De FIFA-ranking is wat ze is, voor nuance vatbaar en niet altijd een maatstaf voor succes. De Rode Duivels staan al drie jaar op nummer één, maar wonnen nog geen toernooi. Maar de ranking signaleert wel dit: continuïteit in het succes. Presteren op een toernooi, zoals Portugal in 2016, is één ding, elke keer winnen is nog wat anders. Engeland, de tegenstander van komende zondag op Wembley, stond in 2017 pas vijftiende en begon dan aan de klim naar boven, om uit te komen op de huidige vierde plaats.
...

De FIFA-ranking is wat ze is, voor nuance vatbaar en niet altijd een maatstaf voor succes. De Rode Duivels staan al drie jaar op nummer één, maar wonnen nog geen toernooi. Maar de ranking signaleert wel dit: continuïteit in het succes. Presteren op een toernooi, zoals Portugal in 2016, is één ding, elke keer winnen is nog wat anders. Engeland, de tegenstander van komende zondag op Wembley, stond in 2017 pas vijftiende en begon dan aan de klim naar boven, om uit te komen op de huidige vierde plaats. Twee jaar na het WK is de uitmatch van de Belgen in Londen dan ook een duel om naar uit te kijken. Vooral vanwege het grote aanbod aan jong talent dat er bij de Engelsen rondloopt. De gemiddelde leeftijd van de Engelse nationale basisploeg in Denemarken op 8 september (0-0) was 25,1 jaar. Engeland stelde geen enkele dertiger op, de oudste speler in de kern, Kieran Trippier, was 29. Maar liefst vier spelers van de basisploeg waren 23 of jonger en op de bank zaten nog jonge twintigers. Ook opvallend: de Premier League mag dan wel de rijkste en gemiddeld bestbetalende voetbalcompetitie ter wereld zijn, in de basis stonden twee spelers die op het vasteland voetballen: naast Trippier (Atlético) ook Jadon Sancho (Borussia Dortmund). Hun voorbeeld krijgt dezer dagen steeds meer navolging. Jong Engels talent wordt het hof gemaakt door de grootsten (Bayern probeerde dat met Chelseawingerlinksachter Callum Hudson-Odoi) en is niet bang van een stap naar het buitenland: Jude Bellingham trok naar Dortmund, Reiss Nelson ruilde Arsenal voor Hoffenheim en globetrotter Yunus Musah, Amerikaan van geboorte maar met de Engelse nationaliteit, verliet de Gunners ook jong voor Valencia. Vanwaar die ommekeer en de plotse toevloed aan talent?Ze zijn er altijd geweest, goeie jonge Engelse voetballers. Manchester United werd Europees en nationaal kampioen met kids. David Bentley werd een toekomst voorspeld naar het imago van zijn achternaam. En toen er sleet kwam op de middenvelders Steven Gerrard en Frank Lampard werd Jack Wilshere genoemd als het Engelse antwoord op Andrés Iniesta. Theo Walcott, Jack Rodwell, allemaal waren ze ooit wel eens the next wonderkid. Maar nooit maakten ze het waar. Overrated. Overpaid. Overschat en overbetaald. Weggeblazen door de internationale concurrentie. De Premier League kon zich nagenoeg iedereen veroorloven en dat ging ten koste van jong nationaal talent. Niet alleen in Engeland, in Italië klaagde ook Roberto Mancini het aan als uitleg voor de mindere resultaten van de Squadra. In de serie A was 54 procent van de spelers een buitenlander. Bij wereldkampioen Frankrijk was dat slechts 36 procent, bij ex-wereldkampioen Spanje 39 procent. In de Bundesliga hielden ze het op net 49 procent. De Engelsen staken hun vinger mee op: 59 procent van de spelers in de Premier League heeft een buitenlands paspoort. Clubs verweerden zich: ze wilden wel Engelsen opnemen, maar er moest ook talent zijn. Toen data meer en meer hun intrede deden, was de analyse tien jaar geleden - na weer eens een tornooi zonder Engelse uitblinkers - vernietigend: het systeem werkte niet. Nederland haalde in Zuid-Afrika de finale en analisten begonnen te tellen. Het aantal trainingsuren onder meer. Iemand die op zijn achttiende bij Ajax 'afstudeerde' had gemiddeld 6500 trainingsuren achter de rug. Kwam je op dezelfde leeftijd uit een Engelse academy dan had je 2500 uren getraind. De gemiddelde Engelse vijftienjarige kreeg per week vijf uur voetbaltraining. Onvoldoende, was de conclusie, ook na benchmarking met andere sporten. Zwemmers trainden tot drie keer langer. Onvoldoende was ook het aantal