Het kan verkeren. Een paar jaar geleden, toen Jasper Van Der Heyden probeerde door te breken in de IJslandse tweede klasse, werkte Jenny Wardum als schoonheidsspecialiste in het grootste natuurlijke kuuroord op het eiland. Een Tinderontmoeting mondde uit in een relatie en het stel verhuisde naar de Faeröereilanden, waar Jenny oorspronkelijk vandaan komt. Hij werd er semiprofessioneel voetballer, zij ging aan de slag als garnalenvisser op een schip met een volledig mannelijke bemanning, in de Groenlandse Zee, bij temperaturen tot -40°C. Vissen is op de Faeröer een eeuwenoude traditie die van generatie op generatie wordt doorgegeven, soms van vader op dochter. Jenny hield het een jaar vol.
...

Het kan verkeren. Een paar jaar geleden, toen Jasper Van Der Heyden probeerde door te breken in de IJslandse tweede klasse, werkte Jenny Wardum als schoonheidsspecialiste in het grootste natuurlijke kuuroord op het eiland. Een Tinderontmoeting mondde uit in een relatie en het stel verhuisde naar de Faeröereilanden, waar Jenny oorspronkelijk vandaan komt. Hij werd er semiprofessioneel voetballer, zij ging aan de slag als garnalenvisser op een schip met een volledig mannelijke bemanning, in de Groenlandse Zee, bij temperaturen tot -40°C. Vissen is op de Faeröer een eeuwenoude traditie die van generatie op generatie wordt doorgegeven, soms van vader op dochter. Jenny hield het een jaar vol. Vandaag woont het koppel in Jenny's ouderlijk huis in Kollafjørdur, het langste dorp van de eilandenarchipel dat zich uitstrekt langs de weg naar Tórshavn, de hoofdstad. De bijna 26-jarige Jasper ontvangt ons op sokken en slippers in een keuken die naar koffie geurt. Zijn schoonvader geeft ons een handdruk die we niet snel zullen vergeten, vooraleer hij op zijn eentje gaat vissen. Jenny en Jasper kennen hun volgende bestemming nog niet. Hij heeft Azië in gedachten, zij heeft gewoon zin in iets anders. Maar eerst moet de jongen uit Zoersel zijn plaats als titularis bij KÍ Klaksvík waarmaken. Nadat hij half april een fraai doelpunt had gemaakt tegen ÍF Fuglafjørdur, bleef Jasper op de bank in de eilandderby tegen HB Tórshavn, de club met de meeste titels van heel Scandinavië. 'Ik was blij dat we aan het eind van de match een punt hadden, maar ik heb slecht geslapen.' Hij glimlacht. 'Ik heb het altijd moeilijk gevonden om te accepteren dat ik niet speelde.' Kende je die frustratie al als kind? Jasper Van Der Heyden: 'Ja. Bij Lierse, waar ik elf jaar speelde, had ik bij de U16 een Duitse coach die mij niet mocht, en ik mocht hem ook niet. Ik heb hem meteen gevraagd of ik bij het B-elftal mocht spelen. Dat heeft mijn carrière niet beïnvloed: een jaar later kwam ik terug in het A-elftal, en daarna sloeg ik heel snel de U19 en de U21 over om bij de reserven te spelen, waar ik topscorer was.'Je kwam bij de eerste ploeg op je zeventiende... Van Der Heyden: 'Onze trainer, Eric Van Meir, stond erom bekend dat hij jongeren een kans gaf. Ik maakte mijn debuut tegen Gent in play-off 2 in 2013. Later speelde ik dertig minuten tegen Club Brugge, terwijl mijn vader als T2 op de Brugse bank zat. Dat moment zal ik nooit vergeten. Ik woonde toen nog bij mijn ouders, dus mijn vader en ik waren voortdurend aan het bekvechten. Maar goed, bij een wedstrijd Lierse-Brugge weet je vooraf wie gaat winnen... We verloren met 4-1. Soms kijk ik nog eens naar de hoogtepunten van die wedstrijden.' Was je verrast dat je opgesteld werd? Van Der Heyden: 'Niet echt. Het was ook de periode