Er zijn voetballers die we ons bijna altijd voorstellen in één bepaald iconisch shirt. Voor Pelé is dat het kanariegeel van de Seleção, voor Diego Maradona het gestreepte shirt van Argentinië, terwijl we Lionel Messi eerder voor ons zien in het blaugrana van FC Barcelona en Robert Lewandowski in het rode truitje van Bayern München. De iconische outfit van Lothar Matthäus is het wit-zwart van de Mannschaft, de kleuren waarin hij de wereldbeker omhoogstak na de finale van het WK 1990.
...

Er zijn voetballers die we ons bijna altijd voorstellen in één bepaald iconisch shirt. Voor Pelé is dat het kanariegeel van de Seleção, voor Diego Maradona het gestreepte shirt van Argentinië, terwijl we Lionel Messi eerder voor ons zien in het blaugrana van FC Barcelona en Robert Lewandowski in het rode truitje van Bayern München. De iconische outfit van Lothar Matthäus is het wit-zwart van de Mannschaft, de kleuren waarin hij de wereldbeker omhoogstak na de finale van het WK 1990. De naam Maradona valt niet toevallig. Als international was Matthäus de Nemesis van Pluisje. Als spelmaker van hun respectievelijke nationale ploeg stonden ze in twee opeenvolgende WK-finales tegenover elkaar. In 1986 trok Argentinië aan het langste eind (3-2), vier jaar later namen Matthäus en co weerwraak (1-0). Zo domineer je een tijdperk. De Duitser speelde trouwens van 1982 tot 1998 op vijf opeenvolgende WK's, een record voor een veldspeler. Natuurlijk voetbalde Matthäus ook in clubverband een palmares bijeen om u tegen te zeggen ( zie kader), maar de hoogste bekroning, die hij met de Mannschaft wel haalde, ontbrak. Met Bayern verloor hij zowel in 1987 tegen Porto als in 1999 tegen Manchester United de finale van de Europacup I met 1-2. Voor een absolute topspeler kunnen twee UEFA Cups, eentje met Bayern (1996) en eentje met Inter (1991), daar niet tegenop. Bayern was ook niet de club van zijn hart. De kleine Lothar sliep onder een donsdeken van Borussia Mönchengladbach, de club die tussen 1968 en 1978 tien keer op het podium van de Bundesliga stond, waarvan vijf keer als kampioen. De grote rivaal van Bayern in die tijd, niet alleen op het veld, maar ook qua kledij en schoenen. Bayern was Adidas, Mönchengladbach was Puma. En meer nog dan voor Gladbach koesterde Matthäus een diepe liefde voor Puma.Geen wonder: het gezin Matthäus - vader Heinz, moeder Katharina en de zonen Wolfgang en Lothar - woont in de bijgebouwen van de Pumafabriek in Herzogenaurach. Katharina is arbeidster bij Puma, vader is conciërge en houdt ook de kantine open. Het verhaal van Puma en Adidas is bekend: de broers Rudolf en Adolf Dassler hebben samen een schoenenfabriek maar raken na de oorlog gebrouilleerd. Ze gaan elk hun eigen weg: Adi richt Adidas op en Rudi sticht Puma. Twee iconen van de sportkledij, op een steenworp van elkaar in het Beierse Herzogenaurach. Dat is ook het stadje waar Heinz Matthäus in 1944 onderdak vindt. Heinz wordt geboren in Silezië, de regio rond de Poolse stad Wroclaw (Breslau), die dan nog tot Duitsland behoort. Wanneer de Russen aan het eind van de Tweede Wereldoorlog oprukken, vlucht Heinz met zijn ouders per trein naar het westen. Hun eindstation is Herzogenaurach. Wanneer Heinz daar een tiental jaar later trouwt met Katharina, vinden beiden werk bij Puma. Directeur Rudi Dassler heeft zelf twee zonen, maar hij neemt er de twee jongens van Matthäus bij als was het zijn eigen kroost. Vooral de jongste, Lothar, is kind aan huis. Hij loopt als uk spontaan het bureau van de Pumabaas in en uit - als die in vergadering is, houdt