Deportivo Alavés haalde voor het eerst in zijn geschiedenis de finale van de Copa del Rey. FC Sevilla kan eindelijk nog eens gelijke tred houden met Real Madrid en FC Barcelona in de Spaanse competitie. Atlético Madrid en Tottenham zijn vaste waarden geworden aan de top in Spanje en Engeland. En Celta de Vigo zit voor het eerst in tien jaar in de 1/16 finales van de Europa League.
...

Deportivo Alavés haalde voor het eerst in zijn geschiedenis de finale van de Copa del Rey. FC Sevilla kan eindelijk nog eens gelijke tred houden met Real Madrid en FC Barcelona in de Spaanse competitie. Atlético Madrid en Tottenham zijn vaste waarden geworden aan de top in Spanje en Engeland. En Celta de Vigo zit voor het eerst in tien jaar in de 1/16 finales van de Europa League. Wat hebben al deze teams gemeen? Juist: een Argentijnse trainer. Dat zijn respectievelijk Mauricio Pellegrino (45, Alavés), Jorge Sampaoli (56, FC Sevilla), Diego Simeone (46, Atlético), Mauricio Pochettino (44, Tottenham) en Eduardo Berizzo (47, Celta). El País vroeg zich af: vanwaar die golf van goeie trainers uit Argentinië?César Luis Menotti, de nu 78-jarige legendarische Argentijnse coach die in 1978 het WK won met Argentinië, werpt meteen op: 'Er zijn altijd goede Argentijnse trainers geweest. Héctor Cúper (CL-finalist met Valencia in 2000 en 2001, nvdr) en Jorge Valdano (titel met Real in 1995, nvdr) haalden eerder al resultaten. En Helenio Herrera is een van de trainers die de meeste prijzen won in Italië.'Mauricio Pellegrino legt uit wat de Argentijnse trainer 'anders' maakt: 'Voor ons zit het voetbal, vanuit een cultureel oogpunt, heel diep. Dat begint al op de speelplaats op school. Ik weet nog dat ik als achtjarige wedstrijdjes van tien minuten op leven en dood speelde tijdens de speeltijd. Dan gingen we helemaal bezweet terug naar de klas. De sociale minachting die je voelt als je verliest, doet je beseffen dat verliezen iets heel slechts is. In Argentinië is verliezen een drama, en winnen is alleen maar goed omdat dat betekent dat je niet verloren hebt. Dat cultureel verschil maakt van ons competitiebeesten.'De meeste van de hierboven vermelde trainers hebben bovendien een opleiding genoten bij de Spaanse voetbalbond. Directeur Ginés Meléndez herinnert zich zijn Argentijnse 'leerlingen' heel goed: 'Van alle Argentijnen was Pochettino veruit de beste. Hij had een bepaalde manier om zich uit te drukken en om de praktijkoefeningen aan te pakken. Nu heb ik Fernando Redondo en ook hij gaat dezelfde kant op.' Enrique Borrelli, die trainersopleidingen geeft bij de Argentijnse trainersvereniging, spreekt van 'een gouden generatie': 'Wat ook meespeelt: de meeste Argentijnse clubs hebben problemen op het vlak van infrastructuur, logistiek en organisatie. Als een van onze coaches dan naar een buitenlandse club gaat waar alles goed georganiseerd is, heeft hij meteen een voordeel.'