waarin ik enkele matchen speelde met de nationale U18 op een toernooi in Rusland. Dat was een echte verrassing, want ik kwam net terug van een liesblessure. Het was een geweldige ervaring, maar ik had het gevoel dat ik niet echt deel uitmaakte van de groep: alle spelers kenden elkaar en waren gewend om samen te spelen. Ik dacht ook niet dat ik goed genoeg was om daar te staan, misschien miste ik een beetje zelfvertrouwen. In de eerste wedstrijd waarin ik startte, scoorde ik al na dertig seconden ( tegen Kazachstan, nvdr). Ik was erg blij, maar ik wist niet hoe ik het moest vieren omdat ik mijn teamgenoten niet goed kende. Ik wist niet naar wie ik moest lopen, dus vierde ik het maar een beetje op mezelf. ( lacht) Gelukkig kwamen er een paar jongens naar me toe.' Wat waren je plannen nadat je een paar wedstrijden in eerste klasse had gespeeld? Van Der Heyden: 'Aan het begin van het seizoen 2013/14 vertelde de club me dat ik tweede keus zou zijn na Dolly Menga. Toen hij zijn kruisbanden verrekte, zou ik zijn plaats innemen, maar de nieuwe coach, Stanley Menzo, bracht een andere vleugelspeler mee, Wanderson. Ik bleef trainen met de eerste ploeg, stopte zelfs met school om alle trainingen bij te wonen, maar ik speelde alleen met de reserves. Het was de tijd van de Egyptische voorzitter Maged Samy, die alle spelers van zijn academie bij Lierse plaatste. Als jongeren van de club wisten we dat we onze kans niet zouden krijgen, zelfs niet bij de reserven, waar bijna elke maand een hoop spelers van de academie arriveerden. Het waren goede spelers, technisch zeer sterk, maar ze konden geen doelpunten maken. Ze speelden de bal alleen maar rond en maakten de actie nooit af. Het was voor iedereen duidelijk dat Maged Samy ze binnenbracht om ze te verkopen en geld te verdienen aan zijn investering.' Daarna ging je naar eerste klasse B met Geel, naar derde klasse met Hoogstraten en zelfs naar tweede klasse amateurs met KFC Zwarte Leeuw. Hoe heb je die evolutie beleefd? Van Der Heyden: 'Eigenlijk begrijp ik nog steeds niet hoe dat is kunnen gebeuren: ik speelde voor het nationale U18-elftal, debuteerde in de eerste ploeg op mijn zeventiende en toonde dat ik op het hoogste niveau kon spelen. Ondanks dat alles kon ik geen club vinden. Eenmaal bij Zwarte Leeuw, nam ik me voor om op zoek te gaan naar een baan als ik aan het eind van het seizoen geen hogere divisie zou vinden. Toen kreeg mijn vader een e-mail van een Engelse coach, Gregg Ryder. Hij was actief bij Thróttur, een IJslandse D2-club in Reykjavik. Hij had wat video's van mij gezien die mijn vader op Youtube en Linkedin had gezet en vroeg of ik tien dagen wilde komen testen. De IJslandse D2 of de Belgische vierde klasse, daar hoef je niet lang over te twijfelen.' Waar verbleef je tijdens die tien dagen? Van Der Heyden: 'In een klein appartement op de begane grond van het huis van een van de leden van het management. Het was de eerste keer dat ik het alleen moest redden, in het buitenland, zonder mijn ouders om te koken. Ik at alleen maar sandwiches met kaas, 's morgens, 's middags en 's avonds. Op de dag van de testmatch vond ik dat ik iets substantiëlers in mijn maag moest hebben, dus trok ik naar een restaurant om een biefstuk met frieten te eten. ( lacht) Toen ik mijn contract tekende, deelde ik een appartement met twee Amerikaanse speelsters uit het vrouwenteam van de club. Dat heeft me geholpen: ik was niet alleen, we kookten samen, gingen het land ontdekken... Ik heb altijd al