde burgers menen het goed met elkaar. Er is tegenwoordig een vrij normaal verkeer van jonge mensen tussen Sarajevo, Mostar en Banja Luka, de drie belangrijkste steden van de drie gemeenschappen. Vergeet niet dat het tot in 2002 duurde vooraleer clubs van Bosnische moslims, Bosnische Kroaten en Bosnische Serviërs in één competitie speelden."Muhamed is aanhanger van FK Zeljeznicar sinds 1989, toen zijn oom hem voor het eerst meenam naar het Grbavicastadion, en werkt al tien jaar als gids. Hij is moslim, maar niet praktiserend. "Zoals de meesten hier." Hij houdt van een sigaret en van een glas bier. "In de negentiende eeuw niet toevallig twee van de eerste industrieën in Sarajevo." (lacht) Eén iets in zijn land stemt hem optimistisch: de hervorming van de voetbalbond. Die bestaat nu uit één structuur, geleid door één voorzitter en niet langer door drie _ één voor de Bosnische moslims, één voor de Bosnische Serviërs en één voor de Bosnische Kroaten. Die verandering kwam er pas onder druk van de UEFA en de FIFA, die Bosnië & Herzegovina op 1 april 2011 een schorsing oplegden en verboden nog interlands te spelen. Daarmee slaagden ze erin de politieke greep op de voetbalbond te breken. Zonder aanpassing aan de statuten van de internationale voetbalbonden was een WK-kwalificatie niet mogelijk geweest. Een aantal internationals dreigde daarvoor al met een boycot indien de corrupte bondsofficials geen ontslag zouden namen. Intussen zitten de voormalige secretaris generaal Munib Usanovic en financieel directeur Miodrag Kures in de gevangenis voor het verduisteren van miljoenen. "Wie geselecteerd wou worden voor de nationale ploeg, moest betalen", zegt Muhamed. "Managers deden dat om de waarde van hun contractspelers te verhogen. Er is geen land dat sinds 1996 al zoveel verschillende spelers opriep als Bosnië & Herzegovina."Hij benadrukt het belang van Elvedin Begic, de nieuwe, unitaire bondsvoorzitter. "Onder zijn leiding is de atmosfeer rond de nationale ploeg verbeterd en met de steun van UEFA en FIFA kwam er in Zenica een nieuw trainingscomplex." Het grootste pijnpunt blijft de nationale voetbalcompetitie. "De infrastructuur is slecht, de toiletten zijn zelfs walgelijk en het spelniveau is soms bedroevend. Maar de voorzitter beloofde ook de competitie te zullen aanpakken en hervormde al de arbitrage. De corruptie is veel verminderd. Voorheen was het bijna onmogelijk om een uitmatch te winnen. Met Telekom is er nu ook een sponsor die per speeldag drie wedstrijden rechtstreeks uitzendt. Er is een goeie evolutie. De teams worden meer en meer gemixt, onder spelers is er geen probleem. Het grootste probleem situeert zich in de tribunes en dat zal maar verbeteren eens de situatie in het land verbetert. Uit eigenbelang willen de nationalistische partijen de mensen sinds de oorlog ten opzichte van elkaar in een angstveld houden. Er verandert niets en het volk wordt apathisch. Slechts 42 procent zijn er de laatste keer gaan stemmen en 70 procent van de jongeren wil het land verlaten. Het werkloosheidscijfer is het hoogste van Europa. Het gemiddeld maandelijks inkomen bedraagt slecht 840 Bosnische Mark (ongeveer 420 euro, nvdr) en 30 procent zit rond de armoedegrens. Toekomst is er alleen als de politiek het voorbeeld van de evolutie van de voetbalbond volgt. Maar momenteel worden we nog bestuurd door wat wij noemen de Onheilige Drievuldigheid."In café Imperijal in de Marshall Titostraat treffen we ministerieel ambtenaar Zoran Perkovic, assistent van de minister van Buitenlandse Zaken. De zaak is gelegen op een meter of vijftig van de Eeuwige Vlam, het gedenkteken voor de slachtoffers tijdens de bezetting van de stad door de Nazi's in de Tweede Wereldoorlog. Het is op het balkon boven dat monument dat op 15 oktober de spelers van de nationale ploeg na de WK-kwalificatie in Litouwen om twee uur 's nachts verschenen om een menigte van tienduizenden uitzinnige B&H-fanatici te groeten. Hier is het ook dat op 6 april van vorig jaar de indrukwekkende herdenkingsplechtigheid voor de 11541 burgers die