de secretaresse hem wel tegen. In de grote tuin en op de binnenkoer van de conciërgewoning voetbalt hij met vriendjes. Geregeld sneuvelt er een raam bij de buren, maar zijn handige vader fikst dat in geen tijd. Het lijkt een onbezorgde jeugd, maar Lothar Matthäus zou er later toch over klagen. Zijn ouders werken hard, hebben amper tijd voor de opvoeding van hun zonen, van een gezinsleven is amper sprake. En elke pfennig wordt twee keer omgedraaid voor hij wordt uitgegeven. Ondanks alle opofferingen van zijn ouders is hij eigenlijk huiselijke warmte en liefde tekortgekomen, vertelt hij later in interviews. Arbeid is het centrale woord in het leven van de familie Matthäus. Lothars jeugd speelt zich af in de wilde jaren 60 en 70, maar zijn opvoeding stamt uit de harde jaren 50. Op het voetbalveld ervaart hij zelf wat hard werk betekent. Veel leeftijdsgenoten zijn een halve kop groter, dus moet hij extra zijn best doen. Maar met overgave trainen en uren oefenen in de tuin tillen zijn onmiskenbaar talent naar een heel hoog niveau. De jeugdreeksen doorloopt hij bij het lokale FC Herzogenaurach en op zijn achttiende debuteert hij bij het grote Mönchengladbach, aan de zijde van zijn idool Günter Netzer en onder de hoede van Jupp Heynckes, die zijn voetbalplunje nog maar net geruild heeft voor een trainerskostuum. Vijf seizoenen lang geeft Matthäus het beste van zichzelf voor zijn droomclub. De jonge, beweeglijke middenvelder, met het typische nektapijtje uit die tijd, draaft zich een ongeluk op het veld. Hij verenigt op een zelden geziene manier techniek en loopvermogen, dribbels en balrecuperatie. Waar de klassieke nummer 10 nog jarenlang een elegante regisseur zal zijn, is Matthäus als centrale middenvelder een box-to-boxspeler avant la lettre. Hij kan een bal veroveren op de eigen helft, ermee langs enkele tegenstanders glijden en vervolgens zelf voor gevaar zorgen. Een moderne spelmaker die met beide voeten kan scoren en ook nog eens de stilstaande fases voor zijn rekening neemt. En dat alles in een krappe 1m74. Het einde van zijn vijfde seizoen bij wit-zwart-groen eindigt met een klein sportief drama. Borussia beëindigt de competitie met evenveel punten als Hamburg en Stuttgart, maar die laatste ploeg heeft het beste doelsaldo en wordt tot kampioen gekroond. Voor de wedstrijd in Mannheim laat coach Heynckes zijn sterspeler Matthäus op de bank beginnen, ontstemd als hij is over diens uitgelekte transfer naar Bayern. En dan moet er ook nog een bekerfinale gespeeld worden, tussen uitgerekend de oude en de nieuwe ploeg van Matthäus. Bayern-Mönchengladbach eindigt op 1-1 en strafschoppen. Matthäus neemt de eerste, binnenkant voet, en schiet hem met veel gevoel ... rakelings over de kruising. Hij krijgt alle fans over zich heen, sommigen noemen hem een judas en beschuldigen hem ervan opzettelijk gemist te hebben. Maar jaren later bestrijdt hij dat in het magazine Kicker: 'Je mist nooit met opzet een penalty als je een beker kunt winnen. Zeker niet als je als kind in beddengoed van Gladbach hebt geslapen. Het is een van de momenten die ik uit mijn carrière zou willen wissen.' Met Matthäus erbij domineert Bayern drie jaar lang de Bundesliga. Het zoekt ook Europese glorie en nadat het de jaren ervoor door Everton en Anderlecht werd uitgeschakeld, bereikt het in 1987 de finale van de Europacup I tegen Porto. Het is de finale die de geschiedenis ingaat door de geniale hakbal waarmee de Algerijn Rabah Madjer een kwartier voor tijd de 1-1 maakt. Bayern is totaal van slag en verliest nog. In de zomer