veel gereisd met mijn ouders, dus dat zit in mijn genen. Ik heb echt genoten van mijn leven in IJsland, er zijn veel dingen te doen. Als je wil, kun je elke dag een nieuwe warmwaterbron ontdekken...' Waarom ben je vertrokken uit IJsland? Van Der Heyden: 'Het was niet interessant om een contract te tekenen bij mijn club, die me minder bood dan wat ik al verdiende... Het was raar. Als ik dan toch in IJsland bleef, wilde ik in eerste klasse spelen, of op op zijn minst voor de promotie spelen in tweede klasse. Ik had contact met een club in Reykjavik, maar ze vroegen me om eerst een proef te doen. Dat vond ik belachelijk, want ze hadden me net twee seizoenen zien spelen. Ik ben er niet verder op ingegaan. Misschien heb ik een fout gemaakt door voor de Faeröer te kiezen, want de club in kwestie speelde het volgende seizoen kampioen. ( lacht) Eigenlijk was ik op vakantie op de Faeröer, bij mijn vriendin, en wilde ik gewoon fit blijven. Ik begon te trainen bij B36 Tórshavn, een van de grootste clubs in het land. Dat ging goed, maar de coach vertelde me uiteindelijk dat er geen geld meer was om me een contract te geven. Twee dagen later toonde AB Argir ( een district van de hoofdstad, nvdr.) belangstelling. Ik wist niet hoe ze me kenden, maar nieuws gaat snel hier. ( lacht) Ze hadden me blijkbaar een vriendschappelijke wedstrijd zien spelen en omdat ik niets anders had, ben ik naar daar gegaan. Ik had wel een optie in mijn contract dat ik kon vertrekken wanneer ik wilde.' Toen je op de Faeröer begon te spelen, ging je vriendin Jenny een paar maanden vissen op zee. Hoe was dat voor je? Van Der Heyden: 'Het was raar om dagelijks bij mijn schoonfamilie te wonen, zonder mijn vriendin. Ik keek veel Netflix en speelde PlayStation, maar ik ontdekte ook enkele lokale gewoonten. Op een dag was ik alleen thuis en hoorde ik een geluid. Toen ik naar beneden ging, zag ik een oude man naar het toilet gaan en weer naar buiten komen, alsof er niets gebeurd was. Later kwam ik erachter dat het de broer van Jenny's grootmoeder was. Het is hier heel normaal om iemands huis binnen te komen zonder te kloppen. ( lacht) Iedereen laat zijn huis open, er is geen criminaliteit op de Faeröer. 'Ik heb ook eens geprobeerd te vissen met mijn schoonvader, een voormalige Russische scheepskapitein die aasvisser is geworden. Hij heeft de hele wereld rondgevaren en werkt al op zee sinds hij twaalf of dertien jaar oud was. We zijn een paar keer op kabeljauw of schelvis gaan vissen. Overdag, als het nog licht was, ging het wel. Mijn schoonvader was verbaasd dat ik zo goed reageerde. Maar in het donker kon ik de golven niet zien en begrepen mijn hersenen niet waarom de boot zo hard bewoog, dus werd ik erg misselijk. Ik heb zelfs niet gereageerd op Jenny's steunbetuigingen omdat ik zo hard aan het overgeven was, hangend aan de reling. ( lacht) Intussen schreeuwde mijn schoonvader me vanaf de andere kant van de boot instructies toe en deed ik mijn best om ze op te volgen. Ik klampte me vast om niet te vallen, het was de hel.' Spelen op de Faeröer betekent dat je regelmatig van eiland naar eiland moet gaan. Hoe gaat dat met de veerboot? Van Der Heyden: 'Vorig jaar gingen we naar Suduroy, het zuidelijkste eiland, een veerboottocht van twee uur vanuit Tórshavn. Dat weekend was er een muziekfestival op het eiland. De club had geen slaapplaats voor ons kunnen vinden - zo vertelde het management ons toch - dus deden ze ons een voorstel: zij zouden een sporthal huren om in te