stierven tijdens het Beleg van Sarejevo plaatsgreep met een concert voor een 'publiek' van 11541 lege rode stoelen.Zoran Perkovic, een Bosnische Kroaat, verwacht in Brazilië minstens vijf- tot zevenduizend BHFanaticos, van wie de helft afkomstig uit het buitenland _ de VS, Canada en Australië vooral. De grondtoon van zijn analyse van de situatie in Bosnië & Herzegovina is gematigd optimistisch. "Drie vierden van ons team bestaat momenteel uit Bosnische moslims, maar noem mij één Kroaat of een Serviër die erbij moet zijn en er niet bij is? Er zijn er geen. Velen van hen kozen tot nu toe te spelen voor Kroatië en Servië. Dat deden ze hoofdzakelijk om twee redenen. Ten eerste omdat die landen hoger aangeschreven waren, het statuut van international daar aantrekkelijker was en onder meer financieel betere contracten opleverde bij Europese clubs. Ten tweede omdat ons voetbal slecht georganiseerd was. Aan de top van onze voetbalbond stonden criminelen."Alles is aan het evolueren, merkt hij. "Sinds het Verdrag van Dayton, dat een einde maakte aan de Bosnische Oorlog, is de opinie in de hoofden van de mensen veranderd. Ik herinner mij dat ik destijds in mijn geboortedorp op café een oefenwedstrijd tegen Denemarken volgde en dat van de tachtig aanwezigen er maar vijf waren die wilden dat Bosnië & Herzegovina zou winnen. Twee jaar geleden keek ik daar naar een wedstrijd tegen Griekenland en supporterden negentig procent van de aanwezigen voor onze nationale ploeg. Ik hoor dat in de Servische gemeenschap hetzelfde proces aan de gang is, maar daar gaat het trager. Misschien moet de opvolger van bondscoach Safet Susic een Bosnische Serviër zijn. Dusan Bajevic lijkt mij een ernstige kandidaat. Hij is afkomstig van Mostar, is Joegoslavisch international geweest, is een persoon met autoriteit én een gentleman."Bosnië & Herzegovina heeft drie staatshoofden. De hervorming die de voetbalbond onder internationale druk onderging, is in de politiek nog niet voor morgen, zegt Perkovic. "De Europese Unie heeft daarvoor niet genoeg autoriteit. Misschien de VS wel. Misschien komt er in de toekomst een symbolische president zoals in Duitsland. Op dit moment is het systeem om op staatsniveau beslissingen voor te bereiden heel complex. Voor alle belangrijke beslissingen is er consensus nodig. Als er één van de drie gemeenschappen neen zegt is het neen. Dat is de reden dat het Nationaal Museum al meer dan een jaar gesloten is. De Serviërs zeggen: wij zijn niet geïnteresseerd in een museum in Sarajevo. Dus wordt het niet meer gesubsidieerd en gaat het dicht. Het is elk voor zich."Het verleden kan ook nog niet afgerond worden. Vorige maand werd in het noordwesten van het land weer een massagraf gevonden met om en bij de duizend lijken van Bosnische moslims en Bosnische Kroaten. "Dat is onze realiteit", zegt Perkovic. "We zijn nog niet klaar met het coveren van alle slechte dingen van de oorlog. Duizenden familieleden wachten nog op de resultaten van de identificatie van de beenderen van die doden. Als je nu met het verhaal van het nieuwe Bosnië komt, is dat heel moeilijk in het hoofd van die mensen te krijgen. Ik geloof in de toekomst van dit land, maar er is tijd nodig."De man die ons naar de luchthaven brengt, is niet in vorm. Een doffe blik in de ogen verraadt depressiviteit. Aanvankelijk komt er ook amper een woord uit. Maar na enkele vragen lucht hij toch zijn hart. De oorlog maakte voor hem alles kapot, vertelt hij. Hij raakte zijn vrouw en zijn job kwijt, en zijn rechterbeen is niet meer wat het geweest is. Tijdens het rijden stroopt hij zijn rechterbroekspijp op en toont drie putten boven zijn knie - "from bullets" - en een met wild vlees dichtgegroeide snede op zijn kuit. Maar het grootste probleem zit in zijn hoofd. Hij is vijftig jaar en een oude man, vindt hij. Alle hoop is opgegeven. Beterschap verwacht hij niet meer, althans niet in dit leven. Wanneer we hem vragen wie of wat hem toch nog gelukkig zou kunnen maken, verschijnt er zowaar een glimlach op zijn gezicht. "Misschien Bosnië in Brazilië."