van 1988 trekt Matthäus naar het buitenland, naar Milaan. Hij gaat vier jaar voor Internazionale spelen. Als rijpe twintiger zijn het de beste jaren uit zijn loopbaan. In zijn eerste seizoen bezorgt hij Inter al de scudetto en de supercup. Het hoogtepunt van zijn carrière is het wereldkampioenschap van 1990 in zijn nieuwe thuisland Italië. Matthäus is dan al tien jaar international. De eerste wedstrijd van West-Duitsland op dat WK is misschien wel de beste die hij ooit heeft gespeeld. Tegen de nochtans sterke Joegoslaven, die de kwartfinales zullen halen, is hij alomtegenwoordig. Hij verdeelt het spel, heerst op het middenveld en scoort nog twee keer ook. Na een klein halfuur krijgt hij de bal aangespeeld net buiten de grote rechthoek, met de rug naar het doel. Hij controleert met rechts, draait en schiet dan met links hard binnen: 1-0. De 3-1 in de tweede helft is vintage Matthäus. Hij krijgt de bal op de eigen helft, rukt op, glijdt zwierig langs een tegenstrever en knalt dan staalhard vanop twintig meter in de benedenhoek. Een fantastische speler, maar ook een die in zijn overwinningsdrang al eens ver durft te gaan. Zeker bij onze noorderburen, die meermaals op West-Duitsland stoten, onder meer in de achtste finales van 1990, wordt Matthäus verguisd als een duiker en een matennaaier. Het staat in de sterren geschreven dat de wereldbeker dat jaar op de stip zal staan. Titelverdediger Argentinië heeft zich met de penalty's voorbij Joegoslavië en Italië naar de finale geworsteld. Ook West-Duitsland heeft in zijn kwartfinale tegen Tsjechoslovakije een elfmeter nodig, omgezet door specialist Matthäus (1-0), en in de halve eindstrijd tegen Engeland (1-1) een hele strafschoppenreeks. Daar lijkt het na een bitsige en saaie finale ook weer op uit te draaien, tot de Duitsers kort voor tijd een ... penalty krijgen. Matthäus, die tijdens de rust een kapotte schoen heeft moeten wisselen en zich onzeker voelt, laat de klus dit keer aan zijn ploegmaat van Bayern en Inter, Andreas Brehme. Als kapitein mag hij wat later wel de beker in de lucht steken. In de nasleep van dat WK krijgt Matthäus een rist van individuele bekroningen, waaronder Sportman van het Jaar en de vermaarde Ballon d'Or. Wanneer hij een jaar later met Inter de UEFA Cup wint, wordt hij de eerste laureaat van de nieuwe FIFA Player of the Year Award.In 1992 keert Matthäus terug naar het ondertussen eengemaakte Duitsland. Bij Bayern voegt hij een nieuwe vaardigheid aan zijn brede gamma toe: hij gaat als libero in de verdediging spelen. Met 1m74, jawel, dat kan nog in die tijd. Op die positie is hij vooral de eerste man bij wie de aanvallen beginnen. Met het hele veld voor zich kan hij zijn ervaring optimaal benutten. Maar stilaan begint de leeftijd te wegen en krijgt hij af te rekenen met blessures, die hem bij Bayern maar ook geregeld in de nationale ploeg aan de kant houden. Op wilskracht keert hij telkens terug. In 1996 pakt hij met München zijn tweede UEFA Cup. Eigenlijk is hij dan al afgezwaaid als international - het door Duitsland gewonnen EK in 1996 mist hij door interne ruzies, onder meer met Jürgen Klinsmann - maar na een promocampagne van het Duitse blad Bild selecteert bondscoach Berti Vogts hem toch weer voor het WK van 1998, zijn vijfde en laatste. Duitsland wordt in de kwartfinales afgetroefd door Kroatië (0-3). Die wedstrijd is Matthäus' 25e WK-match, ook al een record. Uiteindelijk zal hij ook nog aan EURO 2000 deelnemen, waar de Duitsers al in de eerste ronde sneuvelen, en afklokken op het indrukwekkende aantal van 150 