geschoolde trainers. Met slechts 2770 trainers met een UEFA-diploma hinkte Engeland ver achterop bij Spanje (op dat moment wereldkampioen en de norm): 24.000 coaches met een diploma in 2010. Duitsland: 35.000! Lopen kon de Britse jeugd wel, al zeer jong moesten ze aan de slag op een groot veld. Maar techniek, neen... Al had je uitzonderingen. De academy van Arsenal was altijd excellent. En de beste lag wellicht in het zuiden, waar Southampton talenten als Theo Walcott, Gareth Bale, Matthew Le Tissier, Luke Shaw, Adam Lallana of Alex Oxlade-Chamberlain boetseerde. De denktanks binnen de FA sloegen aan het plannen. Mét de hulp van de UEFA, die regels oplegde in verband met homegrown players, al moet dat laatste flink worden gerelativeerd in deze discussie rond jong Engels talent. De brexit kan er straks misschien een rem op zetten, maar toen het Verenigd Koninkrijk nog lid was van de Europese Unie, kon je vanaf je zestiende naar Engeland om er te voetballen. De jeugdopleidingen zitten er vol Europees talent. Homegrown staat dus allerminst gelijk met Engels, want je moet voor je eenentwintigste 'amper' 36 maanden hebben getraind om voor die regel in aanmerking te komen. Veel belangrijker is het in 2012 onder een lawine van protest gepresenteerde Elite Player Performance Program (EPPP). De Duitsers waren door middel van een investeringsprogramma van ruim een half miljard euro uit de voetbalellende geraakt, en dat wilde de Engelse FA ook. Naar buitenlands model kwam er een ranking van academies, de manier van voetballen werd aangepakt en het trainingsaanbod verhoogde. Er werden punten toegekend aan de staat van de terreinen, de beschikbare infrastructuur, en er kwamen normen qua trainers. Het oude systeem van academy of school of excellence ging op de schop en er kwam een nieuw in de plaats. Uitgetekend door Ged Roddy, een wat aparte man, volgens de Belgen die hem kennen. Het protest was groot, want het plan was duur en (dus ook) op maat van de grote, rijke clubs, zo zuchtten de kleintjes. Niet alleen die uit de lagere afdelingen, maar ook die binnen de Premier League. Zo was er vroeger een regel dat jonge talentjes die nog geen zestien jaar waren, niet mochten weggehaald worden door een andere ploeg als die verder dan negentig minuten rijden verwijderd was. Op die manier vermeed je lange verplaatsingen. 'Zou Ryan Giggs zo goed zijn geworden als die niet bij ons was opgeleid maar in Cardiff was gebleven?', reageerde Manchester United. Het EPPP maakte komaf met die afstandsregel. Het EPPP veranderde ook het systeem van de opleidingsvergoedingen. Wie een beetje talent had, kon veel goedkoper worden weggehaald bij de basis. Dat was ook al niet naar de zin van de kleinere club. Het EPPP forceerde evenwel ook zeer veel uitstekende aanbevelingen en veranderingen. Er kwam een modern youth coach education program en een elite coach apprenticeship scheme. Teams werden verplicht te investeren in opleiding en gediplomeerde coaches, en dat kwam het talent ten goede. Paul Clement, dezer dagen bij Cercle en met een verleden bij de jeugd van Chelsea, maakte het mee in zijn periode bij Swansea City. Toen het EPPP in 2012 werd gelanceerd, zat de jeugdopleiding van die ploeg nog in 'categorie 3' en trainden de jongeren geregeld op het strand, vlak bij het oefenveld en de gevangenis. Af en toe was dat trainingsveld onbeschikbaar vanwege het opkomende tij - tot het takenpakket van de jeugdcoach behoorde dan ook het checken van de getijden. Nu heeft de jeugd een uitstekend trainingscomplex en is dat getijdenverhaal niet meer dan een leuke anekdote. Clement ziet het EPPP dan ook als een van de redenen die het succes van de Engelse nationale jeugdploegen verklaren. Engeland won in 2017 het EK voor U19 en het WK voor U20. En de U21 bereikten de halve finales van het EK. Kort na de lancering van het EPPP in 2012 verklaarde Greg Dyke bij zijn aanstelling als voorzitter van de FA dat Engeland moest mikken op een halve finale op het EK in 2020 (dat wordt straks 2021) en winst op het WK van 2022. Zijn programma lijkt op schema te zitten, zeker na de onverhoopte vierde plaats op het WK in Rusland.