slapen en wij zouden onze slaapzakken meenemen, voordat we de volgende dag zouden spelen. Iedereen dacht dat het een grap was, het was een belangrijke wedstrijd. We speelden tegen TB Tvøroyri, die vochten voor het behoud, net als wij. We vonden het geen goed idee, dus besloten we te reizen op de dag van de wedstrijd. Er gaan echter maar vier veerboten per dag, en die dag had de boot een probleem bij het vertrek, waardoor we te laat waren. De zee was niet al te ruw, maar twee spelers waren echt zeeziek. Door de vertraging moesten we ons ook omkleden op de boot... Daar stonden we in onze sokken en onze korte broek, tussen de gewone reizigers. ( lacht) We kwamen zo'n dertig minuten voor de wedstrijd aan, warmden een beetje op en speelden ( 1-1 gelijk, nvdr). Na de wedstrijd moesten we naar de kleedkamers rennen, douchen, snel onze spullen pakken en de bus halen om op tijd de veerboot te halen. Wij waren een van de laatsten om aan boord te gaan. Ik denk dat we in totaal maar drie uur op het eiland geweest zijn.' Als een van de weinige Europese competities die konden doorgaan aan het begin van de pandemie, werd het Faeröerse kampioenschap beter gevolgd dan gewoonlijk. Misschien was het toch niet zo'n slechte keuze om naar hier te komen. Van Der Heyden: 'Dat klopt. De federatie is vorig seizoen ook begonnen met het gratis streamen van de wedstrijden en de competitie werd zelfs uitgezonden in Noorwegen, waar de fans hongerig waren naar voetbal. Als ik daar rekening mee houd, heb ik inderdaad veel geluk gehad om hier te zijn: het stelde me in staat om te blijven spelen en om meer aandacht te krijgen voor mijn prestaties. Als ik terugkijk op mijn seizoen 2019/20 met Argir, denk ik dat ik het goed heb gedaan, ook al zijn we gedegradeerd. Mijn vriendin zei dat er veel over me gepraat werd op de radio, dat 'de Belg' zo slecht nog niet was.' ( lacht) Zo kon je voor Klaksvík tekenen, de favoriet voor de titel. Van Der Heyden: 'Het is een veel professionelere club. Alles wordt serieus genomen, je hoeft geen twee keer hetzelfde te vragen. Ze betalen mijn salaris elke maand op tijd, ik krijg een auto van de club en ze betalen ook voor de tunnels die ik moet nemen. Hier kan ik me gewoon op het voetbal concentreren. Geen van de buitenlandse spelers werkt, in tegenstelling tot de Faeröers, die niet veel geld krijgen. Zij blijven studeren, of werken. Ik weet niet of het toeval is, maar de meesten van hen zijn timmerman of elektricien. Er zijn hier natuurlijk ook niet zoveel opties.' Er zijn maar heel weinig dorpen op de Faeröer die geen voetbalveld hebben. Van Der Heyden: 'Ik wist niets van het Faeröerse voetbal voordat ik hier kwam, maar ik heb ontdekt dat het heel belangrijk is voor de mensen. Het voetbal ontwikkelt zich goed en Klaksvík is daar een mooi voorbeeld van. De club heeft de laatste jaren echt een lange weg afgelegd. Deze zomer zullen er in het stadion voor het eerst Europese wedstrijden kunnen worden gespeeld, daarvoor gaan ze een nieuwe tribune bouwen. Mijn schoonvader werkt veel op zijn boot, en hij praat de hele tijd over vissen, maar als het nationale elftal speelt, stopt hij, kijkt hij en vloekt hij. Iedereen hier volgt op de een of de andere manier het voetbal. Jenny's grootouders volgen de nationale competitie ook, haar grootvader is erg blij dat hij het nu op tv kan bekijken. Ze steunen EB/Streymur ( een bescheiden club uit de eerste klasse, nvdr) omdat het de club uit hun dorp is, maar ook KÍ Klaksvík, omdat ik daar speel.'