interlands. Hij is dan 39 jaar. Afscheid nemen op een hoogtepunt zit er dus niet in voor Matthäus, evenmin bij Bayern. In de memorabele Champions Leaguefinale van 1999 lijkt de Rekordmeister nochtans op weg naar de zege, na een vroege goal van Mario Basler. Maar in de toegevoegde tijd - libero Matthäus heeft zich dan al laten vervangen, er lijkt immers geen vuiltje aan de lucht - slaat Manchester United nog twee keer toe. Weg droom. Voor Matthäus is het na de penaltymisser van 1984 de tweede gitzwarte bladzijde in zijn carrière. Hij gaat nog een halfjaar poen scheppen bij MetroStars (het huidige New York Red Bulls) om dan toch tot de conclusie te komen dat het tijd is om te stoppen. Een paar jaar geleden werd Lothar Matthäus uitgeroepen tot de op twee na beste Duitse voetballer in de geschiedenis, na Gerd Müller en Franz Beckenbauer. Kort daarvoor, in de lente van 2018, maakte hij een bizarre comeback. Herzogenaurach sloot hem voor één wedstrijd weer aan. Als eerbetoon gunde de club uit lagere afdelingen haar 57-jarige oud-vedette een basisplaats in haar kampioenschapsmatch. Matthäus glunderde achteraf bij die nieuwe trofee: 'Ik mag mij nu officieel ook Bezirksligameister van Midden-Franken noemen, al heb ik zelf aan die titel weinig verdienste.' Het is tekenend voor een man die alles altijd een beetje anders deed, eigenzinnig en koppig. Daarom allicht dat hij ondanks meerdere pogingen nooit succesvol werd als trainer, want in die functie moet je al eens compromissen sluiten. Het zwart-wit van de Mannschaft weerspiegelt zich ook in Matthäus' karakter. Zijn autobiografie uit 2012 noemde hij niet toevallig Ganz oder gar nicht. Dat is merkwaardig genoeg ook de Duitse titel van de film The Full Monty (1997). Enig exhibitionisme is hem niet vreemd. In zijn autobiografie gunt hij zonder veel schroom een inkijk in zijn leven - al heeft hij daarbij wel het fatsoen om niet de vuile was van anderen buiten te hangen. Echt tenenkrullend is de docusoap Immer am Ball (2011) die hij door VOX laat draaien - een soort De Pfaffs met de voice-over van Komen eten - en waarin hij zelf nogal beschamend in zijn hemd wordt gezet. Iets waar hij dan nadien weer over kan klagen. Een schandaal is nooit ver weg. Ook in zijn liefdesleven is Matthäus een echte box-to-box. Hij is al voor de vijfde keer getrouwd en heeft vier kinderen. Zijn laatste drie echtgenotes zijn alle drie knappe en véél jongere modellen uit het voormalige Oostblok. Van zijn vierde eega, de Oekraïense Kristina Liliana, scheidt hij nadat ze in een nachtclub op de tafels had gedanst en halfnaakt in het gezelschap van een andere man werd gefotografeerd. Gefundenes fressen voor de tabloids, net als de avontuurtjes die hij zelf tussen zijn huwelijken door beleeft. En zo wordt Lothar Matthäus al jaren heen en weer geslingerd tussen een vreemde openhartigheid, naïviteit, klaagzangen en ijdelheid. Los van zijn turbulente liefdesleven doet hij soms denken aan zijn ploegmaat bij Bayern destijds, Jean-Marie Pfaff. Een man van bescheiden komaf, die geen geweldige feeling heeft voor omgangsvormen en dat compenseert met een overdreven beschikbaarheid voor de media, die er dan weer van smullen om hem belachelijk te maken - dat gaat ook vaak zo makkelijk. Het frustreert hem enorm, maar nu hij al een aantal jaar in Boedapest woont, troost hij zich met de gedachte dat het misschien gewoon een kwestie is van 'geen sant in eigen land'. Of zoals hij zelf in zijn biografie schrijft: 'In Duitsland ben ik maar der Loddar, in Italië ben ik nog altijd il grande Lothar. '